thumb|Uitwendig en inwendig deel van een cochleair implantaat

Een cochleair implantaat, vaak tot CI afgekort, is een elektronisch implantaat dat geluid in pulsen omzet, die de gehoorzenuw in de slakkenhuis in het oor direct stimuleren. De hoorfunctie van buiten-, midden- en binnenoor inclusief de 16.000 trilhaartjes in de cochlea worden voor een deel overgenomen door de maximaal 24 elektroden van een cochleair implantaat. Personen zonder of met nog maar een beperkt restgehoor kunnen met een cochleair implantaat in beperkte mate klanken, geluiden en spraak waarnemen of ze weer waarnemen. Cochlea en slakkenhuis zijn synoniem.

Een cochleair implantaat is een geavanceerd hoortoestel, maar wordt niet zoals een gewoon hoortoestel los gedragen. Een cochleair implantaat bestaat uit twee delen, uit een naast het oor op het hoofd geplaatst deel en een inwendig deel. Cochleair implantaat en botverankerd hoortoestel zijn goed met elkaar te vergelijken, de aanduiding cochleair implantaat is gebruikelijk.

Geschiedenis De ontdekking dat elektrische stimulatie van het auditieve systeem een geluidservaring kan opwekken werd al in 1790 gedaan. Alessandro Volta, de ontwikkelaar van de elektrische batterij, plaatste metalen staven op zijn eigen oren en sloot deze aan op 50 volt. Hij ervoer een schok en hoorde een geluid 'als een dikke kokende soep'. Er werden daarna, tot de uitvinding van het elektrische, geluidsversterkende hoortoestel in het begin van de 20ste eeuw maar sporadisch andere experimenten uitgevoerd.

Eenkanaals implantaat De eerste directe stimulatie van de gehoorzenuw werd in 1957 gedaan door twee uit Algerije afkomstige Fransen: A Djourno, een ingenieur, en C Eyriès, een kno-arts. De eerste patiënt was een 50-jarige ingenieur die al eerder aan zijn linkeroor wegens een cholesteatoom was geopereerd. Die operatie in 1947 was mislukt, waardoor de patiënt volledig zijn gehoor verloor en de aangezichtszenuw het niet meer deed. Hij werd in 1957 vanwege dezelfde kwaal door dezelfde kno-arts aan zijn rechteroor geopereerd, met weer hetzelfde resultaat. Hij was daardoor helemaal doof geworden. Djourno en Eyriès zagen hem als een ideale kandidaat voor hun experimentele implantaat. Dit eenkanaals implantaat bestond uit een handgewikkelde spoel van 2000 windingen zilverdraad met roestvrijstalen contacten. Tijdens een operatie waarbij de gehoorzenuw bloot kwam te liggen plaatsten zij daarop elektroden. De patiënt rapporteerde dat wanneer er een stroom door de elektroden werd gestuurd hij een geluid hoorde 'als een roulettewiel' of 'als een krekel'. Hij was wel in staat geluiden waar te nemen, maar kon spraak niet verstaan. Dit eerste implantaat ging snel kapot, waardoor de patiënt voor de tweede keer geïmplanteerd moest worden. Hij kreeg een nieuw implantaat, dat 1½ jaar bleef functioneren en kon hiermee na eindeloos oefenen wel verschillende geluiden interpreteren. Hij had een duidelijke ondersteuning voor spraakafzien. Toen ook dit implantaat kapot ging, werd van een derde implantatie afgezien vanwege gezondheidsproblemen van de patiënt. De patiënt overleed een jaar later aan de gevolgen van een hartaandoening.

De volgende patiënt was een dove 17-jarige Vietnamese, die door haar vader tot het ondergaan van de operatie werd gedwongen. De operatie was technisch geslaagd, maar de patiënt gebruikte het implantaat te weinig. De kwaliteit van haar leven bleef echter gelijk. De experimenten met deze eerste implantaten werden beëindigd door een meningsverschil tussen de twee pioniers over de te volgen commerciële koers. De Amerikaanse arts WF House liet in 1961 Djourno's verslagen vertalen en ontwikkelde een apparaat met maar één kanaal, wat hij bij drie patiënten liet implanteren. Dit implantaat was alleen ontwikkeld voor de ondersteuning bij spraakafzien.

