thumb|250px|Oceanus Procellarum is de grote mare in het midden en linksbovenste gedeelte van deze foto. Rechtsboven is een andere grote mare te zien, de Mare Imbrium, onder is de kleine ronde Mare Humorum zichtbaar.
Oceanus Procellarum is de grootste van de maria op de Maan. De mare bevindt zich aan de westkant van de naar de Aarde toe gerichte zijde van de Maan.
Beschrijving Oceanus Procellarum heeft een oppervlakte van 4 miljoen km² en is van noord naar zuid zo'n 2500 km breed. Zoals alle maria werd de Oceanus Procellarum gevormd door vloedbasalten die een groot deel van het maanoppervlak bedekten met een gladde laag donkere gestolde lava. Anders dan de andere maria is de Oceanus Procellarum echter niet beperkt tot een duidelijk inslagbekken. Langs de randen liggen veel kleine "baaien" en "zeeën", waaronder de Mare Nubium en de Mare Humorum in het zuiden. In het noordoosten wordt de Oceanus Procellarum van de Mare Imbrium gescheiden door de Montes Carpatus. In het noorden ligt de "baai" Sinus Roris.
Naamgevingen William Gilbert De allereerste benaming voor dit gebied was afkomstig van William Gilbert die het Insula Longa Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 15 (Gilbert's Insula Longa) noemde. Pierre Gassendi Pierre Gassendi gaf er de benaming Eoum Mare Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 33 (Gassendi's Eoum Mare) aan. Michael van Langren Michael van Langren noemde dit gebied Oceanus Philippicus Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 198 (van Langren's Oceanus Philippicus). Johannes Hevelius Johannes Hevelius gaf aan het westelijk gedeelte van Oceanus Procellarum de benaming Mare Eoum Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 204 (Hevelius's Mare Eoum). Aan het noordwestelijke gedeelte gaf hij de benaming Paludes Orient Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 206 (Hevelius's Paludes Orient). Aan de zuidelijke en zuidwestelijke gedeelten ervan gaf hij respectievelijk de benamingen Mare Aegyptiacum Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 201 (Hevelius's Mare Aegyptiacum) en Mare Syrticum Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 208 (Hevelius's Mare Syrticum). Giovanni Battista Riccioli De door de Internationale Astronomische Unie (IAU) officieel erkende benaming Oceanus Procellarum is afkomstig van Giovanni Battista Riccioli Ewen A. Whitaker: Mapping and Naming the Moon, a history of lunar cartography and nomenclature, page 215 (Riccioli's Oceanus Procellarum). Deze benaming (Latijn voor oceaan der stormen) komt van het bijgeloof dat wanneer de mare zichtbaar werd tijdens het Laatste Kwartier er slecht weer op komst was.
Gassendi's benaming Mare Eoum (oostelijke zee, of zee van de dageraad) werd ook door Hevelius gebruikt.
Ruimtevaart De onbemande maanlanders Loena 9 en 13 (Sovjet-Unie), Surveyor 1 en 3 (Verenigde Staten) en Chang'e 5 (China)Chinese maansonde klaar met stenen verzamelen NOS.nl, 3 december 2020, geraadpleegd 3 december 2020 landden in de Oceanus Procellarum, net als de bemande Apollo 12 met aan boord de astronauten Charles Conrad, Jr. en Alan Bean.
Rümker E De komvormige krater Rümker E, ten zuiden van de heuvelachtige koepelformatie Mons Rümker in het noordelijk gedeelte van Oceanus Procellarum, toont op diens vloer een chaotisch ogende verzameling puin en rotsblokken, alsook een concentrisch systeem van breuklijnen en scheuren die aan gletsjerspleten of crevasses doen denken. Dit soort crevasses komt zeer veelvuldig voor op de maan, vooral op de bodems van relatief jonge inslagkraters zoals Aristarchus, Copernicus, en Tycho, en zijn sedert 2009 met behulp van de rond de maan draaiende Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) in detail gefotografeerd.
Lichtenberg In Oceanus Procellarum bevindt zich een zogenaamde haard van kortstondige verschijnselen van veranderlijke aard (Transient Lunar Phenomena, TLP). Deze haard liet menig maanwaarnemer in het verleden roodachtige vlekken zien in de buurt van de noordwestelijk gelegen krater Lichtenberg.
