De Drommedaris is de zuidelijke toegangspoort van de stad Enkhuizen. Het is het bekendste gebouw in Enkhuizen.
Ontstaan Het gebouw is neergezet als verdedigingswerk bij de ingang van de Oude Haven, en bevond zich oorspronkelijk op de Westfriese Omringdijk; deze liep vanuit het noorden via de Breedstraat verder langs de Zuiderdijk. Het stuk dijk vlak bij de Drommedaris is later afgegraven voor de aanleg van de Buitenhaven. De geschutskelder en de ruimte op de begane grond dateren uit 1540 en waren het oorspronkelijke bouwwerk. De beide ruimtes bevatten kanonsgaten langs de wanden in nissen waar kanonnen stonden die de havens konden bestrijken. De bovenste ruimte heeft een ribgewelf. Boven het gebouw op het dak stond een bouwsel met daarin gevangeniscellen die nog steeds op de eerste etage in het huidige gebouw zijn terug te vinden. Boven de poort is een cel voor ter dood veroordeelden waar in het eikenhouten beschot jaartallen en soms gedichten zijn gekerfd. Buiten boven de ingang van deze poort was in witte steen het wapen van de Keizer uitgehouwen met eronder de tekst: "Salig is de Stad en hoog gepresen, die peist om oorlog in tijdt van vrede." In een houten klokkenstoel op het dak hing een luidklokje om het sluiten van de poort aan te kondigen.
thumb|none|De Zuiderpoort of Ketenpoort op schilderij "De Vlootschouw bij Enkhuizen" uit 1614 voor de verhoging van de Zuiderpoort; later de Drommedaris. Foto gemaakt tijdens restauratie door Ronald de Jager; Schilderij eigendom Gemeente EnkhuizenDe oude naam van het gebouw is Zuiderpoort of Ketenpoort en later ook Wilgenburg (voor het bolwerk waar de toren bij hoorde). De benaming Ketenpoort verwijst naar de zoutketen ten zuiden van de stad langs de Zuiderdijk, die via deze poort konden worden bereikt. Hier werd zeewater verdampt om het zout te verkrijgen waar haring mee werd geconserveerd. In de 19e eeuw wordt de naam Drommedaris of Domburg gebruikt.
Verhoging Na de Tachtigjarige Oorlog werd het gebouw verhoogd tot de vorm die we nu kennen. Deze bouw duurde van 1649-1657. In de loop der eeuwen was het gebouw in gebruik als opslag van buskruit, gevangenis, wachtkazerne, accijnskantoor, spinnerij/weverij, als telegraafkantoor (onder de poort) en ook de eerste tentoonstelling van het Zuiderzeemuseum vond plaats in het gebouw in de zomer van 1949.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd bij een bombardement op de naastgelegen scheepswerf het gebouw ernstig beschadigd. Vooral de poort aan de stadszijde zat vol granaatinslagen. Zie afbeelding in fotogalerij.
Omstreeks 1960 kwam er een studentencentrum in de Drommedaris met op de begane grond een bar. Er werd in de gevangeniscellen en op de zolder geslapen door de studenten, onder wie ook Prinses Beatrix. Later kwam er op de eerste verdieping een café-restaurant en werd de ruimte beneden, net als de tweede etage, een kleine gehoorzaal voor allerlei activiteiten zoals concerten, toneelvoorstellingen en expositieruimte van kunstobjecten. Tegenwoordig is het gebouw alleen in gebruik als cultureel centrum.
Restauraties aan het gebouw zijn verricht in 1914-1915, 1956-1968, 1963 en 1973. In 2012/13/14/15 is het gebouw en de toren met carillon opnieuw gerestaureerd. In het voorjaar van 2015 werd het gebouw weer in gebruik genomen. Sinds een restauratie in de vorige eeuw staat op de wijzerplaten het cijfer vier per abuis als IV weergegeven; eerder is op oude foto's te zien dat dit IIII was, zoals gebruikelijker is bij wijzerplaten met Romeinse cijfers. Zie wijzerplaat met jaartal 1869 in de Galerij.
Het carillon In de jaren 1649-1657 werd het gebouw met twee etages verhoogd en kreeg het rondeel een spits dak met een open koepeltoren, waarin zich vandaag de dag een carillon van 44 klokken bevindt van diverse klokkengieters: Geert van Wou uit Kampen, Pieter Hemony uit zijn Amsterdamse tijd, A.H. van Bergen uit Heiligerlee en van Eijsbouts uit Asten. De klokkenreeks is gestemd in middentoonstemming. Dit deed Pieter Hemony op basis Es2 (±160 kg).
