Zaamslag is een dorp in de gemeente Terneuzen, in de Nederlandse provincie Zeeland. Het dorp, in de regio Zeeuws-Vlaanderen, heeft inwoners (). Tot april 1970 was Zaamslag een zelfstandige gemeente.
In de omgeving staat Zaamslag bekend als "'t Durp", waaraan ook het sportcomplex van de plaatselijke voetbalvereniging zijn naam dankt. Zaamslag wordt ook wel het "Staphorst van Zeeuws-Vlaanderen" genoemd. Het dorp telt vier kerken, waarvan er nog drie in gebruik zijn als gebedshuis, van de christelijke gereformeerde kerk, de PKN en de Nederlandse gereformeerde kerk.In Zeeuws-Vlaanderen werken reformatorische christenen eensgezind samen, 17 april 2018
Het dorp vindt zijn oorsprong mogelijk al in de Romeinse tijd, maar het komt voor het eerst voor in 980. Het middeleeuwse Zaamslag ging in 1584-1586 verloren na inundatie. Het huidige dorp is opgezet in 1650 na de hernieuwde droogmaking, maar lag op dezelfde plaats en kent een geometrische opbouw die voor die tijd modern was.
Sinds een gemeentelijke herindeling in 1970 valt Zaamslag onder de gemeente Terneuzen. Dit ging destijds niet zonder slag of stoot, totdat de dreiging kwam dat Zaamslag bij de vroegere gemeente Axel gevoegd zou worden.
Stropielekkers links|miniatuur|266x266px|Het beeld van de Stropielekkers met het oude gemeentehuis op de achtergrond De inwoners worden ook wel "Stropielekkers" genoemd. Vroeger stond op het dorpsplein een vat met stroop waar altijd een paar druppels aan bleven hangen. Volgens het verhaal haalden de inwoners van Zaamslag de druppels er met hun vinger af om die vervolgens af te likken. Volgens een andere lezing van het verhaal over de afkomst van de naam Stropielekkers was er een vat met stroop van een kar gegleden en hadden de duigen het niet gehouden. Gevolg dat de stroop uit het kapotte vat lekte en dorpelingen die ervan hoorden, schoten toe, sommigen met kannetjes en kopjes, anderen om hun vingers in de stroop te steken en het zoete goedje daarvan af te likken.
Sinds juni 2004 staat er voor de PKN-kerk op het plein een standbeeld van een stroopvat met twee 'lekkende' dorpsbewoners.
Geschiedenis Veelal wordt de geschiedenis van Zaamslag ingedeeld in twee perioden: het Oude Zaamslag en het Nieuwe Zaamslag. Deze onderverdeling is sterk aangezet, want het huidige dorp zou niet bestaan als het middeleeuwse dorp niet had bestaan. Het is echter voor menig historicus een makkelijke onderverdeling van de dorpsgeschiedenis.
Zaamslag wordt voor het eerst vermeld in 980, in de naam van heer Jan van Saemslach, maar het is waarschijnlijk ouder. De oudste vondsten die gedaan zijn bij Zaamslag zijn Romeinse munten. Het is bekend dat de Romeinen in deze streek waren, Aardenburg is daarvan nog een goed voorbeeld. Er zijn verder geen vondsten gedaan van Romeinse aard. De Romeinse bodemlaag ligt bijna drie meter onder het huidige straatniveau. Ook is er een stuk boom gevonden met een inscriptie erop die doet denken aan het Runenschrift. Verder werd er eens een 'stenen beitel' gevonden. Ook een aanduiding op een kaart uit 1552, waar bij Zaamslag een huis met de naam Koelheim getekend staat, doet ouder vermoeden. De naam Koelheim is namelijk Karolingisch (ca. 9de eeuw).
Tussen het einde van de Romeinse Tijd en de zevende eeuw was het grootste gebied van Zeeuws-Vlaanderen onbewoonbaar gebied; ook het gebied van het huidige Zaamslag was waarschijnlijk niet bewoond. Er zijn tot nog toe geen aanwijzingen van bewoning gevonden die dateren uit die tijd.
Zaamslag werd vroeger in een gebied gezien met Othene en Aendijcke, een dorp dat sinds 1586 niet meer bestaat. In de Middeleeuwen werd Zaamslag bestuurd vanuit Gent (Vlaanderen). Lange tijd was Zaamslag ook een zelfstandige heerlijkheid, met veel rechten. Dit was voornamelijk het geval tussen de 12de en de 15de eeuw.
thumb|links|Zoals de eerste fase van de Torenberg van Zaamslag eruitgezien heeft: een mottekasteel. Reconstructie bij Terra Maris.
