De Koreaanse Oorlog of Koreaoorlog is een in het Westen gebruikte naam voor een tussen 1950 en 1953 uitgevochten oorlog tussen het communistische Noord-Korea en het prowesterse Zuid-Korea. Noord-Korea werd in de oorlog militair ondersteund door de Volksrepubliek China en de Sovjet-Unie. Zuid-Korea werd gesteund door de Verenigde Naties en ontving militaire bijstand van diverse VN-landen, onder leiding van de Verenigde Staten.

De directe oorzaak van het conflict lag in de na de Tweede Wereldoorlog doorgevoerde deling van het in 1910 door het Japan geannexeerde keizerrijk Korea. Het noordelijk deel werd door de Sovjet-Unie bezet en het zuidelijk deel door de Verenigde Staten. Als scheidslijn werd de 38e breedtegraad genomen. De opdeling zou tijdelijk zijn, maar beide delen ontpopten zich al snel tot een eigen entiteit. Het noordelijk deel werd communistisch en het zuiden mocht zich - slechts in naam - democratisch noemen. Van een op vreedzame wijze samengaan van beide delen was al snel geen sprake meer en beide delen overwogen met militair geweld het andere deel in te nemen.

Na diverse grensconflicten begon de oorlog op 25 juni 1950 met een invasie van Noord-Korea op het zuiden en eindigde op 27 juli 1953 met een wapenstilstand, zonder dat een echte winnaar tevoorschijn was gekomen. De nieuwe scheidslijn kwam nabij de 38e breedtegraad te liggen. Er is sindsdien geen vredesverdrag gesloten, waardoor het conflict formeel nog steeds voortduurt. De Koreaanse situatie was lang een onderdeel van de Koude Oorlog.

Aanloop miniatuur|links|De 38e breedtegraad, die na de Tweede Wereldoorlog als tijdelijke grens tussen noord en zuid werd bedacht, tijdens de oorlog Korea was sinds 1905 een protectoraat van Japan en werd in 1910 door dit land geannexeerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het noorden bezet door de Sovjet-Unie en het zuiden door de Verenigde Staten. De 38e breedtegraad vormde de grens. De bedoeling was om beide delen te herenigen tot één Korea. Aan het einde van de bezetting door de twee grote mogendheden, in 1948, kreeg Noord-Korea echter een communistische regering en werd in Zuid-Korea een prowesters bestuur gevestigd. In 1948 verlieten de Sovjettroepen het schiereiland, en in 1949 de Amerikanen.

Noord-Korea bleef gesteund worden door de Sovjet-Unie en Zuid-Korea kreeg steeds meer bijstand van de Verenigde Staten. Van een vreedzaam samenzijn was geen sprake meer, beide delen wilden het andere deel met militair geweld onderwerpen. In Zuid-Korea waren tussen de 1.000 en 5.000 communistische guerrilla's actief, en vanaf augustus 1949 vonden confrontaties aan de grens plaats, die meestal in het voordeel van Noord-Korea werden beslist. De Noord-Koreaanse leider Kim Il-sung meende dat de bevolking van het zuiden hem als bevrijder zou ontvangen en dat het Zuid-Koreaanse leger geen partij voor zijn troepen zou zijn. Hij verzocht Jozef Stalin al in 1949 om toestemming voor een aanval op het zuiden, iets wat deze vooralsnog weigerde omdat hij escalatie wilde vermijden.

Ondertussen steunde Noord-Korea de communistische troepen in de Chinese Burgeroorlog, onder andere door hen toe te staan op Noord-Koreaans gebied bases in te richten en materieel en mankracht te verstrekken. Mao stuurde als wederdienst 50.000 tot 70.000 veteranen van Koreaanse afkomst naar Korea om het Noord-Koreaanse leger te versterken. Het Chinese regime zag de Verenigde Staten en diens bondgenoten als de grootste bedreiging en moedigde communistische machtsovernames in landen in de nabijheid van China aan.

