Gent (Frans: Gand) is de hoofdstad en grootste centrumstad van de Belgische provincie Oost-Vlaanderen en van het gelijknamige arrondissement Gent.
Gent heeft een oppervlakte van 15.777 hectare en telde op 1 januari 2026 273.790 inwoners, waarmee het naar inwonertal de op een na grootste gemeente van België is, na Antwerpen en voor Brussel en Luik. De stad is tevens de hoofdplaats van het kieskanton Gent en telt vijf gerechtelijke kantons.
Gent ontstond uit Keltische woonkernen in het gebied van de samenvloeiing van de Leie en de Schelde. In de middeleeuwen groeide Gent onder impuls van een bloeiende wolnijverheid uit tot een van de grootste steden van Europa. Ook de vlas- en linnennijverheid en het stapelrecht op graan dat Gent verwierf droegen aanzienlijk bij tot haar welvaart. Na een korte calvinistische periode kende de stad een zeker verval dat pas keerde tegen het einde van de 18e eeuw, toen de katoennijverheid Gent tot een van de eerste industriesteden van het Europese vasteland maakte. In het Hof ten Walle, het latere Prinsenhof, werd op 24 februari 1500 de latere keizer Karel V geboren. In de stad werden de Pacificatie van Gent (1576) en de Vrede van Gent (1814) ondertekend.
Gent wordt ook wel de Fiere Stede of de Arteveldestad genoemd. Wegens zijn ligging in een uitgestrekt gebied van bloemen- en plantenkwekerijen wordt Gent ook de Bloemenstad genoemd (zie Gentse Floraliën). De inwoners van Gent heten GentenaarsVRT Taal. Gearchiveerd op 15 augustus 2022. en dragen de bijnaam Stroppen (Stroppendragers). In Gent spreekt men Gents, een dialect dat behoorlijk sterk van de andere Oost-Vlaamse dialecten afwijkt.
De patroonheiligen van Gent zijn Sint-Lieven en Pharaïldis. Sint-Bavo is de patroonheilige van het bisdom Gent; naar hem zijn de voormalige Sint-Baafsabdij en de huidige Sint-Baafskathedraal vernoemd.
Geschiedenis
thumb|links|Uitzicht over de stad vanaf de Sint-Baafskathedraal: het belfort en de Lakenhalle. Reeds in de Gallische (of Keltische) tijd waren er meerdere woonkernen in de streek. De naam Gent is niet toevallig afgeleid van het Keltische Ganda, wat monding betekent, in Gent: de Leie en de Schelde. Oudere theorieën, zoals deze van Tourneur, die de naam Gent verklaarde als "samenvloeiing", zijn echter onjuist gebleken. Deze rivieren stroomden en kronkelden in een gebied waar veel gronden periodiek onder water liepen (de meersen) en die dus niet ideaal waren voor landbouw maar beter geschikt voor schapenteelt. Gent zou eeuwenlang de belangrijkste stad van de Nederlanden zijn voor laken (gemaakt van wol), vlas (met in de 19e eeuw de grootste vlasfabriek van West-Europa) en katoen (de eerste geïndustrialiseerde stad van het vasteland).
Gent had vanaf de zevende eeuw twee grote abdijen (Sint-Baafs 625-650 en Sint-Pieters, na 650) die mee de stad hielpen vormen. Deze abdijen moeten rond 800 zo belangrijk geweest zijn dat Lodewijk de Vrome, zoon van Karel de Grote, Einhard tot abt van beide abdijen benoemt. Einhard was de biograaf van Karel de Grote.
In 851-852 en tussen 879-883 verwoestten de Vikingen beide abdijen en vestigden zich zelfs lange tijd aan de Schelde. Toen de Vikingen uit het Scheldegebied waren weggetrokken en de regio weer veilig was, verschoof de economische activiteit van de Sint-Baafsabdij (Portus Ganda) naar een kern iets westelijker langs de Schelde, Portus Gandavum. Daar ontwikkelde zich (stroomopwarts van de huidige Scaldissluis) een eerste middeleeuwse handelsnederzetting. Die oudste middeleeuwse stad was in Gent een gebied van 6 hectare binnen een omwalling die (westelijk van de Reep) op de Schelde aansloot (langs de Borreputsteeg, Kalandeberg, Mageleinstraat, Regnessestraat (verdwenen - op het huidige Sint-Baafsplein) en Nederpolder). Er vormde zich met de tijd aan de Schelde een haventje, rond de Sint-Janskerk (later Sint-Baafskathedraal). In deze periode, aan het einde van de negende eeuw werd er tevens een castrum opgericht door Boudewijn II de Kale op de plaats van het huidige Gravensteen. Deze twee kernen groeiden geleidelijk naar elkaar toe in de loop van de 10de eeuw, langs de as Hoogpoort. Het economische centrum verschoof naar de Leie-oevers (Graslei/Korenlei en de Groentenmarkt), dichter bij het Gravensteen.
