thumb|Japanse schaal met drie reigers, ca. 1700. Hizen Kyushu Ceramic Museum thumb|Japanse dekschaal in kakiemonstijl (1645)https://web.archive.org/web/20110414041130/http://naturalisticspoon.com/Imari.html thumb|Bordje uit Kangxiperiode Porselein is een specifieke vorm van keramiek, samengesteld uit kaolien (een weerbarstige, witte kleisoort), kwarts en een veldspaat, en gebakken op een hoge temperatuur. Porselein wordt daardoor hard, doorschijnend, niet poreus en klinkt helder, anders dan bijvoorbeeld aardewerk.

Porselein is een Chinese uitvinding. Het is reuk- en smaakloos en verkleurt nauwelijks, ook niet als het bijvoorbeeld enkele eeuwen in een scheepswrak op de bodem van de zee heeft gelegen. Het wordt vooral gebruikt om borden, kommen, bekers en ander vaatwerk te produceren dat dienstdoet bij het opdienen en nuttigen van voedsel en drank. Ovenvast porselein dient in de eerste plaats voor het bereiden van voedsel in een oven, en kan een temperatuur tot 250 °C à 300 °C verdragen.

Daarnaast heeft porselein, net als zilver en kristal, een functie als interieurdecoratie, zoals in het geval van vazen, kandelaars, decoratieve deurknoppen, cache-pots, menselijke of dierfiguren enz. Porseleinen serviezen worden meestal in gespecialiseerde winkels verkocht. Daarin is meestal ook bestek, glas of kristal te koop.

Porselein is veel gebruikt als materiaal voor het vervaardigen van isolatoren omdat het stevig, duurzaam, weersbestendig en hittebestendig is en elektriciteit niet geleidt. Ook werd porselein toegepast in tandtechnische laboratoria voor het vervaardigen van kronen en bruggen. Ten slotte is porselein gebruikt om poppenkoppen te vervaardigen en wordt het veel toegepast bij het maken van voorwerpen met een functie in het sanitair, bijvoorbeeld een toilet of een wasbekken.

Productieproces thumb|Kaolien Voor het maken van porselein is klei vereist. Klei heeft de eigenschap dat het gekneed kan worden als het materiaal nat is. De klei wordt enige maanden in donkere kelders of putten opgeslagen om te rotten. Vele kleien zijn te vet om zonder toevoeging te kunnen worden verwerkt. Om porselein te maken voegt men aan de zo wit mogelijke klei, kaolien genoemd, zilverzand (kwarts) toe om de massa minder vet en bij verhitting glasachtig te laten worden. Het bijzondere van porselein is dat aan de klei een verpulverde steen wordt toegevoegd, veldspaat (of graniet), om de baktemperatuur te verlagen. De verhouding tussen de drie verschillende ingrediënten bedraagt 2:1:1. Vervolgens wordt het water uit de massa geperst en is het "deeg" klaar voor verdere bereiding.

thumb|Noordelijke Song-celadon, 10e eeuw Na de vorming van het voorwerp met behulp van een draaischijf en mallen volgt een droogproces van drie maanden. Vervolgens wordt het Europese porselein tweemaal gebakken. De eerste keer bij 900 °C, waarna het zgn. biscuit ontstaat. Vervolgens wordt het glazuur (een waterig mengsel van porseleinaarde, vermengd met tin of lood) aangebracht. Het gladbakken gebeurt bij circa 1400 °C en duurt anderhalve dag. Bij het bakken is de krimp een probleem: ongeveer 10% van de massa is verdampt.

Als de oven is uitgebrand en afgekoeld wordt het porselein beoordeeld op kwaliteit. In de 18e eeuw moest soms de helft van de productie worden weggegooid (de zogenaamde misbaksels), door een te lage of te hoge baktemperatuur. Veel porseleinfabrieken hielden het dan ook niet lang vol en gingen failliet. Meestal wordt het voorwerp in verfijnde kleuren beschilderd, waarna de decoraties worden gemoffeld in een oven bij 600-900 °C. Oorspronkelijk werden de ovens gestookt met hout, thans met gas.