In 1950 meende Stalin dat de geostrategische situatie in zijn voordeel was veranderd: Mao zat stevig in het zadel in China, en de Sovjet-Unie bezat inmiddels kernwapens. Bovendien hadden de Amerikanen niet direct in China ten voordele van de Nationalisten geïntervenieerd en Korea werd gezien als van mindere strategische waarde dan China. In april 1950 gaf Stalin Kim il-Sung toestemming, op voorwaarde dat Mao indien nodig zou interveniëren. Stalin maakte van meet af aan duidelijk dat er geen Sovjettroepen bij gevechtshandelingen betrokken zouden raken. Mao ging, met tegenzin omdat China er nu zelf direct bij betrokken kon raken, akkoord en de voorbereidingen voor de oorlog werden opgevoerd. Om de vijand zand in de ogen te strooien en niet de agressor te lijken, stuurde Noord-Korea diplomaten met een vredesaanbod naar het zuiden en riep het op tot verkiezingen in heel Korea. Syngman Rhee, president van Zuid-Korea weigerde dit en Zuid-Koreaanse troepen begonnen de Noord-Koreanen aan de grens te provoceren. Rhee meende dat zijn leger het noorden gemakkelijk zou kunnen veroveren. Toch waren de Zuid-Koreanen en de Amerikanen niet goed voorbereid, er waren al zo vaak conflicten geweest dat ze meenden dat het ook deze keer met een sisser zou aflopen.

Troepensterktes miniatuur|Amerikaanse soldaten tijdens de Koreaanse Oorlog Noord-Korea beschikte bij het begin van de oorlog in 1950 over tussen de 150.000 en 200.000 manschappen, verdeeld over 10 infanteriedivisies, 1 tankdivisie, en 1 luchtmachtdivisie. De invasiemacht bezat 274 T-34-85 tanks, 200 artilleriestukken, 110 bommenwerpers, 150 Jak-gevechtsvliegtuigen, en 35 verkenningsvliegtuigen. 114 jagers, 78 bommenwerpers, 105 T-34-85 tanks en 30.000 manschappen werden achtergehouden. De kern van dit leger bestond uit de Koreaanse veteranen uit de Chinese Burgeroorlog.

Zuid-Korea bezat een leger van 98.000 manschappen, geen tanks, en 22 gevechtsvliegtuigen. De troepen waren slecht voorbereid en slecht bewapend.

De Amerikaanse aanwezigheid was beperkt tot 300 manschappen en de dichtstbijzijnde Amerikaanse troepen van significante omvang bevonden zich in Japan, terwijl China en de Sovjet-Unie aan Noord-Korea grensden. Kim Il-Sung had derhalve de militaire krachten goed ingeschat terwijl Syngman Rhee het bij het verkeerde eind had: Noord-Korea was overweldigend in het voordeel. Ook dit speelde een rol in de besluitvorming: Kim Il-Sung wilde, nu hij in het voordeel was, toeslaan en voorkomen dat de Zuid-Koreanen de kans zouden krijgen om hun militaire achterstand in te lopen.

Verloop miniatuur|links|Gedurende het conflict verschoven de gevechtslinies in hoog tempo. Toch ligt de uiteindelijke bestandslijn niet ver van de aanvankelijke grens bij de 38e breedtegraad. Op 25 juni 1950 vielen Noord-Koreaanse troepen Zuid-Korea binnen. Daarop besloot de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bij Resolutie 84 tot militaire steun aan Zuid-Korea. Uiteindelijk bestond die steun uit een troepenmacht waaraan naast troepen van de Verenigde Staten nog vijftien landen deelnamen: Australië, België, Canada, Colombia, Filipijnen, Ethiopië, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg, Nederland, Nieuw-Zeeland, Thailand, Turkije, Verenigd Koninkrijk en Zuid-Afrika. Alle troepen kwamen onder leiding van de Verenigde Staten te staan. De Amerikaanse generaal Douglas MacArthur werd benoemd tot opperbevelhebber.

Na enkele dagen werd de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel bezet en begin september 1950 was 90% van Zuid-Korea in handen van Noordelijke troepen. Alleen een klein gebied rondom Busan hield nog stand. Bijna waren de Zuid-Koreanen en de te hulp schietende Amerikanen op de knieën gedwongen, vooral omdat zowel de Zuid-Koreanen als de Amerikanen onvoldoende getraind waren, het moreel zeer laag was en de leiding vaak ernstig tekortschoot.

Mede dankzij het feit dat de Noord-Koreanen zeer zware verliezen hadden geleden tijdens hun opmars en de bevoorradingsroutes voor hen steeds langer waren geworden, bloedde het offensief van de Noord-Koreanen echter langzaam dood. Daarnaast kwamen er steeds meer versterkingen aan voor de Amerikanen en Zuid-Koreanen in de vorm van nieuwe Amerikaanse divisies en eenheden van andere landen van de Verenigde Naties. Met behulp van een tactisch hoogstandje (de amfibische landing bij Incheon, ver achter de Noord-Koreaanse linies) en het nodige geluk slaagde bevelhebber MacArthur erin de Noord-Koreanen terug te dringen tot aan de grenzen van China.

