Bosbeheer omvat alle menselijke activiteiten waarbij bos in stand gehouden en benut wordt voor de productie van goederen (hout, bosbijproducten) en de levering van diensten (recreatie, natuurbeleving, biodiversiteit). De praktijk van bosbeheer loopt wereldwijd uiteen door geografische, ecologische en maatschappelijke verschillen. Hieronder wordt de situatie in Nederland en Vlaanderen beschreven.

Begrippen Het begrip bosbeheer omvat alle maatregelen in het bos die gericht zijn op behoud en benutting van het bos. Indien het niveau van benutting op den duur ten koste gaat van de instandhouding van het bos is sprake van overexploitatie. Indien de instandhouding van het bos voorop staat, zodat ook in de toekomstige behoefte aan producten en diensten kan worden voorzien, is sprake van duurzaam bosbeheer. De term bosbouw wordt, naar analogie van landbouw, vooral geassocieerd met de productiefunctie van het bos, en wordt sinds begin 21e eeuw minder gebruikt.Den Ouden et al. p. 21–22 Goederen en diensten worden in de vakliteratuur vaak samengevat onder de term functies van het bos. Welke functies moeten worden vervuld wordt bepaald door de beheerder van het bos, binnen de grenzen van wet- en regelgeving. De gekozen functies worden voor ieder bosgebied vertaald in specifieke doelstellingen voor het bosbeheer. In de praktijk worden diverse beheermaatregelen ingezet om de samenstelling en ontwikkeling van het bos in de gewenste richting te sturen. In de loop der tijd zijn min of meer vastomlijnde beheerconcepten ontstaan, als een combinatie van samenhangende beheermaatregelen gericht op realisering van de doelstellingen. Beslissingen in het bosbeheer worden mede beïnvloed door wetgeving en overheidsbeleid en door maatschappelijke wensen.

Van overexploitatie naar duurzaam bosbeheer De toepassing van doelgericht bosbeheer in West-Europa is slechts enkele eeuwen oud. Daar ging een lange periode aan vooraf van ongereguleerd bosgebruik. Bij toenemende bevolkingsdruk leidde dit tot overexploitatie en degradatie van het bos. Het ontstaan van grote arealen heide en stuifzand door overexploitatie maakte het noodzakelijk om het gebruik van het bos te reguleren. Aanvankelijk gebeurde dit op last van vorsten en leenmannen, later ook door de burgerlijke autoriteiten. In de 18e eeuw zijn hieruit in Duitsland de eerste vormen van doelgericht bosbeheer ontstaan. De Duitse systematische aanpak werd in de loop der tijd overgenomen door veel landen in West-Europa.Den Ouden et al. p. 29–31

Het begrip duurzaamheid in de zin van het verantwoord omgaan met natuurlijke hulpbronnen is voor het eerst in 1713 geformuleerd in de bosbouw door Hans Carl von Carlowitz.Von Carlowitz, H.C. (1713). Sylvicultura oeconomica oder Hausswirtschaftliche Nachricht und naturgemässe Anweisung zur wilden Baumzucht. Braun, Leipzig. Als gevolg van de houtschaarste in de 18e eeuw ontstond in Duitsland het bestendigheidsbeginsel als basisidee voor het bosbeheer.Miegroet, M. van, 1982. Bosbedrijfsvoering en veelzijdig bosgebruik. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 54(1982)3/4, p. 51–64. Hieruit is het bosbouwkundig principe voortgekomen dat de houtoogst in een bos niet meer mag zijn dan wat er in eenzelfde periode bijgroeit. In de loop der tijd is dit principe verbreed tot het duurzaam in stand houden van de hulpbron, waardoor ook in de toekomstige behoeften aan producten en diensten kan worden voorzien. Een algemene definitie van duurzame ontwikkeling werd geformuleerd in het Brundtland-rapport (1987).Een gebruikelijke vertaling van de Brundtland-definitie is: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling waarbij de huidige wereldbevolking in haar behoeften voorziet zonder de komende generaties te beperken om in hun behoeften te voorzien. Het duurzaamheidsdenken kreeg internationaal steeds meer gezag, uitmondend in de VN-resolutie Agenda 2030 als mondiaal kader voor duurzame ontwikkeling. Hierin worden zeventien duurzameontwikkelingsdoelstellingen geformuleerd, waarvan doelstelling 15 ook duurzaam bosbeheer behandelt.Verenigde Naties, Algemene Vergadering, Zeventigste zitting, Agendapunten 15 en 116. Resolutie goedgekeurd door de Algemene Vergadering op 25 september 2015: 70/1. Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development. Geraadpleegd op 4 juli 2021. Gearchiveerd op 3 oktober 2021.

