Het wereldkampioenschap rally, internationaal bekend als het FIA World Rally Championship, is een jaarlijks kampioenschap in de rallysport, georganiseerd door de overkoepelende Fédération Internationale de l'Automobile (FIA), dat zich afspeelt op vijf verschillende continenten. In dit kampioenschap strijden de beste rallyrijders van de wereld met elkaar om de wereldtitel. Er bestaat een kampioenschap voor rijders en een voor constructeurs. Beide zijn aparte kampioenschappen, maar maken gebruik van hetzelfde puntensysteem. Het huidige seizoen omvat 13 driedaagse evenementen, die verreden worden op asfalt, gravel of sneeuw en ijs. Elke rally bestaat uit pakweg 15 tot 25 klassementsproeven waarin tegen de klok wordt gestreden op gesloten wegen. De commerciële rechten liggen in handen van de International Sportsworld Communicators, die dagelijkse hoogtepunten van een rally in 186 landen uitzendt.
Het WK rally komt voort uit andere populaire series uit de rallysport, met name het Europees kampioenschap rally en het Internationaal kampioenschap voor constructeurs, en werd voor het eerst gehouden in 1973. De huidige categorie in het kampioenschap is de World Rally Car, die voortkwam uit Groep A, die op zijn beurt weer Groep B verving nadat die klasse een competitieverbod kreeg opgelegd. De huidige World Rally Cars zijn gebaseerd op 1.6-liter-4-cilinderproductieauto's, maar maken gebruik van een turbo, ALS, vierwielaandrijving, een sequentiële versnellingsbak en aerodynamische hulpmiddelen.
De huidige serie ondersteunt ook drie aparte kampioenschappen, internationaal bekend als het WRC-2 voor Groep R5 en Super 2000's, het WRC-3 voor Groep R3's en het Junior World Rally Championship voor Groep R2-auto's. Alle drie de kampioenschappen kennen aparte reglementen tegenover de World Rally Cars.
Geschiedenis Seizoen '73 '74 '75 '76 '77 '78 '79 '80 '81 '82 '83 '84 '85 '86 '87 '88 '89 '90 '91 '92 '93 '94 '95 '96 '97 '98 '99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14 '15 '16 '17 '18 '19 '20 '21 '22 '23 '24 Groep Groep 4 Groep B Groep A World Rally Car (2.0L) World Rally Car (1.6L) Rally1 (1.6L + 100 kW) Rally1 (1.6L)
1973-1981: beginjaren links|thumb|De combinatie Alpine-Renault waren de eerste winnaars van de wereldtitel bij de constructeurs in 1973; hier actief met rijder Jean-Luc Thérier tijdens de Rally van San Remo in 1973 Het wereldkampioenschap rally kende zijn oorsprong in gevestigde rallyevenementen, waarvan er negen onderdeel waren van het internationaal kampioenschap voor constructeurs dat van 1970 tot en met 1972 werd georganiseerd. De overkoepelende automobielorganisatie FIA besloot vervolgens het om te zetten tot een wereldkampioenschap. Het seizoen 1973 was het inaugurele jaar van het WK rally en startte in januari in Monte Carlo, in een seizoen dat in totaal 13 ronden telde. Het kampioenschap stond op dat moment nog enkel open voor constructeurs, waarin auto's in de klasse Groep 1 tot en met 4 actief waren.
thumb|De Lancia Stratos HF wordt gezien als de eerste auto die puur bedoeld was voor de rallysport; deze hielp Lancia daarnaast aan drie wereldtitels De Franse combinatie Alpine-Renault won met hun Alpine A110 de eerste constructeurstitel in het kampioenschap, zij behaalde maar liefst zes overwinningen dat seizoen. In het seizoen 1974, dat werd geteisterd door de wereldwijde oliecrisis (onder meer met het annuleren van verschillende rally's), werd de Lancia Stratos geïntroduceerd in het kampioenschap, een auto die weinig marktwaarde had, maar in plaats daarvan puur bedoeld was voor competitieve deelname aan de rallysport. De auto was revolutionair en hielp Lancia aan drie opeenvolgende wereldtitels bij de constructeurs, ondanks de toenemende concurrentie van Ford en moederbedrijf Fiat. In 1977 werd de FIA Cup for Drivers geïntroduceerd; een prestigieuze prijs uitgereikt door de FIA aan de individuele rijder die de meeste punten scoorde in een selectie van aangewezen rally's (waaronder rally's die deel uitmaakten van de WK-kalender). Sandro Munari won de prijs in het eerste jaar, terwijl Markku Alén deze in ontvangst nam in 1978. Fiat greep in deze beide jaren naar de titel bij de constructeurs. Fiat had inmiddels met de Fiat 131 Abarth de machtspositie overgenomen van Lancia. In het seizoen 1979 werd de FIA Cup for Drivers aan de kant gezet voor een officieel rijderskampioenschap, naast het bestaande kampioenschap bij de constructeurs. Fordrijder Björn Waldegård werd dat jaar de eerste rijder die gekroond werd met een officiële wereldtitel, terwijl de constructeurstitel tevens op naam kwam van Ford, waarna Fiat de verloren titel teruggreep in 1980 en ook met een van zijn rijders, Walter Röhrl, wereldkampioen werd. Het seizoen 1981 zag opmerkelijke winnaars; het relatief kleine Talbot won het constructeurskampioenschap en Ari Vatanen greep als privérijder in een Ford Escort RS1800 de titel bij de rijders, aangezien Ford op dat moment zijn activiteiten als officieel fabrieksteam had gestaakt.
Naast een complete herziening van de reglementen, legaliseerde de FIA in 1979 vierwielaandrijving in het kampioenschap, een technologie die in de jaren erna een enorme impact zou krijgen op de sport.
1982-1986: Groep B
thumb|De originele Audi quattro uit 1980 initieerde de opmars van de nieuwe Groep B klasse thumb|Groep B zorgde voor verschillende interpretaties tussen de constructeurs, zoals de Lancia Rally 037 die technologisch in contrast stond met diens opponent, de Audi quattro De vroege jaren tachtig in het WK rally kenmerkten zich door een verschuiving binnen de gevestigde orde. Het tot dan toe voor de rallysport onbekende Audi ging in op de goedkeuring van vierwielaandrijving en introduceerde in 1980 de revolutionaire Audi quattro, waarna het competitieve debuut in het WK vervolgens in 1981 plaatsvond. Op dat moment regeerde de grotendeels achterwielaangedreven Groep 2- en 4-auto's nog het kampioenschap, en hoewel de quattro toen nog officieel werd geklasseerd als Groep 4-auto, bezat hij al vele technologieën die onderdeel waren van de toekomstige Groep B-klasse, die samen met Groep A en Groep N in 1982 werd geïntroduceerd (de FIA ging dus over naar een alfabetische indeling van de verschillende klassen). De prominente klasse werd Groep B, waarin de constructeurs van grote vrijheid genoten qua technische input, en er dus verschillende interpretaties van de reglementen aan het licht kwamen. De quattro, die door de concurrentie in eerste instantie met veel scepsis werd ontvangen, onder meer door de complexiteit van de technologie, had zich inmiddels bewezen met meerdere overwinningen en een uiteindelijke constructeurstitel in 1982. Hoewel ze dat jaar ook dicht bij de rijderstitel kwamen, was het Walter Röhrl die in een nog conventionele Opel Ascona 400 naar zijn tweede WK-titel greep en daarmee de eerste in zijn soort was.
