Antigone (Oudgrieks ) is een klassieke tragedie van de dichter/tragicus Sophocles over Antigone uit de Griekse mythologie. Het motto van het stuk: om gelukkig te worden moet je verstandig handelen (maar wat is verstandig handelen?) en de goden niet tarten (maar wat is de goden tarten?). Het centrale thema van het stuk: Het individuele geweten versus de staatswetten; de morele of goddelijke wetten versus de menselijke wetten.

Context Voorgeschiedenis Om het verhaal van Antigone te kunnen begrijpen, is het essentieel de voorgeschiedenis van het stuk te kennen. Antigone stamt af van het geslacht der Labdakiden. Labdakos was de kleinzoon van Kadmos, de stichter van Thebe, en Harmonia. Zijn zoon Laios werd verliefd op Pelops’ zoon Chrysipphos en ontvoerde deze. Daardoor vervloekte Pelops hem. Toen Laios het orakel van Delphi raadpleegde, vertelde deze dat hij geen zoon mocht krijgen. Zijn zoon zou namelijk zijn vader doden en zijn moeder huwen met Thebe's ondergang tot gevolg.

Wanneer Laios met Iokaste trouwde en toch een zoon (Oedipus) kreeg, gaven ze deze zoon mee aan een herder om hem te vondeling te leggen (eufemisme voor dood door achterlating). De herder kreeg het echter niet over zijn hart en gaf het kindje mee aan een andere herder die hij tegenkwam. Hij was in dienst van de Korinthische koning Polybos.

Zo groeide Oedipus op aan het hof van Korinthe. Wanneer hij op een zeker moment het orakel van Delphi raadpleegde, kreeg hij zijn vaders voorspelling te horen en keerde uit voorzorg niet terug naar Korinthe, maar vertrok richting Thebe. Op een tweesprong raakte hij in een confrontatie met een onbekende tegenligger (de koning Laios van Thebe en zijn gezelschap). Oedipus doodde dit gezelschap (voltrok daarmee het eerste deel van de voorspelling) en trok verder naar Thebe. Thebe werd al een tijd gekweld door een Sfinx die elke persoon die haar raadsel niet kon oplossen doodde. Zodra Oedipus daar aankwam en de Sfinx hem het raadsel: “Welk wezen heeft ‘s morgens vier voeten, ‘s middags twee en ‘s avonds drie?" voorlegde, antwoordde Oedipus correct: “de mens” en daarmee verloste hij Thebe van de Sfinx. Zo werd hij de koning van Thebe, trouwde met Iokaste (zijn moeder) en kreeg 4 kinderen: Antigone, Ismene, Eteokles en Polyneikes. Zo vervulde hij ook het tweede deel van de voorspelling, zonder het zelf door te hebben.

Thebe werd na enkele jaren geteisterd door de pest waardoor Oedipus het orakel nog maar eens raadpleegde. Hij kreeg te horen dat de pest pas zou ophouden wanneer Laios’ moordenaar gepakt werd. Zodra hij erachter kwam dat hij het zelf was, stak hij zijn beide ogen uit en trok als blinde bedelaar weg.

In Thebe ontstond er ruzie om de troon. Eteokles en Polyneikes spraken een jaarlijkse wissel af, maar zodra Eteokles de troon bekleedde, wilde hij deze niet meer afstaan. Polyneikes verbleef bij Adrastos van Argos en rukte met diens leger en nog zes andere aanvoerders op tegen Thebe (“de zeven tegen Thebe”). In de strijd kwamen Eteokles en Polyneikes om door elkaars hand en zo voltrok de broedermoord zich.

Kreon nam de macht over en kondigde een decreet af: Eteokles mocht begraven worden, maar Polyneikes niet. Dit is de achtergrond van het verhaal waar Antigone begint.

Dit verhaal gaat terug op de epen uit de Thebaanse sagencyclus.Lateur, P. (2024). Sofokles en Thebe. In P. Lateur (ed.), Oidipous en Antigone: Drie Tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 255-286.