Geschiedenis van het carillon Oorspronkelijk hing in het torentje sinds 1659 een kleine voorslag van ± 10 klokken die gegoten was door een Kamper klokgieter Geert van Wou (mogelijk een neef met dezelfde naam). Deze had hij omstreeks 1524 gegoten voor de Zuider- of St. Pancrastoren. De klokken werden daar weer verwijderd met de komst van de Hemonyklokken in 1649. Samen met de speeltrommel en wat verder nog aan onderdelen voorhanden was werden deze klokken bewaard, mogelijk met het doel ze in de toren van de verhoogde Ketenpoort te hangen. Een van de grootste klokken had men in het klokhuis bij de Westerkerk gehangen en deze werd vandaar ook naar de Drommedaris verhuisd omdat deze stemde (accordeerde) met de overige klokken.Resolutie van 1 Augustus 1657: "In omvrage gebracht off de clocken in de Zuyder Toorn gehangen hebbende ende jegenwoordich niet gebruykt werdende, niet behoorden te werden gebracht op de nieuwe Toorn beneffens de clock uyt de Westertoorn, die accordeert met de toon van de voorz. clocken te meer dewyle de ton ende meest alle toebehoorten tot het speelwerck noch voorhanden is. Is naer omvrage bij meerderheyt van stemmen verstaen de voorz. clocken beneffens de clocke uyt de Westertoorn op de nieuwe Toorn tot een speelwerck te brengen ende een nieuwe clock in de Westertoorn te doen gieten." Dit alles beschrijft Gerard Brandt, de geschiedschrijver van Enkhuizen. Peter Bakker beschrijft in het artikel in Steevast ook dat het carillon hoofdzakelijk ten dienste was van de scheepvaart bij mistig weer. Hij kwam hierbij tot de conclusie dat om die reden het gebouw werd verhoogd. Hierover verder meer in dit artikel.
Klokken van deze van Wou-voorslag bestaan nog steeds, waarvan twee in het huidige carillon en de grootste nog bestaande, die dus ooit luidklok van de Westerkerk was en uurslagklok van de Drommedaris, met als opschrift IHESUS - MARIA - IOHANNES Gherardus de Wou me Fecit anno Domini MCCCCCXXIII. Deze luidklok werd rond 1960 door de gemeente Enkhuizen uitgeleend en hangt tegenwoordig in de Ontmoetingskerk aan de Klopperstraat waar de Gereformeerde Gemeente deze klok regelmatig luidt voor de eredienst. Van de andere voorslag klokken is bekend dat er nog één als luidklok in gebruik is in Duitsland in de Abteikirche St. Josef zu Billerbeck-Gerleve.
Rond 1677 leverde Pieter Hemony voor de Drommedaris een van zijn laatste werkstukken die hij op voorraad had. Dit was bovendien het lichtste spel dat hij ooit gemaakt heeft. Het bestond uit 24 klokken (incl. de 2 Geert van Wou klokken en de uurslagbel), die Pieter Hemony bijstemde om bij het nieuwe klokkenspel te kunnen gebruiken. De grootste Hemonyklok heeft als opschrift: Et Fidium Modulos Et Acuti Carmina Phaebi Vincimus P. Hemony me fec. A. 1675 (Wij (d.w.z. de klokken) overwinnen/klinken luider dan (= vincimus) het gezang van de godsgetrouwen (= fidium modulos) en de verzen (psalmen?) van de doordringend klinkende Phoebus (= carmina acuti Phaebi)Met Phoebus wordt Apollo bedoeld, de god van de poëzie in de klassieke wereld. Phoebus/Apollo wordt als god van het licht (de zonnegod) ook wel met Christus vergeleken en zou in dit verband dus de priester/dominee als plaatsvervanger/voorganger kunnen zijn. Waarmee dan zowel de gelovigen als de voorganger overstemd worden als de klokken roepen. (met dank aan drs. B. Leek die de vertaling maakte.)) Op de andere klokken staan geen teksten m.u.v. een jaartal, de naam van P. Hemony en de A. voor Amsterdam. Op een van de grotere klokken schrijft hij zijn naam fout. Er staat Peturs in plaats van Petrus. (Halfuur bel) Pieter Hemony stelde het carillon samen uit klokken die in voorraad waren in zijn gieterij want hoewel het spel geleverd werd in 1677 dragen zijn klokken verschillende jaartallen vanaf 1671. Het Hemony-carillon werd door ruil met de overige (wellicht veel