thumb|Het vermoedelijke Friese woongebied ten tijde van koning Radboud, hier echter ten onrechte gelijkgesteld aan het Koninkrijk Friesland dat een veel kleiner gebied besloeg Radboud, of eigenlijk Radbod (Fries: Redbad, Oudfries: *Rēdbed) (vóór 670 - 719) was een koning van de Friezen. Hij wordt in kronieken en heiligenlevens genoemd als koning of hertog van Friesland en staat door christelijke-Frankische propaganda bekend als een heidense vorst die het christendom vijandig gezind was; een vijand van de kerk was hij beslist niet.Meeder & Goosmann, Radboud, 2018, p.159

Hoe groot zijn machtsgebied was, is onzeker. Recente studies stellen dat zijn heerschappij beperkt bleef tot een deel van West-Frisia, dit moet dan met name de Hollandse duinenstreek en het Oude Rijngebied zijn.Meeder & Goosmann, Radboud, 2018, p.100 Hoogstens had hij een secundaire machtsbasis in de huidige provincie Friesland. Andere auteurs menen dat zijn politieke invloed zich over heel Frisia van Zwin tot Wezer moet hebben uitgestrekt.Menno F.P. Dijkstra, Rondom de mondingen van Rijn & Maas: landschap en bewoning tussen de 3e en 9e eeuw in Zuid-Holland, in het bijzonder de Oude Rijnstreek, Leiden 2011, p. 376-378. De auteur onderbouwt zijn stelling niet. De Vita Willibrordi uit het einde van de 8e eeuw beschrijft zijn optreden op het eiland Helgoland. Ook is er sprake van de zilveren munten van Rednath, waarmee mogelijk sceatta's uit de tijd van Radboud werden bedoeld. Middeleeuwse ridderromans maken Radboud tot heerser over het hele gebied van Vlaanderen tot Denemarken. Ook wordt zijn naam genoemd in overleveringen en toponiemen uit Oost-Friesland. De nieuwe tentoonstelling Redbad: de legendarische koning, die in 2026 aan hem is gewijd, geeft Radboud daarom de rol van een overkoning, die weliswaar de leiding had over heel Frisia, maar afhankelijk bleef van de steun van regionale heersers. en ,Redbad, de legendarische koning, Leeuwarden 2026, p. 56. De wetenschappelijke congresbundel die aan de tentoonstelling is gekoppeld, onderbouwt dit beeld.Han Nijdam (red.), Redbad, King of the Frisians: New Perspectives on Kingship in Early Medieval Frisia and the Development of a Coastal Identity, Turnhout [2027, ter perse].

Geschiedenis Over Radbouds jeugd en jonge jaren is niets bekend. Hij werd vermoedelijk vóór 670 geboren.Van der Tuuk, Radbod, 2018, p.87 Hoewel in latere kronieken wordt beweerd dat hij een zoon van koning Aldgisl. was, bestaat hiervoor in het bronmateriaal uit die tijd geen bewijs. Hij groeide ongetwijfeld op in een familie die tot de Friese elite behoorde en kwam niet eerder aan de macht dan circa 680, na de dood van Aldgisl.

De naam Radbod is een tweestammige Noordzeegermaanse naam, waarvan het eerste lid 'raad' of 'besluit' betekent. Het tweede lid is ‘gebieder' of 'bevelhebber'. Oudfriese teksten kennen hem als Redbed, Radbod of Radbodus. In het Oudfries luidde zijn naam vermoedelijk *Rēdbed, maar de taalkundigen zijn het niet eens over de oorspronkelijke vorm. Henk Miedema gaat uit van twee varianten, waarbij het Noordzeegermaanse *Rēdbad/*Rēdbed tegenover het continentale *Rādbod stond. In het Oudengels kan dat iets als Rædbed zijn geweest. Het Oudfriese etymologische woordenboek van Boutkan en Siebenga stelt daarentegen dat de alleroudste vorm *Rēdbod moet hebben geluid.Knottnerus en Nijdam, 'Koning voor eens altijd', p. 6-7. De Nederlandse vorm Radboud lijkt eerder een Frankische herinterpretatie, waarbij sprake van een verwisseling met het grondwoord boud, uit Protogermaans *bald- 'stoutmoedig'.

