Albertosaurus is een geslacht van uitgestorven vleesetende theropode dinosauriërs, behorend tot de groep van de Tyrannosauroidea, dat tijdens het Laat-Krijt, ongeveer 69 miljoen jaar geleden, leefde in het gebied van het huidige Noord-Amerika.
Het eerste fossiel van Albertosaurus werd in 1884 gevonden in Canada. Het geslacht kreeg in 1905 zijn naam, die 'Sauriër uit Alberta' betekent, toen de typesoort Albertosaurus sarcophagus benoemd werd. Daarna zouden nog negen andere soorten binnen het geslacht benoemd worden, maar bij de meeste daarvan wordt tegenwoordig begrepen dat het om heel andere dinosauriërs gaat. Sommige geleerden vinden echter dat Gorgosaurus een tweede soort van Albertosaurus is: A. libratus. Van Albertosaurus sarcophagus is een dozijn belangrijke exemplaren bekend. De meeste daarvan zijn niet erg compleet. Vooral wat de schedel betreft, hebben de paleontologen weinig geluk gehad. Driemaal is een volledige schedel gevonden die bij het bergen zwaar beschadigd raakte. Wel is op één plek een grote opeenhoping van botten van Albertosaurus opgegraven van een dertigtal dieren die bij een overstroming verdronken zijn. Door alle vondsten te combineren kregen de wetenschappers toch een redelijk volledig beeld van de bouw van de soort.
Albertosaurus sarcophagus was een grote roofsauriër die tot negen meter lang kon worden en ruim twee ton zwaar. Zijn horizontale romp werd in evenwicht gehouden door de staart. De voorpoten waren heel klein met twee vingers maar de achterpoten juist uitzonderlijk lang. Albertosaurus was zo ondanks zijn omvang nog een van de snelste en meest lichtgebouwde soorten onder zijn directe verwanten, de Tyrannosauridae. Hij kon hard rennen om op plantenetende Hadrosauridae te jagen. Misschien vormden de bij elkaar gevonden dieren een jachtgroep die in staat was ook grote gehoornde Ceratopia aan te vallen. Albertosaurus kon die uitschakelen met enkele krachtige beten van zijn grote kop die uitgerust was met lange tanden.
Vondst en naamgeving
In de zomer van 1884 voerde geoloog Joseph Burr Tyrrell in opdracht van de Geological Survey of Canada een expeditie uit naar de Red Deer River met als hoofddoel de stratificatie van het gebied vast te leggen. Daarbij vond hij op 9 juni, op aanwijzing van twee indiaanse gidsen, een schedel van een grote theropode bij de Knee Hills Creek, de eerste complete dinosauriërschedel die in Canada werd opgegraven. De schedel was nog zeer gaaf, maar door een gebrek aan gespecialiseerde werktuigen raakte hij bij het bergen zwaar beschadigd: belangrijke delen versplinterden en gingen geheel verloren. In 1889 vond zijn collega Thomas Chesmer Weston op een nabijgelegen locatie een tweede fossiel. In 1892 werden beide vondsten door Edward Drinker Cope beschreven en toegewezen aan zijn Laelaps incrassatus. In 1903 en 1904 werden de fossielen meer gedetailleerd beschreven door Lawrence Morris Lambe. Bij deze gelegenheid werden ze in 1903 hernoemd: de naam Laelaps was namelijk al bezet door een mijt en was reeds in 1877 door Othniel Charles Marsh vervangen door Dryptosaurus. Cope had steeds geweigerd de nieuwe naam van zijn rivaal Marsh te aanvaarden, maar Lambe wees deze fossielen toe aan een Dryptosaurus incrassatus, een combinatie al in 1902 gebruikt door Oliver Perry Hay. Die soort echter was gebaseerd op niet verder te identificeren tyrannosauride tanden; toen er meer Tyrannosauridae bekend raakten, werd ze hierdoor een nutteloos nomen dubium. Toen Henry Fairfield Osborn daarom in 1905 Tyrannosaurus zelf benoemde, gaf hij meteen een nieuwe naam aan de Canadese vondsten: Albertosaurus sarcophagus. De geslachtsnaam verwijst naar de Canadese staat Alberta. De soortaanduiding is gelatiniseerd Oudgrieks σαρκοφάγος, sarkophagos, 'vleesetend'. Wie meent dat Dryptosaurus incrassatus géén nomen dubium maar wel identiek aan Albertosaurus sarcophagus is, en Albertosaurus een geldig geslacht acht, moet de nieuwe combinatie Albertosaurus incrassatus gebruiken; dat deed Friedrich von Huene in 1932, maar hij bleef een uitzondering.