miniatuur|Koreaanse burgers voor een achtergelaten M46 Patton, in 1951 Op dat moment intervenieerde de Volksrepubliek China, onder andere vanwege de vermeende dreiging van kapitalistische legereenheden aan haar grenzen en het feit dat de Verenigde Staten openlijk steun verleenden aan de nationalistische Chinezen op het eiland Formosa (het huidige Taiwan), onder leiding van Chiang Kai-shek. De VS zette de 7e vloot in ter bescherming van Formosa. De aanvallende Chinezen drongen de westerse coalitie terug. Opnieuw viel Seoel in communistische handen. Op 11 april 1951 werd Douglas MacArthur ontheven van zijn functie als bevelhebber over de VN-troepen in Korea. Reden was dat hij controversiële verklaringen had afgelegd over een mogelijke uitbreiding van de oorlog tot in China, en over mogelijk gebruik van kernwapens (omdat men een nucleaire oorlog vreesde).

In de periode die volgde sleepte de oorlog zich voort, waarin successen en tegenslagen voor beide partijen elkaar afwisselden. Medio 1951 werden er pogingen gedaan vredesonderhandelingen te beginnen. Daarmee kon op 10 juli 1951 in Kaesong worden begonnen. De onderhandelingen sukkelden maandenlang voort en werden herhaalde malen gestaakt. Een groot struikelblok was de uitwisseling van krijgsgevangenen.

Om de Noord-Koreaanse leiders onder druk te zetten onderwierpen de Amerikanen in de laatste twee jaar van de oorlog Noord-Korea aan een genadeloos bombardement met napalm. Daarbij kwamen ongeveer 500.000 mensen om het leven.

Pas na de dood van Sovjetleider Stalin in maart 1953 werd er weer vooruitgang geboekt en op 27 juli 1953 kon er te Panmunjeom een staakt-het-vuren worden afgekondigd. Op het land kwam een nieuwe scheidslijn te liggen nabij de 38e breedtegraad en op zee werd de Northern Limit Line geïntroduceerd.

Nasleep De onderhandelingen hadden dan wel tot een staakt-het-vuren geleid, maar een vrede tussen Noord-Korea en Zuid-Korea werd nooit gesloten, zodat beide landen officieel nog steeds in staat van oorlog verkeren. Regelmatig vallen er nog slachtoffers tijdens grensschendingen. Dieptepunt was het jaar 1961, waarin in totaal 122 mensen van het VN-leger sneuvelden. In de Koreaanse Oorlog als geheel lieten twee miljoen burgers en militairen het leven. Noord- en Zuid-Korea bleven als puinhopen achter.

miniatuur|Amerikaanse militairen tijdens de oorlog Sinds de oorlog staan de legers van de twee landen onafgebroken oog in oog tegenover elkaar bij de gedemilitariseerde zone, een soort IJzeren Gordijn dat de twee landen van elkaar scheidt. Er zijn wel voorzichtige pogingen om meer toenaderingen tussen beide staten tot stand te brengen. Onder andere is er een regeling dat over en weer familie elkaar weer kan bezoeken. Door politieke fricties wordt die regeling nogal eens buiten werking gesteld.

De Koreaanse Oorlog wordt ook weleens de Vergeten Oorlog genoemd, omdat hij in de schaduw staat van zowel de Tweede Wereldoorlog als de Vietnamoorlog. Deze oorlog was echter bloedig genoeg om hem zijn plaats in de geschiedenis te geven.

Sinds 2006 doet de Zuid-Koreaanse Waarheids- en Verzoeningscommissie onderzoek naar oorlogsmisdaden die in 1950-1953 zijn begaan. Ze bracht in juli 2008 onder meer naar buiten dat in 1950 duizenden Koreanen die van linkse sympathieën werden beschuldigd door Zuid-Koreaanse strijdkrachten werden geëxecuteerd onder toeziend oog van Amerikaanse soldaten, die bewust niet ingrepen.

In 2010 laaiden de vijandelijkheden tussen Noord- en Zuid-Korea weer op toen het Zuid-Koreaanse korvet ROKS Cheonan (PCC-772) met een torpedo tot zinken werd gebracht, volgens Zuid-Korea en de VS door een Noord-Koreaanse onderzeeboot. Later dat jaar hield Zuid-Korea enkele militaire oefeningen vlak bij de grenzen van de buur. Noord-Korea reageerde op de oefeningen met een granaataanval op de Zuid-Koreaanse eilandengroep Yeonpyeong, waarbij vier Zuid-Koreaanse doden vielen.