Koningschap Omdat geschreven bronnen ontbreken hoe en wanneer Redbad het koningschap verwierf kijken historici naar vergelijkbare samenlevingen aan de Noordzee op welke wijze de opvolging was geregeld.Marco Mostert (2020), Koning van de Friezen: Wat we te weten kunnen komen over het koningschap van Redbad, Artikel in de vrij Fries, deel 100, pag. 42-49 In dit verband ziet men een interessante parallel in het Angelsaksische Ætheling, een persoon van koninklijke bloed die in principe verkiesbaar was als koning. Als de koning was gestorven koos de elite vervolgens uit die kring de meest geschikte kandidaat. Dit lijkt een plausibele verklaring voor de opvolging van Adgillis door Redbad. Het zwijgen van de Frankische over een eventuele verwantschap is eveneens opvallend, meestal vermelden de Franksche bronnen dit nauwkeurig. Redbad wordt rond 686 voor het eerst als koning genoemd in Beda's relaas over de reis naar Frisia door de monnik Wictbert of Wigbert. Deze Wicbert mocht van de koning twee jaar onder de Friezen prediken, maar hij had geen succes en bereikte niets bij zijn 'barbaarse gehoor'.Van der Tuuk, Radbod, 2018, p.86

Slag bij Dorestad Radboud wordt gezien als een machtige heerser, maar het begin van zijn bewind verliep teleurstellend. Hij raakte herhaaldelijk in conflict met het Frankische Rijk en moest genoegen nemen met een ondergeschikte rol ten opzichte van zijn machtige buur. Tussen 688 en 695 leed hij een aantal nederlagen tegen de Frankische hofmeier Pepijn van Herstal, onder andere in de slag bij Dorestad. Halverwege de negentiger jaren sloten Radboud en Pepijn vrede, waarbij Radboud afstand deed van Fresia citerior, het grondgebied tussen de Oude Rijn en het Zwin. De oorspronkelijke zuidgrens van Frisia, het "Friese rijk", lag waarschijnlijk ter hoogte van de lijn tussen het tegenwoordige Gent en Brugge.Roel Zijlmans, 'Ontstaan, bloei en verdeling van Frisia, 5e-12e eeuw' in: Troebele betrekkingen: Grens-, scheepvaart- en waterstaatskwesties in de Nederlanden tot 1800, Utrecht 2017, par. 2.4-2.6,

Huwelijk van Theudesinda en Grimoald Onderdeel van deze vrede was het sluiten van een huwelijk tussen Radbouds dochter Theudesinda met Pepijns zoon Grimoald de Jongere. Van dit huwelijk is niet met zekerheid bekend of er kinderen uit zijn geboren. Mogelijk was er een zoon met de naam Theudoald.

Er bestaan aanwijzingen dat koning Radboud zich na zijn verdrijving uit Fresia citerior ophield in Kennemerland en in het benoorden de Oude Rijn gelegen deel van het Sticht Utrecht. Hij behield de macht in het Utrechtse Vechtgebied, dat deel van West-Frisia uitmaakte. Dit gebied zou door de Franken de gouw Nifterlake worden genoemd. Hij verbleef in zijn machtsgebied op een burcht Velsereburg geheten, gelegen aan de Felisena, waar Velsen naar genoemd was. Van daaruit beheerste hij zijn grondgebied, nadat hij afstand had moeten doen van de plaatsen Dorestad en Utrecht.Halbertsma, Frieslands Oudheid, p. 303.</ref>

Wursing Radboud beschikte over grote kwaliteiten maar maakte vermoedelijk strategisch gebruik van de oorlogsdreiging waarin zijn land verkeerde. Zo beschuldigde hij waarschijnlijk sommige onderdanen van landverraad teneinde hun bezittingen verbeurd te verklaren en in beslag te nemen. In 708 gaf hij opdracht om Wursing (bijgenaamd Ado of Atto, waarschijnlijk van atta, vader), een belangrijke rechter, gevangen te zetten. Wursing had familiegoederen in Naarden, Werinon, Muiden, Utrecht en Attingahem (woonplaats van Atto, Breukelen). Wursing, de grootvader van Liudger, die tot de Friese elite behoorde wist met vrouw en kind op tijd te vluchten naar de Frankische hofmeier Grimoald de Jongere, die hem asiel verleende. Wursing behoorde tot de 'opportunistische elite die maar al te graag het christendom aannam en daarmee de Frankische overheerser in de kaart speelde.'Meeder & Goosmann, Radboud, 2018, p.113. Wursing, zijn vrouw Adelgarda en hun zoon Nothgrim lieten zich dopen en kregen van Grimoald in Frankisch gebied landgoederen in leen. Rond 714 probeerde Radbod zich met Wursing te verzoenen en beloofde hem zijn goederen terug te geven. Zelf bleef Wursing liever in het Frankische rijk; de goederen in het Vechtgebied werden aan zijn zoon Thiadgrim overgedragen. Thiadgrim werd zelfs in Radbods hofhouding opgenomen. Thiadgrim huwde Liafburg, uit een vooraanstaande familie in het Vechtgebied, zeer waarschijnlijk met Frankische sympathieën. Zij zouden de ouders worden van Liudger. Na Radbods dood en de inlijving van zijn gebied door de Franken, keerde Wursing terug naar zijn familiebezittingen en vestigde zich op zijn familiegoed te Zwezen aan de Vecht. Hij was er, net als zijn oudste zoon Nothgrim 'een steun en toeverlaat voor de missionaris Willibrord.'Van der Tuuk, Radbod, 2018, p. 148.

