Hubertus Gerardus Josephus Henricus (Huub) Oosterhuis (Amsterdam, 1 november 1933 – aldaar, 9 april 2023) was een Nederlandse theoloog, dichter, uit de kloosterorde verwijderde jezuïet en uitgetreden priester. Rebellischer Jesuit und kritischer Theologe: Huub Oosterhuis ist tot, Katholisches Medienzentrum, 10 april 2023. Gearchiveerd op 15 april 2023.In memoriam Huub Oosterhuis, Arsacal, weblog mgr. dr. Jan W.M. Hendriks, 9 april 2023I.M.1933-2023; Huub Oosterhuis, invloedrijk vernieuwer én buitenstaander tegen wil en dank, Trouw, 10 april 2023. Gearchiveerd op 10 april 2023. Zijn naam is verbonden aan de modernistische (vernieuwingsgezinde) tendensen binnen de Nederlandse kerkprovincie na het Tweede Vaticaans Concilie en de daarmee gepaard gaande polarisatie tussen progressieve en behoudende gelovigen. Hij publiceerde een groot aantal liederen en gedichten en beïnvloedde de modernistische denkbeelden over liturgie en kerkelijk leven in Nederland diep.

Levensloop Huub Oosterhuis werd geboren op Allerheiligen in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Hij groeide daar op in de Rivierenbuurt als tweede zoon van Anton Oosterhuis en Eugenie Randag in een gezin van vier kinderen.De paus van Amsterdam. Gearchiveerd op 4 augustus 2023. Als kind werd hij aldaar geconfronteerd met deportaties van de Joden, hetgeen een diepe indruk op hem maakte, die hij voor de rest van zijn leven met zich meedroeg. Hij volgde het door jezuïeten geleide gymnasium van het Ignatiuscollege te Amsterdam. In 1952 trad hij in bij de jezuïeten. De jezuïetenopleiding voerde hem langs Grave, Nijmegen en Groningen naar het Canisianum in Maastricht. Hij studeerde wijsbegeerte, Nederlandse letteren en theologie. Op 31 juli 1964 werd hij door bisschop Moors in de Sint-Servaasbasiliek tot priester gewijd. Sinds 1965 woonde en werkte Oosterhuis in Amsterdam, onder meer als studentenpastor bij de door pater Jan van Kilsdonk opgerichte Studentenekklesia. Hij overleed in Amsterdam op eerste paasdag 2023 op 89-jarige leeftijd. Oosterhuis werd op 15 april na een requiemmis in de Amsterdamse Westerkerk in besloten kring begraven op Zorgvlied.Requiemmis (Uitvaart en afscheid Huub Oosterhuis (15 april 2023) op YouTube). Gearchiveerd op 27 april 2023.

Buiten verantwoordelijkheid thumb|Paters Jos Vrijburg (links) en Huub Oosterhuis (rechts), tijdens een hearing waarin gepleit werd om gehuwde priesters te laten voorgaan in de Amsterdamse Studentenekklesia (januari 1969) In 1969 verwijderde de generaal-overste van de jezuïeten, pater Pedro Arrupe, Oosterhuis uit de orde na conflicten over het celibaat. Om dezelfde reden schorste het bisdom Haarlem hem als priester.

Oosterhuis en zijn team besloten met de overgrote meerderheid van de Studentenekklesia van toen af buiten verantwoordelijkheid van de bisschop van Haarlem verder te gaan. In 2014 was de inmiddels 80-jarige Oosterhuis nog altijd voorganger binnen deze gemeente, zij het nu meer in de luwte; de zeven teamgenoten van toen, allen inmiddels ex-jezuïeten, haakten om diverse redenen al spoedig af. Teamgenoot en kunstenaar Ton van der Stap, die daags na Oosterhuis door de generaal van de jezuïeten uit de orde werd verwijderd, overleed in 2009.

Huwelijk thumb|Huub Oosterhuis en Josefien Melief (1970) Nadat zijn collega Jos Vrijburg was getrouwd, trad op 25 april 1970 ook Huub Oosterhuis in het burgerlijk huwelijk en wel met de jonge verpleegkundige en altvioliste Josefien Melief. Zij kregen twee muzikale kinderen, de componist Tjeerd en de zangeres Trijntje Oosterhuis, die aanvankelijk samen optraden als het duo Total Touch. Het burgerlijk huwelijk eindigde door een echtscheiding, waarna Oosterhuis en Melief afzonderlijk in de buurt van de kinderen gingen wonen."“Toen we trouwden, was het natuurlijk niet de bedoeling later te scheiden. Ik heb de verschillen tussen ons onderschat.”", Tekstproducties.nl, 'Huub Oosterhuis', 2010 Oosterhuis was later hertrouwd met journaliste Colet van der Ven.

