De moordpartij in de Ardeatijnse grotten (Italiaans: Eccidio delle Fosse Ardeatine) was een massa-executie die op 24 maart 1944 plaatsvond in Rome. De executie werd uitgevoerd door troepen van nazi-Duitsland als vergelding voor de aanslag op een SS-bataljon, die partizanen een dag eerder hadden gepleegd in de Via Rasella in het centrum van Rome.

Rome in de Tweede Wereldoorlog Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hadden het fascistische Italië en nazi-Duitsland zich verbonden tot de zgn. asmogendheden. Op 25 juli 1943 werd Mussolini, de leider van het fascisme, afgezet en gevangengenomen; als eerste minister werd hij vervangen door maarschalk Pietro Badoglio. Op 8 september werd bekendgemaakt dat Badoglio vijf dagen voordien een vredesovereenkomst had gesloten met de geallieerden, wat meteen ook het einde van het verbond der asmogendheden betekende.

De vroegere bondgenoot nazi-Duitsland richtte zich onmiddellijk tegen de stad Rome, die haast zonder verdediging achterbleef: koning Vittorio Emanuele III, eerste minister Badoglio en de hoogste generaals waren enkel op hun eigen lijfsbehoud bedacht en hadden de vlucht genomen naar de geallieerden in het zuiden van Italië. Reeds op 10 september 1943 viel Rome in handen van de nazi's. Rome was dan officieel een "città aperta", d.w.z. vrij van militaire eenheden of verdediging, maar in de feiten was de stad bezet en bestuurd door nazi-Duitsland.

In Rome zoals elders in het noorden van Italië groeide ondergronds verzet tegen de bezetters. Verschillende verzetsbewegingen waren actief in de hoofdstad, onder andere het Fronte Clandestino Militare, de Gruppi di Aziona Patriottica, het Fronte Militare en de Bandiera Rossa. Deze bewegingen trachtten de acties van de nazi's te saboteren maar verloren aan slagkracht ten gevolge van de razzia's, gevangennemingen en folteringen die de bezetters uitvoerden.

Aanslag in de Via Rasella thumb|Onmiddellijk na de aanslag. De SS'er staat voor Palazzo Tittoni, Via Rasella 155. In de namiddag van 23 maart 1944 pleegden 17 partizanen van de Gruppi di Aziona Patriottica ("gappisti") een bijzonder gewaagde aanslag op de nazi's in het centrum van Rome, meer bepaald in de Via Rasella.Naast de twaalf leden van de Gruppi di Aziona Patriottica die ter plaatse de aanslag uitvoerden, waren er nog vijf anderen betrokken bij de voorbereiding ervan. De datum was zeer symbolisch gekozen: op 23 maart 1919 had Mussolini de fascistische partij opgericht, en op 23 maart 1944 werd de 25ste verjaardag daarvan gevierd in een ministeriegebouw aan de Via Veneto nr. 33. De locatie voor de aanslag was uitgekozen op aangeven van een van de mededaders die in de omgeving van de Via Rasella woonde en had vastgesteld dat Duitse soldaten elke namiddag in oorlogstenue door de smalle Via Rasella marcheerden op hun weg naar hun kwartier nabij het ministerie van Binnenlandse zaken op de Viminale.

Verkleed als straatveger bracht een verzetsman, de 21-jarige Rosario Bentivegna, schuilnaam Paolo, een bom van 18 kg TNT ter plaatse die onder vuilnis lag verborgen in een straatvegerskar. Deze werd opgesteld aan Palazzo Tittoni, aan huisnummer 155 in de Via Rasella. Al dan niet toevallig was het precies in dat palazzo dat Mussolini van 1923 tot 1925 een appartement had betrokken.

Om 15.45 uur, precies op het ogenblik dat 160 Duitse soldaten van het SS-Polizeiregiment "Bozen" (samengesteld uit dienstplichtigen afkomstig uit het Noord-Italiaanse Bozen/Bolzano) door de Via Rasella marcheerden, werd de bom tot ontploffing gebracht. Andere partizanen gooiden vier granaten naar het uiteengeslagen regiment. De niet-getroffen soldaten antwoorden met mitrailleurschoten naar de bovenverdiepingen van de omliggende gebouwen, omdat zij dachten dat de bom vanuit de hoogte was gegooid.De bovenverdiepingen van het huis aan de Via Rasella 141, op de hoek met de Via del Boccaccio, vertoont nog steeds de talloze kogelinslagen van de Duitse machinegeweren.