Functies van het bos Bosbeheer is gericht op het realiseren van gewenste bosfuncties. Het begrip bosfuncties raakte in zwang in de jaren 1970. Volgens Van Maaren gaat het om “de relaties van het bos met het menselijk bestaan of omgekeerd, het gebruik dat de mens van het bos maakt”.Maaren, A. van, 1979. Betekenis en funkties van het bos. Nederlands Bosbouw Tijdschrift 51(1979)12, p. 273–284. Geraadpleegd 4 juli 2021 Van Miegroet onderscheidt vier functiegroepen: economische functies, sociale functies, ecologische functies en culturele functies. De functies die bossen kunnen vervullen zijn in de loop der jaren verder uitgewerkt en geactualiseerd: ze zijn leveranciers van diverse grondstoffen, zoals hout en bosbijproducten; daarnaast zijn bossen onder meer van belang voor recreatie en natuurbeleving, behoud van biodiversiteit, kwaliteit van de leefomgeving, behoud van cultuurhistorie, erosiebestrijding, waterbeheer en waterkwaliteit, verminderen van fijnstof en vastlegging van CO2 (koolstofdioxide).

Bij de natuurfunctie van bossen gaat het om meer dan alleen biodiversiteit (en dat is weer een breder begrip dan soortenrijkdom). Natuurwaarde wordt ook bepaald door aspecten als zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongereptheid of oorspronkelijkheid, volledigheid, vervangbaarheid, zelfredzaamheid en uitgestrektheid van een gebied, object of ecosysteem. Een combinatie van deze aspecten is bepalend voor de (deels subjectieve) waardering die een persoon of organisatie aan het bos toekent.Jansen et al. p. 401

In de 21e eeuw wordt steeds vaker het begrip ecosysteemdiensten gebruikt in plaats van functies.Den Ouden et al. p. 577–5787 Hierbij gaat het om het belang van de natuur in brede zin voor de mens. Men onderscheidt producerende, regulerende, culturele en ondersteunende diensten.Otte, A., Vanheeswijck, P., De Smet, L., Vucht, I. (2016). Een heldere ecosysteemdienstentaal. Natuurrapport - Aan de slag met ecosysteemdiensten. Technisch rapport 6. Rapporten van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek. Mededelingen van het Instituut voor Natuur-en Bosonderzoek, INBO.M.2016.12342456, Brussel. Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel. DOI: doi.org/10.21436/inbor.12342954 Geraadpleegd op 4 juli 2021. Gearchiveerd op 2 maart 2022. De terminologie verschilt, maar functies en diensten beogen hetzelfde uit te drukken.

Welke functies moeten worden vervuld, wordt bepaald door de eigenaar van het bos. Deze moet daarbij rekening houden met de wetten en regels die door de overheid gesteld worden. In bossen die zijn opengesteld kan ook de publieke opinie een rol spelen bij de afweging. De gekozen functies worden voor ieder bosgebied vertaald in specifieke doelstellingen voor het bosbeheer. Hierbij spelen de ecologische, economische en sociale omstandigheden die betrekking hebben op dat bos een belangrijke rol.

Vaak wil de eigenaar van het bos in één bosgebied verschillende functies tegelijk realiseren. De keuze door de boseigenaar van de belangrijkste bosfuncties, en daarmee de invulling van bosbeheer, wordt vooral bepaald door het aanwezige (of niet aanwezige) bos en de sociaaleconomische omstandigheden. Naast wet- en regelgeving en publieke opinie kan het ook gaan om beschikbare subsidies, het voorkomen van bijzondere planten of dieren, ontwikkelingen in de houtmarkt en de recreatiebehoefte, afspraken over certificering of jachtrechten en samenwerking met andere partijen (lokale natuurstudieclubs, VVV’s, bosgroepen).

