De Slag bij Bouvines of Slag bij Bovingen vond op 27 juli 1214 plaats nabij het dorp Bouvines (Nederlands: Bovingen) dat tussen Rijsel en Doornik ligt. De plaats behoorde toentertijd tot het graafschap Vlaanderen, maar ligt nu in het Noorderdepartement van de regio Hauts-de-France.

In deze slag stonden een leger van de Franse koning Filips II Augustus en een Engels-Welfisch leger onder leiding van keizer Otto IV tegenover elkaar. De slag eindigde met de overwinning van Filips II.

Oorzaken Conflict tussen het Huis Capet en het Huis Plantagenet miniatuur|258x258px|Koning Filips II Augustus en koning Jan zonder Land bezegelen de fragiele vrede van Le Goulet (1200) met een kus (illustratie uit de Chroniques de Saint-Denis, 14e eeuw). Het conflict tussen de koning van Frankrijk en de koning van Engeland was minder een conflict tussen twee koninkrijken als wel tussen een leenheer en zijn vazal: de Franse koningen van het Huis Capet lagen namelijk in conflict met hun vazallen uit het Huis Plantagenet. De oorzaak hiervoor lag in de verzwakking van het koningschap van de Karolingen en de dynastieke machtswissel met de Capetingen van de 9e tot 10e eeuw. In deze periode viel het West-Frankische Rijk uiteen in een groot aantal leenvorstendommen, onder dewelke dat van de koningen als vorsten van de regio Île-de-France slechts een van velen waren. Hun positie als koning die boven de andere vorsten stond werd slechts door de feodale idee uitgedragen dat de koning aan de top van een leenpiramide stond en de vorsten als zijn leenmannen en vazallen aan hem onderhorig waren. In feite waren echter deze vorsten zo machtig dat ze de hoogste macht van de koningen hoogstens formeel erkenden en hun eigen politiek volgden, die soms ook tegen de koning zelf kon gericht zijn. Deze tegenstellingen werden nog verscherpt toen in 1066 Willem, de hertog van Normandië, zijn veroveringstocht naar Engeland ondernam en tot koning van Engeland werd gekroond. Het zo ontstane "Anglo-Normandische Rijk" stelde de verdere samenhang van het Franse leenverband voor de eerste maal echt in vraag, doordat met Normandië een van de grootste vorstendommen aan de greep van de Franse koning dreigde te ontglippen.

Deze tegenstelling nam in het midden van de 12e eeuw nog verder toe, toen met Hendrik II het uit Anjou afkomstige Huis Plantagenet het "Anglo-Normandische Rijk" overnam en door zijn huwelijk met Eleonora van Aquitanië - nota bene de ex-vrouw van de Franse koning - het hertogdom Aquitanië wist toe te voegen aan het zogenaamde "Angevijnse Rijk". De Plantagenets beheersten daarmee het hele westelijk en zuidwestelijk deel van Frankrijk en waren tezelfdertijd als koningen van Engeland opperheer van de Britse eilanden, zodat ze het Franse koningschap in hun schaduw dreigden te stellen. Koning Filips II van Frankrijk bood tegenstand aan deze ontwikkeling en probeerde de macht van de Plantagenets te breken door hun familieruzies in zijn voordeel uit te buiten. Tegenover zijn belangrijkste rivaal, Richard Leeuwenhart, moest hij altijd militair het onderspit delven totdat zijn onverwachts overlijden in 1199 het beslissende keerpunt teweegbracht. Richards jongere broer, Jan zonder Land, slaagde er niet in zijn gezag over zijn eigen vazallen te handhaven. Tegelijkertijd kon Filips II met het leenrechtelijke argumenten tegen hem optreden, nadat Jan zijnerzijds meermaals het Franse feodale recht met voeten had getreden (door zich niet te houden aan het in 1200 afgesloten verdrag van Le Goulet)., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 98. Op 28 april 1202 verklaarde koning Filips II hem door een gerechtelijk vonnis van al zijn gebieden in Frankrijk vervallen en zette dit besluit tot in 1204 om in militaire successen., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, pp. 98, 166, 191.