Sinds de dertiende eeuw kent men Tempeliers in Zaamslag. Dezen bezaten een eindje buiten Zaamslag de Tempel van Zaamslag. Na de Tempeliers, waarvan de orde in 1312 werd opgeheven, waren onder andere de Johannieters de eigenaars. Men weet dat ze door ridder Gerard van Maelstede begiftigd werden met landerijen in 1282, tot opbouw van de Heilige Tempel te Zaamslag. Op de commanderij waren onder andere een kapel en een begraafplaats aanwezig. De commanderij was omringd door een gracht met een houten brug en had zeker een aantal stenen gebouwen. Dit is onder andere overgeleverd door de 19de-eeuwse schoolmeester van Zaamslag Van der Baan, die stelde dat er nog vormen van grachten, fundamenten en palen waarop de brug gelegen had te zien waren. Tijdens vroege opgravingen zouden dan onderaardse gewelven en munten met 'Karel V' gevonden zijn. In 1586 is de commanderij door overstroming verloren gegaan. Tegenwoordig is er eigenlijk niets meer van te zien.
Vlak bij de commanderij lag het hospitaal van Zaamslag. Dit was een omvangrijk complex met kloostervertrekken, een ziekenzaal, versierde ruimtes, etc. Een grote ziekenzaal was er voor de ziekenverzorging, waartoe de Hospitaalridders zich geroepen voelden. Het pand dateerde uit de 13de eeuw, en er zijn in 2009 en in 2010 opgravingen bij verricht.
Het dorp 'Zaemslacht', 'Saemslach', 'Sameslath' of Sameslacht' bestond in de Middeleeuwen waarschijnlijk uit boerderijen, houten huizen en ook enkele stenen huizen met het kasteel De Torenberg (vanaf circa 1100) ernaast. In de kern van het dorp, dat min of meer dezelfde vorm had als het huidige plein, stond de parochiekerk, gewijd aan Sint-Maarten.
Deze kerk was een kruiskerk met achtkantige vieringtoren. Wanneer men ook tegenwoordig naar het Plein rijdt, is het duidelijk te zien (vooral vanaf Terneuzen) dat het Plein hoger gelegen is. Dat is mogelijk een verklaring voor de ligging van het dorp. Toch is het regelmatig door overstromingen getroffen, onder andere in 1404 en 1530. Ook in het naastgelegen Othene bevindt zich een dergelijke verhoging in het landschap.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog kwam Terneuzen (destijds een kleine vesting) in 1583 in handen van de Spanjaarden. Hierdoor kwamen vijandelijke troepen tegenover elkaar te liggen, met strooptochten als gevolg. Aan de brandstichting van 3 februari 1584 herinnert nog een versje: "Anno vijftienhondert tagtig en viere den derde februari dagh toen zag men Zaamslagh staan in gloeijende viere gedaan doort volk van 's Graven holach dat op de schanse binnen Ter Neuse lach."
Om Axel vrij te houden van de Spanjaarden is het land rondom Zaamslag onder water gezet in 1584-1586. Hierdoor gingen ook de dorpen Othene en Aendijcke ten onder.
De Torenberg thumb|De Torenberg (2008)
De Torenberg was het kasteel van Zaamslag, daterend van rond 1100. Het kasteelcomplex begon als een houten mottekasteel met op de berg een houten verdedigingstoren en een houten brug over de gracht als verbinding tussen het dorp en de voorburcht. In een latere fase, waarin sprake was van steenbouw, zijn unieke 'dreefmuren' bij het kasteel gebouwd. De resten daarvan zijn bij opgravingen aangetroffen. Het dure geheel was bovendien bekleed met nog duurder materiaal: gekapte ledesteen. Het kasteel heeft door veldslagen tussen de graafschappen Zeeland en Vlaanderen veel geleden, zo ook bijvoorbeeld in 1384-1385, toen de bevolking vermeldde dat er niets meer over was om te eten en het kasteel in een puinhoop was veranderd. De Torenberg was, in tegenstelling tot de verhalen eromheen, geen eigendom van de Tempeliers, maar van de ambachtsheren van Zaamslag.
Het kasteel bezat vermoedelijk een voorburcht met kasteelboerderij en een hoofdburcht. Deze hoofdburcht bestond uit een stenen muur die rond een opgeworpen heuvel lag, de Torenberg. Op deze 'berg' stond de toren van het kasteel.
