Lucius Cornelius Sulla (ca. 138 v.Chr.Men baseert zich op de bronnen, waarin zijn leeftijd op bepaalde tijdstippen in zijn leven worden vermeld: Velleius Paterculus, Historia Romana II 17.3 (49 jaar, eind 89 v.Chr.), Plutarchus, Sulla 6.10 (50 jaar, eind 89 v.Chr.); Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilia IX 3 § 8 (begin 60ste levensjaar, begin 78 v.Chr.), Appianus, Historia Romana XIII 105 (60 jaar, begin 78 v.Chr.). – 78 v.Chr.), later Lucius Cornelius Sulla Felix genoemd,Volgens Livius (Ab Urbe condita XXX 45.6.) kreeg hij dit agnomen "door vleierij van vrienden" (ad adsentatione familiaris), terwijl Velleius Paterculus (Historia Romana II 27.5) zegt dat hij het pas na de dood van Gaius Marius minor zou hebben aangenomen. Plutarchus (Sulla 34.2-3) zegt dat hij na zijn triomftocht zou hebben bevolen hem dit agnomen toe te kennen, terwijl Appianus (Bellum Civile I 97) zegt dat hij een senatus consultum had gezien dat aan Sulla de titel / Epaphróditos (door Aphrodite/Venus geliefd) verleend. Vgl. Plinius maior, Historia Naturalis VII 137, XXII 12. was een Romeins politicus, veldheer en dictator ten tijde van de late Romeinse republiek. Hij was de eerste Romeinse dictator wiens ambtstermijn niet was beperkt. Veel van zijn hervormingen zouden mee de basis vormen voor het latere principaat.Appianus (Bellum Civile I 103.1.) zegt bijvoorbeeld dat het aanwijzen van consuls door de keizer is gebaseerd op Sulla's dictatuur. Zie ook: , Hesitant Heroes: Private Inhibition, Cultural Crisis, Ithaca - Londen, 2004, p. 27.

Ondanks zijn relatief late start in het politieke leven zou hij erin slagen twee consulaten te bekleden. Als dictator legibus scribundis et rei publicae constituendae ("dictator om wetten te schrijven en de republiek in orde te brengen") veranderde hij de Romeinse maatschappij ingrijpend. Zijn belangrijkste maatregelen waren zijn mars op Rome, zijn proscripties en het belonen van zijn veterani met land. Verder breidde hij het ledenaantal van de Senaat uit, bepaalde hij minimumleeftijden voor de cursus honorum, perkte hij de macht van de tribuni plebis in en legde hij de automatische prorogatio vast van het imperium van consules en praetores.

Leven Geboorte en jeugd (ca. 138-107 v.Chr.) Lucius Cornelius Sulla werd rond 138 v.Chr. geboren in de patricische gens Cornelia.Plutarchus, Sulla 1.1. In tegenstelling tot de (politiek) succesvolle takken van de Cornelii Scipiones en Lentuli was sinds het bekleden van een tweede consulaat door Publius Cornelius Rufinus in 277 v.Chr. door niemand meer uit deze tak van de gens Cornelia, waartoe Sulla behoorde, het hoogste staatsambt bereikt. Rufinus' zoon, die als eerste het cognomen Sulla zou hebben gevoerd, was flamen Dialis (priester van Jupiter), wat een politieke en militaire carrière uitsloot. Sulla's grootvader was praetor in 186 v.Chr., terwijl het omstreden is, of ook zijn vader, Lucius Cornelius, praetor was.

Sulla groeide samen met zijn broer Servius Cornelius en een zuster op. Daar zijn moeder reeds vroeg stierf, werden Sulla en zijn broer en zus toevertrouwd aan de zorg van een min.Pseudo-Aurelius Victor, De viris illustribus urbis Romae 75.1. Zijn vader ging een nieuw huwelijk aan met een welgestelde vrouw. Van hem weet men slechts dat hij Sulla zo weinig naliet, dat deze als jongeman in een huurhuis met vrijgelaten slaven leefde.Plutarchus, Sulla 1.2. Sulla wijdde zich in zijn jeugd met veel ijver aan de wetenschappen, die hij ook nog op latere leeftijd liefhad. Hij legde zich vooral toe op de Griekse taal- en letterkunde.Sallustius, Bellum Iugurthinum 95.3. Als vijftienjarige ontving Sulla de toga virilis.

