thumb|Schedel gevonden in Spy Dit artikel behandelt de geschiedenis van Wallonië. De geschiedenis van het 'Belgische Wallonië' wordt gekenmerkt door zijn Romaanse cultuurgeschiedenis, en door een vroege en spectaculaire industriële revolutie.

Inleiding Wallonië is een landstreek in een uithoek van de Romaanse wereld op de grens met Germaanse gebieden. Het gebied grenst dus aan het Nederlandstalige noorden, en het Duitstalige oosten. Tijdens de middeleeuwen hoorde Wallonië bij het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, en ontwikkelden zich verschillende feodale vorstendommen op het huidige grondgebied van Wallonië (zie de onderkop Feodale versnippering voor een lijst).

Deze gebieden werden verzameld in het Bourgondische rijk in de loop van de 15e eeuw (Zie hertogdom Bourgondië, Bourgondische tijd), in de Nederlanden, met uitzondering van het prinsbisdom Luik. Na de Tachtigjarige Oorlog behoorden zij tot de Zuidelijke Nederlanden, en achtereenvolgens worden zij overheerst door de Spaanse Habsburgers, de Oostenrijkse Habsburgers, worden gebieden veroverd door de Franse Zonnekoning, en wordt het op het einde van de 18e eeuw samen met het prinsbisdom Luik ingelijfd bij Frankrijk, waarbij het wordt ingedeeld in departementen en arrondissementen (zie ook Geschiedenis van België en Departementen van de Nederlanden).

De naam Wallonië (in Waals dialect Walonreye of Waloneye) werd (volgens gangbare geschiedschrijving) pas gebruikelijk rond het jaar 1840; binnen het Koninkrijk België kreeg het haar huidige betekenis als Romaans landsdeel.

Op het einde van de 18e eeuw en in de 19e eeuw maakt Wallonië al zeer vroeg een ontzagwekkende technologische en Industriële revolutie mee die de Samber- en Maasvallei zal transformeren.

Gedurende de staatshervormingen van 1970-1980 ontwikkelt zich een embryonaal Waals gewest met eigen bevoegdheden. In 1993 wordt Wallonië een grondwettelijk gedefinieerd gewest in het federale België met verregaande autonomie.

Etymologie en taal thumb|-- HET FRANSE TAALLANDSCHAP -- Verspreiding van talen en streektalen in Frankrijk, Wallonië en Franstalig Zwitserland

“Waals” zou komen uit de Germaanse talen, om iemand die niet Germaans sprak aan te duiden. Dit kan een aanpassing zijn van de naam "Gallus", Galliër of Kelt. Toen de Germanen (Franken) in de vierde eeuw in contact kwamen met de Gallo-Romeinen, spraken die geen Keltisch meer maar (volks)Latijn. Ze noemden zichzelf op Latijnse wijze "Gallus", dat toen reeds naar de Laat-Latijnse uitspraak "Gallo" was geëvolueerd. De Germanen spraken dat uit als "Wallo" en "Walha". De beginklanken "G" of "GU" werden in het Germaans "W" uitgesproken, en omgekeerd. Dit bemerken we bij een aantal leenwoorden in het Frans: het Germaans "Wilhelm" werd in het Frans "Guillaume", "weer"(oorlog) werd "guerre", "wesp" werd "guêpe", "wad" werd "gué". Reeds Voltaire vertelde in zijn "Encyclopédie" dat "Gallus" en "Walch" hetzelfde woord was. De Germanen gingen alle mensen die Latijn, Oud-Frans of Keltisch praatten "Walen" noemen. Vandaar de naam Wales, waar de bevolking een Keltische taal sprak en spreekt; die Welsche Schweiz, de Duitse benaming voor het Romaanse deel van Zwitserland; Walachije, het Roemeenstalige deel tegenover Zevenburgen, het vroeger grotendeels Duitstalige deel van wat nu Roemenië is.De verklaring van de germanist Van Veen luidt anders. De Germaanse term kan volgens hem op zich afkomstig zijn van de Romeinse term om een Keltische stam aan te duiden: Volcae. Waals was dus ook een aanduiding voor taal, en betekende min of meer “Romaans” (zie ook Oudfrans, aldus Van Veen, “Etymologische Woordenboek”, Van Dale, Utrecht Antwerpen, 1990 De geografische spreiding van Wales, Wallonië, Valois, Wallis, Wällisch, Walachije maakt de verklaring van Van Veen echter onwaarschijnlijk, want deze gebieden kwamen in contact met verschillende Germaanse stammen, die geen eenheid vormden. Het is dan ook moeilijk te begrijpen dat al die verschillende stammen, die geografisch ver uit elkaar woonden, allen de naam van de Volcae, waarmee de Franken in contact kwamen, hebben veralgemeend.

