Genade is in het christelijk geloof Gods welwillende toewending tot de mens, die haar hoogtepunt bereikt in de verlossing door Christus. In de christelijke theologie is genade een van de eigenschappen van God. Het is een spontane, niet verdiende goddelijke gunst. Christenen verstaan er een vrije gave onder, die de mens absoluut niet verdiend heeft. thumb|300px| Lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt, ca. 1365

Het woord genade in de Bijbel Hebreeuwse Bijbel Het Hebreeuwse woord voor genade is חֵ֖ן, ẖen; begenadigen is ẖanan. Deze woorden komen 78 keer in de Hebreeuwse Bijbel voor. Een woord dat enige verwantschap heeft met dit begrip is ẖesed, gunstbewijs, goedertierenheid, trouw.In de kabbala is chesed is een van de emanaties van de kabbalistische sefirot, een van de tien aspecten van God. Het wordt vaak gevonden in combinatie met emet, waarheid, betrouwbaarheid. ẖesed en emet zijn termen uit het verbond: wie ẖesed bewijst, doet ruimhartig wat de ander nodig heeft. In de NBG 1951 wordt ẖesed slechts vijf keer met 'genade' vertaald, in de Statenvertaling slechts één keer. In de Septuagint, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, is ẖesed vaak vertaald met έλεός, eleos, barmhartigheid.

In Psalm 51:3 smeekt David God hem zijn zonde te vergeven:

Nieuwe Testament Genade is in het Nieuwe Testament een belangrijk begrip. Het woord genade of een afgeleide daarvan wordt 147 keer aangetroffen, verspreid over bijna alle boeken van het Nieuwe Testament.Alleen in Matteüs en Marcus en in 1 en 3 Johannes komt het woord niet (maar het begrip wel) voor. In het Grieks van het Nieuwe Testament is het voor 'genade' gebruikte woord χαρις, charis; dit kan ook in bredere zin een gunst betekenen en is verwant aan χαρα, chara, blijdschap. Onder een charisma verstaat de Bijbel een gift die de Heilige Geest de gelovigen toebedeelt naar hij wil. Griekse brieven begonnen vaak met χαιρε, chaire, wees blij.

Paulus thumb|160px|Paulus, Rembrandt (1633 of 1635) De apostel Paulus gebruikte in zijn brieven vaak χαρις, charis, genade en voegde daar vaak ειρενε, eirene, vrede aan toe:

Paulus brengt het begrip 'genade' gepassioneerd naar voren in Galaten en werkt het systematisch verder uit in Romeinen. Volgens Paulus was de mens ten dode opgeschreven door zijn zonde. God echter toonde zijn liefde aan de mens, door Christus te laten sterven en weer verrijzen. Als mensen zich verbinden met Christus krijgen zij een nieuw leven. Symbolen waarmee Paulus dit duidelijk tracht te maken, zijn de rechter die een schuldige rechtvaardig verklaart; de offerdienst in het oude Israël, waarbij een dier geslacht werd voor de zonden van een mens, Christus die op de slavenmarkt de zijnen vrijkoopt, en twee vijanden die vrede sluiten. God is dus niet genadig omdat mensen zich aan de wet houden, God is genadig, omdat Hij de mensen liefheeft. Door de eeuwen heen hebben meerdere christelijke denkers en schrijvers Paulus herontdekt en het begrip genade weer naar voren gebracht: Augustinus van Hippo, Maarten Luther; John Wesley, Karl Barth, Watchman Nee. Zij vertellen allemaal hun eigen persoonlijke ervaring met de brief van Paulus aan de Romeinen, die ze er toe bracht over dit onderwerp te gaan preken en te schrijven.

