Het Boek van de Wei of Weishu is een van de boeken uit de Vierentwintig Geschiedenissen, de verzameling officiële geschiedenissen van Chinese keizerlijke dynastieën. Het werk is samengesteld door Wei Shou (506-572), een historicus in dienst van de Noordelijk Qi, kwam tot stand in 554 en beschrijft in 114 delen (juan) de geschiedenis van de Noordelijke Wei-dynastie (386-535) en de Oostelijke Wei-dynastie (534-550). Daarentegen wordt (in juan 22) de eerste heerser van de Westelijke Wei-dynastie een usurpator genoemd. Wegens veronderstelde vooringenomenheid werd het werk in de traditionele Chinese historiografie zeer bekritiseerd en waren er reeds onder de noordelijke Song (960-1127) 30 van de oorspronkelijke 131 juan geheel of gedeeltelijk verloren geraakt.
Ontstaan In 551 kreeg Wei Shou van keizer Wenxuan (r.550-559) van de Noordelijk Qi opdracht tot het samenstellen van een geschiedenis van de Noordelijke Wei-dynastie. Hij kon daarbij gebruikmaken van werk dat een groot aantal historici reeds tijdens de Wei-dynastie had verricht: Deng Yuan (鄧淵) had onder keizer Daowu (r.377-409) in zijn Dai ji (代記) 10 juan aan keizerlijke annalen samengesteld over de voorouders van de stichter van de Wei-dynastie, de heersers over Dai, de oorspronkelijke naam van het koninkrijk van de Tuoba. Gao Yun (高允, 391-487) en Cui Hao (崔浩, 381-450) breidden dat werk uit tot 30 juan. Keizer Taiwu (424-452) beschouwde feiten over zijn voorouders die Cui Hao had vermeld als beledigend en schadelijk voor het aanzien van zijn dynastie. Cui Hao zou (Han)-Chinese instituties meer waarderen dan die van de Tuoba en werd in 450 met zijn gehele familie en naaste medewerkers terechtgesteld. Vanaf 487 stelden Li Biao (李彪, 441-501) en Cui Guang (崔光, 451-523) documenten samen, die de periode tot en met de regering van keizer Xianwen (r.466-471) omvatten. Zij waren de eerste historici in Wei die de jizhuanti-stijl toepasten door het materiaal te splitsten in annalen, tabellen, verhandelingen en biografieën. Zij volgden daarmee het voorbeeld van Shiji en Hanshu. Xing Luang (邢巒, 464-514) stelde tussen 500 en 514 een overzicht samen van de activiteiten van keizer Xiaowen (r.471-499). Zijn werk liep echter niet verder dan tot 490. Cui Hong (†527) en Wang Zunye kregen opdracht dit overzicht voort te zetten tot 515 (dus inclusief de regeerperiode van keizer Xuanwu, r.499-515).
Wei Shou deed hetzelfde voor de laatste keizers van de Wei-dynastie. Vervolgens werkte hij vanaf 551 aan de uiteindelijke dynastieke geschiedenis van de Wei. Volgens juan 104 van Weishu koos hij als assistenten Fang Yan-you (房延祐), Xin Yuanzhi (辛元植), Diao Rou (刁柔, 501-556), Pei Angzhi (裴昂之), Gao Xiaogan (高孝幹), Qiwu Huaiwen (綦毋懷文) en Sui Zhongrang (眭仲讓). Wei Shou overhandigde het grootste deel van het werk in de derde maand van 554 aan de keizer. In de elfde maand van datzelfde jaar presenteerde hij het resterende gedeelte, dat bestond uit tien 'verhandelingen'.