Het holotype CMN 5600 is gevonden in de Bleriotafzetting van de Horshoe Canyon Formation welke laatste dateert uit het vroege Maastrichtien, ongeveer 70,4 tot 67 miljoen jaar oud. Het bestaat uit een gedeeltelijke schedel met onderkaken, het door Tyrrell gevonden exemplaar. Het door Weston opgegraven fossiel, specimen CMN 5601, werd door Osborn aangewezen als het paratype. Het stamt uit de wat jongere Tolmanafzetting van de Horshoe Canyon Formation en bestaat uit een zeer fragmentarisch skelet: de bovenkaaksbeenderen met eraan de jukbeenderen en ertussen een verhemelte, de onderkaken, wat wervels, een darmbeen en een onderste achterpoot. Doordat het holotype in zo'n slechte toestand verkeert, is er op het eind van de twintigste eeuw ernstige twijfel gerezen of de identiteit met het paratype wel bewezen kon worden en of het hele taxon wellicht geen nomen dubium was. Een studie van Thomas Carr uit 2010 wist echter één uniek afgeleid kenmerk, autapomorfie, vast te stellen dat door holotype, paratype en later gevonden schedelmateriaal gedeeld werd: een ronde opening in de achterste rand van het verhemeltebeen. Op grond daarvan kon hij tot de geldigheid van Albertosaurus concluderen.
Op 11 augustus 1910 vond Barnum Brown bij de Red Deer River een concentratie van beenderen van Albertosaurus, maar groef die maar gedeeltelijk op. Op een tweede locatie vond hij in 1911 een gedeeltelijke schedel, specimen AMNH 5222. In 1922 hernoemde William Diller Matthew de soort tot een Deinodon sarcophagus, maar dat vond weinig navolging, ook niet door hemzelf. In 1928 benoemde William Arthur Parks een tweede soort: Albertosaurus arctunguis, de 'smalklauw', op basis van specimen ROM 807, in 1923 gevonden door Gus Lindblad en Ralph Hornell. Tegenwoordig wordt dit als een exemplaar van A. sarcophagus beschouwd. Het is nog steeds een van de meest complete skeletten die ooit van Albertosaurus gevonden zijn, maar mist de schedel en onderkaken. In 1939 werd deze soort door Oskar Kuhn tot een Deinodon arctunguis hernoemd; ook dit vond geen navolging. In 1930 benoemde Anatoli Nikolajewitsj Rjabinin een Albertosaurus pericolosus, 'de gevaarlijke', op grond van een enkele tand uit China die wellicht aan Tarbosaurus toebehoort.
In 1970 stelde Dale Russell dat de in oudere lagen gevonden Gorgosaurus tot Albertosaurus behoorde als een Albertosaurus libratus. Dit vond veel navolging. Omdat Gorgosaurus van aanzienlijk completere vondsten bekend is, gaat veel van wat in de wetenschappelijke literatuur en de populair-wetenschappelijke lectuur onder de noemer "Albertosaurus" staat in werkelijkheid over Gorgosaurus. Sinds een bespreking van dit probleem door Philip Currie uit 2003, spreken de meeste wetenschappers echter weer van Gorgosaurus. Russell hernoemde in 1970 meteen ook Gorgosaurus sternbergi in Albertosaurus sternbergi en Gorgosaurus lancensis in Albertosaurus lancensis; de eerste is een jonger synoniem van G. libratus, de tweede geldt tegenwoordig als een apart geslacht Nanotyrannus.
In 1988 benoemde Gregory S. Paul een Albertosaurus megagracilis op basis van specimen LACM 28345; tegenwoordig wordt dit beschouwd als een exemplaar van Tyrannosaurus. Paul hernoemde ook Alectrosaurus olseni Gilmore 1933 in een Albertosaurus olseni; dit vond geen navolging. In 1989 werd Gorgosaurus novojilovi Maleev 1955 door Bryn Mader en Robert Bradley hernoemd in een Albertosaurus novojilovi; tegenwoordig wordt dit gezien als een jong van Tarbosaurus.