De macht van het Angevijnse Rijk leek gebroken en tegelijkertijd kon Filips II de uitbouw van het Franse koningschap tot enige wetgevende en uitvoerende macht in zijn koninkrijk uitbouwen. Deze ontwikkeling werd echter in de periode vlak voor de slag in 1214 plaatsvond nog eenmaal in vraag gesteld. miniatuur|Paltsgraaf Otto van Wittelsbach vermoordt Filips van Zwaben (miniatuur uit de Saksische Wereldkroniek, Noord-Duitsland, eerste kwart van de 14e eeuw, Berlijn, Staatsbibliothek zu Berlin, Ms. germ. fol. 129, fol. 117v).

Conflicten met de graven van Boulogne en Vlaanderen Daarnaast had koning Filips II van Frankrijk ook conflicten met twee andere van zijn vazallen: Reinoud van Dammartin, graaf van Boulogne, en Ferrand van Portugal, graaf van Vlaanderen.

De graaf van Boulogne Reinoud van Dammartin had in 1211 geweigerd voor het hof van Filips te verschijnen vanwege een geschil met bisschop Filips van Beauvais. Datzelfde jaar nam Filips II Mortain, Aumale en Dammartin in. Reinoud vluchtte naar het hof van de graaf van Bar en zou vervolgens de oversteek naar Engeland wagen., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 202. De graaf van Vlaanderen Ferrand van Portugal,echtgenoot van Johanna van Constantinopel, de gravin van Vlaanderen, wenste Ariën en Sint-Omaars, die hij op 25 februari 1212 aan koning Filips II van Frankrijk had verloren, terug te winnen.zie het Verdrag van Pont-à-Vendin

Hiermee dreef hij beide graven in het kamp van de Engelse koning Jan zonder Land, die beiden een verdrag afsloten met deze waarin ze verklaarden geen vrede te zullen sluiten met koning Filips II van Frankrijk of diens zoon Lodewijk zonder de goedkeuring van de Engelse koning.Rymer's Foedera, I, Den Haag, 17453, p. 50.

In april 1213 had koning Filips II besloten over te gaan tot een offensief tegen de door de paus in de ban gedane Jan zonder Land en riep op 8 april 1213 al zijn grote leenmannen bijeen te Soissons en droeg zijn zoon Lodewijk op een expeditie te leiden tegen Engeland. Hij ontving hiervoor de steun van al zijn vazallen, behalve die van Ferrand van Portugal die hiervoor Ariën en Sint-Omaars terug wilde., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 209.

Filips zocht daarom steun bij Hendrik I van Brabant die hij de hand van zijn dochter, Maria, schonk en aan wie hij zijn diensten als onderhandelaar tussen hem en de bisschop van Luik aanbood., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 210. Na enige tijd te hebben geaarzeld, koos paus Innocentius III daarentegen om Jan, die op het laatste moment (15 mei) zich naar de wil van de paus schikte en Engeland zelfs als pauselijk leen aanbood, te steunen: een vooral morele maar niettemin belangrijke steun.

De voorbereidingen voor het conflict zetten zich intussen voort: het aanvankelijk plan van Filips, die Engeland wenste binnen te vallen, viel door de steun van de paus aan Engeland in het water en toen zijn invasievloot eind mei 1213 bij Damme door de vijandige coalitie werd aangevallen en ten dele werd vernietigd, gaf Filips zijn oorlog over zee op., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 211. De daaropvolgende maanden vielen Filips en Lodewijk de graafschappen Boulogne en Vlaanderen verwoed aan. De steden in het noorden werden bijna allemaal geteisterd., The Government of Philip Augustus: Foundations of French Royal Power in the Middle Ages, Berkeley - Los Angeles - Oxford, 1986, p. 212.

Ferrand stak nu over naar Engeland waar hij in januari 1214 - net als Reinoud - tegenover Jan zonder Land leenhulde deed voor zijn Engelse lenen en daarmee volgens de koning van Frankrijk leenbreuk (en dus hoogverraad) beging.