Als kind en jongeman was Sulla als tijdgenoot getuige van de Gracchische hervormingen, die zijn latere politieke doelstellingen in grote mate zouden bepalen. Aanleiding voor deze hervormingen waren de veranderingen, die zich met de nieuwe agrarische productiemethode en de toe-eigening van staatsland – de zogenaamde ager publicus – hadden voltrokken. De ager publicus was door de vele veroveringen enorm toegenomen. Ieder Romeins burger was gerechtigd om land in bezit te nemen, wanneer hij een kleine gebruiksvergoeding betaalde. De kleine boeren werden daarom door de grootgrondbezitters, die zich meer land konden toe-eigenen, verdrongen. De beide Gracchen, Tiberius en Gaius Sempronius Gracchus, trachten tegen de wil van de senaat een agrarische hervorming door te voeren om aan de kleine boeren weer meer land te verschaffen. Een familie zou niet meer dan 1.000 iugera land mogen bezitten. De tribunus plebis Tiberius Gracchus legde zijn lex agraria niet eerst aan de senaat voor (hij was hier ook niet toe verplicht), maar bracht het meteen ter stemming in de volksvergadering. Het kwam nu tot een breuk met de politieke gebruiken en zeden, want Tiberius liet zijn collega-tribunus plebis, Marcus Octavius, die tegen deze wet een intercessio inriep, afzetten. Om de nieuwe boeren van een startkapitaal te voorzien, stelde Tiberius voor om de aan de Romeinen vermaakte erfenis van koning Attalus III van Pergamon te gebruiken, wat opnieuw inging tegen de politieke gebruiken en zeden en een aantasting van de financiële soevereiniteit van de senaat betekende. Toen Tiberius zich tegen de Romeinse traditie in ook voor het volgende jaar kandidaat stelde als tribunus plebis, kwam het op de dag van de verkiezingen tot rellen. Tiberius Gracchus en zijn aanhangers werden vermoord, de lijken in de Tiber geworpen.

Toen Gaius Sempronius Gracchus enkele jaren later de hervormingsplannen van zijn broer weer opnam, vaardigde de senaat een senatus consultum ultimum uit. Voor het eerst in de geschiedenis van Rome werd er militair opgetreden tegen de eigen burgers. Gaius vluchtte en liet zich, toen hij inzag dat hij zich in een uitzichtloze situatie bevond, door een slaaf doden.

Er vormden zich nu twee politieke facties, de optimates, die zich voor de belangen van de conservatieve nobilitas, meestal van patricische adel, inzetten en vooral een versterking van de macht van de senaat in de machtsstrijd van de Romeinse instellingen nastreefden, en de populares, die de belangen van het volk behartigden. Met de gebeurtenissen in de jaren 133/132 v.Chr. begon de periode van de Romeinse Burgeroorlogen, waaraan pas een honderd jaar later door de transformatie van de Romeinse Republiek in het Principaat een einde zou worden gemaakt.

Sulla bracht zijn jeugdjaren afzijdig van deze politieke conflicten door. Hij leidde een losbandig leven in de wereld van het theater en trok op met goochelaars en toneelspelers, die hij zijn hele leven als vrienden bleef beschouwen.Valerius Maximus, Dicta et facta memorabilia VI 9 § 6, Plutarchus, Sulla 1.2-7, 2.3, 6-8, Moralia 318c. Sulla stond bekend als driftig en hartstochtelijk van aard, vol moed en eerzucht. Zijn rivaal, Gnaius Papirius Carbo, zou hebben gezegd "dat hij tezelfdertijd had te strijden met een vos en een leeuw, die in de ziel van Sulla waren genesteld, doch dat hij van de vos het meest te lijden had", waarmee hij erop doelde dat Sulla's sluwheid zijn gevaarlijkste eigenschap was.Plutarchus, Sulla 28.3.

