Boney M. is een van oorsprong Duitse discogroep die bijzonder succesrijk was in de tweede helft van de jaren 1970.

Geschiedenis Ontstaan De naam Boney M. werd in februari 1975 gelanceerd door producer Frank Farian voor de promotie van een studioproject dat in eerste instantie niet gepromoot werd door een groep. Het was opgenomen in december 1974. Op de hoes van de uitgebrachte single, Baby, do you wanna bump was ondanks de mannelijke zang slechts een getekende vrouw voor een Amerikaanse vlag te zien. In verband met slechts 500 verkochte exemplaren per week in Duitsland moest het toch door een groep vertolkt worden voor allicht wel succes. Dit gebeurde geheel geacteerd door enkele pre-groepen. In Duitsland zelf werd het uiteindelijk geen hit. Discogs toont dat het verspreid werd tot ver buiten Duitsland. o.a. in Turkije, Italië en de Verenigde Staten. Voor zover na te gaan bereikte Baby Do you wanna bump in ieder geval de hitlijsten in Nederland (plaats 12 in de Nationale Hitparade) en België (plaats 8 in de Ultratop 50).

De eerste tv-performance werd gedaan door drie leden van het bekende viertallige Boney M. De drie waren reeds leden van de tweede pre-groep. Het vierde lid van die tweede pre-groep, Claudja Barry, had de groep kort ervoor verlaten. Bij doorgang kreeg de groep voor de fans een volwaardiger image door twee zelf zingende leden, (semi) live zang tijdens sommige optredens in tv-shows met name in Duitsland en Spanje en via optredens met een zestienkoppige band. Voor overigen bleef echter voornamelijk het oude verhaal, zijnde een complete nepact hangen.

Deze uiteindelijke en bekende samenstelling bestond sinds de tweede hit, Daddy Cool, uit vier van oorsprong Caribische artiesten uit Engeland, Duitsland en Nederland: zangeressen Marcia Barrett (14 oktober 1948, Saint Catherine Parish, Jamaica) en Liz Mitchell, model Maizie Williams (25 maart 1951) en danser Bobby Farrell.

Boney M. is bekend van de mix van Europese muziek en Amerikaanse soul en funk en het Caribische reggae, veelal voorzien van een disco-beat. De producer is blank en de uitvoerenden zijn van Afrikaanse afkomst. Daarbij hebben veel nummers een emancipatoire achtergrond, zoals No more chain gang van het album Oceans Of Fantasy.

De groep dankt zijn naam aan hoofdpersonage Napoleon 'Boney' Bonaparte uit de gelijknamige Australische detectiveserie Bony (1971-1972), waar oprichter Farian destijds een groot liefhebber van was.Boney M by John Shearlaw and David Brown, Hamlin Paperbacks, 1979 -page 35-6

Tijdens de selectie van de toch benodigde performers voor meer succes van het door Frank Farian zelf ingezongen nummer Baby, do you wanna bump werd niet geselecteerd op zangkunst. Twee leden die konden zingen stapten uiteindelijk op maar zangeres Marcia Barrett bleef. Leden van de pre-Boney M.-groepen waren zangeressen Claudja Barry en Sheyla Bonnick, een eerdere danser waarvan alleen de voornaam van bekend is, "Mike", model Maizie Williams, zangeres Marcia Barrett en showman Bobby Farrell waarvan laatstgenoemde drie dus ook uiteindelijk in de bekende line-up zaten van de succesperiode. Steeds een viertal, alleen toen een van de leden begin 1976 opstapte (uit de laatste pre groep), Claudja Barry, bestond de groep uit drie leden. Het toen nieuwe vierde lid, zangeres Liz Mitchell, was echter wel geselecteerd op basis van haar zangtalent.

Liz Mitchell, een voormalig lid van de Les Humphries Singers werd als leadzangeres aangenomen. Farian was onder de indruk van haar optreden, en dus werkte zij ook mee aan de opname van Boney M's eerste lp, Take The Heat Off Me. Ook het eerdere lid Marcia Barrett is hierop voluit te horen.

