Een bipolaire stoornis, eerder manisch-depressieve stoornis of manisch-depressiviteit genoemd, is een chronische, psychische stoornis die wordt gekenmerkt door wisselende stemmingen, dan weer manie of een lichtere hypomanische gemoedstoestand, dan weer depressief. Een medicamenteuze behandeling is vaak noodzakelijk. Daarnaast kunnen voorlichting, psycho-educatie en zelfzorg een belangrijke rol spelen in de preventie van nieuwe episodes.

Het wordt gerekend tot het affectieve spectrum en komt bij 2-4% van de bevolking voor.Kenniscentrum, kenniscentrumbipolairestoornissen.nl, geraadpleegd op 4 februari 2013 Sommige patiënten zijn voor jaren vrij van episodes, anderen gaan van de ene episode naar de andere. De stemmingswisselingen kunnen af en toe optreden, met periodes van een normale stemming tussendoor, maar ook snel achter elkaar. Snelle en wisselende op elkaar volgende vormen van stemmingen heet "rapid cycling". Ook gemengde episodes kunnen optreden bij mensen met een bipolaire stoornis. Ook kan het zijn dat een manische periode jarenlang kan duren alvorens iemand in een depressie raakt.

De stoornis openbaart zich vaak voor het eerst tijdens of na de adolescentie al kan ze zich ook op latere leeftijd openbaren. Het accepteren van de diagnose door de patiënt is geen vanzelfsprekendheid omdat de symptomen vaak als deel van de persoonlijkheid worden gezien. De aandoening kan een grote invloed hebben op iemands leven.

In het verleden sprak men van manisch-depressieve stoornis, een term geïntroduceerd door de Duitse psychiater Emil Kraepelin. De aanduiding 'bipolair' werd in 1953 voor het eerste gebruikt door Karl Kleist. Deze minder stigmatiserende term benadrukt de tweepoligheid van de ziekte: extreem uitgelaten of juist extreem neerslachtig.

Soorten thumb|400px|De drie typen bipolaire stoornissen In de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders worden drie vormen van bipolaire stoornis onderscheiden: Bipolaire stoornis type 1: er treedt minimaal één manische of gemengde episode op, maar er kunnen ook hypomane of depressieve perioden optreden. Deze vorm komt het dichtst in de buurt van wat men vroeger "manisch-depressief" noemde. Bipolaire stoornis type 2: er is minimaal één episode van hypomanie en minimaal één depressieve episode. Er is geen manische of gemengde episode opgetreden. Cyclothyme stoornis: er treedt een reeks hypomane episoden op, onderbroken door episoden van lichtere depressie en uitputting.

Verder wordt in het handboek ook nog melding gemaakt van een restgroep: bipolaire stoornis niet anderszins omschreven. Hieronder vallen stoornissen die wel kenmerken van een bipolaire stoornis hebben, maar niet in de bovenstaande indeling passen.

Symptomen (Hypo)manische episode Deze symptomen kunnen zowel voorkomen in een manische als in een hypomanische episode. Vaak zijn ze in een manie wel sterker aanwezig. Een hypomanische episode gaat soms ook onopgemerkt voorbij. Verhoogd gevoel van geluk Het gevoel hebben de hele wereld aan te kunnen, erg zelfverzekerd zijn Euforie Verhoogd energiepeil met tegelijk een verminderde behoefte aan slaap Snel praten Impulsiviteit Ondoordachte aankopen In een opwelling belangrijke beslissingen nemen Hyperseksualiteit Makkelijk irriteerbaar

Manische episode Een manische episode heeft een grote invloed op het functioneren van de patiënt. Symptomen zoals hierboven beschreven zijn duidelijk in sterkere mate aanwezig. In ernstige gevallen ontstaat een psychose. Daarbij verliest de patiënt alle contact met de realiteit. In zo'n geval is een (gedwongen) opname in een psychiatrisch ziekenhuis vaak onvermijdelijk. Een persoon die een manische fase doormaakt kan een gevaar zijn voor zichzelf en voor anderen.

Depressieve episode De symptomen van een depressieve episode als onderdeel van een bipolaire stoornis zijn grotendeels hetzelfde als die van een klinische depressie. Toch heeft een bipolaire depressie zijn eigen kenmerken.

Gemengde episode Tijdens een gemengde episode treden zowel symptomen van depressie als van (hypo)manie op. De combinatie van impulsiviteit en depressieve gevoelens verhoogt het risico op suïcide.

Behandeling Een bipolaire stoornis is een chronische, ongeneeslijke aandoening. De kans op een terugval is bij de stoornis vrij groot. Het gevaar bestaat erin dat wanneer men stopt met de behandeling, er nieuwe episodes ontstaan. Hoe langer men stabiel blijft, hoe kleiner de kans wordt op een volgende manie of depressie.

De biochemische achtergrond is nog steeds onduidelijk. Een verstoord monoamineneurotransmitter systeem in het limbisch systeem van de hersenen verantwoordelijk voor de emoties is de meest waarschijnlijke oorzaak. Er zijn afwijkende niveaus gevonden in de neurotransmitter noradrenaline bij sommige patiënten. Er is minder serotonine receptor binding bij depressie aangetoond. En de negatieve invloed van het stresshormoon cortisol met een hogere gevoeligheid voor tryptofaantekorten in de voeding spelen een rol in de stoornis. Verhoogde glucocorticoïden veroorzaakt door stress kan atrofie of afname van zenuwcellen in onder andere de hippocampus veroorzaken. Een tekort aan dopamine is sterk gelinkt aan depressie en te veel aan manie.

Onderzoek uit de jaren 1970 wijst naar een relatief hoge acetylcholine activiteit ten opzichte van een lage noradrenaline activiteit. Acetylcholine is als primaire neurotransmitter in het parasympathisch zenuwstelsel verantwoordelijk voor het activeren van spijsvertering en voortplanting terwijl noradrenaline een belangrijke neurotransmitter is in het orthosympathisch zenuwstelsel dat verantwoordelijk is voor het activeren van de vecht-of-vluchtreactie. Het ene leidt tot depressie, het andere tot manie.

Onderzoek aan het begin van de eenentwintigste eeuw richtte zich meer op intercellulaire communicatie tussen de zenuwcellen en de verhoogde G-proteïne en PKC, Glycogen synthase kinase 3 activiteit. Lithium reguleert deze communicatie, de neuroplasticiteit verbetert en het volume en zenuwceldichtheid van onder andere de prefrontale cortex in de hersenen wordt vergroot. Het manisch gedrag neemt daardoor af.The underlying neurobiology of bipolar disorder, World Psychiatry; HUSSEINI K MANJI, JORGE A QUIROZ, JENNIFER L PAYNE, JASKARAN SINGH, BARBARA P LOPES, JENILEE S VIEGAS, CARLOS A ZARATE; 2003 Oct, 2(3): 136–146,

Medicamenteuze behandeling Behandeling van een acute episode wordt meestal door middel van medicatie en psychiatrische begeleiding gedaan. Anders dan bij een depressie vergt een bipolaire stoornis vaker medicamenteuze behandeling. Een opname is soms, en dan vooral in manische episodes, geboden. Er zijn verschillende soorten medicatie die men gebruikt: onder andere stemmingsstabilisatoren, antidepressiva en antipsychotica. Lithiumcarbonaat is de meest bekende stemmingsstabilisator. Het werkt vaak goed maar heeft belangrijke nadelen. De dosis dient namelijk zorgvuldig bepaald en gecontroleerd te worden omdat er een risico op vergiftiging bestaat. Andere stemmingsstabiliserende middelen worden ook gebruikt bij epilepsie. Voorbeelden zijn lamotrigine, valproïnezuur en carbamazepine. De stemmingsstabilisatoren beïnvloeden het doorgeven van signalen in de cellen en verlagen de manie in de hersenen.

Voor de behandeling van manieën worden vooral atypisch antipsychoticum zoals aripiprazol, quetiapine, olanzapine, risperidon of het klassieke antipsychoticum haloperidol voorgeschreven. Een zware manie of depressie kunnen psychotische symptomen opwekken. Antipsychotica beïnvloeden de dopaminereceptoren en dus opname van dopamine.

Bij depressies worden antidepressiva terughoudend gebruikt, omdat hier het risico bestaat dat deze middelen een manie uitlokken. Indien antidepressiva voorgeschreven worden, is dat vaak in combinatie met andere medicatie om dat risico te beperken en psychotherapeutische begeleiding. Antidepressiva verhogen de serotonine in de hersenen.