Stamboom kaderloos|661x661px

Inhoud

Prologos (vv. 1-99: Antigone & Ismene aan het woord)

Antigone en Ismene komen uit het paleis naar buiten en beginnen te praten over hun dode broers. Antigone vertelt Ismene dat Kreon besloten heeft het lijk van Eteokles plechtig te begraven, maar dat het lijk van Polyneikes, die als landverrader wordt beschouwd, onbegraven moet blijven als prooi voor de roofvogels. Het is niemand toegestaan om hem te betreuren en degene die deze regels toch overtreedt, zal worden gestenigd. Antigone wil Polyneikes toch begraven, omdat ze dat als haar plicht beschouwt, en vraagt Ismene om haar te helpen. Ismene schrikt, weigert en probeert Antigone van haar besluit af te brengen door de voorafgaande familiegebeurtenissen op te noemen, zoals de incestueuze daden van hun vader, de zelfmoord van Jokaste, moeder en vrouw van Oedipus en de dood van hun beide broers op één dag. Dat lukt haar echter niet.Ismene:

Ai mij! Ach zus, bedenk dat vader zonder roem,

gehaat gestorven is. Toen hij zijn fouten zelf

ontdekt had, stak hij zelf zijn beide ogen uit.

Mat eigen hand! Zijn moeder en zijn vrouw, twee namen

voor één, benam zich toen met een gevlochten strop

het leven. Drie: op één dag doodden de twee broers,

de ongelukkigen, elkander op dezelfde

manier, hun handen hebben wederzijds gemoord.

Nu wij weer, wij de enigen die overbleven:

beeld jou eens in hoe onze dood veel erger wordt

als wij in weerwil van de wet besluit en macht

negeren van de heerser. [...]

vv. 49-60; vert. P. Lateur Sophokles, Antigone. Vertaald en toegelicht door Lateur, P. (2024). Oidipous en Antigone: Drie tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 169.Ismene vraagt om de daad geheim te houden, Antigone vindt net van niet. Hierna verlaten Antigone en Ismene het toneel.

Parodos (vv. 100-161: koor aan het woord)

Het koor komt de orchestra binnen, bezingt de strijd tussen Eteokles en Polyneikes en bezingt Zeus die aan de kant van de Thebanen stond tijdens de strijd. Daarna komt Kreon op om zijn inaugurale troonrede te houden voor de oude mannen van de stad die ook het koor vormen.Koor:

Maar zie, hier komt

de koning van het land,

Kreon, de zoon van Menoikeus,

de nieuwe leider in deze nieuwe situatie

door de goden gewild.

Welk plan speelt er door zijn hoofd,

dat hij deze bijzondere vergadering

van ouden bijeenroept

en elk van ons die oproep stuurde?

vv.155-161; vert. P. Lateur Sophokles, Antigone. Vertaald en toegelicht door Lateur, P. (2024). Oidipous en Antigone: Drie tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 173.

Eerste epeisodion (vv. 162-331: Kreon, koor & wachtpost aan het woord)

Kreon komt, vergezeld door twee dienaren, het paleis uit. Hij prijst het koor om zijn trouw aan zijn voorgangers en vraagt het om hem nu ook trouw te zijn. Omdat hij van die trouw uit gaat, vertelt Kreon het koor dat hij heeft besloten het lijk van Eteokles wel en het lijk van Polyneikes niet te begraven. Polyneikes is namelijk een landverrader en bij diens lijk staan wachtposten opgesteld. Van het koor verlangt Kreon dat het erop toeziet dat zijn wil geschiedt. Dit sluit aan bij zijn principes: volgens hem kan een heerser alleen goed zijn wanneer hij besluiten durft te nemen en een vriend of familielid durft te doden omwille van het vaderland.Kreon:

[...]

Zijn broer echter, ik bedoel dus Polyneikes,

die als een balling weerkwam, die zijn vaderstad,

de goden van zijn stam van onderen tot boven

in vuur en vlam wilde doen opgaan, wilde proeven

van broederbloed, ons volk in slavernij wegvoeren -

hem zal, zo luidt voor onze stad wat ik verbied,

geen man de eer bezorgen van het graf, geen vrouw

zal hem bewenen, onbegraven blijft zijn lijf

als voer voor vogels, honden, lelijk om te zien.