Nieuwe vormen Door de jezuïetenpater Jan van Kilsdonk uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de vernieuwing van de liturgie, ging hij naar Amsterdam, waar hij samen ging werken met Bernard Huijbers, musicus, componist en toen eveneens jezuïet. Oosterhuis werd vooral bekend als schrijver-tekstdichter van liturgische liederen en gezangen, van 1960 tot in 2023 in het kader van de liturgische vieringen van de Amsterdamse Studentenekklesia. Hij noemde zijn werk een 'roeping'.

Oosterhuis was medeoprichter (1990) en tot 1998 directeur van het centrum Rode Hoed in Amsterdam. Eerder had hij in 1972 al De Populier opgericht, een centrum voor religie, politiek en cultuur. In 1995 kwam mede op zijn instigatie het culturele, religieuze en politieke tijdschrift Roodkoper tot stand, waarvan hij de hoofdredacteur was. Overigens kwam in de 21e eeuw de nauwe samenwerking met Rode Hoed ten einde, ook al werden daar op zondag nog wel 's morgens om 11 uur de vieringen gehouden en heet de grote, voormalig remonstrantse kerkzaal nu Oosterhuiszaal. Oosterhuis zag om naar weer een nieuw huis voor leerhuizen, debatten, muzische experimenten en andere bijeenkomsten.

Hij vond die mogelijkheid in De Nieuwe Liefde, een in het westelijke stadsdeel van Amsterdam gelegen voormalig kerkelijk centrum en een wijnkoperij aan de Da Costakade. Nadat hij daar zijn vroegere medewerker Joost Divendal had aangesteld als manager/directeur werd luttele weken hierna een ernstige ziekte vastgesteld bij Divendal, waaraan deze na enkele maanden overleed. Het project De Nieuwe Liefde liep hierdoor ernstige, maar geen fatale vertraging op. Dankzij de steun van filantroop Alex Mulder en diens AM-Foundation werd het gebouw De Nieuwe Liefde begin 2011 geopend.http://www.amerborgh.com Hier vonden aanvankelijk ook de diensten van de Studentenekklesia plaats. De liturgische gemeenschap keerde met Pasen 2015 echter terug naar de Rode Hoed, nu onder de naam "Ekklesia Amsterdam".

Het tijdschrift Roodkoper uit de jaren van de Rode Hoed werd in 2011 omgedoopt in Nieuwe Liefde. Op 12 februari 2011 opende koningin Beatrix het nieuwe centrum voor debat en poëzie De Nieuwe Liefde. Bij die gelegenheid las de koningin het bekende gedicht voor van Henriëtte Roland Holst: "...de zachte krachten zullen zeker winnen in 't eind".

Oosterhuis was bij leven wellicht de meest prominente en permanente vertegenwoordiger van hen die na het Tweede Vaticaans Concilie de rooms-katholieke geloofsleer en -praktijk in Nederland een nieuwe vorm trachtten te geven. Zij wilden de eeuwenoude liturgische teksten, die volgens hen veel van hun oude betekenis verloren hadden, als het ware terugzetten in het leven en hun politieke lading opnieuw laten klinken. Daardoor zou een meer herkenbare spirituele inhoud ontstaan.

Terug naar de Joodse Jezus Volgens Oosterhuis is de Kerk in haar visie op de Messias Jezus, de voorbeeldige mens van Godswege, steeds verderaf komen te staan van de oorspronkelijk joodse tradities omtrent hem. Meer en meer wordt hij aanbeden en minder nagevolgd. ... Hij wordt een droomfiguur, een wensdroom, de projectie van ons betere ik ... Hij wordt een onbestaanbaar mooi verhaal: de Goddelijke Zaligmaker, de Allerheiligste Verlosser, ... de Christus.Hem achterna, Huub Oosterhuis over Jezus, Ten Have, Kees Kok (red.), 2010, pag. 28 Het is voor Oosterhuis dus zaak terug te gaan naar Jezus Messias, Jesjoe'a uit Nazareth, en hem en zijn bevrijdend leven in zijn joodse context te benaderen. Termen uit de geloofsbelijdenis van Nicea komen nog wel voor, maar worden dichterlijk gebruikt. Als dichter kiest hij niet voor een van de twee hoofd-christologieën: Jezus als mens of Jezus als Zoon van God.Hem achterna, Huub Oosterhuis over Jezus, Ten Have, Kees Kok (red.), 2010, "Christologie", pag. 32 Als dichter probeerde hij woorden te vinden die het mysterie van Jezus als "Dienstknecht" en "Zoon van de God van Israël" "intact" laten.