Vroege geschiedenis thumb|Blanc de Chine uit de Yuan-dynastie thumb|Celadon uit de Song-dynastie De bakermat van het porselein ligt in het oude Chinese keizerrijk, waar het werd gebruikt bij de rituelen rond de voorouderverering en voor het opdienen van voedsel. Porselein werd tussen de 7e en de 9e eeuw n.Chr. ten tijde van de Tang-dynastie ontwikkeld om het dure groene jade en het witte jaspis te imiteren. Het aardewerk heeft een edele eenvoud. Soms wordt de ontwikkeling van porselein 500 jaar eerder gelegd, ten tijde van de Han-dynastie, toen het aardewerk voor het eerst werd geglazuurd.Deze tijd wordt in de Chinese geschiedenis de periode van de Zes Dynastieën genoemd. Die tijd is gevolgd door de Vijf Dynastieën en de Song-dynastie. Door de oven plotseling te doven, verkreeg men porselein met een craquelédecor.

Nadat de Chinezen kennis hadden gemaakt met het Perzische keramiek, werd uit dat land kobalt ingevoerd om het zo beroemde blauw-witte porselein te fabriceren. In de 14e eeuw werd het schilderen van een decor steeds belangrijker dan de tot dan toe meestal sombere soms ook fascinerende glazuur. Dat was een revolutionaire ontwikkeling en het porselein kreeg veel meer aandacht.

In Europa was het dunne, glanzende en doorschijnende porselein onbekend tot in de 13e eeuw. De ontdekkingsreiziger Marco Polo maakte er als een van de eerste Europeanen kennis met porseleinen eetgerei. Volgens hem werd de klei uit de omgeving van Jingdezhen dertig tot veertig jaar blootgesteld aan zon, wind en regen en konden de vruchten eerst worden geoogst door de volgende generatie. Hij vergeleek het glanzende eindproduct met de tere roze schelp van een zeeslak (familie van de Cypraeidae), dat in de Italiaanse volksmond porcella (varkentje) werd genoemd en gaf het de naam porcellana.

thumb|Keizerlijk geel kopje, Kangxi (1662-1722) Aanvankelijk werd het porselein via de zijderoute aangevoerd. In Istanboel, in het Topkapi-paleis is een oude en belangwekkende, Chinese collectie te zien. De Chinezen produceerden ook voor de Arabische markt, voorwerpen zonder menselijke afbeeldingen, met een diep soort (Mohammedaans) blauw. In Turkije werd het İznik-keramiek geproduceerd, steeds meer beïnvloed door het Chinese porselein. Pas toen de Portugezen rond 1517 de zeeroute naar China ontdekten, werd het porselein ook in Europa populair. In 1520 noteerde Albrecht Dürer dat hij in Antwerpen drie stuks "porcolona" had gekregen van een Portugees. Filips II bezat 3.000 stuks Ming porselein en in Lissabon waren in 1585 al tien porseleinwinkels.

Geschiedenis van het porselein na 1600 thumb|Wanliporselein met familiewapen van de Wittelsbach|links In Nederland werd porselein bekend, toen in 1602 het Portugese schip San Jago door een vloot van Nederlandse schepen werd overmeesterd. De lading hiervan werd naar Amsterdam vervoerd en geveild. Ook werd eind februari 1603 een Portugese kraak gekaapt in de Straat van Malakka door admiraal Jacob van Heemskerck, beladen met zijde en 100.000 stuks porselein. Op de veilingen van de VOC bracht het zogenaamde kraakporselein, enkele miljoenen op. Iedereen raakte in de ban van het exotische product. Johannes Isacus Pontanus vermeldt dat in 1611 porselein alledaagse, maar prijzige voorwerpen waren.

thumb|Een bord kraakporselein in een museum in Malakka De term kraakporselein vindt zijn oorsprong in de naam van de Portugese schepen caraques of kraken, waarmee de lading naar Europa werd vervoerd. Het kraakporselein was goedkoop, grof en ongesigneerd. Het was speciaal voor de Europese markt bedoeld en werd vaak door de VOC als ballast onder in het schip geladen. In de Nederlandse huishoudens diende het Chinese porselein aanvankelijk als siervoorwerp. Het werd te pronk gezet op kasten, op speciale richels en op de schoorsteenmantel. De pottenbakkers in Delft werden beïnvloed door het blauw-witte Chinese porselein. Ze gingen over tot het produceren een blauw-wit faience, veelal met Chinese Wanlimotieven.

