Eppe Steenwijk ('t Zandt, 22 februari 1901 - aldaar, 30 juli 1958) was een Nederlands politieagent en de assistent van de SD'er Robert Lehnhoff.

Steenwijk werd geboren als zoon van dagloner Luilf Steenwijk en Dieuwerke Hekema. Hij groeide op in een arm gezin. Steenwijk ging later aan de slag als politieagent in de stad Groningen en trouwde in 1931 met Dedje Bos. Voordat de oorlog uitbrak, was hij gepromoveerd tot rechercheur. In 1942 kwam hij terecht bij de Bijzondere recherche van de Staatspolitie.

De bijzondere recherche werkte nauw samen met de SD uit het Scholtenhuis. Steenwijk was een fanatiek jager op de Joodse bevolking van Groningen en werd "de schrik van de Joden" genoemd. Verder jaagde hij op zwarthandelaren, zo blijkt uit een door hem opgesteld rapport uit 1942. Ook nam hij deel aan een razzia in Holwierde in februari 1944. Hier werden zesenzeventig mensen opgepakt. Steenwijk schaamde zich hiervoor, omdat hij oorspronkelijk uit de omgeving kwam. Hij gebruikte hierbij een andere achternaam, namelijk 'Kuiper'. Een paar maanden eerder had hij zich laten ompraten door de uit Bedum afkomstige landbouwer Cornelis Stolwijk om een door hem opgepakte jodin vrij te laten. Stolwijk wist Steenwijk angst in te boezemen voor de gevolgen. Ook zou hij bij de razzia in Holwierde hebben bemiddeld voor een aantal personen, zo verklaarden getuigen tijdens de zitting na de oorlog. Ook gaf hij inlichtingen aan het verzet. Hierna kreeg hij moeilijkheden op het Scholtenhuis en werd hij gedegradeerd tot chef-inkoper voor Kamp Westerbork.

Na de oorlog werd hij in eerste instantie veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf. Met aftrek van zijn voorarrest bleef daar uiteindelijk vijftien jaar gevangenisstraf van over. In 1948 ging Steenwijk nog in hoger beroep. Uiteindelijk werd zijn straf teruggebracht naar twaalf jaar gevangenisstraf. Hij kwam vervroegd vrij en keerde terug naar zijn geboortedorp 't Zandt. Hier overleed hij op 30 juli 1958.

Categorie:Nederlands collaborateur in de Tweede Wereldoorlog