Fernand Auwera, pseudoniem van Ferdinand Henri Leon van der Auwera (Antwerpen, 26 november 1929 – 27 oktober 2015), was een Vlaamse auteur.

Biografie Auwera leed van zijn vijfde tot zijn vijftiende jaar aan astma, hetgeen tot een zeker isolement leidde. Na zijn middelbare school (Sint-Henricus) trad hij in dienst bij de Stad Antwerpen, waar hij werkte van 1948 tot 1989, tot zijn pensioen op 60-jarige leeftijd. Hij trouwde in 1957 met Maria Moors (1933-1994). Samen kregen ze in 1965 een zoon.

Literair leven Naast twintig romans publiceerde Fernand Auwera vijf bundels korte verhalen, drie bundels met interviews over het maatschappelijk engagement van de schrijver, 2 bundels met geselecteerde journalistieke bijdragen over en rond de literatuur, evenals enkele monografieën (over Piet Van Aken, C. Buddingh' en Willem Elsschot), een boek met columns, een tiental kinderboeken, een boek over striptekenaar Marc Sleen, maakte hij samen met kunstschilder Jan Vanriet een boek met getekende en geschreven portretten. Samen met stadsgids George van Cauwenbergh, schreef hij een Cultuurgids voor Antwerpen. Hij stelde eveneens een bundel met korte verhalen van Vlaamse en Nederlandse schrijvers samen Drinken tot we zinken en enkele speciale nummers van literaire tijdschriften. Gerd de Ley publiceerde Allerlei redenen om te zwijgen, een selectie uit zijn werk verzamelde aforismen.

Voor de gezelschappen KNS en Raamtheater vertaalde Fernand Auwera acht toneelstukken.

Hij was twee jaar (1950-1952) secretaris van de Vlaamse culturele vereniging 'De Nevelvlek' (1950-1958). Hij werkte mee aan talrijke tijdschriften en dagbladen en was van 1970 tot 1980 correspondent uit Vlaanderen van de Volkskrant.

Verder was hij redactielid van 'Dietsche Warande & Belfort' en bestuurslid van het PEN-Centrum voor Vlaanderen.

Thema's in het oeuvre van Fernand Auwera zijn o.a. gespletenheid, desillusie, kwetsbaarheid, menselijk falen. In zijn ironische semi-autobiografische romans die voor hem soms een therapeutische werking hadden, is de zwarte, droge humor nooit ver weg. Zijn aangeboren eigenzinnigheid uit zich al in titels als We beginnen de dag opgeruimd en lopen rond de tafel, Uit het raam springen moet als nutteloos worden beschouwd, De toren van Babel is geen puinhoop, Memoires van een afwezige, Zeer slordig woordenboek en Zonder onderschriften.

Filmografie Als scenarist debuteerde hij in 1977 met, op verzoek van regisseur Jef Cassiers, een bewerking (voor de BRT) van een kort verhaal van Felix Timmermans. Sindsdien schreef hij regelmatig scenario's, waarvan een aantal voor en samen met Robbe De Hert (De Witte van Sichem, Het leven dat we droomden, Gaston's War, Lijmen/Het Been), werkte hij mee aan het scenario Daens van Stijn Coninx, schreef hij het scenario voor de verfilming van zijn romans De Weddenschap (BRT) en Uit het raam springen moet als nutteloos worden beschouwd (in samenwerking met regisseur Jean-Pierre De Decker en Stijn Coninx) en, samen met de Nederlandse regisseur Klaas Rusticus, dat voor de verfilming van Elias of het gevecht met de nachtegalen (naar Maurice Gilliams). In 1995 kreeg hij een scenariopremie voor Sing-Sing (werktitel), en hij werkte mee aan het scenario voor de door Paul Cammermans geplande verfilming van zijn in 1965 gepubliceerde roman De koning van de bijen.

Oeuvre Romans 1963 - De weddenschap, uitgeverij Stols, Den Haag 1964 - De donderzonen, uitgeverij Meulenhoff, Amsterdam; heruitgave W. Beckers, Kalmthout-Antwerpen, 1977 1965 - De koning van de bijen, Meulenhoff 1967 - Mathias ‘t Kofschip, Meulenhoff; heruitgave Houtekiet 2003 1968 - In memoriam A.L. (misdaadroman), Spectrum, Prisma 1322 1976 - Bloemen verwelken schepen vergaan, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 1977 - Zonder onderschriften, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 1978 - Ik wou dat ik een marathonloper was, Standaard Uitgeverij, Antwerpen 1983 - Uit het raam springen moet als nutteloos worden beschouwd, uitgeverij Manteau, Antwerpen; 2e druk 1986. Verfilmd als Springen door Jean-Pierre De Decker met Herbert Flack als Axel. 1985 - Chantage, Manteau 1986 - De toren van Babel is geen puinhoop, Hadewijch, Antwerpen 1989 - Wachttijd, uitgeverij Houtekiet, Antwerpen 1990 - Een duidelijk maar doodlopend spoor, Houtekiet 1992 - Memoires van een afwezige, Houtekiet 1993 - Tedere schade, Meulenhoff, Amsterdam 1994 - De nachten van Andreas Richter, Meulenhoff, Amsterdam 1997 - De katten van Krakau, Meulenhoff, Amsterdam 2001 - Vliegen in een spinnenweb, De Prom, Baarn 2002 - Brahms voor Hitler, De Prom, Amsterdam 2007 - Indirect bewijs, uitgeverij Wever & Bergh, Antwerpen 2011 - Kleurvaste kameleons, uitgeverij Kramat, Westerlo

