Jacob Appius, heer van Stadwijck (Groningen, 15 september 1730 – Stadwijk, 3 september 1789) was een advocaat aan het Hof van Holland, commies te Suriname en burgemeester.

Leven en Werk Jacob Appius, was zoon van kolonel Matthias Haycko Appius en Geertruda Theodora van BrunsveldNederlandsche Leeuw 1938 (56ste jrg).,werd geboren in de Oude Ebbingestraat en gedoopt op zondag 17 september 1730 in de Nieuwe Kerk te Groningen. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Groningen, en sloot zijn studie af met het proefschrift "De voluntate et consensu" op 25 juni 1755 . Daarna vestigde hij zich te Amsterdam.

Op 6 november 1755 werd Appius advocaat aan het Hof van Holland. Met het schip "Adrichem" kwam hij op 2 oktober 1762 aan in SurinameScheepsregister. Gearchiveerd op 7 april 2023.), alwaar hij als commies aangesteld werd bij de Sociëteit van Suriname.Nationaal Archief, Den Haag, Sociëteit van Suriname, nummer toegang 1.05.03, inventarisnummer 340 Op 9 augustus 1771 vertrok hij met het slavenschip "Keenenburg" en repatrieerde samen met zijn zwarte bediende Jan Christiaan naar de hofstede "Stadwijck" te SappemeerStadwijck werd op 9 februari 1775 verkocht voor 6.000 gulden. Gearchiveerd op 25 maart 2023., waar hij samen met zijn oudste zuster (Margaretha Jacomia Appius) ging wonen.

Vrijmetselarij Appius was als vrijmetselaar verbonden aan diverse loges. Zo was hij de oprichter (1765-1767) en eerste voorzittend meester van de Surinaamse loge La Zélée en was van 1773 tot 1776 voorzittend meester van de Groninger vrijmetselaarsloge loge L'Union Provinciale. Appius trad af bij de laatst genoemde, omdat de geheimhouding van de loge geschonden werd.

Overlijden Appius overleed in 1789. Volgens zijn laatste wil moest hij begraven worden in de Der Aa-kerk te Groningen en zijn graf gedekt worden met een blauwe steen, voorzien van het familiewapen in koper. Hij werd echter bijgezet in de Koepelkerk te Sappemeer.Kerk Sappemeer - Grafzerken, Jacob Appius. Geraadpleegd op 1 september 2018. Gearchiveerd op 1 september 2018. De zerk, voorzien van familiewapen, draagt als symbolen een schedel boven gekruiste beenderen en een zandloper met vogel- en vleermuisvleugels.

Bij het verdelen van de erfenis werd zijn dienstknecht Jan Christiaan niet vergeten.In het land van de overheerser: II: Antillianen en Surinamers in Nederland, 1634/1667-1954. Jan Christiaan zou, getuige het testament, ieder jaar 104 carolusgulden ontvangen. Daarnaast kreeg hij het vistuig, een snaphaan met jachtzak en een kruitbus en een bed met toebehoren. Tot slot kwamen alle, oude en nieuwe, nachthemden van zijn meester hem toe en mocht hij een keuze doen uit Appius' garderobe.Buitenverblijven in H-S. Gearchiveerd op 26 maart 2023.

Categorie:Nederlands vrijmetselaar Categorie:Advocaat bij het Hof van Holland Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw