thumb|Wapen van het bisdom Freising Het prinsbisdom Freising was een tot de Beierse Kreits behorend sticht binnen het Heilige Roomse Rijk. De stad Freising in Beieren is nog steeds een zetel van het aartsbisdom München en Freising. Het prinsbisdom had rond 1800 een oppervlakte van 825 km². (2004): From Reich to Revolution, Palgrave Macmillan, Basingstoke, blz. 364.
Omstreeks 738/9 werd het bisdom gesticht door Bonifatius. Aanvankelijk behoorde het bisdom tot de kerkprovincie Mainz, na 798 tot de kerkprovincie Salzburg. In 1217 werd de bisschop met de Ilsgouw beleend. Vervolgens wist het bisdom in 1220 ten koste van het hertogdom Beieren rijksvrij te worden voor de volgende gebieden: Freising, de graafschappen Ismaning (circa 1294) en Werdenfels en de heerlijkheid Burgrain.
In 1249 werd de heerlijkheid Garmisch verworven en in 1254 het bezit van de graven van Hörnstein. Na het verwerven van Partenkirchen in 1294 wordt de heerlijkheid Werdenfels gevormd.
De bisschop bezat sinds 996 ook het stadje Neuhofen in Neder-Oostenrijk.
Paragraaf 2 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 kent het bisdom Freising toe aan het keurvorstendom Beieren. Beieren had het bisdom reeds op 23 augustus 1802 ingelijfd.
Regenten
724- 730: Korbinian (St) 730- 749: Erimbert 749- 764: Joseph 764- 784: Aribo 784- 810: Hatto 810- 834: Hitto 835- 854: Erchanbert/Erchembert 854- 875: Arno 875- 883: Arnulf 883- 905: Waldo 905- 905: Uto 905- 925: Drachulf 925- 937: Wolfram 937- 956: Lambert/St.Lantpert 956- 993: Abraham 993-1006: Gottschalk 1006-1039: Egilbert van Moosburg 1039-1052: Nitker/Nitgar/Nizo 1052-1078: Ellenhard 1078-1098: Meginward 1098-1137: Hendrik I van Peilstein-Burghausen 1138-1138: Matthaeus 1138-1158: Otto I van Babenberg (Oostenrijk) 1158-1184: Albert I van Harthausen (=Adalbert van Sigmaringen) 1184-1220: Otto II van Berg 1220-1230: Gerold van Reichersdorf 1230-1258: Koenraad I van Tölz en Hohenburg 1258-1279: Koenraad II, Wildgraaf (tegenbisschop) 1279-1282: Fredrik van Montalban 1279-1311: Emich, Wildgraaf (tegenbisschop)) 1311-1314: Godfried van Greiffenberg 1314-1322: Koenraad III van Sendlingen 1323-1324: Johan I van Güttingen (1306-1321: bisschop van Brixen; 1322-1324: bisschop van Bamberg) 1324-1340: Koenraad IV van Klingenberg 1340-1349: Johan II Greyse van Zesterfleth (1332-1340: bisschop van Verden) 1349-1359: Albert II van Hohenberg (1345-1349: bisschop van Würzburg) 1359-1377: Paul van Harrach 1377-1381: Leopold van Sturmberg 1381-1410: Berthold van Faimingen 1411-1412: Koenraad V van Hebenstreit 1412-1421: Herman van Cilly (1421: bisschop van Trente) 1421-1443: Nikodemus della Scala 1443-1448: Hendrik II Schlick 1448-1452: Johan III Grünwalder 1453-1473: Johan IV Tulbeck 1473-1495: Sixtus van Tannberg 1495-1498: Ruprecht van de Palts 1498-1541: Philips van de Palts 1541-1551: Hendrik III van de Palts 1552-1565: Maurits van Sandizell 1566-1612: Ernst van Beieren 1612-1618: Stefan van Seyboldsdorf 1618-1651: Veit Adam van Geebeck 1652-1685: Albert Sigismund van Beieren 1685-1694: Josef Clemens van Beieren 1695-1727: Johan Frans Ecker van Käapfing-Lichtenegg 1727-1763: Johan Theodoor van Beieren 1763-1768: Clemens Wenzeslaus van Saksen 1769-1788: Lodewijk Josef van Welden 1787-1789: Maximiliaan Procop van Törring (bisschop van Regensburg) 1790-1803: Josef Koenraad van Schroffenberg (proost van Berchtesgaden; bisschop van Regensburg)
Freising Categorie:Geschiedenis van Beieren Categorie:Geschiedenis van Neder-Oostenrijk Freising
Categorie:Freising