In de tijd dat Barrett begin jaren zeventig in de Duitse entertainmentwereld startte als danseres experimenteerde zij met zang en bleek dat goed genoeg te kunnen en zo een completere show neer te zetten. Ze zong nummers als Big Spender van Shirley Bassey maar toerde ook door Duitsland met gerenommeerde sterren als Karel Gott. In 1971 werd de single Could be Love uitgebracht. Haar Boney M.-hit is Belfast waar ze de leadzang van zong. Op de overige hits is ze vooral achtergrondzangeres. Op de elpees zijn nog wel nummers met leadzang van haar te vinden en sommige songs zijn zelfs als solosongs te zien. Het YouTube-kanaal Søren Jensen heeft een upload gemaakt met een compilatie van Barretts zang binnen Boney M.

Internationale doorbraak via de single Daddy Cool De reacties in Duitsland op het in eind juni 1976 uitgebrachte debuutalbum waren lauw. Toch bleef de groep intensief optreden in disco's, clubs en zelfs op jaarmarkten om een reputatie op te bouwen. De lp Take The Heat Off Me ging mede dankzij het grote succes van de single Daddy Cool beter verkopen en behaalde in Nederland een achtste plaats in de albumlijst. In o.a. Duitsland kwam de lp op nummer 1. Daar kwam Boney M. na een tv-optreden voor de ARD in eind zomer 1976, toen muziek- en televisieproducer Michael "Mike" Leckebusch van Radio Bremen de groep uitnodigde voor zijn programma Musikladen, in no time onder de aandacht bij het platen kopend publiek. De groep verscheen op 18 september met de al drie maanden op de markt zijnde single Daddy Cool in zijn live uitgezonden programma. Tegen het eind van de daaropvolgende week stond het op nummer 1 in de Duitse hitlijsten en bleef daar twaalf weken staan. Het album ging door de opeens snelle naamsbekendheid ook goed verkopen.

In Duitsland werd de ene nummer 1-hit na de andere behaald: na Daddy Cool (1976) ook Sunny (1976), Ma Baker (1977), Belfast (1977), Rivers of Babylon (1978), Rasputin (1978), Mary's boy child/Oh my Lord (1978) en El lute (1979). In Nederland bereikte ook Hooray! Hooray! It's a Holi-Holiday (1979) nummer 1. In België behaalden zeven singles de nr. 1 positie: Daddy Cool (de tweede Boney M. single) tot en met de tiende single, Rasputin. Met uitzondering van de kersthit. Omdat diverse singles met een dubbele A kant werden uitgebracht of na verloop van tijd dubbel A-zijdig werden waren het in feite meerdere hits.

Het grote hitsucces begon in 1980 na de nog succesvolle single Gotta go home/El Lute uit1979 in meerdere landen af te nemen alhoewel het in dat jaar eerste uitgebrachte compilatiealbum, The magic of Boney M., het goed deed en zelfs in The UK de eerste plaats behaalde. In Europa werd in 1980 vooral nog redelijk succes geboekt in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Spanje en de Scandinavische landen maar al in 1981 waren er wereldwijd nog maar weinig grote successen en werden er slechts nog maar in een paar landen nummer 1-hits bereikt, o.a. in Spanje (waar het album Boonoonoonoos de status platina behaalde) en Zuid-Afrika. "Na hitjes" waren er tot half jaren tachtig waarvan in Nederland alleen Kalimba de luna nog noemenswaardig is als een oldie. Daarna kwam er nog succes met compilatie-albums mede in verband met de komst van de cd, megamixen en remix-materiaal. Boney M. behaalde 35 nummer 1-hits en verkocht zo'n 150 miljoen platen.

Kritiek Behalve het succes met Boney M. kreeg de oprichter van de groep, Frank Farian, te maken met veel kritiek in verband met bedrog en verdenking van plagiaat.

Veel nummers van Boney M. waren covers, vaak verpakt in een geheel nieuw jasje. Daarnaast waren meerdere nummers voorzien van bestaande melodieën maar werden de schrijvers daarvan niet vermeld. Het werd ontkend (Ma Baker bijvoorbeeld) of dusdanig gebruikt dat het net niet genoeg hetzelfde is (bijvoorbeeld He was a steppenwolf).