Meerkanaals implantaat Graeme Clark ontwikkelde met zijn groep in de jaren zeventig van de 20e eeuw een cochleair implantaat dat het slakkenhuis op diverse plaatsen stimuleert. Het eerste implantaat werd op 1 augustus 1978 geplaatst.

Het Australische implantaat kreeg in december 1984 de goedkeuring van de Amerikaanse Food and Drug Administration voor toepassing bij volwassenen. In 1990 vond de FDA het apparaat geschikt voor toepassing bij kinderen vanaf 2 jaar, in 1998 werd de grens verlaagd naar 18 maanden en in 2002 naar 1 jaar. Het inwendige onderdeel van een CI is al geschikt voor baby's van 6 maanden oud, en in de VS ook al als zodanig toegepast. Buiten de VS is een CI al eens geïmplanteerd bij een baby van 3 maanden oud.

Tot 1999 droegen CI-gebruikers de spraakprocessor als kastapparaat (vaak aan een broekriem of dergelijke). Dankzij miniaturisatie van de gebruikte elektronische componenten kan tegenwoordig een achter-het-oor (AHO) versie van de spraakprocessor gebruikt worden. De nieuwste generatie spraakprocessors zijn waterdicht.

De technologie van CI en de nazorg van het CI-team zijn in de loop van de tijd steeds verbeterd, met als gevolg dat de geïmplanteerden beter gingen presteren.

Het bedrijf Cochlear Ltd. heeft samen met de afdeling Otorinolaryngologie van de Universiteit van Melbourne een volledig onderhuids cochleair implantaat genaamd TIKI (Totally implantable cochlear implant) ontwikkeld. Op 5 oktober 2005 ontvingen drie proefpatiënten het nieuwe type implantaat dat ze tot op heden nog steeds gebruiken. Het zal nog een aantal jaren duren voordat het nieuwe implantaat op de markt wordt gebracht.

Er waren in 2022 over de hele wereld meer dan een miljoen mensen met een cochleair implantaat.National institute on deafness and other communicational disorders. Quick Statistics About Hearing, Balance, & Dizziness, 20 september 2024. Er zijn in België meer dan 5 000 mensen met een cochleair implantaat.UZ Leuven: ‘Om alle patiënten met een cochleair implantaat goed te kunnen blijven opvolgen, moeten we digitale tools gebruiken’. Er waren tot het einde van 2022 in Nederland meer dan 10 000 operaties uitgevoerd om een cochleair implantaat te plaatsen.HOorzaken.nl. Aantal Cochleair Implantaten – de cijfers.

Onderdelen van cochleair implantaat Uitwendig wordt een zendspoel achter het oor gedragen die door middel van een elektromagnetisch veld door de huid en andere weefsels heen verbinding maakt met het inwendige implantaat. Een microfoon die de geluiden opvangt maakt soms deel uit van deze zendspoel, of wordt achter de oorschelp gedragen, afhankelijk van de fabrikant. De microfoon en de zendspoel staan met een dun kabeltje in verbinding met de spraakprocessor, een kleine computer die het geluidssignaal omzet in een elektronische en gedigitaliseerde code. De spraakprocessor werd vaak aan de gordel gedragen, maar dankzij de steeds verdergaande miniaturisatie ook steeds vaker in combinatie met de microfoon in een achter-het-oor toestel.

Een cochleair implantaat werkt anders dan een hoortoestel. Terwijl een hoortoestel de geluiden versterkt, wordt bij een CI het geluid opgevangen door de microfoon, verwerkt in de spraakprocessor tot een elektronische code, waarna deze via de zendspoel naar het implantaat wordt gezonden dat de code omzet in elektrische pulsen; via de elektrode worden de vezels van de gehoorzenuw in het slakkenhuis rechtstreeks door deze elektrische pulsen geprikkeld.

Bij een hoortoestel worden, afhankelijk van de samenstelling van het restgehoor, niet alle door het hoortoestel versterkte geluiden waargenomen. In het algemeen zou iemand met een gehoorverlies van meer dan 70 dB de hoge frequenties minder tot niet (meer) kunnen waarnemen. Mits de oorzaak van het gehoorverlies niet bij de gehoorzenuw of de hersenen maar bij de cochleaire trilhaartjes ligt, is de kans groot dat een cochleair implantaat een beter resultaat geeft dan een hoortoestel.