Naast zijn huwelijken met een zekere Ilia, die jong stierf maar hem weliswaar een dochter (Cornelia Sulla) schonk, en een zekere Aelia, van wie men slechts de naam weet, had Sulla een verhouding met de prostituee Nicopolis, die hem zelfs tot haar erfgenaam maakte.Plutarchus, Sulla 2.4, 6.11. Maar het was pas toen hij het vermogen van zijn stiefmoeder - die van hem zou hebben gehouden als was hij haar eigen zoon - erfde, dat Sulla over de middelen beschikte om aan een bij zijn stand passende politieke loopbaan (cursus honorum) te kunnen beginnen.Plutarchus, Sulla 2.4.

Begin van zijn carrière: quaestor onder Marius (107-104 v.Chr.) Sulla wist na een hevige kiesstrijd in 107 v.Chr. het ambt van quaestor te bemachtigen.Plutarchus, Sulla 3.1, Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilia VI 9 § 6. Hiermee bekleed, vergezelde hij Gaius Marius naar Libya om in diens staf te dienen tijdens de Oorlog tegen Jugurtha, die door het omkopen van senatoren lange tijd de Romeinen ervan had kunnen weerhouden echt tegen hem op te treden, en droeg mee bij tot de succesvolle beëindiging van deze oorlog.Sallustius, Bellum Iugurthinum 95-96, Velleius Paterculus, Historia Romana II 12.1, Livius, Periochae LXVI, Diodorus van Sicilië, Bibliotheca historica XXXIV 39, Valerius Maximus, Facta et dicta memorabilia VI 9 § 6, IX 2 § 1, Plutarchus, Marius 10.3, Sulla 3.1, Appianus, Numidica 4, Bellum Civile I 77, Eutropius, Breviarium ab urbe condita IV 27. Gearchiveerd op 28 september 2023. In het begin was hij wegens zijn vroegere losbandige levenswandel weinig bij Marius gezien. Hij werd weldra echter door hem om zijn wakkere ijver en bruikbaarheid geacht, terwijl hij zich door zijn vriendelijke en gezellige omgang de liefde en toegenegenheid van de soldaten verwierf.Sallustius, Bellum Iugurthinum 96.

Het conflict met Numidië, een Romeins vazalkoninkrijk, barstte na de dood van koning Micipsa in 118 v.Chr. los, toen tussen diens beide zonen Adherbal en Hiempsal I een troonstrijd uitbrak. Jugurtha, die als buitenechtelijke zoon in de troonopvolging het minste aanspraak maakte, zocht deze strijd tussen zijn halfbroers uit te buiten en de volledige macht in Numidië naar zich toe te trekken. Toen Jugurtha tegen Adherbal oorlog voerde en deze bij Cirta versloeg, werd hij tot vijand van Rome uitgeroepen, omdat er ook een groot aantal Romeinen en Italiërs bij deze aanval waren gedood. De kort daarop volgende verdragsonderhandelingen in Rome mislukten. In de nu besloten oorlog tegen Jugurtha kon Quintus Caecilius Metellus Numidicus weliswaar enige successen boeken, doch geen definitieve doorbraak forceren, omdat Jugurtha's snelle cavalerie zich steeds weer aan de strijd met de Romeinen wist te onttrekken. Ook was Jugurtha erin geslaagd om koning Bocchus van Mauretania aan zijn kant te krijgen.

450px|miniatuur|Sulla ontvangt Bocchus van Mauretania met de gevangen Jugartha - met achter de rug gebonden handen - achter zich (munt geslagen door Sulla’s zoon Faustus Cornelius Sulla, 56 v.Chr.).