Het Beleg van Deventer vond plaats tijdens de Tachtigjarige Oorlog, in het jaar 1578. De stad Deventer werd gedurende enkele maanden belegerd door Staatse troepen onder leiding van George van Lalaing, graaf van Rennenberg. De belegering begon op 3 augustus en maakte deel uit van het besluit van de Staten-Generaal om de gewesten Holland en Utrecht beter te beschermen tegen plunderingen. In de stad was al sinds 1572 het Duitse Polweiler-regiment gelegerd, dat in opdracht van landvoogd Don Juan van Oostenrijk de stad voor de Spanjaarden verdedigde. Nadat de graaf van Rennenberg een aantal strategische adviezen van Johan van den Kornput had toegepast, was de stad bereid tot onderhandelingen over een overgave; op 19 november 1578 gaf de stad zich over aan de Staatse troepen.
Situering Status Deventer had in de middeleeuwen een hoge status in de Nederlanden en het was de belangrijkste plaats in Overijssel. Deventer had al vroeg stadsrechten, die waarschijnlijk voor het eerst werden vastgelegd in de 11e eeuw. De stad was een van de eerste Nederlandse steden die zich aansloot bij het Hanzeverbond, waardoor het een belangrijke handels- en stapelplaats werd. Er werd onder andere met het Noorse Bergen handel gedreven in stokvis. Tot ver in de 16e eeuw waren er in Deventer vijf jaarmarkten waar werd gehandeld in vele goederen, zoals linnen, pelzen, hout en zandsteen. Steden in de omgeving profiteerden van de gedreven handel en ontvingen tolinkomsten. (2002): Jaarboek voor Middeleeuwse Geschiedenis Uitgeverij Verloren,
Op religieus vlak had Deventer ook een voorname rol. Van invloed hierop was onder meer dat Geert Grote, grondlegger van de Moderne Devotie, in de 14e eeuw in de stad woonde. Hij zette diverse instellingen op, die bijdroegen aan de verspreiding van het humanisme vanuit onder meer Deventer. De stad kende meteen na het uitvinden van de boekdrukkunst een aantal actieve boekdrukkers. Ook in de kerkelijke organisatie was Deventer belangrijk. Bij de herindeling van bisdommen in 1559 werd Deventer aangewezen als een van de bisdomzetels in de Nederlanden. (2006): Tien jaren uit de geschiedenis van Deventer. Stadsreformatie aan het front, 1578 - 1587
Door die grote economische en religieuze belangen had de stad vanouds veel invloed in het voormalige Oversticht en het verdere achterland. De toekomst had op beide gebieden voor Deventer echter weinig goeds in petto.
Opbouw Deventer thumb|Deventer thumb|De voormalige Binnen-Vispoort in Deventer, afgebroken in 1838. H.A. Noordijk Deventer was een ommuurde vestingstad, gelegen op drie rivierduinen aan de IJssel. De ommuring bestond uit een dubbele verdedigingsmuur en kende allerlei torens op strategische plaatsen.Deventer Geschiedenis IJsselfront - Stad van poorten en muren De binnenste stadsmuur werd gebouwd tussen 1250 en 1325 en had diverse torens. In 2007 opgegraven restanten van een van deze torens hadden een muurdikte van circa 1,2 meter.Gemeente Deventer (2007): Vondst waltoren Walstraat legt vroege verdediging Bergkwartier bloot De binnenste stadsmuur was van tufsteen gebouwd, in plaats van het gebruikelijke baksteen. Later in de 14e eeuw werd aan de buitenkant van de bestaande muur, op ongeveer 8 meter afstand, een tweede stadsmuur gebouwd van baksteen. Deze muur werd in 1360 opgeleverd en had onderaan een dikte van 3,5 meter.
