William Starke Rosecrans (Kingston, 6 september 1819 – Redondo Beach, 11 maart 1898) was een uitvinder, voorzitter van een oliemaatschappij, diplomaat, politicus en generaal tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Hij had grote overwinningen behaald aan het westelijke front, maar zijn militaire loopbaan eindigde abrupt na zijn desastreuze nederlaag bij Chickamauga in 1863.

Na het afronden van zijn studies aan in West Point, gaf hij les aan de academie en werkte hij mee verschillende ingenieursprojecten. Hij nam ontslag uit het leger om een loopbaan uit te bouwen als burgerlijk ingenieur. Bij het begin van de burgeroorlog voerde hij eenheden uit Ohio aan. Daarmee behaalde hij het eerste succes in westelijk Virginia. Toen hij in 1862 commando’s kreeg aan het westelijk front behaalde hij overwinningen bij Iuka en Corinth. Zijn bevelhebber was Ulysses S. Grant. Zijn bruuske, openhartige wijze en de vele publieke ruzies met zijn superieuren lag aan de basis van een professionele rivaliteit tussen hemzelf enerzijds en Grant en de minister van oorlog Edwin M. Stanton anderzijds. Dit zou zware gevolgen hebben voor zijn militaire loopbaan.

Hij kreeg het bevel over het Army of the Cumberland waarmee hij de Zuidelijke generaal Braxton Bragg versloeg bij Stones River en in de Tullahomaveldtocht hem met succes uit midden Tennessee kon verdrijven. Bragg werd vervolgens uit de strategisch belangrijke stad Chattanooga verjaagd. Tijdens Rosecrans’ achtervolging van Bragg kwam het tot een bloedig treffen bij Chickamauga. Door een verkeerd bevel ontstond er tijdens de slag een groot gat in de Noordelijke slaglinie waardoor een derde van het Noordelijke leger vernietigd werd. Terwijl zijn verslagen leger in Chattanooga belegerd werd, werd Rosecrans vervangen door Grant.

Na de vernederende nederlaag werd Rosecrans overgeplaatst naar het department of Missouri waarin hij Prices raid bestreed. Na de oorlog diende hij als diplomaat en verschillende politieke functies. In 1881 werd hij verkozen in het Congres voor Californië.

Vroege levensjaren en opleiding Rosecrans werd geboren op een kleine boerderij bij Little Taylor Run in Kingston, Ohio. Hij was de tweede van vijf zonen van Crandall Rosecrans en zijn vrouw Jemimaa Hopkins. (Het eerste kind overleed op vroege leeftijd.) Crandall was een veteraan van de Oorlog van 1812. Hij diende als adjudant van generaal William Henry Harrison. Daarna had hij een taverne en winkel en een kleine boerderij. De tweede naam van zijn zoon William was geïnspireerd op een van Crandells helden, generaal John Stark. Rosecrans stamde af van Harmon Henrik Rosenkrantz die arriveerde in Nieuw Amsterdam in 1651. De spelling van de naam veranderde tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog.Gordon, p. 110. De moeder van Rosencrans was de weduwe van Timothy Hopkins, familie van Stephen Hopkins, een gouverneur van Rhode Island en ondertekenaar van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring.biografie

William kreeg weinig formele opvoeding en haalde zijn kennis vooral uit het lezen van boeken. Toen hij 13 was, verliet hij zijn thuis om te gaan werken als winkelbediende in Utica en later Mansfield, Ohio. Hij kon zich geen hogere studies veroorloven en hij schreef zich daarom in aan het United States Military Academy. Hij werd ontvangen door Alexander Harper, die van plan was geweest om de plaats aan zijn eigen zoon te geven, maar Harper was zo onder de indruk van Rosecrans dat hij hem toeliet tot de academie.

Ondanks zijn “leerachterstand” was Rosecrans een voorbeeldige student die uitblonk in wiskunde, maar ook in Frans, tekenen en Engelse grammatica. Het was tijdens zijn opleiding aan de academie dat hij zijn bijnaam "Rosy," of "Old Rosy" kreeg. Hij studeerde af in 1842 als de vijfde in een klas van 56 kadetten. Onder zijn medekadetten bevonden zich o.a. James Longstreet, D.H. Hill, Don Carlos Buell en Earl Van Dorn. Hij kreeg een aanstelling als gebrevetteerd tweede luitenant bij het prestigieuze Corps of Engineers. Kort na het beëindigen van zijn studies ontmoette hij Anna Elizabeth Hegeman (1823-1883) van New York. Op 24 augustus 1843 trouwden ze. Ze zouden samen acht kinderen krijgen.Eicher, Civil War High Commands, p. 461; Find-a-Grave page for Anna.