Bij deze aanslag raakten 53 SS'ers gewond en kwamen er uiteindelijk 33 om het leven: 26 waren op slag dood; in het ziekenhuis overleden er die avond nog 6, en 1 de volgende ochtend. Onder de Italiaanse burgers eiste de bom 2 dodelijke slachtoffers en 11 gewonden; 4 burgers werden gedood door Duitse mitrailleurschoten. De aanslagplegers hadden zich op tijd uit de voeten weten te maken en bleven ongedeerd.

Represaille thumb|Opgepakte bewoners van de Via Rasella worden in bedwang gehouden voor de omheining van palazzo Barberini (Via delle Quattro Fontane). De overige soldaten hielden onmiddellijk een razzia in de wijk, waarbij 250 mensen werden gearresteerd: toevallige passanten, en inwoners van de omliggende huizen. Onder bedreiging van geweren werden ze opgesteld langsheen de omheining van Palazzo Barberini; nadien werden ze overgebracht naar de gevangenis.Op het meest noordelijke punt van de omheining van Palazzo Borghese, naast het hotel Anglo Americano, herinnert een gedenkplaat aan deze razzia. Na ondervraging door de politie van de fascisten werden de meesten vrijgelaten; tien van hen echter zouden op de lijst van Kappler terechtkomen.

De nazi-fascistische overheid in Rome werd terstond verwittigd en spoedde zich naar de plaats van de aanslag. In een eerste reactie suggereerde ze zelfs om de hele wijk af te branden.

Reeds om 16.30 uur bereikte het bericht van deze aanslag Hitler in zijn hoofdkwartier, de Wolfsschanze. Hij zou een wraakactie gewild hebben "die de wereld zou doen sidderen", en zou zelfs gesproken hebben van 30 of 50 executies voor elke gedode SS'er, maar daarvan bestaat geen schriftelijk bewijs. Uiteindelijk beslisten de Duitse bevelhebbers in Italië, generaal Eberhard von Mackensen en veldmaarschalk Albert Kesselring, om voor elke gevallen Duitse soldaat tien Italianen te laten executeren, te beginnen met gevangenen die al ter dood waren veroordeeld. De SS'er Herbert Kappler, hoofd van de Gestapo in Rome, moest binnen de 24 uur het nodige aantal slachtoffers aanduiden. Bij het opstellen van de lijsten liet hij zich bijstaan door zijn kapitein Erich Priebke.

De uitvoering van de represaille werd niet op voorhand aangekondigd en aan de partizanen werd niet gevraagd om zich over te geven, wat de massa-executie misschien had kunnen vermijden.

Uitsluitend mannen werden als slachtoffer aangeduid. De meesten waren gevangenen in het SS-hoofdkwartier van de Via Tasso. Slechts drie van hen waren al ter dood veroordeeld; de anderen waren partizanen, communisten en antifascisten, gewone gevangenen van gemeen recht, toevallige passanten in de Via Rasella, en 75 joden. Om tot het vooropgestelde aantal te komen liet Kappler nog 50 Italiaanse gevangenen aanduiden door de questore Pietro Caruso en door Pietro Koch, hoofd van de beruchte fascistische politie "Banda Koch".In Italië is een questore verantwoordelijk voor de openbare orde in een provincie."Regina Coeli" is de naam van de gevangenis gelegen aan de Via della Lungara in Rome. Deze draagt nog de naam van het 17de-eeuwse klooster dat in 1881 werd omgebouwd tot detentiehuis.De "Banda Koch" (groep Koch) was een politie-eenheid die onder andere in Rome actief was vanaf september 1943. Ze is genoemd naar de leider Pietro Koch, en viel onder het gezag van de "Repubblica Sociale Italiana". Deze laatste bestuurde het noorden van Italië onder leiding van Benito Mussolini en was ingesteld door nazi-Duitsland.

Dobbrick, commandant van het bewuste "Bozen"-regiment en Von Mackensen, generaal van de SS in Rome weigerden om de executies door hun manschappen te laten uitvoeren. Die taak lieten ze over aan Kappler, kolonel van de Gestapo in Rome: samen met zijn 74 manschappen moest hij 320 slachtoffers executeren. Bij het bericht dat er een 33ste SS'er was gestorven in het ziekenhuis, besliste Kappler geen 320 maar 330 Italianen te doden.