thumb|Chinese vaas (Qing-dynastie) Toen de Nederlanders vanwege een burgeroorlog tussen de Zuidelijke Ming en de Mantsjoes in de periode tussen 1650 en 1680 moeilijk aan Chinees porselein konden komen, bovendien bij de overgave van Fort Zeelandia aan Coxinga in februari 1662 het eiland Formosa moesten opgeven, gingen de VOC-schepen vaker naar Japan om porselein aan te schaffen. De productie van Imari in Arita (Japan) was opgestart door Koreanen rond het jaar 1600. Vanaf 1640 probeerde Japan autarkisch te zijn en stimuleerde de productie van porselein. Vanaf 1646 produceerde Arita ook voor de export naar Europa. In december 1659 liet Zacharias Wagener 40 kisten met porselein naar Batavia verschepen. Wagener had steengoed uit Westerwald als voorbeeld laten gebruiken, toen de goedkeuring uit Amsterdam op zich liet wachten.Antonin, D. & D. Suebsman (2009) Faszination des Fremden: China-Japan-Europa, p. 46, 50. Jubläumsausstellung im Hetjens-Museum. Düsseldorf. Er lag nog een grote order gereed van meer dan 21.000 stuks voor Mokka.Volker, T. (1971) Porcelain and the Dutch East India Company as recorded in the Dagh-registers of the Batavia castle, those of Hirado and Deshima and other contemporary papers 1602-1682, p. 137-138. Leiden. E.J. Brill. Het Japanse porselein was evenwel twee keer zo duur als het Chinese porselein. Pas toen de Hollanders, onder anderen Joan Nieuhof en Joan van Hoorn, de Chinese keizer de nodige eer bezorgden, werd het opnieuw toegestaan met regelmaat de Chinese havens aan te doen. De aanvoerproblemen vanuit China waren voor de pottenbakkers in Delft, Gouda, Harlingen en Makkum niet ongunstig.

Pater d' Entrecolles, een Franse jezuïet heeft de productiemethoden in China in een aantal beroemd geworden brieven beschreven. Na 1730 komt er vooral gekleurd porselein uit China. Bij de ontwikkeling van het procedé hadden de Chinezen hulp van een deskundige jezuïet. De kleur roze of rood was rond 1685 ontwikkeld door de Leidse, Potsdammer of Hamburgse (?) arts, chemicus of glazenier Andreas Cassius en in het begin van de 18e eeuw geïntroduceerd in China. miniatuur|Nautiluskan met schelpvormige waskom in zogenaamd Chinees Imari (collectie KU Leuven) Ondertussen plaatsten de Nederlanders opdrachten in China, het zogenaamde Chine de commande, gekenmerkt door de Europese taferelen, familiewapens, landschapjes, beroemde personen, provinciewapens, en actuele gebeurtenissen. Daarnaast werd in China Imari porselein besteld, als gevolg van de hoge prijzen in Japan. Cornelis Pronck tekende tussen 1734-1737 en in opdracht van de VOC vijf verschillende Chinese motieven, waaronder de dame met de parasol, de drie doktoren en het prieel. De VOC bemoeide zich steeds minder met de invoer van porselein, en liet de handel over aan particulieren.

Uitvinding van Europees porselein thumb|Meissenporselein, 18e eeuw De Chinezen wisten het procedé om porselein te maken ongeveer duizend jaar geheim te houden. In het begin van de 18e eeuw lukte het de geoloog Ehrenfried W. von Tschirnhaus, die in Leiden had gestudeerd en in 1687 een brandglas had ontwikkeld om hoge baktemperaturen te verkrijgen, een belangrijke stap in de ontwikkeling van porselein te maken met de hulp van de alchemist Johann Friedrich Böttger. De beide mannen werden financieel gesteund en onder druk gezet door August de Sterke, keurvorst van Saksen om nieuwe en innoverende industrie te ontwikkelen. Op 15 januari 1708 werd een goed procedé ontwikkeld. Op 24 april van dat jaar werd officieel de eerste porseleinfabriek opgericht met behulp van twee Amsterdamse tegelbakkers: Gerrit van Malsem en zijn stiefvader.

Een van de eerste resultaten van de samenwerking tussen Böttger en Tschirnhaus was de productie van rood steengoed die leek op die van Yixing. Op 28 maart 1709 werd de uitvinding van porselein gemeld aan de keurvorst, toen het was gelukt om negen kopieën van Chinees porselein te produceren.Naumann, G. (2003) Sächsische Geschichte in Daten, p. 149. In 1710 verhuisde de fabriek naar een beter te bewaken plek, de Albrechtsburg in Meissen. Meissen is een stadje in de omgeving van Dresden.

thumb|18e-eeuwse gravure van de productie in Meissen