Lichtenberg B Het zuidwestelijk gedeelte van het gebied net buiten de rand van de relatief jonge komvormige krater Lichtenberg B ten oostnoordoosten van krater Lichtenberg toont duidelijke sporen van gestolde lava die zich in semi vloeibare toestand allerlei wegen heeft gebaand over de kraterrand. Verschillende radiaal gerichte langwerpige tongen van deze gestolde lava kunnen via de hogeresolutiefoto's, afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO), worden opgespoord en onderzocht. De bodem van deze krater toont een chaotisch ogende vloer vol rotsblokken en puin, alsook enkele vlakke gebiedjes.
Wood's Spot Ten noordwesten van Aristarchus in Oceanus Procellarum bevindt zich een gebied dat er tijdens en na Volle Maan enigszins gelig-groenachtig of mosterdkleurig uitziet. Dit is dan ook het meest gekleurde gebied op de maan. Dit gebied kreeg de naam Aristarchus plateau, alsook de bijnaam Wood's Spot omdat het gefotografeerd werd door de Amerikaanse onderzoeker in optica Robert W. Wood. Hij fotografeerde dit gedeelte van de maan doorheen een violet-filter en kon aldus bepalen in hoeverre het afweek van de normale kleurbalans van het maanoppervlak. Elke amateur astronoom of maanwaarnemer kan dit gekleurde gebied met gemak waarnemen. De beste periode om de opmerkelijke kleur ervan te zien te krijgen is tijdens en na Volle Maan, tot een dag of twee na Laatste Kwartiers Maan.
Gebied ten noordnoordwesten van Marius Het chaotisch ogend gebied ten noordnoordwesten van de krater Marius in het centrale gedeelte van Oceanus Procellarum wordt gedomineerd door ongeveer 300 koepelheuvels en vulkanische kegels, alsook allerlei U vormige heuvels, vreemdsoortige depressies, en kronkelig uitziende rillen.Charles A. Wood / Maurice J. S. Collins, 21st Century Atlas of the Moon (2012), pages 66-67, chart 27.
Rima Suess Een 200 km lange rille, Rima Suess, genoemd naar de zich in de nabijheid daarvan bevindende komvormige krater Suess, slingert zich een weg tussen de kraters Kepler en Reiner, ten zuidoosten van krater Marius. Deze rille vertoont tal van meanders en ook een groep hoefijzermeren. Rima Suess kan niet worden waargenomen met behulp van kleine amateurtelescopenAntonín Rükl, Atlas of the Moon, Chart 29 (pages 84-85)., maar vereist krachtige telescopen, een hoogstaande maan, en uitstekende seeing.Seeing is een Engelstalige term uit de amateurastronomie die aanduidt in hoeverre de luchtonrust in de aardse atmosfeer wel of niet afwezig is. Bij goede seeing zijn de omstandigheden gunstig en kunnen waarnemingen met telescopen worden verricht. De ochtendterminator (lokale zonsopkomst) moet zich ten westen van Rima Suess bevinden, teneinde de bedding van deze rille in voldoende schaduw te zetten om aldus het contrast beter zichtbaar te maken. Waarnemers op het noordelijk halfrond die de afnemende maansikkel in de ochtendhemel bestuderen, gedurende de late zomermaanden en vroege herfst, kunnen Rima Suess het best observeren als de avondterminator (lokale zonsondergang) zich ten oosten van deze rille bevindt.
Reiner gamma Ten westen van de krater Reiner in Oceanus Procellarum bevindt zich de formatie Reiner gamma, een wervelstruktuur die volgens Engelstalige maanwaarnemers goed lijkt op een mondharp. Deze formatie kreeg bijgevolg de bijnaam Jew's Harp. Wervelstrukturen zoals Reiner gamma komen voornamelijk op de achterzijde van de maan voor, in het bijzonder in Mare Ingenii. Ook in het gebied tussen de kraters Argelander en Delaunay op de naar de aarde toegekeerde kant van de maan, in de vlakte die op de Rand McNally maankaart de benaming Loró Basin heeft gekregen, is een wervelstruktuur te zien. Wervelstrukturen zijn het best waarneembaar tijdens volle maan, omdat de schaduwen van de kraterranden en de maanbergen tijdens deze maanfaze afwezig zijn.
