Franciscus van Assisi (ook wel Franciscus van AssisiëVolgens Godfried Bomans (de Volkskrant, 10 september 1966) spraken katholieken van Franciscus van Assisië en protestanten van Franciscus van Assisi. of Sint-Franciscus; Italiaans: Francesco d'Assisi (Assisi, 1181 of 1182 – aldaar, 3 oktober 1226) is de stichter van de kloosterorde van de franciscanen of minderbroeders. Hij werd geboren als Giovanni di Pietro Bernardone, leefde als religieus en werd op 16 juli 1228 heilig verklaard door paus Gregorius IX.
De Sint-Franciscuswegen zijn sinds 2025 een Europese Culturele Route van de Raad van Europa.
Levensloop Jeugd Franciscus was een zoon van Petrus van Bernardone, een welgestelde lakenkoopman uit Assisi. Zijn vader was op het moment van zijn geboorte voor zaken in Frankrijk. Pica de Bourlemont (zijn moeder) gaf hem de naam Giovanni (Johannes). Zijn vader maakte daar bij thuiskomst Francesco, 'Fransman', van. Het kan ook zijn dat hij die bijnaam pas later kreeg omdat zijn vader hem meer dan eens naar Frankrijk stuurde om handel te drijven.Helene Nolthenius, Een man uit het dal van Spoleto
Volgens zijn eerste biograaf Thomas van Celano leefde Franciscus in zijn jeugdjaren als een wildebras: hij zwierf met zijn kameraden door de stad en gaf veel geld uit aan feestmalen en kleding. Thomas stelde dat waarschijnlijk zo voor om het contrast met zijn bekering beter uit te laten komen. Vermoedelijk was Franciscus echter ook in zijn jeugd al een creatief en fijngevoelig mens. Hij wijdde zich aan de liefde, streefde naar de ridderslag en gedroeg zich bij tijd en wijle als minnezanger of troubadour.
Vrouwe Armoede miniatuur|Giotto di Bondone, frescocyclus bovenkerk Assisi: Franciscus voor de bisschop Na een veldslag tussen zijn geboorteplaats Assisi en de stad Perugia in 1202 werd Franciscus krijgsgevangen. Hij was toen ongeveer 20 jaar oud. Na een jaar kwam hij vrij maar was daarop lang en ernstig ziek. Weer aan de beterende hand werd Franciscus bijzonder getroffen door het leed van de melaatsen, die in zijn tijd volledig uit de samenleving werden verstoten. Volgens zijn Testament bracht God hem in hun midden en bewees hij hun barmhartigheid. Naar aanleiding daarvan bekeerde hij zich tot een leven van armoede, gebed en dienstbaarheid aan de armen, ontevreden over de leegheid van zijn leven.
Later, in 1205, kreeg hij een visioen in het kerkje van San Damiano. Hij wist zich aangesproken door de daar afgebeelde Gekruisigde: 'Franciscus, ga en herstel mijn huis'. Hij trok zich als een kluizenaar terug in de eenzaamheid en wijdde zich aan de melaatsen, het herstellen van kerkjes en aan het gebed. Zelf wilde hij de allerarmste zijn. Hij bedelde zijn dagelijks voedsel bij elkaar, daarvan delend met anderen die nog minder hadden dan hij. Vanaf dat moment werd zijn enige geliefde 'Vrouwe Armoede'.
Zijn vader, die van mening was dat zijn zoon tot de rang van dorpsgek was vervallen, probeerde hem met dreiging en verleiding terug te laten keren naar een werelds leven. Uiteindelijk legde Franciscus in de lente van 1205 tijdens een scène op het plein bij de bisschop zijn kleren aan de voeten van zijn vader (die ze immers had betaald) en wijdde zich toe aan God met de woorden: "Nu kan ik werkelijk zeggen: Onze Vader in de hemel", waarop de bisschop zijn mantel om hem heen sloeg.
