Paco de Lucía, artiestennaam van Francisco Sánchez Gómez (Algeciras, 21 december 1947 – Playa del Carmen, Mexico, 25 februari 2014), was een Spaans gitarist en componist van flamencomuziek.

Algemeen Paco de Lucía werd beschouwd als een technisch zeer begaafd flamencogitarist (tocaor of tocador). De door hem, aanvankelijk in samenwerking met flamencozanger (cantaor) Camarón de la Isla, ontwikkelde flamencostijl wordt ook wel Flamenco Nuevo genoemd. Daarnaast was hij een van de weinige flamencogitaristen die zich succesvol waagden aan andere muzikale stijlen, zoals klassieke muziek (bijvoorbeeld Concierto de Aranjuez van Joaquín Rodrigo), jazzmuziek en fusion.

Paco de Lucía werd vele keren gelauwerd met belangrijke prijzen, waaronder El Premio Nacional de Guitarra de Arte Flamenco (1968), La Medalla de Oro al Mérito de las Bellas Artes (1992) en El Premio de Honor de la Academia de las Artes y las Ciencias de la Música (2002). In 2004 werd hij onderscheiden met El Premio Príncipe de Asturias de las Artes en met een Latin Grammy Award in de categorie Beste Flamenco-album. Hij ontving eredoctoraten van de Spaanse Universiteit van Cádiz (maart 2007) en van het Berklee College of Music in Boston, V.S. (mei 2010).

Biografie Paco en Pepe Paco is een in Spanje erg veel voorkomende koosnaam voor jongens (en mannen) die de populaire naam Francisco dragen. De naam José wordt in het Spaans vaak liefkozend veranderd in Pepe. In de Spaanse barrios (volkswijken) lopen vele jongetjes met de naam ‘Paco’ en ‘Pepe’ rond. Om hen uit elkaar te houden, plakt men er de naam van het kind zijn moeder aan vast: Paco, (el) de Lucía, Pepe, (el) de Lucía: Paco (hij) van Lucía, Pepe (hij) van Lucía. Andere veel voorkomende voorbeelden zijn het gebruik van niño (kind, jongetje, jochie) of niña (kind, meisje). Voorbeelden: La Niña de Pastora (kind van Pastora) en Manuel Serrapi; El Niño de Ricardo: jochie van Ricardo (in dit geval vaders achternaam, en dus ook de zijne). Francisco Sánchez Gómez (Paco de Lucía) werd op 21 december 1947 geboren in Algeciras in de Spaanse provincie Cádiz als jongste van vijf kinderen. Zijn vader was de flamencogitarist Antonio Pecino Sánchez (Algeciras 1908 - Madrid 1994) met artiestennaam Antonio de Algeciras. Zijn moeder was Luzía Gómez, een Portugese immigrante die begin jaren 30 naar Algeciras kwam. Ook twee van zijn broers zijn bekende flamencocoryfeeën: broer José (Algeciras 1945) is de cantaor (flamencozanger) Pepe de Lucía, zijn tien jaar oudere broer Ramón (Algeciras 1938 - Madrid 2009) was de flamencogitarist Ramón de Algeciras.

De familie Sánchez woonde in Algeciras in de barrio mestizo de La Bajadilla, waar arme Spanjaarden en gitanos (zigeuners) naast elkaar woonden en samen de strijd om te overleven voerden.

Rond zijn 5e jaar begon de kleine Francisco met gitaarspelen. Zijn vader gaf zijn meer dan tien jaar oudere broer Ramón flamencogitaarles. De kleine Paco zat erbij, begreep niet dat zijn grote broer het allemaal zo moeilijk vond. Bang dat Ramón boos op hem zou zijn, speelde Paco na de les heimelijk op de gitaar van zijn broer na wat zijn vader eerder aan zijn broer voorspeelde. La Busqueda, Curro Sánchez (zoon PdL uit 1e huwelijk) 2015 Zijn vader en zijn broer waren beide bewonderaars van El Niño de Ricardo (Antonio Serrapi). De Ricardo was dus aanvankelijk ook het voorbeeld van Paco. Hij bestudeerde dan ook tot zijn twaalfde jaar elke falseta (gitaarsolo) van Ricardo. Ook Sabicas, met wie hij in 1989 in New York een concert gaf, had een zeer belangrijke invloed. New York Times review : Review/Music; A Night of Flamenco Guitar, With Sabicas and Friends | https://www.nytimes.com/1989/06/07/arts/review-music-a-night-of-flamenco-guitar-with-sabicas-and-friends.html (check: 2022-02-07 )

Eerste optredens In 1958, elf jaar oud, maakte Paco zijn eerste officiële publieke optreden voor Radio Algeciras. Een jaar later begeleidde hij zijn zingende broer Pepe (als: Los Chiquitos de Algeciras) en ontving hij El Premío Especial del Jurado (de speciale jury prijs) in de Concurso Certamen Flamenco de Jerez (Flamencocompetitie van Jerez).

