thumb|250px|De locatie van Brussel in België en de EU Brussel, dat sinds een aantal decennia de Europese instellingen huisvest, wordt beschouwd als de de facto hoofdstad van de Europese Unie (EU). Officieel heeft de Europese Unie echter geen hoofdstad noch de intentie er een vast te leggen. De stad huisvest onder meer de officiële hoofdzetels van de Europese Commissie, de Raad van de Europese Unie, de Europese Raad en de tweede zetel van het Europees Parlement.

De meeste instellingen zijn gevestigd in de Leopoldswijk, onderdeel van de Europese Wijk, gelegen tussen het Warandepark, het Jubelpark en het Leopoldpark. De Commissie en de Raad hebben er hun hoofdkwartier, dicht bij het station Brussel-Schuman en het Schumanplein op de Wetstraat. De gebouwen van het Europees Parlement, samen de Leopoldruimte, zijn gebouwd overheen het station Brussel-Luxemburg, naast het Luxemburgplein.

Geschiedenis Ontstaan van de instellingen In 1951 tekenden België, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Italië het Verdrag van Parijs, waarmee de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd opgericht. Hierbij ontstonden ook de eerste Europese instellingen: Hoge Autoriteit (het uitvoerend orgaan van de EGKS, later opgegaan in de Europese Commissie) Raad van Ministers (later opgegaan in de Raad van de Europese Unie) Hof van Justitie Gemeenschappelijke Vergadering (voorloper van het Europees Parlement)

Initieel Belgisch veto tegen Brussel Verschillende steden werden voorgedragen om deze nieuwe instellingen te ontvangen. Frankrijk, gesteund door Italië, pleitte voor Straatsburg, België voor Luik en Nederland voor Den Haag. De Franse minister van Buitenlandse Zaken Robert Schuman lanceerde daarop Saarbrücken als mogelijkheid, een stad in het lang tussen Duitsland en Frankrijk betwiste Saarland. Uiteindelijk kwamen vijf van de zes lidstaten uit op Brussel, dat een grote stad was in een historische bufferstaat tussen Frankrijk en Duitsland met een beperkt politiek gewicht. Brussel was bovendien tweetalig, lag op de overgang tussen de Germaanse en de Latijnse cultuur, was centraal gelegen en goed bereikbaar. De Belgische minister van Buitenlandse Zaken en voormalig premier Paul van Zeeland bleef echter uit electorale overwegingen de kandidatuur van Luik steunen.Demey, 2007: 175-6 Deze provinciale Franstalige industriestad werd echter door andere onderhandelaars verworpen. Op de conferentie van 23 juli 1952 stelde, na lange onderhandelingen, Van Zeeland dan de Italiaanse stad Turijn voor, maar op initiatief van de Luxemburger Joseph Bech bevatte het uiteindelijke akkoord Luxemburg als tijdelijke zetel. De Gemeenschappelijke Vergadering vestigde zich wegens praktische overwegingen in Straatsburg, in het halfrond dat door de Raad van Europa al werd gebruikt.

De Verdragen van Rome van 1957 richtten twee nieuwe organen op: de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). Deze deelden de Gemeenschappelijke Vergadering en het Hof van Justitie met de EGKS maar kregen elk een nieuwe Raad en nieuwe Commissie (equivalent met de Hoge Autoriteit van de EGKS). Discussies over de locatie van deze instellingen werden uitgesteld tot vlak voor de inwerkingtreding van de verdragen, om het ratificatieproces niet in gevaar te brengen.Demey, 2007: 187

Brussel wachtte tot een maand voor de start van het overleg met het indienen van zijn kandidatuur, die achter de schermen de steun van enkele landen genoot. De lidstaten waren het in principe eens om alle instellingen in één stad onder te brengen, maar konden niet tot een akkoord komen welke stad dit dan wel moest zijn. De beslissing werd nog eens zes maanden opgeschort. Intussen zou de Gemeenschappelijke Vergadering in Straatsburg blijven en het Hof van Justitie in Luxemburg, terwijl de Commissies en Raden zouden pendelen tussen de hoofdzetel van de EGKS in Luxemburg en het kasteel Hertoginnedal in Brussel. De Raden zouden samenkomen waar het presiderende land dit wenste.Demey, 2007: 187-8 In de praktijk was dit tot de herfst van 1958 ook op Hertoginnedal, tot men verhuisde naar de Ravensteinstraat, dichter bij het centrum.