Geschilpunten In tegenstelling tot de officiële leer van de Rooms-Katholieke Kerk ontkende Oosterhuis de transsubstantiatie, het tijdens de eucharistie veranderen van de hostie en wijn in het lichaam en bloed van Jezus. In het tv-interview met Antoine Bodar (2014) zegt hij dat "hij zich realiseert dat dat kwetsend is en dat hij niet trots is op deze zin." Zijn bedoeling was ermee te verwijzen naar wat hij zag als de overaccentuering in de Rooms-Katholieke Kerk van de Eucharistie ten koste van een andere waarheid. De waarheid dat de gemeente geroepen is lichaam van de Messias te zijn om zo zijn liefde, zijn gerechtigheid, in de wereld present te stellen.

In interviews zou hij verklaard hebben niet meer te geloven in de Godheid van Jezus Christus, de lichamelijke verrijzenis van Christus, de wonderen uit de evangeliën, de verzoeningsleer en de erfzonde. In dagblad Trouw in juli 2006 noemde bisschop Frans Wiertz van Roermond de uitspraken van Oosterhuis "volledig in strijd met de rooms-katholieke leer".'Huub Oosterhuis bestrijdt de leer', Trouw, 6 juli 2006. Gearchiveerd op 28 oktober 2018.

Poëzie thumb|Huub Oosterhuis (1982) Oosterhuis schreef in Groningen zijn eerste tien liturgische "liedjes".Eeuwigh gaat voor Oogenblick, tv-programma 1990-2016: bekende Nederlanders geïnterviewd door Antoine Bodar; interview met Oosterhuis gehouden op 2 jan. 2014; in boekvorm uitgegeven door Adveniat Uitgeverij, 2017, pagina 141-150 Het eerste was: "Zolang er mensen zijn op aarde". Oosterhuis ging uit van het Schriftwoord, in dit geval de zondagse evangeliën. Huibers en Oosterhuis schreven samen een paar honderd liederen. De almaar groeiende uitgaven verschenen aanvankelijk gestencild en losbladig, bedoeld voor gebruik in de Amsterdamse Studentenekklesia, die in 1960 door Van Kilsdonk was gesticht. Later vond vooral het eenvoudiger werk van Oosterhuis-Huijbers zijn weg naar veel parochies en kerkelijke gemeentes in het Nederlands taalgebied. Een aantal liederen werd opgenomen in het protestantse liedbundel Liedboek voor de Kerken van 1973. Katholieke zangboeken als Zingt Jubilate (1976), Klein Dienstboek (1982) en Gezangen voor Liturgie (1984) bevatten veel Oosterhuis-Huijbers-repertoire. Ook de samenstellers van het in 2013 uitgebrachte Liedboek - zingen en bidden in huis en kerk, dat gezien kan worden als opvolger van het Liedboek voor de Kerken, hebben royaal geput uit het werk van Oosterhuis en zijn componisten van na 1980. Een groot gedeelte van zijn werk is in het Duits vertaald, een kleiner deel in het Engels.

Oosterhuis' sterk Bijbels beïnvloede liturgische poëzie is mede bekend geworden dankzij de vernieuwende muziek van componisten van de bovengenoemde Bernard Huijbers. Later ook van Antoine Oomen en Tom Löwenthal, diens jongere broer Luc Löwenthal en anderen. Een aantal van hun composities is ook in buitenlandse liedbundels opgenomen. In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd de Amsterdamse Werkgroep voor Volkstaalliturgie opgericht. Toen deze in 1980 werd opgeheven, richtte Oosterhuis met een aantal medestanders de Stichting Leerhuis en Liturgie op, die zich ten doel stelt "de studie van de Bijbel en van de joodse en christelijke traditie te bevorderen, vrij van dogmatisch-kerkelijke vooroordelen en instituties, en daarnaast nieuwe liturgische modellen, teksten en liederen te ontwikkelen, zodat zij daarmee bijdraagt aan politiek-maatschappelijke bewustwording, bestaansverheldering en bemoediging van binnen- en buitenkerkelijke groeperingen en personen".

In 2005 werd door Stijn van der Loo meerdere liederen van Oosterhuis op muziek gezet. De nummers werden geplaatst op het album Licht, welke werd toegevoegd als bijlage bij dichtbundel Licht van Oosterhuis. Een van de nummers op dit album, Ken je mij, werd meermaals door dochter Trijntje opgenomen en geniet ook buiten de kerk bekendheid. Het nummer bereikte in 2015 de Single Top 100 en kwam bij de Top 40 tot de zeventiende plek van de Tipparade.

Bernard Huijbers