zwaardere) Van Wou-klokken verkregen. De metaalprijs was in verhouding met het arbeidsloon erg hoog, vandaar dat er kon worden geruild, zodat de stad niet te veel voor het spel hoefde uit te geven.Resolutie van 31 mei 1677:"In deliberatie geleyt zijnde (Tijdens het beraad kwam naar voren), of men in plaatse van de klocken op de toorn in de Paktuynstraat niet soude konnen hangen, seecker klockwerck werdende te koop gepresenteert bij Hemony, klockgieter tot Amsterdam, mits de tegenwoordige klocken souden werden verkocht, ende geconsidereert (overwegende), dat de stadt daar uyt soude konnen profiteeren, alsmede gedient zijn van veel aangenamer speelwerck is geresolveert (vastgesteld), d'Hrn Burgemeesteren daartoe te authoriseeren (machtigen), ingevalle hetzelve buyten belasting van de stadt soude konnen werden gedaen"
Er veranderde in de loop der tijd weinig aan dit Hemony-klokkenspel. Er zijn berichten dat het spel zeer zuiver klonk. In 1816 was het aan een revisie toe; de tand des tijds had toegeslagen, en we lezen in de resoluties van de Burgemeester en gemeenteraad op 15 maart van dat jaar, dat vanwege de slechte financiële staat van de gemeente er een beroep zou moeten worden gedaan op geld uit het paalkistrecht; dit was een belasting die Enkhuizen mocht innen voor de bebakening van de Zuiderzee. Het klokkenspel had immers hoofdzakelijk tot doel de scheepvaart in goede banen te leiden bij mistig weer. Het uurwerk liet de speeltrommel met de klokken immers het hele etmaal acht keer per uur klinken in die tijd.
Rond 1910 werd het carillon voorzien van een pianoklaviertje wat werd bespeeld door de geroemde musicus Reinhart Gerrit Crevecoeur. Het is op de foto te zien.thumb|left|Reinhart Gerrit Crevecoeur aan het pianoklaviertje van het Drommedariscarillon in 1924
In 1951 werd dit klokkenspel door klokkengieter A.H. van Bergen uit Heiligerlee uitgebreid tot drie octaven (36 klokken) en werd de uurslagbel van Geert van Wou verwijderd om ruimte te maken voor het derde octaaf en logischer bedrading. Er werd ook aan de Hemonyklokken gestemd, wat niet optimaal is gebeurd, en in 1982 heeft Eijsbouts geprobeerd dit te verbeteren. Nadat de klokken in 1974 opnieuw waren opgehangen door Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel, is het carillon in 1982 opnieuw gerestaureerd na een inzamelingsactie onder de Enkhuizer bevolking en het bedrijfsleven met als motto "Een ton voor het Carillon". Enkele klokken van Pieter Hemony uit de gemeentelijke museumopslag werden teruggeplaatst na te zijn gerepareerd. De oude uurslagklok van Van Wou kwam bij deze werkzaamheden niet terug vanuit de kerk aan de Klopperstraat. In plaats hiervan kwam er in 1982 een nieuwe uurslagbel van Eijsbouts. en werden de kleine van Bergen klokjes vervangen. Er kwam een bronzen herdenkingsplaat die herinnert aan de restauratie van 1982. Hierop staan de namen van de schenkers van de toen vernieuwde en geadopteerde klokken. De oude overtollige meest kleine klokjes van A.H. van Bergen die niet zuiver van toon waren, werden bij opbod verkocht ten bate van een fonds dat ondergebracht werd bij de Enkhuizer Klokkenspel Vereniging. De grootste klok hiervan, met slagtoon g3 (klaviertoon e3) van ±29 kg, is later door het koor van de eigenaar geschonken aan een de kerk van een lepradorpje Meti Kecil op Saparoea in Indonesië. Wijlen Ds Nico ter Linden van de Westerkerk (Amsterdam) was daar op bezoek in 1991. Tijdens de restauratie van de Drommedaris tussen 2011 en 2015 werd het hout- en loodwerk van de koepel geheel vernieuwd en werd ook het carillon weer opnieuw geplaatst. Er kwam een nieuw klavier want het klokkenspel werd met 5 klokjes uitgebreid tot 3,5 octaven. Verder werd door de nieuwe, beter geproportioneerde mangaan messing klepels, het geluid van de historische klokken in dit unieke carillon aanzienlijk verbeterd.