Het Waals en het Picardisch zijn de Romaanse dialecten die in de Waalse gebieden werden gesproken; in de gebieden ten zuiden van de taalgrens die het Germaanse taalgebied scheidt van het Romaanse taalgebied. Deze gebieden waren taalkundig dikwijls erg gemengd (Germaanse en Romaanse talen dooreen). De Romaanse dialecten van de langue d'Oïl kwamen voort uit een gevulgariseerd Latijn dat reeds tegen de achtste eeuw gedifferentieerd was.

Het prehistorische Wallonië Een kolenmijn in Bernissart is de tot nu toe belangrijkste vindplaats van overblijfselen van de iguanodon.

Al in 1829 werd in de grotten van Engis twee schedels en overblijfselen van skeletten van neanderthalers gevonden door Philippe-Charles Schmerling, 25 jaar voor de vondst in het Neanderthal. Ook in de Grot van Spy werden in 1886 overblijfselen van neanderthalers gevonden. In Spiennes bevinden zich vuursteenmijnen uit het neolithicum, die de grootste en vroegste concentratie van prehistorische mijnen in Europa vormen.

De Romeinse tijd In 51 v.C. wordt, volgens Julius Caesar, Belgica, na enkele serieuze opstanden, ingelijfd bij het Romeinse Rijk, hoewel echte Romeinse aanwezigheid pas veel later archeologisch merkbaar wordt. De bevolking, zeker in het zuiden langs de belangrijke wegen romaniseert en leert Latijn: het worden Gallo-Romeinen.

Wallonië in de middeleeuwen Doornik, hoofdstad van het vroege Frankenrijk In de vijfde eeuw wordt Wallonië door de Franken veroverd, en wordt in Doornik de Merovingische dynastie gesticht door Childerik I. In 486 verplaatste Clovis de hoofdstad naar Parijs, na de inlijving van het rijk van Syagrius. Doornik werd bij het vertrek van Clovis omgevormd tot bisschopszetel.

De kerstening De gebieden ten zuiden van de Rijn werden al sinds de 3de en 4de eeuw gekerstend. De belangrijkste kerkelijke centra in het noorden van het Romeinse Rijk waren toen Tongeren en Doornik. Belangrijke missionarissen uit die tijd waren Sint-Piat, reeds in de 3e eeuw werkzaam in Doornik en Sint-Servaas van Tongeren, die de heidenen in de Kempen en de Ardennen bekeerde in 4de eeuw. Na de Volksverhuizingen kwam er een tweede kersteningsgolf. Sint-Vaast, Sint-Eleutherius en vooral Sint-Eligius waren werkzaam vanuit Doornik (7de eeuw). Sint-Eligius kerstende de heidenen in Henegouwen, en Vlaanderen. Martelaar en heilige Lambertus was missionaris in het Luikse en werd er vermoord. Hierdoor droeg hij bij aan het ontstaan van de stad Luik, want de heilige Hubertus, bewonderaar van Lambertus, verplaatste de bisschopszetel van Maastricht naar Luik. De machtige abdijen van Lobbes (gesticht door de heilige Landilinus), Stavelot-Malmedy, Saint-Hubert en de dubbel abdij van Nijvel (Saint-Paul & Notre-Dame) speelden een belangrijke rol bij de economische en culturele ontwikkeling van deze gebieden (7de eeuw). Later werden nog vele nieuwe abdijen gesticht zoals te Gembloers (10de eeuw) en in Orval (12de eeuw).

Het Karolingische rijk thumb|Karel Martel De Merovingische dynastie van het Rijk der Franken had het bestuur overgelaten aan de hofmeiers. Maar de hofmeiers Karel Martel (te Herstal geboren, overwinnaar op de Arabieren) en Pepijn de Korte (overwinnaar van de Longobarden in Italië) waren zeer ambitieus en in 751 beëindigde Pepijn de Merovingische dynastie en werd hijzelf tot koning gekroond. Onder zijn zoon Karel de Grote werd het rijk sterk vergroot en kwam er een Karolingische renaissance. In 843 werd in het verdrag van Verdun het Karolingische Rijk verdeeld in drie delen: West-Francië, het rijk van Lotharius ofte Lotharingen of Midden-Francië, en Oost-Francië. West-Francië (later Frankrijk) en Oost-Francië (later Duitsland) zouden later het Middenrijk verdelen. In 870 werd beslist dat de Waalse gebieden als deel van Lotharingen tot het West-Frankische koninkrijk zouden behoren, maar al in 880, bij het verdrag van Ribemont, werden ze in het Duitse rijk ondergebracht.

