De Abdij van Dielegem of Abdij van Diligem (Frans: Abbaye de Dieleghem) is een voormalige abdij in het noordoosten van de Belgische gemeente Jette. Het voornaamste restant is de beschermde abtswoning uit 1783-1791.

Geschiedenis thumb|De prelaatswoning is het enige restant van het gebouwencomplex van de voormalige abdij van Dielegem Door toedoen van Onulfus van Wolvertem vestigde zich in de 11e eeuw een gemeenschap van reguliere augustijnerkanunniken in de hoeve Auwderheyden. Hun priorij werd op 14 september 1095 ingezegend door bisschop Walcher van Kamerijk. De akte preciseerde dat het klooster los stond van de parochie Jetta, meteen de oudste vermelding van het dorp.

In 1140 trad de gemeenschap toe tot de premonstratenzers, een incorporatie die in 1145 bisschoppelijk werd bekrachtigd. De streek werd geteisterd door de Grimbergse Oorlogen, wat vermoedelijk reeds omstreeks 1150 leidde tot de verplaatsing van de abdij naar Dielegem. Uiterlijk in 1217 nam de gemeenschap haar huidige naam aan. De kanunniken genoten, mede dankzij een periode van bloei, een aanzienlijke uitstraling in de wijde omgeving en waren lokaal pastoraal actief. Zij bedienden verschillende parochies, waaronder die van Denderleeuw. Ook de macht van de abt nam toe: als lid van de Staten van Brabant werd het dagelijks bestuur van de abdij tijdens zijn abbatiaat vaak waargenomen door een prior. In 1659 wordt de bloeiende abdij door Sanderus vereeuwigd.

Deze bloeiperiode duurde tot in de 18e eeuw. In 1775 verleende het kapittel toestemming voor de uitbreiding van de conventsgebouwen. Onder het abbatiaat van Ferdinand Valvekens (1750-1771) en Jan-Baptist Van den Daele (1771-1789) werden werkzaamheden toevertrouwd aan architect Dewez om de abdij te verfraaien. Dewez, reeds bekend in monastieke kringen, genoot een aanzienlijke reputatie. Vooral de nieuwe abtswoning, met een grote staatsiezaal, werd een hoogtepunt van classicistische architectuur, met fraai uitgevoerde stucwerken en gevels in Dielegemse zandsteen. Lijst van abten De abten waren gemijterde prelaten, de abdij voerde als wapenspreuk: Diligam te Domine. Annalecta Praemonstratensia, vol 12, pag. 130. + Abten van Dielegem Abbatiaat Naam -1515 Roland Sanderus 1515-1512 Petrus vande Zype 1512- Cornelis vander Goes -1538 Joannes de Tuegele 1538- 1540 Jan vande Putte 1540 - 1575 Arnould Mahieu 1575 - 1602 Lieven van Cauwenberghe 1602 - 1623 Martinus I vanden Hecke gezegd Heckius 1623 - 1645 Jan Baptiste de Haseleer 1645 - 1662 Martinus II van den Hecke Cadendo firmo 1662 - 1678 Cornelis Lambrecht 1678 - 1680 Siardus Huenaerts 1680 - 1689 Franciscus Kerremans 1689 - 1720 Henricus Huys 1720 - 1744 Henricus Crockaert 1744 - 1749Henricus van Eesbeeck1750 - 1771Frans Emmanuel Valvekens1771 - 1789Jan Baptist vanden Daele1784-Andreas de MaegdtAfgezet door Franse troepen

Opheffing miniatuur|Wapenschild van de abdij Onder het abbatiaat van Andreas De Maeght werd de abdij tijdens de Franse Revolutie opgeheven: de abt en de kanunniken werden verdreven, en vluchtten naar een eiland voor de Bretoense kust, waarna het gebouwencomplex grotendeels werd vernield en geplunderd. , Ch. (an VII). Dilighem. In Le département de la Dyle ou première partie du dictionnaire géographique et topographique des neuf départemens de la Belgique. (p. 49). Bruxelles: Armand Gaborria. Gearchiveerd op 29 december 2020. Van de abdij rest enkel nog het classicistische prelaatshuis dat door architect Laurent Benoît Dewez werd ontworpen. De stenen voor dit gebouw werden in nabije groeven ontgonnen (onder andere op de plaats van het huidige Laarbeekbos).

In de 19e eeuw wisselde de woning vaak van eigenaar en van bewoners. Heel even namen Portugese jezuïeten er hun intrek. Dokter Capart kocht het domein in 1896 en bewoonde het met zijn grote familie. In de jaren 20 van de twintigste eeuw werd de abtswoning een tehuis voor mentaal gehandicapte kinderen. In de eerste helft van de 20ste eeuw, wanneer de wijk uitbreiding nam, deed de woning tijdelijk dienst als kapel. Ook jeugdgroeperingen vonden er een onderkomen.

In 1950 werd het gebouw uiteindelijk door de gemeente gekocht en in 1953 beschermd. Pas in 1972 kon de prelaatswoning, na een grondige renovatie, worden heropend. Thans is er het Gemeentelijk Museum van het Graafschap Jette in gevestigd. Het gebouw doet ook dienst als gemeentelijke trouwzaal. Abdij van Dielegem. jette.brussels. Gearchiveerd op 23 juli 2021.

Literatuur Guy Paulus, De abdij van Dielegem , 2005,

Categorie:Bouwwerk in Jette Dielegem Categorie:Architectuur in België uit de 18e eeuw Categorie:Beschermd erfgoed in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Categorie:Voormalig klooster in Brussel