Sinds 1910 zijn er niet veel skeletten van Albertosaurus ontdekt die relatief compleet waren. De meeste vondsten beperkten zich tot losse botten: tussen 1926 en 1972 werd er zelfs helemaal niets gevonden. Specimina die althans wat materiaal van zowel de schedel als de postcrania, de delen achter de schedel, omvatten zijn: RTMP 81.010.001, in 1978 gevonden door amateurpaleontoloog Maurice Stefanuk; RTMP 85.098.001, gevonden door Stefanuk op 16 juni 1985 en het meest complete skelet, waarvan op 9 juli echter door een zekere John Merkel de schedel in een daad van vandalisme vernield werd; RTMP 86.64.001, gevonden in december 1985 maar zwaar beschadigd geraakt toen in 1986 het gipsblok met de schedel erin te pletter viel; RTMP 86.205.001, haastig in 1986 geborgen onder gericht geweervuur van de eigenaresse van het land, Helene Lowen; RTMP 97.058.0001, gevonden in 1996, maar na half opgegraven te zijn grotendeels vernield of gestolen door toeristen; en CMN 11315. Al deze exemplaren zijn in mindere of meerdere mate fragmentarisch. Bij specimen TMP 1994.186.0001, op zich slechts bestaande uit wat ribben en een sprongbeen, zijn huidafdrukken gevonden.
In 1997 lukte het Currie na veel speurwerk om de locatie van Browns vindplaats van 1910 te bepalen, in het Dry Island Buffalo Jump Provincial Park. In opgravingen tot en met 2008 werd vastgesteld dat er minstens twaalf en vermoedelijk ruim zesentwintig verschillende individuen aanwezig waren, geïnventariseerd onder de nummers AMNH 5218-5235. Een totaal van 1128 Albertosaurus-beenderen werd geborgen. Het meeste hiervan bestaat uit resten van de ledematen, maar specimen AMNH 5218 vertegenwoordigt een completer skelet met onderkaken. De opeenhoping van exemplaren is de grootste die van enige theropode uit het Krijt is aangetroffen.
Goed te dateren vondsten die zeker van Albertosaurus zijn, komen allemaal uit de Horshoe Canyon Formation van Canada en zijn tussen de 70,4 en 68,4 miljoen jaar oud. Albertosaurus is ook uit lagen van het late Maastrichtien gemeld en uit zuidelijker gebieden in de Verenigde Staten van Amerika, zoals Montana, Wyoming en New Mexico, wat het bereik in ruimte en tijd aanzienlijk zou vergroten, maar de identificatie is in die gevallen zeer onzeker. Een ruimer bereik is ook het resultaat als men Gorgosaurus met Albertosaurus samenvoegt.
Soortenlijst Het ingewikkelde proces van naamgeving kan worden samengevat in een soortenlijst:
Albertosaurus sarcophagus Osborn 1905: geldige typesoort van Albertosaurus, = Deinodon sarcophagus (Osborn 1905) Matthew & Brown 1922, = Dryptosaurus sarcophagus (Osborn 1905) Kuhn 1989 Albertosaurus arctunguis Parks 1928: jonger synoniem van A. sarcophagus, = Deinodon arctunguis (Parks 1928) Kuhn 1939 Albertosaurus periculosus Riabinin 1930: wellicht Tarbosaurus, = Deinodon periculosus (Riabinin 1930) Kuhn 1965, = Alectrosaurus periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1991, = Jenghizkhan periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1995, = ?Tarbosaurus periculosus (Riabinin 1930) Olshevsky 1995 Albertosaurus incrassatus (Cope 1876) Huene, 1932: nomen dubium, = Laelaps incrassatus Cope 1876, = Dryptosaurus incrassatus (Cope 1876) Hay 1902 Albertosaurus libratus (Lambe 1914) Russell 1970: wellicht geldige soort van Albertosaurus, wellicht apart geslacht, = Gorgosaurus libratus Lambe 1914 Albertosaurus sternbergi (Matthew & Brown 1922) Russell 1970: jonger synoniem van Gorgosaurus libratus, = Gorgosaurus sternbergi Matthew & Brown 1922 Albertosaurus lancensis (Gilmore 1946) Russell 1970: wellicht apart geslacht Nanotyrannus, wellicht Tyrannosaurus, = Gorgosaurus lancensis Gilmore 1946, = Nanotyrannus lancensis (Gilmore 1946) Bakker, Williams & Currie 1988 Albertosaurus megagracilis Paul 1988: = Tyrannosaurus, = Dinotyrannus megagracilis (Paul 1988) Olshevsky 1995 Albertosaurus olseni (Gilmore 1933) Paul 1988: jonger synoniem van Alectrosaurus olseni Gilmore 1933 Albertosaurus novojilovi (Maleev 1955) Mader & Bradley 1989: = Tarbosaurus, = Gorgosaurus novojilovi Maleev 1955
Beschrijving Algemene bouw en grootte