Veertien jaar oud (1961), bleek Paco nog te jong om mee te dingen naar de algemene prijs van La Catedra de Flamencologia in Jerez. Zijn optreden bleek dermate overrompelend dat hij een speciale prijs ontving: El Premio Internacional de Acompanamiento.

In 1961 werd hij door de bailaor (danser) José Greco meegevraagd op tournee door Amerika. Hier ontmoette hij een persoonlijke held, een van de grote flamencogitaristen tot dan: Sabicas. Deze was dermate onder de indruk van het jeugdige talent dat hij hem aanmoedigde veel aandacht te schenken aan het ontwikkelen van een eigen stijl.

Eerste plaatopnamen Na zijn ontmoeting met de Madrileense gitarist Ricardo Modrego (1964) werden gezamenlijk drie elpees opgenomen: Dos guitarras flamencas, Dos guitarras flamencas en stereo en Doce canciones de Federico García Lorca para guitarra.

Hierna begon De Lucía met oudere broer Ramón onder de naam ‘Los Chiquitos de Algeciras’ te toeren, zangers en dansers begeleidend zoals hij altijd had gedaan. Er zijn plaatopnamen en billboards bekend waaruit blijkt dat De Lucía zich in die tijd tijdens solo-optredens Paco de Algeciras noemde.

Vrij snel hierna nam hij zijn definitieve artiestennaam aan: Paco de Lucía, als eerbetoon aan zijn Moeder Luzía Gomez. In dezelfde periode deed zijn broer Pepe hetzelfde.

In zijn aanvangsperiode trad hij met veel cantaores op, zoals (El) Pericón de Cádiz (vooral in de omgeving van deze laatste zijn geboorteplaats) en Antonio Mairena (in La Unión, 1974). Zijn vader, inmiddels producer, liet hem een uitgebreide stoet van cantaores begeleiden tijdens plaatopnamen, van Fosforito tot El Sevillano, El Lebrijano en vele anderen. Zo ontmoette hij ook Camarón.

Camarón de la Isla miniatuur|Paco de Lucía y Camarón de la Isla Na 1968 ontstond er een uiterst vruchtbare samenwerking met de gitano (zigeuner) cantaor Camarón de la Isla. Deze samenwerking werd door vader Antonio Sánchez geïnstigeerd en stond aanvankelijk onder zijn supervisie. Hun latere werk, een mix van populair hedendaagse en traditionele stijlen, bleek het begin van Paco's controversiële en succesvolle carrière. Bekend met alle technische facetten van het vak, begon De Lucía akkoorden, akkoordsequenties en muzikale toonladders te gebruiken die gewoonlijk werden geassocieerd met jazz. "Het gevoel van flamenco en dat van jazz lijkt erg op elkaar," legde hij ooit uit. "Het verschil is dat flamenco uiteindelijk veel meer anarchistisch is." Paco en Camarón namen samen tien elpees op, die door aficionados (flamencotoegewijden) algemeen worden gezien als meesterwerken. Vooral de laatste opnamen bleken bol te staan van vernieuwing. Na 1977 nam de intensiteit van hun samenwerking af, mede door het druggebruik van Camarón. Bovendien keek De Lucía verder dan het Spaanse land.

Definitieve internationale doorbraak In 1973 nam de Lucia "Entre Dos Aguas" op, een rumba met ook basgitaarbegeleiding, die verscheen op zijn elpee Fuente y Caudal.Miguel Jurado, 'Prólogo' in: La percusión en el Flamenco, Nan Mercier; MD Ediciones, Barcelona, 2000 , "Entre Dos Aguas", op. Dit was nooit eerder in de historie van de flamenco gedaan. De single, die in 1974 naast het gelijknamige album werd uitgebracht, verkocht onmiddellijk en stond in de Top 20, waarmee Paco's status als internationale superstar werd gevestigd. Flamencopuristen waren woedend, beschouwden de single als een bastaard in hun muziek. De Lucía verdedigde zijn concept met de verklaring dat hij altijd trouw zou blijven aan de traditionele vormen van de flamenco, maar dat er plaats moest zijn voor ontwikkeling. “Ik groeide op in een flamenco-omgeving, het enige wat ik voel is flamenco, en daarmee wil ik zorgeloos kunnen spelen.”