In West-Europa was het bosbeheer tot de tweede helft van de 20e eeuw vooral gericht op de houtoogst en de beschermende functie van het bos. Daarna is het accent steeds meer komen te liggen op multifunctioneel bosbeheer, dat wil zeggen: beheer dat beoogt meer dan één functie van het bos te realiseren – daarbij speelt de houtproductiefunctie nog een belangrijke rol als economische drager van het beheer.Den Ouden et al. p. 580 Op hoofdlijnen zijn de natuur- en productiefunctie goed met elkaar te verenigen. De combinatie levert een gevarieerd en natuurlijk uitziend bos op, wat gunstig is voor de bosbeleving. Dit leidt niet tot maximale functievervulling per functie, omdat de functies niet in alle aspecten te verenigen zijn. Het gaat dus bij multifunctioneel bosbeheer om het realiseren van een optimale combinatie van functies. Wat in een bepaalde situatie optimaal is hangt af van de doelstellingen van de eigenaar en de mogelijkheden die het bos biedt.Van der Jagt et al. p. 17–26

Bedrijfsvoeringsactiviteiten Voorafgaand aan en rondom het daadwerkelijke beheer zijn diverse bedrijfsvoeringsactiviteiten van belang: planning en evaluatie, inventarisatie, administratie, toezicht en communicatie. De activiteiten die specifiek van belang zijn voor bosbeheer worden hier toegelicht.

Inventariseren en meten Om rationele beslissingen te nemen over het beheer is een goed beeld nodig van de toestand van het bos en hoe het functioneert. Inventarisaties bieden inzicht in de samenstelling van het bos. Naast boomsoorten en overige vegetatie kan het gaan om (beschermde) diersoorten, cultuurhistorische elementen, recreatieve voorzieningen en andere zaken die voor een specifiek gebied van belang zijn. Metingen zijn erop gericht om kwantitatieve gegevens van de bomen, de bosopstand en het bosbedrijf vast te leggen. Men meet bijvoorbeeld diameter en hoogte van (een aantal) bomen om het volume per boom en daarmee de staande houtvoorraad per hectare te bepalen. Door dit periodiek te herhalen kan de jaarlijkse houtaanwas per hectare berekend worden, wanneer ook het stamtal en/of het grondvlakStamtal is het aantal stammen per hectare. Grondvlak is het totaal oppervlak van alle stamdoorsneden op borsthoogte van alle bomen per hectare (uitgedrukt in m² per ha). Den Ouden et al. p. 81–83. Van der Jagt et al. p. 192 per hectare bekend is. Dergelijke gegevens bieden inzicht in hoe het bos functioneert met het oog op de houtproductiefunctie.Van der Jagt et al. p. 95–97 Voor de ecologische functie zijn bijvoorbeeld gegevens van belang over ontwikkelingsfase, natuurlijke verjonging, structuurvariatie, hoeveelheid dood hout en waardevolle ecologische elementen.Jansen et al. p. 22–49

Planning, uitvoering en evaluatie van het bosbeheer Wanneer de kenmerken van het bos in beeld gebracht zijn, kunnen keuzes gemaakt worden over de gewenste functievervulling en welke maatregelen nodig zijn om de vastgestelde doelstellingen te realiseren. De planning omvat de keuze en voorbereiding van die maatregelen. Daarbij spelen ecologische, economische en sociale omstandigheden een belangrijke rol. Naast de inventarisatie van het bos kan het nodig zijn ter ondersteuning van de planning een overzicht te maken van beleid en wetgeving, zakelijke contracten en wensen uit de samenleving (publieke opinie, stakeholders). De planning en uitvoering van het bosbeheer worden in Nederland vaak vastgelegd in een bosbeheerplan voor de lange termijn (10–15 jaar). Voor de concrete uitvoering van het plan wordt een meer gedetailleerd werkplan voor een of meer jaren gemaakt waarin staat welke maatregelen wanneer en waar moeten worden genomen. Ook wordt een budget opgesteld, waarin een schatting van de kosten en opbrengsten van de verschillende maatregelen wordt gepresenteerd. In Vlaanderen wordt gewerkt met beheerplannen voor een periode van 24 jaar. Vorm en inhoud van het beheerplan zijn daar wettelijk bepaald. Daarnaast is een zesjarige evaluatie verplicht, op basis waarvan het beheer bijgestuurd kan worden.Jansen et al. p. 50-63Van der Jagt et al. p. 87–94