Moord op Grimoald Kort voor Pepijns overlijden vond zijn enig overgebleven zoon Grimoald (Drogo was al in 708 gestorven) een gewelddadige dood. Op weg naar zijn zieke vader in Jupille aan de Maas, werd Grimoald, Radbouds schoonzoon, in de kerk van de heilige Lambertus in Luik door Rantgarus vermoord. Volgens de kroniekschrijver Sigebert van Gembloers (waarvan zijn klooster in Frankisch gebied lag) zat Radboud achter de aanslag, maar deze verdachtmaking mist iedere grond.Luit van der Tuuk, De Friezen, 2013, Utrecht 2017, p. 131. Bisschop Lambertus was vermoord, omdat hij zich uitsprak tegen de relatie van Pepijn met Alpaida, naast zijn wettelijke huwelijk met Plectrudis, Grimoalds moeder. Toen Pepijn voor hij stierf de macht overdroeg aan Theudoald, Grimoalds zoon bij een concubine, kwam Karel Martel, Pepijns zoon bij zijn tweede vrouw Alpaida, in verzet, omdat hij zich gepasseerd voelde.

Karel Martel

De burgeroorlog die na Pepijns dood (16 december 714) uitbrak, bood Radboud nieuwe kansen. Ragamfred, de Neustrische hofmeier van koning Chilperik II zocht toenadering tot Radboud om de erfgenamen van Pepijn te kunnen weerstaan. Zij sloten een bondgenootschap, waarbij afgesproken werd dat Radboud vanuit het noorden Austrasië zou aanvallen en Ragamfred vanuit het zuiden. De Friese koning maakte zich eerst meester van Utrecht en Dorestad en voer in 716 met een vloot de Rijn op, waar hij ter hoogte van Keulen zijn leger ontscheepte. In de slag bij Keulen overwon hij de Frankische hofmeier Karel Martel en voorzien van een enorme buit keerde hij daarna weer terug. Winfried (Bonifatius) trof volgens zijn hagiograaf Willibald tijdens zijn reis in 716 van Londen naar Dorestad onder meer door de twist verwoeste kerken aan en bezocht Radboud in Utrecht.Kaj van Vliet, In kringen van Kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227, Zutphen 2002, p. 74. Hij werd ruimhartig ontvangen en mocht vrijelijk door het Friese land reizen om te zien of er mogelijkheden waren voor een toekomstige missie. Bonifatius keerde teleurgesteld naar Engeland terug, toen hij had ervaren dat hij er niets kon beginnen.Luit van der Tuuk, De Friezen, 2013, Utrecht 2017, p. 134-135.

Overlijden Teruggekeerd in Frisia maakte Radboud plannen om andermaal het Frankenrijk binnen te vallen, door een groot leger samen te brengen.Halbertsma, Frieslands Oudheid, p. 90. Hij kreeg evenwel daartoe niet meer de gelegenheid, want door een ernstige ziekte getroffen stierf Radboud in de nazomer of vroege herfst van 719.<ref>Halbertsma, Frieslands Oudheid, p. 93. De latere bisschop van Münster Altfried vermeldt in zijn Vita Liudgeri, dat nadat Radboud van het aardse toneel verdwenen was, Karel Martel Frisia ten westen van het Vlie gewapenderhand aan het Frankische rijk toevoegde.

Cunera legende Koning Radboud wordt onterecht genoemd in de legende van Cunera van Rhenen. Tussen haar en zijn leven zitten echter meer dan 300 jaar. Een koning van de Rijn zou haar hebben gered toen de Hunnen Keulen aanvielen en haar hebben meegenomen naar zijn burcht te Rhenen aan de Rijn. De Hunnen hielden huis in West Europa eind 5e eeuw. Wederom een anachronisme.

Familie, opvolging en afstammelingen