Vroege uitbreiding De kandidaatstelling van Brussel als enige Europese zetel mislukte —ondanks steun van de bevolking— door de zwakke steun van de regering. De Belgische regering gaf later een nieuwe boost aan de campagne met grootschalige bouwprojecten in de huidige Europese wijk. Op 11 februari 1958 sloten de regeringen van de toenmalige zes lidstaten een akkoord over het opzetten van administraties. Ervan uitgaande dat het twee jaar zou duren om voldoende kantoorruimte te creëren, besloten ze voorlopig alle diensten in Brussel onder te brengen, in afwachting van een rapport van het Comité van Experten over een unieke zetel.Demey, 2007: 190-3Why Brussels became the capital of the EU, The Brussels Times Op aangeven van minister Victor Larock ging de Belgische regering akkoord om voor de EEG voorlopige kantoorruimte te huren van Royale Belge aan de Blijde Inkomstenlaan 23-27 in Brussel.Brussels's European Quarter – Why in Brussels? Why in this neighbourhood?, Brussels Times, 18 september 2017

In afwachting van de voltooiing van het gebouw stelde de Belgische regering op 1 april 1958 haar voormalige ministerie van Economische Zaken ter beschikking aan de Belliardstraat 51-53. Na de verhuizing van de EEG in de zomer bleef dit gebouw exclusief in gebruik voor de commissies van Euratom. Gezien de sterke aangroei van het aantal ambtenaren, werden ook gebouwen gebruikt op de Broekstraat, de Broquevillelaan, de Tervurenlaan, de Aarlenstraat, de Jozef II-straat, de Wetstraat en de Kortenberglaan. De Belgische overheid verstrekte daarnaast nog nieuwe gebouwen aan de Stuiversstraat 22 voor het Secretariaat van de Raad van Ministers en de Europese Investeringsbank.Demey, 2007: 193 Die laatste verhuisde naar Luxemburg in 1965.

De ambtenaren pendelden vanaf dan tussen Brussel en Luxemburg. Praktische overwegingen leidden er evenwel toe dat geleidelijk aan vergaderingen enkel nog in Brussel plaatsvonden.European Commission publication: Europe in Brussels 2007

In 1965 werden de drie uitvoerende organen versmolten tot een. De wil om alle instellingen te centraliseren in Brussel baarde Luxemburg zorgen en leidde tot de huidige regeling van spreiding over drie steden. Toch verkreeg Brussel het leeuwendeel van de departementen van de Europese Commissie, het Secretariaat van de Raad van de Europese Unie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's, en werd het de vergaderplaats van de verschillende parlementaire fracties. De nieuwe Commissie van de Europese Gemeenschap werd gevestigd aan de Blijde Inkomstlaan. Deze beslissingen werden herbevestigd door de Europese Raad in Edinburgh op 12 december 1999.European Council in Edinburgh europarl.europa.eu

Het akkoord van 1965 was echter een bron van ontevredenheid voor het Parlement, dat dichter bij de andere instellingen gevestigd wilde zijn. Enkele beslissingsorganen en samenkomsten werden naar Brussel overgeheveld. In 1985 ging men nog verder door de bouw van een parlementsgebouw in Brussel. Hierop bereikte de Europese Raad een akkoord aangaande de locatie van de verschillende instellingen, later toegevoegd aan het Verdrag van Amsterdam. Voortaan moest het Parlement enkele sessies, onder andere die over de begroting, in Straatsburg houden, maar konden extra sessies en werkgroepen plaatsvinden in Brussel. Tegelijkertijd werd de aanwezigheid van de Commissie en de Raad in Brussel herbevestigd.

In 2002 kwam men overeen dat de Europese Raad ook in Brussel gehouden moest worden, in plaats van steeds te verhuizen tussen verschillende steden volgens de beurtrol van het Europees voorzitterschap. Sinds 2004 worden alle Europese Raden verondersteld in Brussel plaats te vinden, hoewel buitengewone samenkomsten nog steeds elders gehouden kunnen worden. Een van de achterliggende motivaties voor de centralisatie in Brussel was de ervaring van de Belgische politie met betogers en andere dingen die bij de internationale rol van de stad horen.