Toen Bernardus van Quintavalle en Petrus Catani zich in 1208 bij Franciscus wilden aansluiten, raadpleegden zij gezamenlijk het evangelieboek van de kerk van Sint Nicolaas om te ontdekken hoe hun leven eruit moest zien. Zij stuitten daarbij op drie teksten: "Als je dat wilt, volmaakt zijn, ga heen, verkoop al je eigendom en geef het aan de armen en je zult een schat in de hemelen hebben. Kom dan hierheen en volg mij." (Mattheus 19:21). "Hij zegt tot hen: neemt niets mee voor onderweg, geen staf, geen reiszak, geen brood en geen geld, en ook moet u geen twee hemden hebben." (Lukas 9:3). "Als iemand dat echt wil, achter mij aan komen, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis dragen, en zó mij volgen!" (Mattheus 16:24). Dat is wat zij vervolgens naar vermogen deden, en daarmee was de Franciscaanse beweging begonnen. Kort nadien sloot Egidius van Assisi zich bij hen aan. In hetzelfde jaar 1208 gaf de abt van het Benedictusklooster op de Monte Subasio het kerkje van Portiuncula in het dal bij Assisi in bruikleen aan Franciscus om het tot het centrum van zijn nieuwe beweging te maken.
Dienst aan de vrede Ten tijde van paus Innocentius III, die een theologische visie bezigde op "Christus als Koning der Koningen, met Jeruzalem als Zijn stad en het Heilig Land als Zijn erfdeel", dat met kruistochten heroverd moest worden op de moslims, verraste Franciscus ieder door "voor God" te kiezen door in dienstbaarheid te verblijven onder de Saracenen. Hij ging mee met de Vijfde Kruistocht maar bewandelde een andere weg. Volgens de Fioretti benaderde hij in 1219 sultan Al-Kamil om hem te bekeren, wat deze laatste hoffelijk afwees. Franciscus' vreedzame benadering van de islam, dialogisch avant la lettre, geeft een volstrekt ander beeld van God: de God van de nederige dienstbaarheid, die uitnodigt om in een geest van vrede en geweldloosheid onder andere mensen te gaan, hun werk en leven te delen en zo te midden van hen Zijn aanwezigheid te ontdekken.
Een belangrijke regel van Franciscus in de omgang met andersdenkenden en andersgelovigen was onder andere de afwijzing van woordenstrijd. Armoede, dienstbaarheid, geweldloosheid zonder wapenen, zelfs zonder het wapen van het woord, gingen voor hem hand in hand en in dit perspectief ondernam hij in 1219 tijdens de kruistocht zijn persoonlijke vredesmissie naar de sultan van Damiate, waar hij hoffelijk werd ontvangen en spirituele gesprekken voerde.
Persoonlijke vroomheid Franciscus was de belichaming van een nieuw persoonlijk gekleurd soort vroomheid binnen het christendom, waarbij de ontwikkeling van het individu en diens persoonlijke gaven en talenten van grote betekenis waren. Tegelijk hechtte hij grote waarde aan het behoren tot een groep gelijkgezinde gezellen, een broederschap waarin men in elkaars noden en behoeften kan voorzien.
Franciscus schreef aan het einde van zijn leven een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin bezingt hij 'de dingen van de hemel' – broeder zon en zuster maan en de sterren – 'de dingen van de aarde' of de vier elementen – broeder wind en zuster water, broeder vuur en zuster aarde – en ten slotte de levensweg van de mens.
Franciscus zag het op zich nemen van wat het leven te dragen geeft als een van de manieren om dichter bij Christus te komen. Wanneer hij opmerkte 'draag uw kruis', bedoelde hij 'neem uw lot op u', 'draag uw deel van het lijden'. Franciscus wees niet alleen het lijden niet af, hij hechtte ook grote waarde aan de natuur, die hij een prachtige weergave vond van hoe de Schepper voor de mens wil zijn, en de mens draagt en in leven houdt. Dat gebeurt volgens Franciscus' lied door de afwisseling in het weer.
Franciscus' laatste jaren en overlijden miniatuur|Franciscus van Assisi ontvangt de stigmata door Lorenzo Monaco (ca. 1420) Rond 1219-1220 ontstonden er problemen in de broederschap. Franciscus, die in het Midden-Oosten verbleef, keerde daarom terug naar Italië en legde het ambt van minister-generaal van de broederschap neer. Petrus Catani volgde hem op, en na diens dood broeder Elias Bombarone. Franciscus schreef intussen een nieuwe regelredactie, waarbij hij naar eigen zeggen van de vele kruimels één hostie wilde maken.Met andere woorden: hij wilde er een meer geordend geheel van maken. Op 29 november 1223 werd de nieuwe orderegel door paus Honorius III met een pauselijke bul Regula bullata bekrachtigd.