Na de presentatie Direct na de presentatie ontstond ophef over het werk. Wei Shou werd partijdigheid verweten bij de wijze waarop hij een groot aantal functionarissen had beschreven. Dit werd door hun nakomelingen beschouwd als een belediging van hun voorouders en daarmee een belediging van henzelf. Zij betitelden het boek niet als weishu, maar als huishu (穢書). Dat leek in uitspraak op weishu, maar betekende 'boek van vuiligheid'. Wei Shou werd tot tweemaal toe gedwongen zijn werk te herzien, eerst tussen 560-561 en daarna nogmaals tussen 565 en 572, het jaar waarin hij stierf.
Omdat Wei Shou in dienst was van de Noordelijke Qi, beschouwde hij die dynastie als legitieme opvolger van de Noordelijke Wei. Het Hemels Mandaat zou van Noordelijke Wei via Oostelijke Wei zijn overgegaan naar de Noordelijke Qi-dynastie. De eerste heerser van de Westelijke Wei, keizer Wen (r.535-551) wordt in juan 22 slechts met zijn persoonsnaam Yuan Baoju (元寶炬) genoemd en ontving de toevoeging jian (僭, usurpator). Dit werd Wei Shou onder de Sui en Tang-dynastie zeer kwalijk genomen. Zij beschouwden niet de Noordelijke Qi, maar de twee dynastieën die Chang'an als hoofdstad hadden, de Westelijke Wei en de Noordelijke Zhou, als de rechtmatige opvolgers van de Noordelijke Wei. Volgens juan 56 van Beishi zou zijn graf daarom geschonden zijn en zijn tot stof vergaan lichaam in de vier windrichtingen zijn verspreid. Keizer Wen, stichter van de Sui-dynastie gaf aan Wei Dan (魏澹, 580-645) opdracht voor het samenstellen van een nieuwe geschiedenis van de Wei (Weishu, 魏澹) waarin de voorkeur van Wei Shou voor de Noordelijke Qi was verwijderd en de Westelijke Wei en Noordelijke Zhou de legitieme opvolgers van Noordelijke Wei werden beschouwd. Dit werk is verloren geraakt. Zhang Dasu (張大素, ?-?, ook bekend als Zhang Taisu, 張太素) kreeg onder de Tang-dynastie een soortgelijke opdracht. Het door hem voltooide werk heette Hou Weishu (后魏书, "Boek van de Latere Wei") en is eveneens verloren geraakt.
Ook historicus Liu Zhiji (661-721) bekritiseerde het werk van Wei Shou fel, nu om zijn voorkeur voor de Noordelijke Dynastieën ten koste van die van de Zuidelijke Dynastieën. Zo worden in juan 96-98 van Weishu de keizers van de Oostelijke Jin (317-420) jian (僭, usurpators) genoemd en ontvingen die van de Liu Song (420-479) en de Zuidelijke Qi-dynastie (479 – 502) de neerbuigende toevoeging daoyi (島夷, barbaren van de eilanden). Volgens Liu Zhiji diende een historicus bij het schrijven strikt objectief te blijven en mocht hij bij beoordelingen niet uitgaan van morele waarden of van veronderstellingen die niet op feiten waren gebaseerd.
Tijdens de Song-dynastie waren 30 van de oorspronkelijke 131 juan geheel of gedeeltelijk verloren geraakt. In de 11e eeuw kreeg een groep geleerden opdracht Weishu te reconstrueren. Tot die groep behoorden Liu Ban (劉放, 1023-1089), Liu Shu (劉恕, 1032-1078), An Dao (安燾, 1034-1108) en Fan Zuyu (范祖禹, 1041-1098). Zo werden de annalen van keizer Taizong (juan 3) en de verhandeling over astronomie (juan 105) aangevuld vanuit de werken van Wei Dan en Zhang Taisu. Juan 12-15, 17-20, 22, 25, 33-34, 81-83, 85-87, 89 en 101-104 kregen aanvullingen uit Beishi (北史, Geschiedenis van het Noorden), het nu verloren werk Gaoshi xiaoshi (高氏小史) door Gao Jun (高峻) en Xiuwendian yulan (修文殿御覽), een traditionele Chinese encyclopedie uit de Noordelijke Qi. Juan 84 en 91 konden niet verder meer worden aangevuld. Ook de eerste tien verhandelingen zijn verloren.