In de namiddag van 24 maart werden de arrestanten onder leiding van SS-officieren Erich Priebke en Karl Hass getransporteerd naar de verlaten Ardeatijnse grotten (Fosse Ardeatine).Ten onrechte wordt fosse in deze context meestal vertaald met "grotten". Het Italiaanse woord fossa betekent echter: "groef, kuil, put". De Fosse Ardeatine zijn groeven. Deze vroegere puzzolaangroeven zijn genoemd naar de vlakbij gelegen Via Ardeatina, een baan die leidt naar het 33 km verderop gelegen stadje Ardea.De nazi's kenden deze grotten doordat een verrader hen had verteld dat de verzetslui daar hun voertuigen verborgen. De keuze viel op deze grotten omdat het stelsel van mijngangen toeliet de slachtpartij naderhand te verbergen zonder een massagraf te moeten delven.

Vanaf 15.30 uur werden de gevangenen telkens in groepen van vijf de grot in gedreven, met de handen op de rug gebonden. Ze moesten knielen voor het vuurpeloton en werden afgemaakt met een nekschot. Achter hen moesten dan de volgende vijf slachtoffers plaatsnemen, zodat er “geordende” stapels zouden ontstaan.

Terwijl de executies al aan de gang waren, liep de aanvoer van slachtoffers vanuit de gevangenissen nog door. Kappler stuurde zijn eerste luitenant Tunnat naar de gevangenis van Regina Coeli in de Via della Lungara om de 50 gevangenen op te halen die Caruso moest aanleveren. Caruso was nog niet klaar met de lijst, en Tunnat verzamelde willekeurige gevangenen; onder hen zelfs tien die toevallig op het binnenplein van de gevangenis stonden, klaar voor hun vrijlating. De lijsten van geselecteerde slachtoffers werden aangepast aan de effectief weggevoerden. Uiteindelijk waren er geen 330 gevangen aangevoerd naar de Ardeatijnse grotten, maar 335. Kappler besefte dat het om een vergissing ging, maar besloot om ook die laatste vijf neer te schieten.

74 SS'ers van het Gestapo-politiekantoor van Herbert Kappler moesten deelnemen aan deze massaexecutie. Tijdens het latere proces tegen Kappler kwam naar voren dat sommige officieren tijdens de executie gedwongen moesten worden om deel te nemen, en dat een van hen zelfs flauwviel tijdens het tafereel. Omdat het vuurpeloton bestond uit onervaren officieren, gaf Kappler hen brandy te drinken om hun zenuwen te kalmeren. Onder de invloed van de alcohol werden de executies minder secuur uitgevoerd, waardoor vele slachtoffers een ware lijdensweg ondergingen doordat de dood pas laat intrad, of zelfs pas toen de nazi's de ingang van de grotten hadden opgeblazen om te verhinderen dat de lijken zouden worden ontdekt.

De executies duurden van kort na 15.30 tot 20 uur. De lijken werden opgestapeld in twee mijngangen. Onmiddellijk nadien deden geniesoldaten de toegang tot de grotten instorten, opdat de lijken niet zouden worden ontdekt.

Nog diezelfde dag, om 22.45 uur, berichtten de Duitse bevelhebbers via telex aan het Italiaanse persbureau dat "misdadige communisten, aanhangers van Badoglio" daags voordien een bomaanslag hadden gepleegd op een Duitse politiecolonne, waarbij 32 Duitsers om het leven waren gekomen, dat zij bevel hadden gegeven om voor elke gedode Duitser tien "misdadige communisten" zouden worden gefusilleerd, en dat dit bevel reeds was uitgevoerd.In het Italiaans luidt de tekst van het communiqué: «Nel pomeriggio del 23 marzo 1944, elementi criminali hanno eseguito un attentato con lancio di bomba contro una colonna tedesca di Polizia in transito per Via Rasella. In seguito a questa imboscata, 32 uomini della Polizia tedesca sono stati uccisi e parecchi feriti. La vile imboscata fu eseguita da comunisti-badogliani. Sono ancora in atto indagini per chiarire fino a che punto questo criminoso fatto è da attribuirsi ad incitamento anglo-americano. Il Comando tedesco è deciso a stroncare l’attività di questi banditi scellerati. Nessuno dovrà sabotare impunemente la cooperazione italo-tedesca nuovamente affermata. Il Comando tedesco, perciò, ha ordinato che per ogni tedesco ammazzato dieci criminali comunisti saranno fucilati. Quest’ordine è già stato eseguito». Het communiqué vermeldde de locatie niet, en sprak dus maar van 32 gewroken nazi's.

Ontdekking en reacties