thumb|Portret van Francisco de Miranda door Georges Rouget Sebastián Francisco de Miranda y Rodríguez de Espinoza, ofwel kortweg Francisco de Miranda, (Caracas, 28 maart 1750 – Cádiz, 14 juli 1816) was een Venezolaanse generaal, revolutionair en vrijheidsstrijder. Hij streefde naar onafhankelijkheid en vereniging van de Spaanse koloniën op het Amerikaanse continent. Hoewel zijn eigen pogingen zonder resultaat bleven, geldt hij als de belangrijkste wegbereider voor Simón Bolívar. De ideeën van Miranda inspireerden Bolívar tot de latere oprichting van de federatie Groot-Colombia.
Gedurende een groot deel van zijn leven was hij als generaal in dienst van verschillende landen. In die hoedanigheid was hij bij belangrijke revoluties en oorlogen betrokken, zoals de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, de Eerste Coalitieoorlog en diverse Spaans-Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlogen.
Levensloop Jeugd en opvoeding De vader van Miranda, Sebastián de Miranda Ravelo, was afkomstig van La Orotava op Tenerife. Aangenomen wordt dat hij naar Venezuela emigreerde na een uitbarsting van de vulkaan de Teide op 31 december 1704 die met name in La Orotava veel schade veroorzaakte.
In Venezuela behoorde Sebastián de Miranda Ravelo tot een sociale klasse die lager dan de Spaanse blanken en de criollos werd geacht. Hetzelfde gold voor zijn echtgenote, Francisca Antonia Rodríguez de Espinoza, die eveneens afkomstig was van de Canarische Eilanden. Toch werd Sebastián de Miranda Ravelo in Caracas een welvarende handelaar en bezitter van onroerend goed.
Francisco de Miranda, de oudste van negen kinderen, groeide op in een relatieve welstand. Zijn afkomst werd echter herhaaldelijk ter discussie gesteld. Zijn ouders bewogen zich onder emigranten van de Canarische Eilanden, die allen geregeld met soortgelijke argwaan te maken hadden. Deze emigranten werden van overheidswege niet gediscrimineerd, maar maatschappelijk was hun positie niet riant.
Omdat zij op de Canarische Eilanden een gedistingeerde levensstijl gewoon waren, streefden de ouders Miranda ernaar hun kinderen ook in Venezuela een goede, liefst universitaire opleiding te laten volgen. Francisco de Miranda bezocht daarom aristocratische privéscholen. Op 10 januari 1762 begon hij aan een opleiding aan de Universiteit van Caracas, waar hij zich in diverse onderwerpen verdiepte, waaronder het Latijn, de wiskunde en de krijgswetenschappen.
Op twintigjarige leeftijd concludeerde Miranda dat Caracas voor hem te klein was om zich volledig te kunnen ontplooien. Hij vertrok daarom naar Spanje.
Madrid thumb|Handtekening van Francisco de Miranda
Op 1 maart 1771 kwam Miranda aan in de haven van Cádiz. Hij meldde zich bij José de Añino, die zich opwierp als tussenpersoon tussen Miranda en zijn ouders en die Miranda voorzag van de middelen die hij nodig had om verder te kunnen reizen naar Madrid, alwaar hij twee weken later arriveerde. Hij nam lessen in de wiskunde en in de Engelse en de Franse taal. Miranda ontwikkelde zich in een stad die onder de invloed van Karel III van Spanje zelf ook in ontwikkeling was, maar waar de inquisitie een groot deel van het politieke en culturele leven bepaalde. Miranda schafte zich voor zijn eigen bibliotheek ook boeken aan die door de inquisitie verboden waren. Zijn verzameling bevatte onder meer boeken over religie, literatuur, en militaire wetenschappen. Miranda verdiepte zich in de gedachten van Machiavelli, Locke en Burke.
In 1773 trad Miranda in Spaanse militaire dienst. In die periode begon hij met het bijhouden van een dagboek.