Een minder opvallende wervelstruktuur met de vorm van de letter B bevindt zich in het zuidwestelijk gedeelte van Oceanus Procellarum, op 54° West / 7° Zuid.
Swirlette Een betrekkelijk klein wervelstruktuurtje bevindt zich ten oosten van de komvormige krater Lohrmann A en ten noorden van de eveneens komvormige krater Grimaldi C aan de westelijke rand van Oceanus Procellarum. Krachtige telescopen zijn vereist om dit wervelstruktuurtje alsnog te zien te krijgen. Dit object kreeg van de Amerikaanse maandeskundige en vulkanoloog Charles A. Wood de bijnaam Swirlette.
Hermann A Het interieur van Hermann A, een komvormige krater ten noordwesten van de grotere krater Hermann in Oceanus Procellarum, is een uniek verschijnsel op de maan. De binnenhellingen van Hermann A tonen een tweede en iets kleinere excentrisch geplaatste kraterrand. Deze tweede kraterrand verenigt zich met de grotere eigenlijke kraterrand aan het oostelijk gedeelte van Hermann A, en vertoont de grootste deviatie aan het westelijk gedeelte van de binnenhellingen, waardoor de tweede kraterrand in het geheel niet horizontaal geplaatst is. Krater Hermann A bevindt zich een halve graad ten noorden van de evenaar op de maan.
Naamloos heuvelbergje tussen Damoiseau E en Damoiseau G Op 56° 30' West / 4° Zuid, tussen de kraters Damoiseau E en Damoiseau G in het zuidwestelijk gedeelte van Oceanus Procellarum, bevindt zich een naamloos heuvelbergje, of eilandje, met diameter 2 kilometer. Dit heuvelbergje is een geschikt waarneem object om de capaciteit van de telescoop te testen. Tijdens de lokale zonsopkomst (ochtendterminator) vertoont dit heuvelbergje zich als een lichtpuntje omgeven door het donkere maanoppervlak. Op kaart 26 in de uit orbitale foto's bestaande 21st Century Atlas of the Moon (Wood / Collins), kan dit wit uitziend minuscuul klein heuvelbergje nog net opgespoord worden, met behulp van een vergrootglas.Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC) - Post 315: Boulder clusters on a ridge crest (Lillian Ostrach, 24 march 2011). Foto N°2 in Post 315 toont o.a. het heuvelbergje tussen Damoiseau E en Damoiseau G.
De hogeresolutiefoto's afkomstig van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) laten zien dat er op de noordelijke flank van dit heuvelbergje twee rotsblokken liggen met diameters rond de 20 meter.
Herigonius K De betrekkelijk kleine komvormige krater Herigonius K aan het grillig uitziend rillesysteem Rimae Herigonius, in het uiterste zuidoostelijke gedeelte van Oceanus Procellarum, ten noorden van Mare Humorum, toont aan diens noordelijke rand een donkere noordnoordoostwaarts wijzende langwerpige tong van gestolde uitgeworpen lava. Deze donkere langwerpige tong, of band, kan met behulp van krachtige telescopen vanop aarde worden waargenomen. De ware aard van deze donkere band is pas aan het licht gekomen tijdens het maken van de hogeresolutiefoto's van het maanoppervlak, met behulp van de rond de maan draaiende Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). De detailfoto's tonen op een bepaalde plaats in deze gestolde lavatong een verrassend vlak gebied waar zo goed als geen enkele struktuur of oneffenheid in te zien is. De randen van deze lavatong tonen duidelijk aan dat er ooit semi vloeibaar materiaal over het maanoppervlak heeft gestroomd.Lunar Reconnaissance Orbiter Camera (LROC) - Post 448: Herigonius K Impact Melt Flow (Drew Enns, 14 december 2011).
Literatuur en maanatlassen Mary Adela Blagg: Named Lunar Formations. T.W. Webb: Celestial Objects for Common Telescopes, Volume One: The Solar System (met beschrijvingen van telescopisch waarneembare oppervlaktedetails op de maan). Tj.E. De Vries: De Maan, onze trouwe wachter. Hugh Percy Wilkins, Patrick Moore: The Moon. A.J.M. Wanders: Op Ontdekking in het Maanland. Times Atlas of the Moon, edited by H.A.G. Lewis.