Een van de torens die deel uitmaakte van de verdedigingswerken, was de Noordenbergtoren. Deze stond aan de noordwestkant van de stad en was gebouwd rond 1487. Deze ronde toren was circa zestig meter hoog en de muren waren ongeveer zes meter dik. Als voorbeeld voor het ontwerp van de Noordenbergtoren was de (nog bestaande) Bourgonjetoren van het kasteel Duurstede. (2003): De Waag in Deventer, 475 geschiedenis. Walburg pers, gebruikt. Oorspronkelijk stond de toren vlak buiten de stadsmuren, maar door stadsuitbreidingen kwam de toren in de stad te staan, waardoor hij de functie van vooruitgeschoven wachtpost verloor.Deventer Geschiedenis, IJsselfront - Torens en rondelen Aan de andere kant van de stad, nabij de Bergkerk, stond de Steckelentoren.Walstraat Deventer (2005): Geschiedenis Walstraat Niet lang voor het beleg van Deventer was de stad nog door Gelderse milities vanuit de Veluwe aangevallen. Deze milities streden aan de zijde van de Staten-Generaal en stonden onder leiding van Wolter Hegeman. De stad kon deze aanvallen afslaan, maar besloot hierop wel de verdedigingswerken te versterken. (1995): Licht op Deventer: De geschiedenis van Overijssel en met name de stad Deventer Boek 5 (1578-1619), Hilversum, Vertaling uit het latijn van: (1651): Daventria Illustrata.
Bij de stad lag een paalbrug over de IJssel die in 1570 deels verloren was gegaan door een stuwende ijsmassa op de IJssel in combinatie met de druk van het water. De stad had niet direct geld om de brug te herbouwen. In 1576 schonk Filips II vijftig eikenbomen aan de stad, waarmee de brug werd hersteld. Van de brug, die aanlandde ter hoogte van de Noordenbergtoren (2008): Eggerik Ripperda, werd gezegd dat ze geen gelijke had ("die heures gelijcken niet en hadde in den lande").Deventer Geschiedenis, IJsselfront - Een nieuwe paalbrug Sinds 1482 lag er al een brug bij Deventer, waardoor een groot deel van de handelswaar uit de Nederlanden naar Duitsland via Deventer ging. De brug bij Deventer benadrukte de strategische ligging van de stad. Vanwege de handel met de andere Hanzesteden waren ook de IJsselkade en de natuurlijke haven, ontstaan rond de monding van de Schipbeek in de IJssel, belangrijk voor de stad. Deventer werd aan de west- en zuidzijde geheel begrensd door deze waterstromen. Aan de andere zijden van de stad, was een gracht buiten de stadsmuur gegraven die net zoals de torens en muren deel uitmaakte van de verdedigingslinie.
In de stadsmuren waren aan de kant van de IJssel en Schipbeek vele poorten, om zo de handelaren een goede toegang tot de stad te bieden. De grotere poorten gaven verbinding met het achterland. Enkele bekende poorten waren: Noordenbergpoort (noordwesten), Brinkpoort (noorden), Bergpoort (oosten) en de Zandpoort (zuidwesten). Deze namen komen in een aantal huidige straatnamen nog terug. De meeste poorten zijn begin 19e eeuw gesloopt ten behoeve van stadsuitbreiding. De Bergpoort is in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam herbouwd.De Bergpoort (2005): Geschiedenis Bergpoort
Aanloop naar het beleg Don Juan van Oostenrijk thumb|Don Juan van Oostenrijk Deventer was al sinds 1568 toen de hertog van Alva een Waals garnizoen in Deventer had laten plaatsen, een garnizoensstad. Vanwege dit garnizoen werd de stad tijdens Oranjes tweede invasie in 1572 niet door Willem van den Bergh aangevallen, waar andere steden zoals Kampen en Zutphen wel werden belegerd. De stad bleef in Spaanse handen en ze werd dan ook niet belegerd en bestraft door de Spanjaarden die tijdens Don Frederiks veldtocht een groot deel van Overijssel heroverden.