Een enkele keer kwam het tot een rechtszaak. Zo zou Brown Girl in the Ring te veel gebaseerd zijn op een in 1975 bewerkte versie van dat tientallen jaren oude Caribische kinderlied door de arrangeur Peter Herbolzheimer. Na 20 jaren procederen werd een aangespannen juridisch proces stil gelegd. Voor het aan het traditionele lied toevoegde trompet rifje en wat harmonieën wat voor herkenbaarheid zorgde werd Herbolzheimer door een muziekexpert in gelijk gesteld. Maar uiteindelijk oordeelde de rechter mede op basis van een tegenstrijdige visie van een tweede muziekexpert dat de door Farians geproduceerde Boney M.'s versie toch over een voldoende eigen arrangement beschikte en de wat overeenkomsten onafhankelijk van elkaar tot stand zijn gekomen. Voor de versie van Rivers of Babylon moesten uiteindelijk extra namen vermeld worden. Geheel teruggaand is het gebaseerd op twee psalmen en daarom trok Farian de rechten naar zichzelf. Hij had het echter gebaseerd op een eerdere bewerkte versie van The Melodians uit 1969. Ze ontvingen van Farian een betaling voor dank maar gingen vanwege het enorme succes daar later niet mee akkoord. Twee extra namen moesten op komende uitgaven vermeld worden en dus streken ook de auteurs van The Melodians rechten op.

Uit de singellijst is Daddy Cool een van de weinige volledig originele nummers. Ook zijn er wat originele nummers op de elpees te vinden. Vaak zijn dat de nummers waarvan Farian geen (mede)componist is. Een voorbeeld daarvan is Never change lovers in the middle of the night dat zo goed werd bevonden door de Amerikaanse zangeres Millie Jackson dat ze er een cover van uitbracht, eens "the other way round" voor Boney M. dus. En met succes. Het bereikte nummer 33 van de Billboard R&B-lijst. De Boney M.-sound van de 1979-hit Gotta go home, een bewerkte cover van de Duitse hit Hallo Bimmelbahn van de groep Nighttrain uit 1973 waaraan overigens de originele componisten meewerkten, was jaren later opnieuw te horen in de 2010-hit Barbra Streisand van de Amerikaanse dance-act Duck Sauce.

Maizie Williams en Bobby Farrell – het mannelijke gezicht van de groep – hadden weinig tot geen vocale inbreng bij de muziek van Boney M. Bijna alle mannelijke vocals, en nummers als Dancing in the streets en Bye bye bluebird, werden door Farian zelf ingezongen. Conflicten tussen Farrell en Farian waren het gevolg. In 1978 gaf Farian toe dat hij Farrell slechts had gekozen wegens diens persoonlijkheid en bijzondere dansstijl. Hij verklaarde toen al dat ieder lid in Boney M. vervangbaar was, behalve Liz Mitchell. De enige nummers waarop Bobby Farrell te horen is, zijn Don't Kill the world, Boonoonoonoos, een dubbel single uit 1981 en Happy Song (1984). Bobby zong echter wel echt tijdens concerten. Daar had Farian geen vocale inbreng bij.

De microfoon van Maizie Williams stond tijdens concerten uit. Dit werd opgevangen door een koortje bestaande uit drie dames, onder wie Jacynth Mitchell, de zus van Liz Mitchell. Sinds 1980 waren er ook extra studiozangeressen, onder wie de dames van Farians groep La Mama, voor met name achtergrondzang, maar op bijvoorbeeld het nummer In a Gadda da Vida verzorgen ze ook de leads. Oorspronkelijk was ook de hit Felicidad door La Mama ingezongen. De platenmaatschappij eiste echter herzang door Liz Mitchell. Op de hit Kalimba de Luna uit 1984 was Reggie Tsiboe als enige van de toenmalige bezetting te horen. Ook op Happy Song kwam de vrouwelijke zang van La Mama maar verzorgden wel Tsiboe en Farrell de mannelijke vocalen.

Jaren 80: veranderingen, weer in de lift en einde van originele bezetting Frank Farian|150px|thumb|left Farrell werd in 1982 vervangen door Reggie Tsiboe. Reggie Tsiboe bleek een gedegen zanger en muzikant en had, in tegenstelling tot Farrell, een flinke vocale inbreng bij Boney M. vanaf 1982. De laatste grote Boney M.-hit, "Kalimba De Luna" uit 1984 is hier een voorbeeld van.

Farrell begon zo goed als vruchteloos een solocarrière en kreeg ten slotte hulp van Farian die voor Farrell en Boney M. de hit Happy Song produceerde. Vanaf die hit was de groep geregeld als vijftal te zien en stond op de laatste Boney M.-elpee, Eye Dance (1985), Boney M. featuring Bobby Farrell. Ook produceerde Farian voor Farrell de solosingel I see you / King of dancin'. In 1986 trok Farian de stekker eruit omdat hij Boney M. als een 10-jarig project had gepland. Het was feest en einde in één.