thumb|Arnon Grunberg over Man zonder ziekte Arnon Yasha Yves Grünberg (Amsterdam, 22 februari 1971) is een Nederlandse literaire schrijver van voornamelijk romans, verhalen, essays, reportages en columns. Grunberg werd bekend met zijn debuutroman Blauwe maandagen uit 1994. In de jaren 2000-2005 publiceerde hij ook onder het heteroniem Marek van der Jagt. Sinds 2014 is Grunberg lid van de Akademie van Kunsten. Tot de vele prijzen die aan hem zijn toegekend, behoren de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre in 2009, de P.C. Hooft-prijs voor zijn romans en verhalen en de Johannes Vermeerprijs, beide laatste in 2022. Het juryrapport van de P.C. Hooft-prijs noemt hem 'een schrijver die ongeëvenaard is in ambitie, productiviteit en intellectuele kracht.'P.C. Hooft-prijs voor schrijver Arnon Grunberg, NOS nieuws, 13 december 2021
De schrijfstijl van Grunberg kenmerkt zich door ironie, understatement, herhaling en een veelvuldig voorkomen van pakkende oneliners en aforistische zinnen met een algemene strekking. Zijn aan het nihilisme verwante thematiek behelst de onvoorspelbare grillen van het leven, waartegen de mens weerloos is. Overgeleverd aan het noodlot en een onoverzichtelijke werkelijkheid, proberen zijn personages zich staande te houden.
Grunberg zat enige jaren op het Vossius Gymnasium en had in zijn jeugd een korte acteurscarrière. Vanaf zijn debuut in 1994 is hij schrijver. De productiviteit van Grunberg is zo opmerkelijk dat daarover onderzoek bestaat: journalist Mark Schaevers rekende uit dat hij ongeveer tweeduizend woorden (emails, essays, columns, romantekst) per dag schreef in de maand dat Schaevers hem volgde; volgens literatuurwetenschapper Yra van Dijk heeft Grunberg tot 2018 'tenminste zeven miljoen woorden' geproduceerd.Yra van Dijk, Afgrond zonder vangnet. Liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg, Nijgh & Van Ditmar, 2018, p. 373
Levensloop Jeugd en familie Grunberg is afkomstig uit een gezin dat zwaar getraumatiseerd is door de Tweede Wereldoorlog. Zijn moeder Hannelore Grünberg-Klein (1927-2015) overleefde Auschwitz, waar ze naar eigen zeggen betrekkelijk goed werd behandeld. Zijn vader, Hermann Grünberg (1912-1991), zat op talrijke adressen ondergedoken. Arnon Grunberg heeft één oudere zus, Maniou-Louise (1963). In 1982 emigreerde zijn zus naar Israël, waar zij inmiddels met haar gezin in een nederzetting nabij Ramallah een strikt orthodoxe levensstijl volgt. Grunberg zelf zwoer aan het eind van zijn puberteit elke vorm van religie af. Grunberg volgde het Amsterdamse Vossius Gymnasium, maar werd in 1988 van school gestuurd, nadat hij voor de tweede keer was blijven zitten. Daarna werkte hij onder meer als jongste bediende bij een apotheek en als bordenwasser.
Acteur en uitgever De jonge Grunberg wilde acteur worden. Hij speelde een bijrol ('puber') in De kassière (1989) van Ben Verbong, en de hoofdrol in de korte speelfilmkomedie De kut van Maria van de Nederlandse filmer Cyrus Frisch (1991, 9 minuten). Op de set van die film, in 1989, besefte hij dat acteerwerk niet zo leuk was als hij hoopte; hij kon niet tegen de strakke schema's, de drukte en de vele mensen om hem heen. Wel speelde hij jaren later nog een bijrol in de film Het 14e kippetje van Hany Abu-Assad (1998), waarvoor hij ook het script had geschreven.
Voordat hij in 1994 doorbrak als schrijver, had hij een kleine uitgeverij, Kasimir. In 1991 kreeg hij een toneelschrijfopdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten.