Verhalen 1969 - Vogels met rode beulskoppen, Standaard uitgeverij, Antwerpen 1973 - Zelfportret met gesloten ogen, Standaard, Antwerpen 1974 - We beginnen de dag opgeruimd en lopen rond de tafel, Standaard, Antwerpen 1987 - Zeer slordig woordenboek, Hadewijch, Antwerpen 1995 - De man in de stoel, Meulenhoff, Amsterdam

Non-fictie 1969 - Schrijven of schieten, Standaard (interviews) 1970 - Geen daden maar woorden, Standaard (interviews) 1972 - Piet Van Aken, Ministerie Nat.Opv en Ndl.Cult.-Helios (monografie) 1979 - Cowboy spelen, Elsevier – Manteau (beschouwingen) 1980 - C. Budding’, Gottmer/Orion, “Grote Ontmoetingen, 43” (monografie) 1980 - De Witte van Sichem, met Robbe de Hert (filmboek) 1982 - The Child is Father of the Man (monografie i.o. over Piet Van Aken, Paul de Wispelaere, Jef Geeraerts, Jozef Deleu, Walter van den Broeck, Monika van Paemel) 1982 - Een vete (met Heere Heeresma), klandestiene uitgave Victor et Embargo, Amstelveen (polemiek) 1984 - Huilen met de pet op (columns) 1984 - Mooie, gekwetste ziel, Manteau (teksten bij tekeningen van Jan Vanriet) 1985 - Engagement of escapisme, Wereldvenster/Standaard (interviews) 1985 - Marc Sleen, met Jan Smet, Mercator-Plantijn/Standaard (huldeboek) 1992 - Schrijvers drinken om helder te blijven, Houtekiet (beschouwingen) 1993 - Cultuurstad Antwerpen, met George van Cauwenbergh, Hadewijch (stadsgids) 1999 - Willem Elsschot, De Prom, Baarn (monografie)

Kinderboeken 1960 - Kamiel de geleerde kameel, De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen 1961 - Okidoki’s reis naar de sterren, Uitgeversfirma L. Opdebeek, Antwerpen 1961 - Een fort in de rimboe, historische verhalen met S. Scholliers (historicus VUB Brussel) 1962 - Verkenners varen naar Indië, historische verhalen met S. Scholliers 1962 - Silvester de stenen kabouter 1963 - Het Manneke en de roestige ridder, Uitgeverij Helios, Antwerpen 1963 - De St. Maartensramp, historisch verhaal 1965 - Misdaad in de dierentuin 1966 - Karel Kruisdegen en de inktvissen, De Sikkel, Antwerpen 1966 - De dode kathedraal, historisch verhaal 1976 - wat moet ik nu beginnen? vroeg de koning, J. Van In, Lier 1976 - De gnokkel en andere verhalen

Prijzen Mathias ‘t Kofschip: Provinciale Prijs voor het Proza van de Provincie Antwerpen 1967 Yangprijs 1967

Zelfportret met gesloten ogen: August Beernaertprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde Arkprijs van het Vrije Woord

Algemeen:

Sabamprijs voor literatuur 1995. Provinciale Premie voor het Proza van de Provincie Antwerpen. Prijs van verdienste (Gulden Mira) voor zijn werk als scenarist, van de Vereniging van Vlaamse filmpers, 2008. Provinciale prijs voor letterkunde 2010 voor gezamenlijk oeuvre, Provincie Antwerpen, 28 mei 2011

Externe link

Biografie van Auwera bij Schrijversgewijs

Bronnen P. de Wispelaere, ‘Verraad en onmacht van het woord’ in: Facettenoog (1968) p. 49-53; H. Bousset, ‘Fernand Auwera’ in: Schreien, schrijven, schreeuwen (1973) p. 21-31; H. Bousset, ‘Zelfportret met gesloten ogen’ en ‘Vleugels binnenin’ in: Woord en schroom (1977) p. 49-58; F. de Vree, “Inleiding” bij de heruitgave van Fernand Auwera, De Donderzonen, Kalmthout-Antwerpen, Uitgeverij Beckers, 1977, z.p. [15 pp.]. J.J. Wesselo, “Over Bloemen verwelken, schepen vergaan”, Kultuurleven 1977/4, pp. 383-386. Jos Borré, ‘De tweede adem van de marathonloper’ in: Ons Erfdeel 30 (1987) 2, p. 184-190; M. Janssens, ‘Fernand Auwera’ in: Geboekstaafd. Vlaamse prozaschrijvers na 1945 (1988), p. 38-41; F. Auwera & J. Borré, Zelfportret en documentatie, 5, Fernand Auwera, Antwerpen, Houtekiet, 1989, 16 pp., in de reeks “Zelfportret & Documentatie”, nr. 5. F. Pauwels, ‘Fernand Auwera en de zere plekken van het schrijverschap’, interview in: Deus ex machina 17 (1993) 67, p. 3-12; G. Commerman. Drie musketiers voor de spiegel: Auwera, Christiaens & Raes (1999). J. Borré, “Over Fernand Auwera”, nawoord bij de heruitgave van Fernand Auwera, Mathias ‘t Kofschip, Antwerpen, Houtekiet, 2003 (“Vlaamse Bibliotheek 1927-1970”, 25), pp. 201-213.

Categorie:Vlaams romanschrijver Categorie:Vlaams scenarioschrijver Categorie:Pseudoniem Categorie:Vlaams kinderboekenschrijver