In februari 2011 bleek uit een studie dat negentig procent van de Europarlementsleden ervoor zou kiezen Straatsburg te laten vallen en alleen in Brussel te vergaderen. De maandelijkse verhuizing van parlementariërs, ambtenaren en dossiers tussen Brussel en Straatsburg is een kostbare zaak, die regelmatig voor discussies binnen en over het EP zorgt. Alleen parlementariërs uit Frankrijk en Luxemburg houden vast aan het pendelen tussen de twee steden."Straatsburg is geldverspilling", NOS, 14 oktober 2013

Status thumb|Brussel trekt wereldwijd de meeste journalisten aan (persruimte van de Commissie) Brussel is een politiek centrum met ambassadeurs bij België, de NAVO en de Unie, waardoor er in de stad meer ambassadeurs te vinden zijn dan in Washington, de hoofdstad van de Verenigde Staten. Het aantal journalisten is er ook groter, met correspondenten uit alle lidstaten, en het aantal geregistreerde lobbyisten bedraagt ongeveer 10.000.All above figures from E!Sharp magazine, Jan-Feb 2007 issue: Article "A tale of two cities".

De Commissie stelt 25.000 mensen te werk, en het Parlement ongeveer 5.000.Website van het parlement europarl.europa.eu Gegeven deze hoge concentratie, is Brussel de meest gewenste locatie voor een eventuele stap naar de centralisatie van alle Europese instellingen.

Geografisch ligt Brussel in een rechte lijn met Luxemburg en Straatsburg. De afstand tussen Brussel en Luxemburg bedraagt 186km en tussen Luxemburg en Straatsburg 164km (dus 350km tussen Brussel en Straatsburg). Toch is de spoorwegverbinding tussen de steden niet zo goed ontwikkeld in vergelijking met andere steden in Europa. Plannen voor een hogesnelheidslijn tussen Brussel en Luxemburg zijn afgevoerd en de huidige trein overbrugt de 186km in zo'n 2u50. Tussen Luxemburg en Straatsburg doet een trein er 1u34 over. Sinds 2016 verbindt een hogesnelheidstrein Brussel wel rechtstreeks met Straatsburg in 3u32. Deze rijdt via Rijsel en Parijs (waar de hogesnelheidslijnen zijn) waardoor de afstand meer dan verdubbelt (800km i.p.v. 350km).

Brussel heeft echter wel een centrale positie in het Europese hogesnelheidsnetwerk, op slechts 1 tot 2 uur van Parijs, Amsterdam, Londen, Keulen. In Parijs sluit het aan op het Franse hogesnelheidsnetwerk (dat weer aansluit op het Spaanse en Italiaanse netwerk). In Keulen sluit het aan op het Duitse netwerk.

Instellingen Europese Commissie thumb|upright=1.25|Het Berlaymontgebouw, hoofdkantoor van de Europese Commissie Het opvallendste gebouw is het Berlaymont, de voornaamste zetel van de Commissie. Het was in de jaren 60 het eerste gebouw om opgetrokken te worden door de Gemeenschap. Het werd ontworpen door Lucien De Vestel, Jean Gilson, André Polak en Jean Polak en gefinancierd door de Belgische regering, die het kon betrekken indien de Commissie Brussel zou verlaten. Het werd geïnspireerd door het UNESCO-gebouw in Parijs, als een vierpuntige ster, en was indertijd een ambitieus ontwerp.

Het gebouw onderging een grondige renovatie in de jaren 1990, om de asbestplaten te verwijderen en het verouderende gebouw aan te passen aan uitbreiding. Na een periode onderdak gevonden te hebben in het Breydelgebouw op de Oudergemlaan, betrok de Commissie opnieuw het Berlaymontgebouw en kocht het voor 550 miljoen euro.

De voorzitter van de Commissie betrekt het grootste kantoor, naast de vergaderzaal op de 13de —en bovenste— verdieping. Hoewel het complex het belangrijkste gebouw van de Commissie is, herbergt het slechts 2000 van haar 20.000 medewerkers. Naast de Commissieleden en hun kabinetten, zijn ook het Algemeen Secretariaat en de juridische dienst van de Commissie hier gevestigd.