Feodale versnippering De Frankische gebieden werden onderverdeeld in gouwen, met aan het hoofd een gouwgraaf. De gouwen die in het hedendaagse Wallonië lagen waren (waarschijnlijk) de Brabantgouw, de Haspengouw, de Luikgouw, de Ardennengouw, de Doornikgouw, de Henegouw, de Methingouw en de Lommegouw. Graven werden benoemd door de Frankische koning/keizer, om hem in de gouw te vertegenwoordigen; als er een overleed of uit zijn ambt ontheven werd voor misdraging, kwam het gebied terug in handen van de heer, die een nieuwe graaf aanstelde.

Dit stelsel kwam in verval na de deling van het Frankische rijk, waarop het ambt erfelijk werd en halverwege de 9e eeuw grafelijke dynastieën ontstonden. De gouwen verdwenen en door deling en samenvoeging door middel van aankoop, huwelijk en oorlog ontstond een groep sterke, half-zelfstandige gewesten in Wallonië, namelijk: het zuidelijk deel van het prinsbisdom Luik het westelijk deel van het hertogdom Luxemburg, waaronder het graafschap Chiny het graafschap Namen het graafschap Henegouwen, waaronder de mark Valencijn, het graafschap Bergen en het graafschap Chièvres het abdijvorstendom Stavelot-Malmedy het hertogdom Bouillon het zuidelijkste deel van het hertogdom Brabant; het hertogdom Limburg.

De ontwikkeling van een ijzerindustrie Wallonië, door de aanwezigheid van metalen aan de voet van de Ardennen, was reeds in de Romeinse tijd een centrum van ijzerindustrie, maar in de middeleeuwen werd de Waalse methode van ijzersmeden ontwikkeld. Nadat het ijzer uit de smelting uit de hoogovens was gewonnen, was het meestal nog niet zuiver, in de Waalse smederijen werd het meest zuivere ijzer geproduceerd. Deze technologie verspreidde zich naar Frankrijk en Engeland, dikwijls onder leiding van Waalse smeden.

Wallonië in de vroegmoderne tijd Bourgondische Rijk Uit de veelheid van kleine vorstendommen, door een uitgekiende huwelijkspolitiek en door verovering, verzamelden de hertogen van Bourgondië de Nederlanden. Filips de Stoute erfde, door met Margaretha van Male te trouwen, Nevers, Vlaanderen, Artesië en Bourgondië. Het Bourgondische territorium werd uitgebreid met Namen (1421), hertogdom Brabant en Limburg (1430), het graafschap Henegouwen, Holland en Zeeland (1432), Luxemburg (1441) en Gelre (1473). In 1441 werd de eerste Staten-Generaal samengeroepen, met vertegenwoordigers uit Brabant, Vlaanderen, Rijsel, Dowaai, Orchies, Artesië, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Mechelen en Boulogne.

Renaissance en humanisme Protestantisme In de 16e eeuw komt het calvinisme uit Frankrijk overgewaaid naar de Nederlanden. De eerste calvinistische geloofsbelijdenissen worden in het Frans geschreven, en later in het “Vlaams” vertaald. De eerste nationale synodes (1571 & 1578) waren tweetalig: de Waalse bijdragen waren van grote waarde. Maar het ging de protestanten niet voor de wind in Wallonië: De hertog van Alva zuiverde het land, en de katholieke adel en geestelijkheid behielden hun macht in de Waalse gebieden, de Waalse Hervormde Kerken moesten vluchten naar het Noorden: te Middelburg wordt de eerste gevestigd in 1574, in 1578 te Amsterdam en in 1585, na de val van Antwerpen, zullen nog vele Waalse kerken volgen: in totaal zullen 43 kerken deelnemen aan die eerste uittocht. Na de herroeping van het Edict van Nantes (1685) zullen zich nog tienduizenden Franse hugenoten aansluiten bij de Waalse gereformeerde kerken. Zij maken deel uit van de tweede golf van vluchtelingen. Vele Walen zullen ook vluchten naar de Nieuwe Wereld, en een belangrijke bijdrage leveren aan de stichting van de kolonie Nova Belgica of Nieuw-Nederland.

De Unie van Atrecht