Jan zonder Land zag in deze afvalligheid van de graven daarentegen een kans om door een offensief tegen Filips II zijn verloren gegane bezittingen op het vasteland terug te winnen. De Duitse troonstrijd miniatuur|Otto IV en paus Innocentius III ontmoeten elkaar terwijl de schepen van Frederik II in aankomst zijn (voorstelling uit de werkplaats van Diebold Lauber en heeft betrekking op de reis naar Rome van Otto IV in 1209). In de door de dubbelverkiezing van Filips van Zwaben en Otto van Brunswijk ontstane Duitse troonstrijd waren alle toonaangevende machten van West-Europa betrokken:

Jan zonder Land, uit het Huis Plantagenet, werd gezien als een bondgenoot van zijn neef Otto van Brunswijk, die tot de partij van de Welfen behoorde, en door wiens koningschap in Duitsland hij hoopte Frankrijk in een tang te kunnen nemen. Dit zorgde er op zijn beurt voor dat koning Filips II van Frankrijk een bondgenoot werd van Filips van Zwaben, behorende tot de partij van de Hohenstaufen, met wiens hulp hij aan deze tang hoopte te kunnen ontsnappen.Het alliantieverdrag dateert van 29 juni 1198. Zie: (ed.), Catalogue des actes de Philippe Auguste, Parijs, 1856, p. 127, nr. 535. De paus stond aanvankelijk aan de kant van de Welfen, maar koos na de moord op Filips van Zwaben en gevolgd door het verraad van Otto van Brunswijk voor het Franse kamp. De weg naar Bouvines Jan zonder Land kwam met keizer Otto IV een gecombineerde aanval op Frankrijk overeen, die het Capetingische koningschap definitief zou vernietigen: Hun oorspronkelijk plan voorzag in een aanval vanuit twee kanten:

In het voorjaar landde het leger van Jan zonder Land aan de kust van Saintonge, marcheerde door Poitou, veroverde het Bretoense Nantes en drong daarop verder door in Anjou. Hierdoor zou Filips van Parijs naar het zuidwesten worden weggelokt om het binnenrukken van Otto over het noordoosten (Vlaanderen) en de verovering van Parijs mogelijk te maken.

Filips ijlde inderdaad na Jans invasie hem in februari 1214 tegemoet. Otto's leger stond echter niet tijdig klaar: Filips kwam het bericht van Otto's dreigende invasie ter ore, waarop hij zijn leger onder de hoede van zijn zoon, prins Lodewijk, achterliet, keerde terug naar Parijs en organiseerde de oprichting van een tweede leger waarmee hij tegen de keizer wenste op te trekken.

Begin juli 1214 had Otto eindelijk zijn leger in de keizerpalts Aken samengetrokken en begon hij aan zijn mars naar Vlaanderen. Op 12 juli bereikte hij Nijvel, waar op 21 juli de contingenten van de graven van Vlaanderen en Boulogne alsook een Engels contingent onder leiding van William Longespée, de graaf van Salisbury, zich bij hem aansloten. Rond die tijd had Jan echter reeds op 2 juli 1214 bij Roche-aux-Moines een zware nederlaag tegen prins Lodewijk geleden en had hij zich in het zuiden teruggetrokken waarbij hem een verdere opmars werd verhinderd.

Op 23 juli was Filips II Augustus met zijn voorbereidingen voor de strijd klaar en vanuit Péronne aan zijn mars naar Vlaanderen begonnen. Op 25 juli stak hij de bij Bouvines gelegen brug over de Marque over en legerde op de rechteroever. Filips bevond zich hiermee reeds op vijandig gebied, want het merendeel van Vlaanderen steunde hun graaf in zijn conflict met de koning. Op 26 juli kon Filips na een korte strijd Doornik binnentrekken. Keizer Otto IV, die intussen Valenciennes had bereikt, begon daarop op het Franse leger te letten en bereikte op de morgen van 27 juli het slechts zes mijl ten zuiden van Doornik gelegen Mortagne. Filips wou direct tot de aanval overgaan, maar werd door zijn raadgevers tot een terugtocht naar Rijsel omgepraat, waardoor voor hen de weg naar het Franse kernland zou open blijven. miniatuur|Aangevoerd door hun koning marcheren de Franse ridders de vijand tegemoet (voorstelling uit de Chroniques de Saint-Denis, 14e eeuw).