Don Juan van Oostenrijk werd in 1576 door Filips II als landvoogd naar de Nederlanden gestuurd met als doel de opstand te onderdrukken zonder religieuze concessies te doen. Door zijn ingrijpen zouden orde en rust terug moeten keren. Don Juan besloot de Waalse troepen te vervangen door een Duits garnizoen waarmee hij de stad beter dacht te kunnen beschermen tegen aanvallen van Staatse troepen. Uit angst voor represailles van het garnizoen hield het Deventer stadsbestuur zich in 1576 afzijdig bij het opstellen van de pacificatie van Gent. (1988): Het Bergkwartier te Deventer. Huizenboek van een middeleeuwse stadswijk tot 1600. Walburg, Zutphen, De algehele leiding van het Duitse garnizoen lag bij Haurincourt, maar de belangrijkste man was Augustyn Ryck, die de uitvoerende taak had. Hij gaf de bevelen en orders aan de bezettende macht. Door de bevolking van Deventer werd hij als een tiran ervaren.
Het garnizoen moest worden betaald door het stadsbestuur van Deventer, dat al snel noodmunten moest laten slaan om de soldaten te kunnen blijven betalen. In de zomer van 1577 hadden de bezetters al gedreigd de stad in brand te steken als de betaling te laat zou plaatsvinden. Dit gebeurde uiteindelijk niet, maar soldaten plunderden wel diverse woningen. In 1578 eiste de garnizoensleiding 600 gulden per week. Ze wilden ook de kerkschatten weghalen om ze te laten omsmelten, zodat de troepen daarmee betaald konden worden. De Deventenaren konden deze plundering voorkomen. Het stadsbestuur besloot dat de kerkschatten niet door de kerkmeesters vervreemd mochten worden, omdat ze door de voorouders geschonken waren aan de kerk. Om het garnizoen te kunnen blijven betalen, werd al het stadszilverwerk opgeofferd, op een zestal bekers na. (2004): De stedelijke muntslag te Deventer en Nijmegen 1528/43-1591 Uitgeverij Verloren, Hilversum,
Don Juan had begin 1577 het Eeuwig Edict ondertekend, waarmee hij de pacificatie van Gent erkende. Dit betekende in principe een wapenstilstand tussen de Spaanse en Staatse troepen. Het Eeuwig Edict werd al in juli 1577 door hem geschonden toen hij de Citadel van Namen veroverde. Eind januari 1578 versloegen de Spanjaarden Staatse troepen tijdens de Slag bij Gembloers. Het gevoel van onveiligheid en de angst voor plunderingen werd in de gewesten Holland en Utrecht steeds groter. Daarom wilde men de verdrijving van de Spaansgezinde troepen uit het noordoosten van de Nederlanden. Jan van Nassau drong hier in het bijzonder op aan tijdens een op 3 juni 1578 gehouden vergadering in Zutphen.
Besluit tot belegering thumb|Noodmunt, te Deventer geslagen tijdens het beleg van RennenbergDe Staten-Generaal gaf uiteindelijk de stadhouder van Overijssel, graaf van Rennenberg, de opdracht om Deventer te veroveren op de Spaansgezinde troepen. Graaf van Rennenberg was de opvolger van Claudius van Berlaymont, die kort ervoor door de Staten was ontslagen wegens zijn trouw aan Filips II. Twee maanden na de vergadering in Zutphen, op 3 augustus, kwam Rennenberg aan bij de stad. Zijn leger bestond uit 10 detachementen (circa 1300 soldaten), bestaande uit soldaten uit Holland (vijf vendels) en Friesland. Rennenberg had Kampen, de enig andere stad in Overijssel die nog niet onder gezag van de Staten-Generaal stond, al veroverd op Spaansgezinde troepen.
Toen de garnizoensleiding de eerste tekenen van de komende belegering zag, liet het de stadsbestuurders het besluit nemen dat alle personen die niet geschikt waren om arbeid te verrichten de stad moesten verlaten. Zodoende behoefden deze niet onderhouden te worden van in de stad aanwezige voorraden. Aan deze aanwijzing werd echter maar door weinigen gehoor gegeven, omdat de mensen elders nog minder overlevingskansen zagen. Kerken en gildes gaven de armen geld zodat ze zich van de eerste levensbehoeften konden voorzien. Burgers die hielpen met de verdediging van de stad kregen van het Duits garnizoen voedsel aangeboden. Bij de verdediging van de stad werden onder andere haakbussen gebruikt.
De belegering Aankomst van Rennenberg thumb|Diederik Sonoy