Vanaf het jaar 1000 was Gent gedurende enkele eeuwen de grootste stad van de Lage Landen (tot rond 1550). Gent was groter dan Keulen, de grootste stad van het Heilige Roomse Rijk in de middeleeuwen, en, na Parijs en Londen, de grootste stad van Noordwest-Europa. Keizer Karel zei van Gent “Je mettrais Paris dans mon Gant/-d” (“Ik zou Parijs in mijn handschoen/Gent steken”). In de 12de en 13de eeuw was het historisch centrum omsloten door een eerste verdedigingsgordel van natuurlijke en gegraven waterlopen, namelijk de Schelde, de Ottogracht, de Leie, de Houtlei en de Ketelvest. Het geheel werd door stadspoorten versterkt. In de 13e eeuw telde de stad zo'n vijftig- tot zestigduizend inwoners.Gids voor Vlaanderen, p.402, Uitgeverij Lannoo, 2007À propos du mot de Charles-Quint: «Je mettrai Paris dans mon Gand», uit Bulletijn der Maatschappij van Geschiedenis en Oudheidkunde te Gent, p.50 e.v., 1909
Midden op de Vrijdagmarkt staat een standbeeld van Jacob van Artevelde, de wijze man van Gent, die op het plein op 26 januari 1340 koning Eduard III van Engeland ontving. Vijf jaar later vermoordden wevers en volders elkaar op dit plein als voorspel voor de moord op deze Jacob van Artevelde. Zijn zoon, Filips van Artevelde, die de Gentenaars aanvoerde tegen het Franse leger onder leiding van Lodewijk II van Male en Karel VI van Frankrijk, sneuvelde in 1382 in de Slag bij Westrozebeke.
thumb|links|Gent op de kaart van Braun en Hogenberg in 1576
Gent was altijd een rebelse stad. De burgers vochten er honderden jaren tegen de vorsten om hun privileges of vrijheden te vrijwaren. In de zestiende eeuw speelde Gent een belangrijke rol in de opkomst van het calvinisme. Tussen 1577 en 1584 was er in Gent een calvinistische Gentse Republiek gevestigd. Toen werd ook de eerste Gentse (theologische) universiteit opgericht (in het Pand, vandaag gerestaureerd en eigendom van de Universiteit Gent). Ophefmakend was de terechtstelling op de brandstapel van vijf bedelmonniken. Na 1584 weken vele calvinisten uit naar Nederland.
Gent zou in de 17e en 18e eeuw weer de grootste stad van België worden en dat blijven tot de hongersnood van 1845-1848. Aan het eind van de 18e eeuw zou het als eerste stad van het vasteland industrialiseren, vooral door de invoering van de gemechaniseerde linnen- en katoennijverheid en onder meer nadat Lieven Bauwens een spinmachine, de "Mule Jenny", uit Engeland naar Gent smokkelde. Gent was van dan af een belangrijke industriële textielstad.
Gent zou wel varen onder de Franse en Nederlandse tijd (met onder andere de bouw van het Kanaal Gent-Terneuzen), omdat het met zijn textielindustrie grote markten kon bedienen.
left|thumb|Voorpagina van Vlaams socialistisch dagblad Vooruit 7 september 1944 over bevrijding van Gent De stad steunde de Belgische Revolutie in 1830 niet, in tegenstelling tot Brussel, de Brabantse steden, Luik en Namen. De Gentse textielindustrie had immers een grote afzetmarkt in Nederlands-Indië, die met de Belgische Revolutie verloren ging. Ook de oprichting van de nieuwe universiteit had Gent aan koning Willem I te danken. Een groot deel van de Gentse burgerij was en bleef Oranjegezind, hoewel de meerderheid van de orangisten liefst Frans sprak. Na 1848 gingen de orangisten op in de Liberale Partij.
Gent is de stad waar de eerste moderne vakbonden van België het licht zagen, en waar de Belgische socialistische beweging ontstond. Edward Anseele, de leider van de Gentse socialisten, zou echter eerst in Luik verkozen worden als parlementslid.
Gent was gaststad van de Wereldtentoonstelling van 1913. De tentoonstelling zelf werd georganiseerd in het zuiden van de stad. De terreinen werden na de expo het Miljoenenkwartier. Met het oog op de tentoonstelling opende vlakbij - aan het nieuwe Maria-Hendrikaplein - het Station Gent-Sint-Pieters.