Men kan niet zonder ernstige risico's plotseling stoppen met medicatie. Ontwenningsverschijnselen en nieuwe ernstige episoden kunnen optreden. Afbouw en/of verandering van medicatiegebruik dient altijd in overleg met een arts gebeuren. Naast de al genoemde middelen worden ook angstdempende en kalmeringsmiddelen gebruikt. Als behandelingen met medicijnen onvoldoende werken bij een ernstige depressieve fase wordt soms elektroconvulsietherapie voorgesteld.

Ook als een patiënt stabiel is, is behandeling noodzakelijk. Dit in het kader van het voorkomen van nieuwe episoden, of het vroegtijdig herkennen van nieuwe episoden zodat sneller kan worden ingegrepen. Vaak wordt medicatie voor een langere periode en - niet uitzonderlijk levenslang - genomen. Dat vermindert de kans op herval aanzienlijk. Medicatietrouw is bij patiënten met een bipolaire stoornis niet altijd verzekerd. Soms is dat het gevolg van een (hypo)manische episode. Men voelt zich optimaal en denkt dat medicatie niet meer nodig is.

Overige behandelingen Regelmatig psychotherapeutisch contact kan medicatietrouw bevorderen en helpen een terugval te voorkomen. Cognitieve gedragstherapie kan helpen om te leren omgaan met stemmingswisselingen, met emotionele wonden en met verlies van persoonlijke relaties en helpt dus de levenssituatie te stabiliseren. Stress verhoogt de kans op terugval. Lichaamsbeweging, regelmatig slapen en een gezond dieet helpen te ontspannen. Technieken die een positieve invloed kunnen hebben zijn yoga, meditatie, mindfulness en het verleggen van de focus van een negatief zelfbeeld naar meer zelfmededogen.Toward New Therapeutic Mechanisms in Bipolar Disorder: Analog Investigation of Self-Compassion and Nonattachment to Self; Yan Yang,1,* Kathryn Fletcher,1 Richard Whitehead,2 and Greg Murray1; Front Psychol. 2018; 9: 1848.; 2018 September 27

Voorlichting en zelfzorg Preventie van nieuwe episodes is te bereiken door adequate begeleiding, voorlichting en zelfzorg. Wanneer men inzicht krijgt in de stoornis, verhoogt de therapietrouw en de zelfredzaamheid en wordt de kans op herval kleiner. De voorlichting kan onder andere bestaan uit het vertrouwd maken met de symptomen van (hypo)mane en depressieve episodes, zodat patiënten die snel kunnen herkennen. Ook de omgeving, familie en vrienden van een patiënt kunnen hier een belangrijke rol bij spelen. Hoe vroeger men een nieuwe episode herkent, hoe efficiënter en gemakkelijker eventuele behandeling kan plaatsvinden.

Een episode wordt vaak uitgelokt door bepaalde (al dan niet een combinatie van) factoren. De grootste groep daarvan zijn gebeurtenissen die ook personen zonder een bipolaire stoornis (on)gelukkig kunnen maken. Voorbeelden zijn relatiebreuk, overlijden van een dierbare, ontslag, financiële tegenslagen, eenzaamheid, familiale problemen, stress of een verstoord slaappatroon. Aan de andere kant kan bijvoorbeeld een nieuwe relatie of een promotie aanleiding geven tot een (hypo)manische episode. Ook narcose staat bekend als een uitlokkende factor voor een (hypo)manie.

Een stemmingsdagboek bijhouden waarin men elke dag aanduidt hoe men zich voelt en of er gebeurtenissen hebben plaatsgevonden die een uitlokkende factor kunnen zijn, is een efficiënt middel om een nieuwe episode vroegtijdig te herkennen. Dan kan men stappen ondernemen voordat de episode ernstiger, en dus moeilijker te behandelen wordt. De patiënt en zijn omgeving kunnen door ervaring en voorlichting op den duur leren wat aanleiding kan geven tot een nieuwe episode van ontregeling. Er zijn praktische gidsen geschreven die daarbij behulpzaam kunnen zijn.

Prognose De bipolaire stoornis is een ziekte die zich kenmerkt door de afwisseling tussen periodes van compleet of deels herstel en periodes waarin men terugvalt. Hoe vaker de bipolaire stoornis terugkeert, hoe slechter de prognose.