+ Verschillen tussen een cochleair implantaat en een hoortoestel cochleair implantaat hoortoestel Herkenning van klinkers en medeklinkers Voor zeer zwaar slechthorenden: alleen herkenning van klinkers. Minder zwaar slechthorenden kunnen wel medeklinkers herkennen. Diverse mogelijkheden voor signaalcodering Beperkte mogelijkheden voor signaalcodering Directe signaaloverdracht aan gehoorzenuw Hoge versterking Operatie noodzakelijk Geen operatie noodzakelijk Revalidatie noodzakelijk Geen revalidatie, want geen operatie Geen mogelijkheid tot proefperiode Wel mogelijkheid tot proefperiode 3 batterijen of oplaadbare batterij 1 batterij Levensduur batterij: 1 tot 3 dagen Levensduur batterij: 1 tot 2 weken Risico op aangezichtsverlamming Geen risico op aangezichtsverlamming Groot risico op verlies van restgehoor Klein risico op verlies van restgehoor als gevolg van schadelijke versterking boven 85 dB Vanaf circa 80 dB gehoorverlies mogelijk Tot 110-120 dB gehoorverlies mogelijk

Operatie thumb|Inwendige onderdeel van een implantaat, in dit geval de Cochlear Freedom 24 RE

Na het zo nodig afscheren van haar wordt de patiënt onder narcose gebracht of lokaal verdoofdONafhankelijk Informatiecentrum over Cochleaire Implantatie en wordt een opening in het schedelbot achter het oor geboord. In het slakkenhuis wordt een flexibele lintvormige elektrode (het implantaat) geschoven, zodanig dat de elektrode dicht tegen de te prikkelen zenuwvezels aan ligt. De operatie kan 1½ tot 6 uur duren, waarna de patiënt nog 1 tot 5 dagen in het ziekenhuis blijft. Een aantal weken na de operatie wordt de zendspoel aangesloten op het implantaat en kan de gebruiker geluiden horen. Aanvankelijk klinken de geluiden vaak vreemd en herkent de gebruiker ze niet. Vervolgens is er een lang traject waarin de gebruiker logopedielessen volgt om (weer) spraak te kunnen verstaan. Het is de bedoeling dat de gebruiker ook thuis oefent met een oefenpartner: om spraak te leren verstaan en om geluiden in en om het huis te kunnen herkennen. In de tussentijd wordt het CI regelmatig bijgesteld.

Risico's Bij een CI-operatie bestaat het risico dat de aangezichtszenuw wordt beschadigd, met (gedeeltelijke) aangezichtsverlamming tot gevolg. Deze zenuw wordt daarom tijdens de operatie elektronisch gevolgd. Als deze complicatie toch optreedt, dan herstelt deze in het algemeen vanzelf.CI (Cochleaire implantatie). gearchiveerd Bij de eerste generatie van cochleaire implantaten werd door de artsen een operatietechniek met een grote C-vormige snede rond het oor toegepast. Hierdoor was er een flink risico op het raken van de aangezichtszenuw. Tegenwoordig wordt een andere operatietechniek gebruikt waarbij een kleine korte snede rond het oor wordt toegepast. Hierdoor, en door verbeterde röntgenapparatuur om de snede te volgen, is het risico op aangezichtsverlamming tegenwoordig kleiner. Het restgehoor verdwijnt meestal geheel aan de zijde waar geïmplanteerd wordt. Dit kan niet ongedaan gemaakt worden, ook niet als de CI niet blijkt te werken. Er wordt sinds ongeveer 2015 getracht zoveel mogelijk restgehoor te behouden, er zijn ook CI's in combinatie met een hoortoestel. Toch is dit restgehoor meestal maar minimaal. Er is een kans van 5 tot 15% dat het evenwichtsorgaan aan de kant van de operatie uitvalt.ONICI Nieuwsbrief. Meerjarenverslag 2006-2007 CI- Centrum Nijmegen – Sint-Michielsgestel, december 2008. 12, blz 10 Er is een kans dat de smaakzenuw wordt beschadigd, met verlamming van de tong en/of verlies van smaak tot gevolg.