Dat is mijn visie. En indien het van mij afhangt:

in eer gaan slechten nooit boven rechtvaardigen.

vv. 198-208: vert. P. Lateur Sophokles, Antigone. Vertaald en toegelicht door Lateur, P. (2024). Oidipous en Antigone: Drie tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 174-175.Op dat moment komt de wachter op, die een onheilspellend bericht met zich meebrengt. Iemand heeft het namelijk gewaagd het lijk van Polyneikes te begraven, maar niemand van de wachters heeft iets gemerkt. Ondanks dat de wachtpost zich verdedigt door te zeggen dat hij het niet gedaan heeft, gelooft Kreon toch niet dat de wachters er niets mee te maken hebben en dreigt hen allen te vermoorden als de echte dader niet gevonden wordt. De wachter vertelt hoe ze de daad ontdekt hebben en hoe het lijk er nu bij ligt. Het koor opteert dat deze daad misschien wel kan zijn uitgevoerd door iemand in opdracht van de goden. Kreon houdt voet bij stuk en zegt dat geld de drijfveer is geweest voor de wachter om het lijk te begraven.

Eerste stasimon (vv. 332-383: koor aan het woord)

Het koor zingt over een vreemd wezen: de mens. De mens is vindingrijk en weet veel, maar moet ervoor zorgen dat hij zijn kennis op de goede manier gebruikt. Wanneer hij dat niet doet, richt hij zichzelf (en zijn stad) te gronde, door de wil van de goden. Naast de prestaties van de mens als 'geweldig wezen', heeft hij dus te kampen met twee gebreken. Enerzijds dat hij niet kan ontsnappen aan de Hades (ook al is de mens op het vlak van genezing steeds grensverleggend, toch blijft hij sterfelijk), anderzijds dat zijn goede prestaties hybris (overmoed) tot gevolg kunnen hebben. Ondertussen komt een wachter binnen met Antigone en vraagt het koor of zij het is die het lijk van Polyneikes heeft begraven.Koor:

Ik weet niet wat te denken.

Is dit een teken van de goden?

Hoe kan ik ontkennen - want ik weet het -

dat dit de jonge Antigone is?

[…]

Zij leiden ú toch niet voor

wegens ongehoorzaamheid aan de wetten van de koning?

Betrapten zij ú op een dwaasheid?

vv. 376-383; vert. P. Lateur Sophokles, Antigone. Vertaald en toegelicht door Lateur, P. (2024). Oidipous en Antigone: Drie tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 181-182.

Tweede epeisodion (vv. 384-581: wachtpost, Antigone, Ismene, Kreon & koor aan het woord)

Nadat de wachter is opgekomen met Antigone bij zich, komt Kreon nu vergezeld door twee dienaren het paleis uit en vraagt wat er aan de hand is. De wachter legt uit dat hij de schuldige gevonden heeft: Antigone. Kreon is erg verbaasd. Antigone wordt door de twee dienaren bij Kreon gebracht en de wachter gaat weg. Kreon vraagt Antigone waarom ze zijn besluit genegeerd heeft. Antigone antwoordt simpel dat het geen verbod van de goden was en dat ze trots is op wat ze gedaan heeft.Antigone:

Jazeker. Niet van Zeus komt dat decreet, en Dikè

die bij de goden van de onderwereld huist

heeft mensen zulke wetten toch niet opgelegd.

Voorts was ik ervan overtuigd dat jouw decreten,

die uitgaan van een mens, niet zo veel kracht bezitten

dat zij bij machte zijn de onvergankelijke

en ongeschreven wetten die van goden uitgaan,

opzij te zetten. [...]

vv. 450-455; vert. P. Lateur Sophokles, Antigone. Vertaald en toegelicht door Lateur, P. (2024). Oidipous en Antigone: Drie tragedies. Eindhoven: Uitgeverij Damon, 184.Bovendien is ze niet bang om te sterven. Vervolgens kondigt het koor de komst van Ismene aan die aan het huilen is omwille van haar zus, die hij van medeplichtigheid verdenkt. Ismene wil haar zus helpen door de daad op zich te nemen of anders met haar sterven, maar Antigone zegt dat Ismene er niets mee te maken heeft. Kreon blijft stug bij zijn besluit om Antigone ter dood te brengen, ondanks dat ze zijn nicht is en de verloofde van zijn zoon Haimon.

Tweede stasimon (vv. 582-630: koor aan het woord)

Het koor zingt over de vroegere en huidige rampen die het Thebaanse koningshuis teisteren. Het kondigt daarna ook de komst van Haimon aan.

Derde epeisodion (vv. 631-780: Kreon, Haimon & koor aan het woord)