De universiteit van Gent werd tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitse bezetters vervlaamst. Er werden dus cursussen in het Nederlands gegeven. Na deze oorlog werd ze weer volledig Franstalig. In 1919 vond in Gent een anti-Vlaamse hetze plaats.
Geografie Waterlopen
thumb|left|Het zeekanaal Gent-Terneuzen. De Zelzatebrug met op de achtergrond de staalfabriek ArcelorMittal. In de 10e eeuw was Gent via een open verbinding verbonden met de Honte (de huidige Westerschelde), toen ook wel genaamd Heidezee. Deze liep via de waterloop Burggravenstroom ("Le Torrent des Châtelains", langs Kluizen en Ertvelde) en splitste zich in drieën. Twee vertakkingen kwamen bij Boekhoute en Assenede uit in de Braakman. De derde vertakking stond in verbinding met een oude arm van de rivier de Durme, die uitkwam in de Honte. Deze laatste kon als waterweg gebruikt worden voor de kleine scheepvaart.
In de 12e en 13e eeuw raakte Gent zijn verbinding met de Braakman kwijt als gevolg van verzanding, en later door de aanleg van de Landdijk of Graaf Jansdijk (1402). Wel werden er waterwegen aangelegd of verbeterd, die begonnen nabij Assenede en liepen naar Gent. Een ervan is de Schipgracht (pas laat in de 15e eeuw kreeg deze de naam Burgervaartstroom). De Schipgracht verbond Gent en Ertvelde met Meulestede, Langerbrugge, Kerkbrugge, Wippelgem en Kluizen. De andere is "De Waterganc". Deze liep van een buitenwijk van Assenede (het latere Zelzate) naar Rodenhuize. Hier was het voldoende om de oude Durme te kanaliseren.
Een belangrijke waterloop voor Gent was de Lieve. De Lieve werd gegraven tussen 1251 en 1269 en vormde de eerste kunstmatige waterverbinding tussen Gent en de Noordzee. Over 45 km liep ze van Damme, waar ze in het Zwin uitmondde, naar Gent, waar ze in de Leie stroomde ter hoogte van het Gravensteen.
In 1547 werd de Sassevaart gegraven om een verbinding te krijgen met de Honte. Deze verzandde later en in 1823 werd de Sassevaart weer uitgegraven en verlengd. Dit werd het huidige Kanaal Gent-Terneuzen.
Andere waterlopen zijn de Leie, het kanaal Gent-Brugge of Brugse Vaart, de Ringvaart en de Coupure.
Gent is deelnemer aan het project Water in Historic City Centres. De Nederschelde en de samenvloeiing van de Leie en de Schelde is intussen hersteld ter hoogte van Portus Ganda.
Deelgemeenten Sinds de fusies van 1965 en 1977 bestaat Gent uit de volgende deelgemeenten: thumb|left|Deelgemeenten Naam Oppervlakte (km²) Bevolking (2023) Bevolkingsdichtheid I Gent 59,14 133.650 2260 II Mariakerke 5,26 11.746 2233 III Drongen 27,83 14.320 515 IV Wondelgem 5,68 16.274 2865 V Sint-Amandsberg 6,08 26.368 4337 VI Oostakker 11,66 15.708 1347 VII Desteldonk 5,73 952 166 VIII Mendonk 2,67 254 95 IX Sint-Kruis-Winkel 3,41 1.255 368 X Ledeberg 1,07 9.023 8433 XI Gentbrugge 7,90 23.422 2965 XII Afsnee 3,95 1.500 380 XIII Sint-Denijs-Westrem 6,18 5.639 912 XIV Zwijnaarde 11,12 7.722 694 Bron: Gemeentelijk Structuurplan Gent
Buurgemeenten De gemeente Gent grenst aan een groot aantal gemeenten en deelgemeenten: Wachtebeke (gemeente Lochristi) Zaffelare (gemeente Lochristi) Lochristi, met het dorp Hijfte (gemeente Lochristi) Destelbergen (gemeente Destelbergen) Heusden (gemeente Destelbergen) Melle (gemeente Merelbeke-Melle) Merelbeke (gemeente Merelbeke-Melle) Zevergem (gemeente De Pinte) De Pinte (gemeente De Pinte) Sint-Martens-Latem (gemeente Sint-Martens-Latem) Sint-Martens-Leerne (gemeente Deinze) Vosselare (gemeente Deinze) Landegem (gemeente Deinze) Merendree (gemeente Deinze) Vinderhoute (gemeente Lievegem) Lovendegem (gemeente Lievegem) Evergem, met de dorpen Belzele en Wippelgem (gemeente Evergem) Kluizen (gemeente Evergem) Ertvelde, met het dorp Rieme (gemeente Evergem) Zelzate (gemeente Zelzate)
Wijken