In het seizoen 1983 werden Groep B, A en N officieel de vervangers van de eerdere genummerde klassen, die dan ook niet meer gerechtigd waren om punten te scoren voor het kampioenschap. Audi was inmiddels een gevestigde naam en het te kloppen team in het kampioenschap, terwijl Fiat zijn taken had overgebracht aan Lancia, die met de Lancia Rally 037 voor een compleet andere interpretatie was gegaan voor zijn Groep B-auto (zo genoot deze auto onder meer nog van achterwielaandrijving), maar een grote concurrent bleek van Audi. De machtsstrijd werd uiteindelijk verdeeld, met Lancia die voornamelijk door de betere betrouwbaarheid van het materiaal aan de haal gingen met de constructeurstitel, terwijl Hannu Mikkola, die vanaf begin af aan betrokken was bij het Audiproject, de rijderstitel op zijn naam schreef. In 1984 bleek het Audi collectief te sterk, en greep het voor het eerst de dubbel, met de rijderstitel die dit keer op naam kwam van Stig Blomqvist. Desondanks werd Audi dat jaar wel opgeschrikt door de intrede van Peugeot, het team onder leiding van Jean Todt, die halverwege het seizoen de innovatieve Peugeot 205 Turbo 16 introduceerde in het kampioenschap. Wederom was hiermee sprake van een contrasterende interpretatie van de Groep B-regels – hoewel ook vierwielaangedreven, de plaatsing van de motor, het lichtgewicht en de aandrijflijn opvallende details waren in het ontwerp. Met Ari Vatanen achter het stuur won de auto in zijn debuutjaar meteen drie WK-rally's. Nadien rees de interesse van de constructeurs en werd de interpretatie van Peugeot beschouwd als een nieuwe wending binnen de klasse. Peugeot wist de goede lijn door te trekken in 1985, toen het met Timo Salonen naar een dominante rijderstitel greep en het tevens kampioen werd bij de constructeurs. De razendsnelle ontwikkeling die de Groep B-klasse meemaakte, de auto's werden namelijk steeds krachtiger, sneller en veranderden ook in uiterlijk vertoon, begon ook zijn vragen op te roepen omwille van de wat lakse veiligheidsaspecten die boven water kwamen. Lanciarijder Attilio Bettega overleed in een onverklaarbaar ongeluk in Corsica 1985 en Ari Vatanen ontsnapte ternauwernood aan een fatale afloop na een ongeluk op hoge snelheid in Argentinië, datzelfde jaar.
225px|links|thumb|Line-up van auto's in de hoogdagen van Groep B, hier in Monte Carlo in 1986 Het seizoen 1986 zag de interesse van de constructeurs en de publieke aandacht een hoogtepunt bereiken, waar het ongeveer steeg tot een niveau van Formule 1-populariteit. Naast een aantal nieuwkomers, zag het ook de terugkeer van Ford als fabrieksteam, allen waarbij vierwielaandrijving en de vele aerodynamische hulpmiddelen inmiddels een norm waren. Het gebrek aan controle van de FIA kwam echter aan het licht tijdens de WK-ronde in Portugal, waarbij het massale toeschouwersaantal voor grote problemen zorgde en wat uiteindelijk uitmondde in een dramatische afloop door een ongeluk van Fordrijder Joaquim Santos, waarbij vier toeschouwers (drie ter plekke) om het leven kwamen en daarnaast tientallen gewonden vielen. De rijders legden de schuld bij de organisatoren van de rally, die te weinig deden aan het bedwingen van de toeschouwers, en indirect ook de FIA, die op haar beurt te weinig verantwoording gaf aan de organisatoren aangaande de veiligheidsaspecten. De FIA draaide het echter enigszins om, en gaf een groot deel van de schuld aan de hoge snelheden die de Groep B-auto's inmiddels bereikten. Slechts een paar maanden later, in Corsica, verongelukten Henri Toivonen en zijn navigator Sergio Cresto dodelijk in hun Lancia Delta S4, nadat ze na een gemiste linkse bocht van de weg raakten en een afgrond in vielen, en de auto bij stilstand prompt explodeerde. Dit rees de vraag of constructeurs niet te ver waren gegaan in hoever prestaties boven veiligheid werden gesteld, terwijl de FIA tot abruptere conclusies kwam, en in een mededeling van president Jean-Marie Balestre slechts enkele uren na het ongeluk aankondigde dat de Groep B-klasse een competitieverbod kreeg opgelegd, ingaand vanaf het seizoen 1987. Los van de tragedies, werd de rijderstitel in eerste instantie gewonnen door Lancia's Markku Alén, totdat de resultaten van de controversiële WK-ronde in San Remo door de FIA werden geannuleerd en Peugeot-rijder Juha Kankkunen de titel kreeg, terwijl Peugeot ook voor de tweede keer opeenvolgend de constructeurstitel greep, al waarna zij het kampioenschap verlieten.
1987-1996: Groep A 225px|thumb|De eerste versie van de succesvolle Groep A Lancia Delta: De HF 4WD uit 1987