Loopbaan Rosecrans werd naar Fort Monroe in Virginia gestuurd om de om zeeweringen te bouwen. Na een jaar vroeg hij om een aanstelling als professor aan de academie in West Point. Daar gaf hij les in bouwkunde en was hij kwartiermeester. Hoewel West Point een bastion was van de Episcopale Kerk liet hij zich in 1845 omdopen tot het Rooms-katholieke geloof. Dit inspireerde een van zijn jongere broers, Sylvester Horton Rosecrans om zich eveneens te bekeren. Hij zou later de eerste bisschop van het bisdom van Columbus worden.Meehan, The Catholic Encyclopedia.

Hoewel de meeste officieren van zijn jaar in de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog vochten, bleef Rosecrans in dienst van het ministerie van oorlog in West Point. Tussen 1847 en 1853 diende hij in Newport (Rhode Island) en Bedford (Massachusetts). Hij werkte ook tijdelijk voor de Washington Navy Yard. Ook voerde hij verschillende niet-militaire projecten uit om in het onderhoud van zijn groeiende familie te voorzien. Hij solliciteerde voor een aanstelling aan de Virginia Military Institute in 1851, maar deze plaats werd toegewezen aan Thomas Jackson.Gordon, p. 111; Warner, p. 410.

Na een periode van ziektes nam Rosecrans in 1854 zijn ontslag uit het leger. Hij nam een mijn over in westelijk Virginia die het met succes leidde. Hij ontwierp en bouwde als eerste een volledig sluizensysteem op de Coal River. In Cincinnati, bouwde hij samen met twee vennoten de eerste olieraffinaderij ten westen van de Alleghenygebergte. Hij verwierf verschillende patenten waaronder voor de eerst werkende kerosinelamp en voor een betere productiemethode voor zeep. Toen Rosecrans voorzitter was van de Preston Coal Oil Compagny liep hij in 1859 zware brandwonden op toen hij een experimentele olielamp uittestte. Een deel van de raffinaderij ging in vlammen op. Het duurde 18 maanden om te revalideren.Gordon, p. 111; Eicher, Civil War High Commands, p. 461.

De Amerikaanse Burgeroorlog Enkele dagen nadat Fort Sumter gevallen was, bood Rosecrans zijn diensten aan de gouverneur van Ohio William Dennison Jr.. Dennison stelde hem aan als aide-de-camp van generaal-majoor George B.McClellan die bij het begin van het conflict de commandant van de vrijwilligers uit Ohio was. Rosecrans werd bevorderd tot kolonel en nam tijdelijk het bevel op zich van de 23rd Ohio Infantry waarin Rutherford B. Hayes en William McKinley (toekomstige presidenten van Amerika) dienstdeden. Hij werd bevorderd tot brigadegeneraal in het leger met ingang van 16 mei 1861.Gordon, pp. 111–12; Eicher, Civil War High Commands, p. 461.

Zijn plannen en aanpak bleken zeer succesvol tijdens de veldtocht in westelijk Virginia. Zijn overwinningen bij Rich Mountain en Corrick's Ford in juli 1861 waren bij de eerste Noordelijke overwinningen. Toch kreeg zijn bevelhebber, generaal-majoor McClellan, de eer. Door een reeks van manoeuvres slaagde Rosecrans erin om de herinname door de Zuidelijke generaals John B. Floyd en Robert E. Lee van westelijk Virginia te voorkomen. Toen McClellan naar Washington geroepen werd na de Noordelijke nederlaag bij Bull Run, stelde de opperbevelhebber Winfield Scott voor om Rosecrans het bevel te geven over westelijk Virginia. McClellan ging akkoord en Rosecrans werd bevelhebber van het Departement of Western Virginia.Gordon, pp. 113–14; Eicher, Civil War High Commands, p. 461.