Inhoud De volgorde van de onderdelen bij Weishu wijkt af van die van Shiji en Hanshu. Na de annalen volgen de biografieën en pas daarna de verhandelingen. Dit heeft te maken met de wijze waarop het werk tot stand is gekomen. Eigenlijk bestaat de Weishu uit 114 juan (12 benji, 92 liezhuan en 10 shu). De omvangrijke hoofdstukken zijn later gesplitst in twee, drie of soms zelfs vier delen. Dit geldt met name voor de verhandelingen. Het totaal aantal juan bedraagt dan 130. Bij citaten en verwijzingen wordt de nummering van de indeling in 114 juan gebruikt. Weishu vormt de belangrijkste historische bron voor de Noordelijke Wei.
dynastiekegeschiedenis benji(annalen) shijia(erfelijkegeslachten biao(tabellen) liezhuan(biografieën) zhi(verhandelingen) Totaal aantal juan Weishu 12 (14) - - 92 (96) 10 (20) 10 onderwerpen 114 (130)
Annalen Ji (紀, annalen), 12 (14) juan. Keizerlijke biografieën in strikt annalistische vorm die een chronologisch overzicht bieden van de belangrijkste gebeurtenissen, bezien vanuit het keizerlijke hof. Er zijn geen keizerlijke annalen van Tuoba Yu (拓跋余, de prins van Nan'an (南安王), die in 452 voor korte tijd keizer was en van Yuan Ye (元曄, 509 – 532), de prins van Changguang (長廣王, ook prins van Donghai, 東海王), die in 530 voor korte tijd keizer was.
Juan 1-12: juan Titel Vertaling Opmerkingen 1. Xu ji (序紀) voorwoord op de keizerlijke annalen Annalen van de voorouders van de keizers van de Noordelijke Wei, waaronder de koningen van Dai. 2. Taizu ji (太祖紀) keizerlijke annalen van Taizu Annalen van keizer Daowu (北魏道武帝, r.386-408), tempelnaam: Taizu (太祖) 3. Taizong ji (太宗紀) keizerlijke annalen van Taizong Annalen van keizer Mingyuan (北魏明元帝, r.409-423), tempelnaam: Taizong (太宗) 4A. 4B. Shizu ji (世祖紀) Gongzong ji (恭宗紀) keizerlijke annalen van Shizu en van Gongzong Annalen van keizer Taiwu (北魏太武帝, r.423-451), tempelnaam Shizu (世祖) en van zijn zoon Tuoba Huang (拓拔晃), kroonprins Jingmu (景穆太子, †451), die vervolgens door diens zoon keizer Wencheng postuum tot keizer Jingmu (景穆皇帝) werd geproclameerd, met als tempelnaam Gongzong (恭宗) 5. Gaozong ji (高宗紀) keizerlijke annalen van Gaozong Annalen van keizer Wencheng (北魏文成帝, r.452-465), tempelnaam: Gaozong (高宗) 6. Xianzu ji (顯祖紀) keizerlijke annalen van Xianzu Annalen van keizer Xianwen (北魏獻文帝, r.465-470), tempelnaam: Xianzu (顯祖) 7A. 7B. Gaozu ji (高祖紀) keizerlijke annalen van Gaozu Annalen van keizer Xiaowen (北魏孝文帝 r.471-499), tempelnaam: Gaozu (高祖) 8. Shizong ji (世宗紀) keizerlijke annalen van Shizong Annalen van keizer Xuanwu (北魏宣武帝, r.499-515), tempelnaam: Shizong (世宗) 9. Suzong ji (肅宗紀) keizerlijke annalen van Suzong Annalen van keizer Xiaoming (北魏孝明帝, r.515-528), tempelnaam: Suzong (肅宗) 10. Xiaozhuang ji (孝莊紀) keizerlijke annalen van Xiaozhuang Annalen van