Schrijver Op 23-jarige leeftijd debuteerde Grunberg bij Nijgh & Van Ditmar met Blauwe maandagen, een sterk autobiografische roman, waarin onder andere de oorlogservaringen van zijn ouders aan bod komen. Het boek werd een internationaal succes: in Nederland werd het bekroond met de Anton Wachterprijs voor het beste debuut en het Gouden Ezelsoor voor het best verkochte debuut. Het werd vertaald naar het Engels, Duits, Deens, Italiaans, Frans, Spaans, Tsjechisch, Zweeds en Japans. Met zijn tweede roman, Figuranten (1997), bevestigde hij zijn talent, alhoewel de ontvangst van deze roman minder enthousiast was dan bij Blauwe maandagen. Meteen liet Grunberg zijn polemische karakter zien; na een negatieve recensie van Hans Goedkoop in de NRC dreigde Grunberg zijn medewerking aan de krant te staken zolang Goedkoop voor de krant mocht blijven schrijven. Uiteindelijk trok Grunberg zelf dit dreigement in.
De Stichting CPNB nodigde Grunberg uit om het Boekenweekgeschenk 1998 te schrijven. Dit boek, De heilige Antonio, verscheen in maart 1998. Tegelijkertijd kwam Grunbergs essaybundel De troost van de slapstick uit. Dit boek werd bekroond met het Charlotte Köhler Stipendium 1998. In het najaar van 1998 kwam de film Het 14e kippetje van Hany Abu-Assad uit, waarvan Grunberg het scenario had geschreven. Ook schreef hij het toneelstuk You are also very attractive when you are dead, dat werd opgevoerd in Düsseldorf, door een groep jonge Duitse en Israëlische acteurs.
In het voorjaar van 1999 verscheen Grunbergs dichtbundel Liefde is business. In april 2000 verscheen zijn derde roman, getiteld Fantoompijn. De besprekingen van deze roman waren ook weer lovend en de roman won de AKO Literatuurprijs 2000 en werd genomineerd voor de Gouden Uil 2001. In 2000 kwam ook de roman De geschiedenis van mijn kaalheid van Marek van der Jagt uit; al snel bleek dat Grunberg achter die naam schuilging, maar niet voordat bekend werd gemaakt dat Van der Jagt de Anton Wachterprijs had gewonnen. Uiteindelijk is de debuutprijs niet uitgereikt, waarop Grunberg als Van der Jagt aan de jury schreef: 'U was van plan mijn boek te bekronen, niet mijn existentie.'
In april 2001 kwam bij Athenaeum-Polak & Van Gennep De Mensheid zij geprezen, Lof der Zotheid uit. De roman won de Gouden Uil 2002. In 2002 bracht Grunberg ook een tweede roman uit onder het heteroniem Marek van der Jagt: Gstaad 95-98.
In juni 2003 verscheen De asielzoeker. Deze vierde roman is bekroond met de AKO Literatuurprijs 2004 en genomineerd voor de Gouden Uil 2004. In 2007 maakten studenten Nederlandse taal en cultuur van de Universiteit Leiden hiervan een toneelbewerking die een aantal malen werd uitgevoerd. De Bijenkorf nodigde Grunberg uit het boekenweekgeschenk 2004 voor het warenhuis te schrijven. Deze novelle, getiteld Het aapje dat geluk pakt, verscheen in maart 2004. Tegelijkertijd verscheen bij Nijgh & Van Ditmar Grunberg rond de wereld, een verzameling van Grunbergs reisverhalen uit NRC Handelsblad.
thumb|Handschrift van Grunberg.
In 2005 publiceerde hij onder de naam Marek van der Jagt een essay over de filosoof Otto Weininger, de joodse schrijver van het antisemitische boek Geslacht en karakter, die in 1903 zelfmoord pleegde. Grunberg/Van der Jagt betoogt in zijn essay dat Weininger verstrikt is geraakt in het onderscheid tussen het creëren van kunst en het creëren van een persoonlijke identiteit. Hij beëindigt het essay Otto Weininger of Bestaat de jood? met de voetnoot: "Dit is het laatste boek waarop de naam Marek van der Jagt zal prijken. Hij heeft geen functie meer, en daarmee ook geen identiteit. Hij moet doen wat ik nog niet kan: sterven." In hetzelfde jaar publiceerde Grunberg zijn vijfde roman: De joodse messias. Ook presenteerde hij het televisieprogramma RAM voor de VPRO, waarin hij onder andere de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek interviewde.
Zijn veelbesproken roman Tirza, over de allesomvattende liefde van een vader voor zijn dochter, werd bekroond met de Libris-literatuurprijs, de Gouden Uil en de Vijfjaarlijkse prijs voor proza van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. De filmrechten van de roman werden verkocht aan Cedenza Films. Het scenario werd geschreven door Rudolf van den Berg die ook de regie op zich heeft genomen. De film ging op 22 september 2010 in première op het Nederlands Film Festival. In 2010 bracht het Nationale Toneel deze roman ook als toneelstuk op de planken. In een grote enquête onder Nederlandse recensenten, academici en schrijvers over de '21 belangrijkste romans van de 21ste eeuw', gehouden door het weekblad De Groene Amsterdammer, eindigde Tirza op de eerste plek, voor De welwillenden van Jonathan Littell en Saturday van Ian McEwan.
