Japanse rode den (Pinus densiflora) is een plantensoort uit de dennenfamilie (Pinaceae).

In Japan staat Japanse rode den bekend onder de triviale namen akamatsu en mematsu. De boom wordt geproduceerd voor het hout, maar ook voor de sierteelt ten behoeve van de klassieke Japanse tuin. Deze den kent diverse cultivars, zoals de meerkleurige Pinus densiflora 'Oculus Draconis', de kronkelende/kruipende Pinus densiflora 'Pendula' en de meerstammige Pinus densiflora 'Umbraculifera'.

In Korea staat de plant bekend als sonamoo (소나무, letterlijk "dennenboom"). In Korea hecht men veel waarde aan deze boom en symboliseert deze plant de Koreaanse geest. De plant wordt zelfs vermeld in het volkslied, Aegukga. Omdat de plant in het westen werd geïntroduceerd door Japanse botanici tijdens het koloniale tijdperk, staat de plant bekend als 'Japanse rode den'. In Korea probeert men nu de naam te laten veranderen naar 'Koreaanse rode den'.

De eerste beschrijving van de soort staat in in het gezamenlijke boek Flora Japonica van Philipp Franz von Siebold en Joseph Gerhard Zuccarini uit 1842.

Determinatie Japanse rode den is een boomvormende (maar soms ook struikvormende) conifeer die een hoogte kan bereiken van 20–35 m en een stam diameter tot 1,5 m. De kroon is parasolvormig. De knoppen zijn donker roodbruin, langwerpig-ovaal en iets harsachtig.

De naaldvormige bladen zijn 8–12 cm lang, groeien paarsgewijs en zitten drie jaar aan de boom. De Japanse rode den is sterk verwant aan grove den (Pinus sylvestris), maar verschilt door de langere en dunnere naalden die helder groen zijn zonder de blauwe waas van grove den. De bast van de jonge boom is roodbruin (vandaar de naam), met de jaren wordt de stam meer grijsbruin.

De mannelijke kegels zijn bruin en groeien in kransen van 9 tot 10 centimeter lang. De zaadkegels staan rechtop of zijn hangend. Ze hebben een korte steel en zijn donker geelbruin of bruinachtig geel, ovaal of ovaal-conisch. Ze zijn 3-5,5 cm lang en 2,5-4,5 cm breed. Ze springen open als ze rijp zijn. De zaadschubben zijn meestal dun. De apofyse is meestal aangedrukt, breed rhomboïdaal, plat of naar achteren gebogen aan de top, zelden piramidevormig en licht geribbeld, De umbo is plat of steekt iets uit in een minuscule stekel. De pitten (vaak zaden genoemd) zijn omgekeerd eivormig-ellipsoïde of eivormig, 3-7 mm lang. De vleugel is 1-2 cm lang. De bestuiving vindt plaats in april-juni en de rijping in september-oktober van het tweede jaar.

Ecologie Japanse rode den is een lichtminnende soort die de voorkeur geeft aan zwak zure, goed gedraineerde zandgronden of stenige substraten. Ze is opvallend vaak te vinden in (kustbegeleidende) rotsvegetatie.

Verspreiding Het verspreidingsgebied van Japanse rode den omvat Japan, Korea, het noordoosten van China (Heilongjiang, Jilin, Liaoning, Shandong) en uitstralingen tot in het uiterste zuidoosten van Rusland (zuidelijk kraj Primorje).

Fotogalerij

Referenties Pinus densiflora op de IUCN Red List Pinus densiflora op conifers.org

Categorie:Den Japanse rode den