De Torenberg werd verwoest in de nasleep van de militaire inundaties van 1584-1586, toen in de Tachtigjarige Oorlog het gebied rond Zaamslag onder water werd gezet. Alleen de woontoren bleef staan. Toen Zaamslag weer opnieuw werd ingepolderd, rond 1650, was de toren vermoedelijk zwaar vervallen en eind zeventiende eeuw werd de toren gesloopt. Nu bestaat alleen de kasteelberg, de Torenberg, nog.
Bekende ridders zijn onder andere: Ridder Robert (vermoord in 1325) en heer Jan van Zaamslag (omstreeks 980). Naar hen zijn twee straten in Zaamslag vernoemd.
De 'Heerlijkheid Zaamslag'
Zaamslag was in de Middeleeuwen een hoge heerlijkheid. Pas in 1518 wordt Zaamslag onder het gezag van het Axeler Ambacht gesteld. Daarvoor was het er wel bij betrokken, maar Zaamslag was eerder niet afhankelijk.
In de Middeleeuwen werd Zaamslag bestuurd door de Ambachtsheren van Zaamslag. De eerste heer van Zaamslag die bekend is, is heer Jan, omstreeks 980. Ook een bekend bestuurder is ridder Robert van Zaamslag, vermoedelijk vermoord in 1325. De heerlijkheid behoorde destijds toe aan Heer Emanuel Prins van Croij en van Salve, ook baron van Maldegem. Dit zou de gelijkenis met het wapen van Maldegem eventueel verklaren. In 1379 werd Zaamslag als huwelijksgeschenk gegeven aan Catharina van Maldegem. Na haar kwam Zaamslag in bezit van Gillis van Zuijlen. Waarschijnlijk was het zijn zoon, Florens, die de titel en wapen van Zaamslag zou hebben aangenomen. Florens overleed in 1444 en zijn zoon, eveneens Florens geheten, volgde zijn vader op. Hij stierf na een veldslag bij Luik. Hij was getrouwd met Johanna van Zaamslag, maar zij overleed zonder kinderen ter wereld gebracht te hebben. Daarom trouwde Florens met Josijne de Milano. Hun dochter, Florence, trouwde met Antonij van Heetvelde, waardoor Zaamslag nu in handen kwam van de familie Van Heetvelde. Hun zoon Aarnout van Heetvelde volgde zijn vader op. Hij stierf kinderloos op 3 april 1559 en werd begraven te Brussel. Hierdoor kwam Zaamslag in handen van zijn zus Anne. Zij was getrouwd met Maximiliaan de Quarré. Hun zoon Anthonie de Quarré volgde Aarnout van Heetvelde op. Hij woonde in Brussel en bleef daar wonen. Maximiliaan de Quarré volgde zijn vader Anthonie op en na hem ging Zaamslag naar zijn zus Barbara. Zij was getrouwd met Philips de Fourneau. Hun zoon Hendrik Christoforus was de laatste rooms-katholieke heer van Zaamslag. Hierna verdween Zaamslag door oorlogshandelingen onder de golven.
In 1646 werd Zaamslag, destijds slechts een stuk verdronken land, verkocht aan Jan Melis, heer van Saeftinghe. Hij verkocht Zaamslag weer, nu aan Gerard van der Nisse, op 19 januari 1647. Hij was Gecommitteerde van de Generaliteit van Den Haag. Zo was het gebied overgegaan naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, waarbij het tot 1794 gebleven is. Van der Nisse was de eerste protestantse heer van Zaamslag. In 1648 ontving hij toestemming tot het herinpolderen van de Zaamslagpolder. Onder zijn bewind werd het dorp weer herbouwd.
thumb|Zaamslag omstreeks 1660, met de Torenberg. Nadat er door vele verervingen een einde komt aan het bewind van de Van Heetveldes, kwam Zaamslag toe aan Johanette Margarete Huijssen. Zij stierf in 1724. Alexander Johan Hieronimus Huijssen volgde haar op.
In 1794 brak een moeilijke tijd aan voor de heren van Zaamslag. Hun bewind werd door de Franse bezetters niet aanvaard. Dat ging zo door tot 1813, toen de Franse bezetting werd beëindigd. Koning van het Koninkrijk der Nederlanden, Willem I liet de rechten weer herstellen, maar de invloed van de ambachtsheren was sterk afgenomen. Tijdens de Franse tijd waren de instituties van het ancien régime in de Nederlanden betekenisloos geworden .
In de periode 1864 tot 1867 werden de eigendommen verkocht. Sindsdien is er geen Heer van Zaamslag meer. Het archief werd geschonken aan de provincie Zeeland.
Het Nieuwe Zaamslag thumb|Zaamslag in de Zeeuwsche volksalmanak van 1839. thumb|Zaamslag in 1776