In september 2008 kwam zijn zevende roman, Onze Oom, uit bij uitgeverij Lebowski. Deze roman werd gemengd ontvangen. Grunberg presenteerde het boek in het Belgische Eupen. In een aankondiging hiervoor had Grunberg aangegeven nooit meer in Nederland te zullen verschijnen op literaire aangelegenheden. Grunberg liet in november 2007 weten zich uit het openbare literaire leven terug te trekken na een relletje tijdens de uitreiking van de AKO Literatuurprijs. Collega-schrijver A.F.Th. van der Heijden weigerde toen in een ruimte met Grunberg te verkeren, nadat deze in een open brief Van der Heijden en diens zoon had beledigd.Grunberg vs. A. F. Th.
In september en oktober 2008 gaf Grunberg als gastschrijver aan de Universiteit Leiden colleges aan studenten. Tevens verzorgde hij op 2 september 2008 de Bert van Selm-lezing en als afsluiting van zijn collegereeks op 14 oktober 2008 de Albert Verweij-lezing. In september en oktober 2009 was hij gastschrijver aan de Wageningen University.
Eind 2010 verscheen zijn achtste roman sinds 1994: Huid en Haar. Deze behaalde zowel de shortlist van de Libris Literatuurprijs als die van de AKO Literatuurprijs.
Van maandag 29 maart 2010 tot en met woensdag 16 mei 2018 schreef hij een dagelijkse column Voetnoot op de voorpagina van de Volkskrant.Grunbergs laatste Voetnoot: 'Het was meer dan alleen een stukje typen'. NOS (16 mei 2018). Gearchiveerd op 13 augustus 2020. Grunberg is ook columnist voor Vrij Nederland, het mensenrechtenmagazine Wordt Vervolgd, de VPRO-gids en tot 2024 Humo, waar hij in augustus 2024 stopt na 25 jaar. De aanleiding daarvoor is de column in het weekblad waarin Herman Brusselmans schreef dat de Gaza-oorlog hem zin gaf geweld tegen Joden te gebruiken. Voor Grunberg is dat de satire voorbij. Verder is hij vaste medewerker van NRC Handelsblad.
Arnon Grunberg schreef het Groot Dictee der Nederlandse Taal van 2011 en nam Sigmund Freud als thema. Zelfverminking was de titel van zijn dictee dat door velen als te gemakkelijk werd beschouwd.
In 2011 stond Arnon Grunberg zelf op het toneel in het stuk Am Ziel (geschreven door Thomas Bernhard) van het Theaterproductiehuis Zeelandia onder regie van Judith de Rijke. In 2013 werd Grunbergs roman De man zonder ziekte op het Bal der Geweigerden uitgeroepen tot het meest overschatte boek van het jaar. Hiervoor kreeg het boek de Zwarte Bladzij 2013.
Begin 2020 verscheen Bezette gebieden, dat "dat de grenzen verkent van religie, integriteit en de waarheid". In dit boek figureert wederom Otto Kadoke, de grensoverschrijdende psychiater uit het in 2016 verschenen Moedervlekken.Ongeschikt om lief te hebben. Gearchiveerd op 14 december 2021.Arnon Grunberg presenteert Bezette gebieden
Voorafgaand aan de dodenherdenking 2020 op de Dam sprak Grunberg de 4 mei-lezing uit in de Nieuwe Kerk.tekst toespraak dodenherdenking 4 mei 2020 www.volkskrant.nl. Gearchiveerd op 19 januari 2021.
Holocaust Literatuurprijs In oktober 2019 riep Grunberg lezers op verhalen te schrijven voor de door hem op te richten driejaarlijkse Nederlandse Spoorwegen Holocaust Literatuurprijs, als een tegenhanger van de NS Publieksprijs. In 2021 werd de eerste Holocaust Literatuurprijs toegekend aan Guida Joseph voor De rode draad. In 2023 werd de tweede Holocaust Literatuurprijs uitgereikt aan Wally de Lang voor haar boek De razzia’s van 22 en 23 februari 1941 in Amsterdam – het lot van 389 Joodse mannen. In 2025 werd de prijs toegekend aan Jan Willem Stutje voor Folterfabriek Buchenwald.
Schrijfstijl