Omdat Thomas van Celano (eind 12e eeuw-circa 1260) een Italiaans franciscaan was en de eerste hagiograaf van het leven van Franciscus van Assisi is het vrijwel zeker dat Franciscus in 1223 van paus Honorius III toestemming kreeg om tijdens de kerstnacht buiten in de natuur de Heilige Mis te vieren. De traditie van het opzetten van een kerststal komt uit het dorpje Greccio in Umbrië, enkele kilometers buiten Assisi. De eerste Franciscaner monniken hadden in Greccio een hermitage, een kluizenaarscel. Daar vlak bij ligt een grot die Franciscus herinnerde aan de Geboortegrot in Bethlehem, die hijzelf in het Heilige Land had bezocht. In deze grot maakte hij een kerststal, met een echte voederbak als kribbe voor Jezus, met levende figuren en een echte ezel en een os om het kerstverhaal zo realistisch mogelijk uit te beelden.
Op 24 september 1224 zou Franciscus de stigmata hebben ontvangen die Jezus aan het kruis droeg. In de winter of lente daarna zong hij voor het eerst zijn bekende Zonnelied. Hij stierf op de avond van 3 oktober 1226.
Na zijn dood Op 4 oktober werd het lichaam van Franciscus in een processie door de stad gevoerd, naar de kerk van San Giorgio in Assisi, alwaar hij begraven werd. In dezelfde kerk sprak paus Gregorius IX twee jaar later zijn heiligverklaring uit. Op verzoek van de paus begon Elias van Cortona met de bouw van de Sint-Franciscusbasiliek boven zijn graf. In de vastenperiode van 2026 werd het stoffelijk overschot van Franciscus een maand lang, van 22 februari tot 22 maart, aan het publiek tentoongesteld in een kogelvrije glazen kist die opgesteld werd in de benedenkerk van de Sint-Franciscusbasiliek.Botten van Sint Franciscus van Assisi na 800 jaar voor het eerst te zien
De dag waarop de processie plaatsvond werd gekozen tot zijn feestdag. In 1929 werd de dag van Sint-Franciscus tevens Werelddierendag. Als bijkomend feest wordt in de Heiligenkalender van 1962 ook het feest van de stigmata van Sint-Franciscus gevierd op 17 september.
Binnen de orde ontstond na de dood van Franciscus een strijd over hoe de Franciscanen behoren te leven. Aan de ene kant stonden de minorieten, ook wel conventuali genoemd, die het armoede-ideaal vrijwel schrapten uit de regel. Aan de andere kant waren er de spiritualen, die voor vrijwillige armoede kozen. Vertegenwoordigers van beide bewegingen schreven in de eerste decennia na Franciscus' dood allerlei levensbeschrijvingen van hun idool, waarin ze hem uitspraken en ideeën toedichtten die in overeenstemming waren met hun overtuiging.
Tijdens het generale kapittel ('algemene bestuursvergadering') van de Franciscanen in 1260 kreeg de generaal van de orde, de geleerde theoloog Bonaventura, de opdracht om een 'officiële' biografie te schrijven. Deze Legenda Maior ('Grote Levensbeschrijving') werd in 1263 goedgekeurd door het generale kapittel. Het werd de broeders in 1266 verboden om andere levensbeschrijvingen over Franciscus te lezen. Alle andere 'legenden' moesten worden vernietigd.
Legenden Er bestaan veel beeldende verhalen over Franciscus van Assisi. Zo zou hij een kar hebben verkocht aan een koopman tegen een veel te hoog bedrag. Maar toen hij wilde gaan slapen, zat dat hem toch niet lekker. Toen sprak God tegen hem dat hij te veel had gevraagd en dat hij niet goed zou kunnen slapen totdat hij het bedrag aan de koopman zou hebben terugbetaald. Na een lange zoektocht vond Franciscus de koopman en hij betaalde hem het te veel gekregen bedrag terug. Vanaf die dag kon Franciscus weer goed slapen.
Een tweede legende gaat over Franciscus van Assisi en de melaatse. Franciscus reed te paard op een bergweggetje, op weg naar een stad. Toen zag hij een melaatse. De man zag er vreselijk uit; hij miste vier vingers, had een verschrompelde huid en miste een oog. Franciscus schrok en gaf zijn paard de sporen. Terwijl hij vluchtte, herinnerde hij zich het evangelie: een christen moet iedereen liefhebben. Hij besloot terug te keren en kuste de melaatse op de mond. Die voelde zich meteen veel beter en begon te wenen bij de aanraking.
De belangrijkste gebeurtenissen in Franciscus' leven 1181/1182 Franciscus wordt geboren in Assisi. 1202 Hij trekt mee ten strijde tegen Perugia. Franciscus wordt een krijgsgevangene.