Einde van de jaren zeventig & de jaren tachtig In 1977 nam hij met de Amerikaanse fusiongitarist Al Di Meola één nummer op, Mediterranean Sundance, een rumba, voor het album Elegant Gypsy. Weer een verkenning van de grenzen van zijn flamenco. Ook nu weer bleken de flamencotraditionalisten diep geschokt over het nummer. Di Meola nam het voor zijn kompaan op door te stellen dat hij het flamenco-idioom niet verliet, maar zo de muzikale grenzen van het genre aan het uitbreiden was. Voor een emotionele muzikant als De Lucía, die alles op zijn gehoor en zijn gevoel speelde (hij las geen muzieknotatie), die experimentele invloeden als van Jimi Hendrix heeft onderzocht, moet het nagenoeg onmogelijk zijn om zich te ontwikkelen en toch trouw aan het verleden te blijven. De Lucía zegt hierover dan ook dat hij niet alles kan doen met flamenco wat hij zou willen, want dan zou zijn flamenco zijn identiteit verliezen. Wat de traditionalisten ook zeggen, De Lucía smeedde een verfrissende nieuwe stijl, de Flamenco Nuevo, die uiterst welkom bij zijn publiek bleek. In de loop der jaren werd het thema van Mediterranean Sundance toch steeds meer terug gebogen naar een minder jazzy flamenco. Van 1977 tot 1981 won Paco de “Guitar Player Readers' Poll Award for Best Flamenco Guitarist”- vier jaar op rij!

The Guitar Trio In 1979 vormden De Lucía, John McLaughlin en Larry Coryell The Guitar Trio (Het Gitaartrio). Ze maakten gezamenlijk een korte tournee door Europa, waarvan de video Meeting of Spirits uitkwam. Nadat Coryell in 1981 was vervangen door Al Di Meola, nam het trio drie albums in deze bezetting op: Friday Night in San Francisco (1981), Passion, grace and fire (1983) en The guitar trio (1996). Van zijn eigen band, het Paco de Lucía Sextet (samen met onder meer zijn broers Ramón en Pepe) zag het eerste van drie albums in datzelfde jaar (1981) het daglicht.

Jaren negentig tot 2014 Sinds het laatste decennium van de vorige eeuw werd zijn muziek in steeds wijdere kring geaccepteerd. Steeds meer flamencogitaristen worden door de spelstijl van Paco de Lucía beïnvloed. Hij nam sinds 1990 zo’n 27 albums op, zowel soloalbums als albums ten dienste van derden.

Sinds het begin van zijn carrière werd De Lucía vele malen gelauwerd met belangrijke prijzen. De laatste jaren waren dat El Premio Nacional de Guitarra de Arte FlamencoI (Nationale Gitaaronderscheiding voor de Flamencokunst), de Medalla de Oro al Mérito de las Bellas Artes (1992; de Gouden Medaille van Verdiensten voor de Schone Kunsten) en la Distinción Honorífica de los Premios de la Musica (2002 de Hoogste Prijs voor Buitengewone Verdiensten **) in de Muziek). In 2004 werd hij onderscheiden met El Premio Príncipe de Asturias de las Artes (de Grote Prijs van Asturías voor de Kunsten). In 2014 wint hij een Latin Grammy voor het album Canción andaluza.

Overlijden Paco de Lucia raakte tijdens zijn vakantie en in het bijzijn van zijn familie, onwel op een strand nabij Tulum, Mexico. Hij overleed onderweg naar het ziekenhuis.

Invloeden op en karakteristiek van de muziek van Paco de Lucía Tussen zijn vijfde en twaalfde jaar kreeg Paco ‘les’ van zijn vader en zijn oudere broer Ramón. Deze herinnert zich: “Ik was zijn leraar, maar ik was bij lange na niet de enige invloed die hij onderging: Paco had van meet af aan een bijna niet te geloven groots talent…”

Paco’s grootste beïnvloeding was primair afkomstig van twee scholen: de eerste was die van Niño Ricardo. Ricardo was een van de meest karakteristieke flamencogitaristen in zijn tijd en feitelijk een directe voorganger van Paco de Lucía. De jonge Paco heeft tot aan zijn twaalfde jaar alle muziek, falsetas en compáses door Ricardo opgenomen, grondig bestudeerd.