Eerste veldtochten Miranda begon zijn militaire carrière als kapitein onder veldmaarschalk Juan Manuel de Cagigal. Gewend als hij was om zijn leven naar eigen inzicht in te richten viel de militaire discipline hem niet makkelijk. Toch wist hij in 1775 zijn eerste wapenfeit te boeken in Melilla, waar de Spanjaarden een aanval van sultan Sidi Mohammed ben Abdallah van Marokko afsloegen door middel van een door Miranda voorgestelde strategie. In juli van dat jaar werd Miranda ingezet bij een aanval op Algiers. De operatie mislukte jammerlijk, maar hoewel Miranda gewond was geraakt en zijn wapens had verloren, wist hij te ontkomen. Terug in Spanje kreeg hij onderscheiding noch bevordering, maar werd hij in het garnizoen van Cádiz geplaatst. Cagigal zorgde ervoor dat hij weer onder diens bevel kwam te dienen, als adjudant.
Miranda in het Caraïbisch gebied In de loop van 1779 raakte Spanje betrokken bij de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog. Onder leiding van Cagigal vertrok Miranda in 1780 naar de Caraïben, waar tegen de Engelsen gevochten zou worden.
Miranda vocht mee in de Slag bij Pensacola, die leidde tot een overwinning op de Engelsen. Hij werd bevorderd tot luitenant-kolonel vanwege zijn strategische inzicht. Hij verbleef nog enige tijd in Pensacola, waar hij zich weer richtte op het aanvullen van zijn persoonlijke bibliotheek. Hij schafte zich in die periode ook vier slaven aan, als bedienden.
In 1781 werd Miranda door Cagigal naar Jamaica gestuurd om daar de Engelse troepen te bestuderen, onder de dekmantel van een overleg over uitwisseling van gevangenen. Hoewel de Engelsen hem met argwaan ontvingen wist hij toch een overeenkomst te sluiten over de gevangenenuitwisseling, en bovendien slaagde hij er in om de Engelse troepen op Jamaica in kaart te brengen. Deze informatie zou de kroon op zijn militaire carrière hebben betekend, ware het niet dat juist op dat moment de inquisitie te Sevilla een aanklacht tegen hem indiende wegens het bezit van verboden boeken en obscene tekeningen. Het bevel aan Miranda van februari 1782 om terug te keren naar Spanje werd echter nooit uitgevoerd, mede doordat Cagigal hem in maart van dat jaar naar de Bahama's stuurde waardoor hij het bevel misliep. Tijdens de gevechten op de Bahama’s boekten de Spanjaarden weer een overwinning op de Engelsen, waarbij Miranda’s strategische vaardigheden weer een dienst bewezen. Het leverde Miranda een bevordering tot kolonel op. Toen er vervolgens in samenwerking met de Fransen een ultieme aanval op de Engelsen in Jamaica werd gepland, was Miranda de aangewezen persoon om die aanval te leiden. Hij had immers gedetailleerde kennis over de Engelse troepen in dat gebied vergaard. De Fransen trokken zich echter terug uit de samenwerking na een aanval van de Engelsen. Miranda werd gestationeerd in Guárico waar zijn voornaamste zorg was dat hij in Spanje nog steeds vervolgd werd door de inquisitie.
Verblijf in de Verenigde Staten thumb|Francisco de Miranda, revolutionair Daar de Spanjaarden het idee om Jamaica te veroveren lieten varen en Miranda op korte termijn geen groot strategisch belang meer had, werd de vervolging door de inquisitie voor hem een nijpend probleem. Om een arrestatie te voorkomen besloot hij naar de Verenigde Staten te vertrekken. Met hulp van Cagigal en de Amerikaan James Seagrove wist hij ongemerkt te ontkomen naar New Bern, waar hij op 10 juli 1783 aankwam. De onafhankelijkheidsstrijd was daar net gestreden.
Miranda kreeg interesse voor de Noord-Amerikaanse vrijheidsstrijd, en bezag zijn eigen militaire activiteiten met een kritische blik. Om meer te leren over de achtergronden van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd reisde hij naar verschillende Amerikaanse steden, waar hij zich in het uitgaansleven stortte maar ook sprak met verschillende notabelen. Hij knoopte vriendschappelijke relaties aan met onder meer George Washington en Samuel Adams.
Miranda moest de Verenigde Staten verlaten toen de Spanjaarden uit het Caraïbisch gebied de Amerikaanse autoriteiten op de hoogte brachten van de verdenkingen die zij jegens hem koesterden. Hij had het Spaanse leger verlaten, en stond daarom als deserteur en verrader te boek. Miranda vreesde aan de Amerikanen te moeten uitleggen dat hij op Jamaica had gespioneerd. Om dat te voorkomen verliet hij Amerika, en vertrok hij naar Europa.