In het najaar van 1861 plande Rosecrans een winteroffensief om het strategisch belangrijk Winchester in te nemen om zo de Zuidelijke flank bij Mansassas te keren. Hij reisde af naar Washington om zijn voorstel te laten goedkeuren door McClellan die het echter afwees. McClellan vreesde voor een Zuidelijke tegenzet die funest zou zijn voor zijn eigen plannen. Bovendien nam hij 20.000 van Rosecrans 22.000 soldaten af en stuurde die naar brigadegeneraal Frederick W. Lander waardoor Rosecrans niets meer kon uitrichten. In maart 1862 werd zijn departement opgenomen in het Mountain Departement onder leiding van de politiek benoemde generaal John C. Frémont. Rosecrans was zijn commando kwijt. Hij diende kort in Washington waar zijn visie botste met die van de nieuw aangestelde minister van oorlog Edwin M. Stanton omtrent de tactische aanpak tegen Jacksons veldtocht in de Shenandoahvallei. Stanton werd een van Rosecrans grootste critici.Cozzens, Shenandoah 1862, pp. 51–52, 229, 238.

Westelijke front In mei 1862 werd Rosecrans overgeplaatst naar het westelijke front. Hij kreeg het bevel over twee divisies (rechtervleugel) van generaal-majoor John Popes Army of the Mississippi. Hij nam actief deel aan het Beleg van Corinth onder leiding van generaal-majoor Henry W. Halleck. Op 26 juni kreeg hij het bevel over het volledige leger en in juli kreeg hij de verantwoordelijkheid voor het District of Corinth erbovenop. In deze functies was zijn bevelhebber generaal-majoor Ulysses S. Grant die het District of Western Tennessee en het Army of the Tennessee onder zijn bevel had.Gordon, pp. 114–15; Warner, p. 410; Eicher, Civil War High Commands, p. 461.

De Slag bij Iuka

De Zuidelijke generaal-majoor Sterling Price kreeg het bevel van generaal Braxton Bragg om met zijn leger van Tupelo, Mississippi naar Nashville op te rukken om de opmars van Bragg in Kentucky te dekken. Prices leger nam kwartieren in Iuka om de komst van generaal-majoor Earl Van Dorns leger af te wachten. De twee generaals zouden daarna gezamenlijk de communicatielijnen van Grant aanvallen in westelijk Tennessee. Ze hoopten om Grants versterkingen in de vorm van Don Carlos Buells leger tegen te houden indien Grant reageerde zoals ze hoopten of indien Grant niet reageerde om verder Braggs offensief te ondersteunen.Hattaway and Jones, p. 250; Eicher, Longest Night, pp. 371–72; Woodworth, pp. 218–19.

Grant wachtte niet af en keurde een door Rosecrans ingediend plan goed om met twee colonnes Price aan te vallen voor Van Dorn zich kon aansluiten bij Price. Grant stuurde brigadegeneraal Edward Ord met drie divisies van het Army of Tennessee (ongeveer 8.000 soldaten) langs de Memphis en Charleston spoorweg om Iuka vanuit noordwestelijke richting te benaderen. Rosecrans’ leger zou via de Mobile en Ohio spoorweg oprukken om Iuka vanuit het zuidwesten te benaderen. Zo werden alle routes voor Price afgesneden. Grant sloot zich aan bij Ords hoofdkwartier en had geen tactische controle over Rosecrans’ bewegingen.Welcher, pp. 620–21; Woodworth, pp. 219–22.

Terwijl Ord naar Iuka oprukte in de nacht van 18 september had Rosecrans vertraging opgelopen door modderige wegen. Op een bepaald punt had een van zijn divisies een verkeerde weg genomen en dienden ze op hun stappen terug te keren. Die nacht rapporteerde hij aan Grant dat hij nog 32 km moest afleggen en dat hij om 04.30 uur opnieuw op weg zou gaan. Hij dacht Iuka tegen de vroege namiddag te bereiken. Rekening houdend met de omstandigheden gaf Grant het bevel aan Ord om Iuka tot 6 km te naderen maar te wachten tot Rosecrans de aanval had ingezet. Rosecrans vertrok zoals gepland maar marcheerde slechts langs één weg in plaats van de geplande twee. Hij vreesde dat een gesplitste legermacht het moeilijker zou hebben tegenover de Zuidelijken.

Op 19 september was Rosecrans op 3 km van Iuka terwijl hij de Zuidelijke voorposten voor zich uitdreef. Toen botste zijn voorste divisie met de Zuidelijke hoofdmacht. De strijd duurde van 16.30 uur tot na het invallen van de duisternis. Door een Akoestische schaduw (waarbij de geluiden van de gevechten niet tot bij Grant en Ord geraakten en ze dus niet ten strijde trokken) diende Rosecrans de strijd alleen uit te vechten.Woodworth, pp. 221–23; Eicher, Longest Night, pp. 372–74; Welcher, pp. 622–23.