Theologie Rechtzinnige christenen leren dat het initiatief in de relatie tussen God en mens altijd van God uitgaat en berust op zijn genade. De verschillende stromingen verschillen in hun opvattingen of de mens Gods genade kan weerstaan. Het orthodoxe calvinisme leert van niet; een uitverkoren mens kan de aangeboden genade niet weerstaan. In evangelische kringen wordt meer de nadruk gelegd op de eigen keuze en de eigen verantwoordelijkheid van de mens. Door de eeuwen heen hebben verschillen van inzicht in het begrip genade scheidend gewerkt: tussen katholicisme en protestantisme:

De Rooms-Katholieke Kerk kent de sacramenten een bijzondere betekenis toe, waardoor de gelovigen deel krijgen aan genade. De protestantse kerken (er)kennen deze betekenis van de sacramenten niet op dezelfde manier. Zowel in de rooms-katholieke als in de protestantse theologie is het geloof belangrijk in de werking van de sacramenten en het ontvangen van de genade hierdoor. De (klassieke) protestantse theologie zal meer (de prediking van) het Woord van God benadrukken als het middel bij uitstek dat de genade meedeelt, de rooms-katholieke theologie zal eerder het sacrament op die plaats zetten. tussen calvinisme en arminianisme:

Arminianen geloven dat Gods genade de mens in staat stelt om te geloven waarbij het aan de mens zelf is om ook daadwerkelijk te gaan geloven of niet, calvinisten geloven dat het daadwerkelijk geloven en ontvangen van zaligmakende genade niet afhankelijk is van de wil van de mens, maar dat de genade de wil van de mens bevrijdt zodat hij of zij ook genade wil ontvangen. tussen rechtzinnige en vrijzinnige christenen. Volgens de theoloog Charles C. Ryrie, kent de moderne vrijzinnigheid de mens overdreven mogelijkheden toe om zelf zijn lot te beslissen en verlossing te bereiken zonder Gods noodzakelijke genade.Ryrie, Charles C. The Grace of God. (Chicago: Moody Press, 1963), pp. 10-11

Genade in de oosterse christenheid Volgens de oosterse kerk is genade het ongeschapen licht van God. De sacramenten worden gezien als middel om deel te krijgen aan de Goddelijke genade; want God werkt uitsluitend via zijn Kerk. Genade is God zelf aan het werk; niet een geschapen stof die naar believen kan worden ingezet.Gregory (Grabbe), Archbishop. The Sacramental Life: An Orthodox Christian Perspective. Liberty TN: St. John of Kronstadt Press, 1986 Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen doodzonden en kleinere zonden en er is geen vagevuur en geen schat der kerk. De oosterse kerk benadrukt het werk van de Heilige Geest in het leven van de gelovige en legt de nadruk op ascese, bijvoorbeeld door vasten en gebed. Niet om zonden van vroeger te verzoenen of om verdiensten op te bouwen, maar als middel tot geestelijke discipline, om een volgende keer sterker te staan bij verzoeking en om geen slaaf te worden van zijn lusten. De oosters-orthodoxe kerken zeggen dat mensen in eerste instantie genade nodig hebben om verlost te worden, maar dat er geen sprake is van totale verdorvenheid; er blijft een morele en verstandelijke mogelijkheid binnen de mens die niet door de zonde is aangetast en die moet samenwerken met Goddelijke genade om verlost te worden. Het westen noemt deze opstelling semi-pelagianisme. In de praktijk is het dezelfde opstelling als het Arminianisme, al geloven Arminianen wel in de totale verdorvenheid van de mens.Pomazansky, Protopresbyter Michael. Orthodox Dogmatic Theology. Platina CA: St. Herman of Alaska Brotherhood, 1984. LCCN 84-051294 pp.257–261Kallistos (Timothy Ware). The Orthodox Church. London: Penguin Books, 1963. pp.226ff. ISBN=0-14-020592-6

Genade in het Rooms-katholicisme Genade is meer dan dat God de mens in liefde aanziet, meer dan zijn gunsten of ontferming: het is het Goddelijke leven zelf dat het mogelijk maakt dat Christus in en door ons werkt. Door Adams val was de mens de verbinding met deze genade kwijt en van God gescheiden. Door genade kunnen mensen weer deel krijgen aan de Goddelijke natuur (2 Petrus 1:4). Rechtvaardiging (God rekent de mens zijn zonden niet toe) is alleen mogelijk door genade, door een geloof dat uitwerkt in liefde. Het belangrijkste kenmerk van genade is, dat het een vrije gave is die de mens, zo leert de Rooms-Katholieke Kerk, wordt aangeboden door de sacramenten, in het bijzonder door de doop, de eucharistie en de absolutie. Een mens verdient geen heiligmakende (zie hieronder) genade, hij heeft er geen recht op; maar kan wel als beloning actuele genade ontvangen die hem verder brengt op de reis naar de volmaakte hemelse heiligheid.