In Europa: de Franse Revolutie thumb|Vermelding van Francisco de Miranda op de Arc de Triomphe in Parijs Op 15 december 1784 vertrok Miranda uit de haven van Boston richting Londen, waar hij op 10 februari 1785 aankwam. In Londen verblijvende Spanjaarden merkten dat Miranda daar verbleef. Hoewel men twijfelde over de mate waarin hij inderdaad een verrader zou kunnen zijn, gaf de Spaanse ambassadeur in Londen toch bevel hem te arresteren en naar Spanje te brengen. Miranda wist voor die tijd echter te ontkomen naar Rusland. Hij bezocht daar het hof van Catharina de Grote, te Kiev. Zij toonde zich geïnteresseerd in de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd en in de Amerikaanse staatsinrichting.
Gedurende enkele jaren bleef Miranda door Europa reizen, zonder zich ergens te vestigen. In Frankrijk raakte hij bevriend met de girondijnen Jacques Pierre Brissot en Jérôme Pétion de Villeneuve. Korte tijd diende hij als generaal in het Franse leger, waardoor hij in 1792 betrokken was bij veldslagen om de Zuidelijke Nederlanden onder leiding van Charles-François Dumouriez. Onder meer nam hij in december 1792 Roermond in voor de Fransen. Aan deze periode is het te danken dat men ook de naam van Francisco de Miranda vindt onder de 558 in de Arc de Triomphe gegraveerde namen van belangrijke generaals ten tijde van de revolutionaire veldslagen.
Tijdens de Franse Revolutie werd Miranda een aantal keer gearresteerd. In april 1793 werd hij verdacht van samenzwering tegen de republiek. Hij voerde zijn eigen verdediging met verve, en werd vrijgesproken. Maar in de zomer van datzelfde jaar werd hij nogmaals gearresteerd, en vastgezet in La Force gevangenis: een voorportaal van de dood tijdens de jaren van de terreur. Miranda moest weer voor een tribunaal verschijnen, waar hij het Comité de salut public beschuldigde van tirannie. Miranda overleefde door een combinatie van geluk en politieke strubbelingen. Het revolutionaire regime kon het niet eens worden over wat met hem te doen. Hij bleef dus in La Force, tot hij in januari 1795 werd bevrijd. Miranda was ervan overtuigd geraakt dat de Franse revolutionaire ideeën niet deugden, en in plaats daarvan hing hij de monarchie aan. In januari 1798 werd hij daarom gedwongen om Frankrijk te ontvluchten, opnieuw naar Engeland.
Vrijheidsstrijd in Latijns-Amerika thumb|De eerste vlag van Venezuela, ontworpen in 1806 door Miranda Miranda droomde van een vrij Latijns-Amerika, verenigd in een staat zich uitstrekkend van de Mississippi tot aan Kaap Hoorn. Als leider had hij een keizer voor ogen wiens positie door zijn nazaten geërfd zou worden, die de Inca moest worden genoemd. De regering zou volgens een tweekamerstelsel zijn ingericht. Als naam dacht Miranda aan Colombia, ter gedachtenis aan Christoffel Columbus.
Aan het begin van de 19e eeuw was Engeland verwikkeld in een oorlog met Spanje, een bondgenoot van Napoleon. Miranda kreeg daarom hulp om in 1806 een veldtocht in Venezuela, dat toen nog in Spaanse handen was, te ondernemen. In november 1805 reisde hij daartoe naar New York, waar hij zijn vriendschap met kolonel William Stephens Smith nieuw leven inblies. Smith bracht hem in contact met de koopman Samuel Ogden, die Miranda’s expeditie financierde. Vervolgens besprak Miranda in Washington zijn plannen met president Jefferson en met diens minister van Buitenlandse Zaken James Madison. Zij gaven er de voorkeur aan buiten de plannen van Miranda te blijven, omdat het een schending zou betekenen van de neutraliteitsverklaring die de Verenigde Staten in 1793 hadden afgegeven. Miranda stelde daarom een eigen leger samen, en met deze huurlingen vertrok hij naar Venezuela met de bedoeling het land te bevrijden van de Spanjaarden. Samuel Ogden zorgde voor het schip, dat Miranda de Leander doopte.