keizer Xiaozhuang (北魏孝莊, r.528-529), staat niet vermeld onder zijn tempelnaam Jingzong (敬宗) 11. feichu san di ji (廢出三帝紀) keizerlijke annalen van de drie afgezette keizers Het betreft hier: Beiwei Qianfeidi (北魏前廢帝, de eerdere afgezette keizer van de Noordelijke Wei), Beiwei Jiemindi (北魏節閔帝), Prins van Guangling (廣陵王, r.531) Beiwei Houfeidi, (北魏後廢帝, de latere afgezette keizer van de Noordelijke Wei), Prins van Anding (安定王, r.531) Beiwei Xiaowudi (北魏孝武帝), Beiwei Chudi (北魏出帝), Prins van Pingyang (平陽王, r. 532-534) 12. Xiaojing ji (孝静紀) keizerlijke annalen van Xiaojing Annalen van keizer Xiaojing (東魏孝靜帝, r. 534-550), (enige) keizer van de Oostelijke Wei
Exemplarische overleveringen Liezhuan (列傳, exemplarische overleveringen, vaak aangeduid als biografieën), 92 (96) juan. Biografieën van belangrijke personen. De biografie beperkte zich tot het beschrijven van gebeurtenissen die het exemplarische karakter van de betreffende persoon duidelijk moesten maken. In juan 13 worden keizerinnen en keizerlijke concubines beschreven en in juan 83 hun familieleden. In juan 14-22 gebeurt hetzelfde voor mannelijke leden van de keizerlijke familie. Verder zijn er een groot aantal individuele biografieën. Vanaf juan 83 zijn er collectieve biografieën, waarbij de beschreven personen in categorieën zijn geplaatst. Juan 95-99 beschrijven de betrekkingen tussen Noordelijke Wei en de verschillende buurstaten. Hierbij gaat het om enkele van de Zestien Koninkrijken, de Jin-dynastie en de Zuidelijke Dynastieën. De heersers van Jin worden wei (偽, illegaal) genoemd en die van de Zuidelijke Qi-dynastie en Liu Song-dynastie, twee van de Zuidelijke Dynastieën, krijgen de toevoeging daoyi (島夷, barbaren van de eilanden). Juan 100-103 beschrijven de betrekkingen tussen Wei en de verschillende buurvolkeren. Zij werden geplaatst onder liezhuan omdat het memoranda betrof die op persoonlijke titel waren geschreven. Juan 104 vormt het nawoord met een autobiografie van samensteller Wei Shou.
Juan 13-104: juan Titel Vertaling Opmerkingen 13. huanghou liezhuan (皇后 列傳) biografieën van keizerinnen Genoemd worden: Shenyuan huanghou Dou shi (神元皇后竇氏, †248), madame Dou, keizerin van Tuoba Liwei (拓跋力微, zijn postume naam was Shenyuandi, 神元帝). Wendi huanghou Feng shi (文帝皇后封氏), madame Feng, keizerin van Tuoba Shamohan (拓跋沙漠汗, zijn postume naam was Wendi, 文帝). Huandi huanghou Qi shi (桓帝皇后祁氏, †324), madame Qi, keizerin van Tuoba Yiyi (拓跋猗㐌, r.291-303, zijn postume naam was Huandi, 桓帝). Pingwen huanghou Wang shi (平文皇后王氏, †355), madame Wang, keizerin van Tuoba Yulü (拓跋鬱律, r.317-321, zijn postume naam was Pingwendi, 平文帝). Zhaocheng huanghou Murong shi (昭成皇后慕容氏, †360), madame Murong, keizerin van Tuoba Shiyijian (拓跋什翼犍, r.338-376, zijn postume naam was Zhaochengdi, 昭成帝).