Heiligmakende en actuele genade Rooms-katholieke theologen onderscheiden verscheidene vormen van genade; de voornaamste zijn: de heiligmakende genade en de actuele genade. Heiligmakende genade is het goddelijke leven dat onze ziel binnenstroomt als God ons rechtvaardig verklaart (ons onze zonden niet toerekent); dat gebeurt meestal bij de doop. Heiligmakende genade verandert de zondaar door de Geest in een kind van God. Deze genade blijft werkzaam in onze ziel, tenzij wij door een doodzonde God verwerpen. God is echter oneindig barmhartig en de heiligmakende genade kan dan ook weer hersteld worden door het sacrament van de biecht. Actuele genade komt in de vorm van gaven die je in bepaalde omstandigheden nodig hebt. Het doel van actuele genade is om de heiligmakende genade daar werkzaam te laten zijn waar ze eerder niet was, en ze te laten blijven waar ze reeds werkzaam is.

Zowel heiligheid als het zijn van een kind van God zijn geheel afhankelijk van de heiligmakende genade. Wanneer er zonder verdere toevoeging van genade wordt gesproken, wordt heiligmakende genade bedoeld.

thumb|160px|Augustinus van Hippo (354-430)

Onweerstaanbare genade Zowel Augustinus als Thomas van Aquino stellen dat een goed begrip van genade niet tegenspreekt dat de mens een vrije wil heeft. Want een mens met genoeg wilskracht om Gods genade te weerstaan, zal dat juist door de inwerking van die genade niet willen.

Het dubbelzinnige dogma van de onweerstaanbare genade leidde in de 5e eeuw tot het belangrijke debat tussen Augustinus en Pelagius en in de 16e – 17e eeuw tot de instelling van de Congregatio de Auxiliis, een commissie voor hulp, omdat de Jezuïeten het bestaan ervan ontkenden, terwijl de Augustijnen en de Dominicanen dit wel leerden. Het debat was onderdeel van de contrareformatie en zou herleven in de gesprekken tussen de Jansenisten en de Jezuïeten. Gedurende de gehele 17e eeuw verbood de paus, teneinde de vrede te bewaren, publicaties over onweerstaanbare genade.

Pelagius in discussie met Augustinus Pelagius, een kluizenaar, naar gezegd wordt een Brit van geboorte, hield zich bezig met de menselijke morele verantwoordelijkheid enerzijds en Gods almacht anderzijds. Hij hamerde erop dat de mens een vrije wil heeft en dus kan kiezen tussen goed en kwaad. Pelagius ontkende dat de erfzonde Gods genade in Adams nakomelingen teniet had gedaan. De mensheid was dus in staat te doen wat goed is, zich uit eigen kracht te bekeren en haar eigen verlossing te bewerken. Met een geweldige inspanning is het in het aardse lichaam al mogelijk volmaakt te zijn op moreel gebied. thumb|160px|Pelagius (360-435) Pelagius' geloof is op het eerste gezicht optimistisch, maar belast in de praktijk gewone stervelingen veel te zwaar, vond Augustinus. Belangrijker nog vond hij dat de visie van Pelagius niet duidelijk maakte waarom Christus moest sterven voor wie zijn zonden dan ook; als de mensen zichzelf kunnen verlossen, was de verzoening aan het kruis op zijn best een goed voorbeeld. De erfzonde heeft volgens Augustinus Gods genade uit de menselijke ziel doen verdwijnen, hoe rechtvaardig ze zich ook gedragen; hun goede daden zullen hen nooit acceptabel maken voor de oneindige heiligheid van God. De mensheid is een massa peccati, een berg zonden; de mens kan zichzelf net zomin met genade vullen als een leeg glas zichzelf kan vullen.

De mens heeft wel een vrije wil (liberum arbitrium) in de zin dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor hun gedrag, maar ze hebben geen echte vrijheid (libertas); ze zijn niet vrij van zonde, want zonde zit in elke keus. Alleen vanuit Gods soevereine keus om genade te schenken, wordt verlossing mogelijk.

Vooral op het aandringen van Augustinus is het Pelagianisme in 418 veroordeeld door het Concilie van Carthago.

Genade en goede werken thumb|180px| Paus Clemens VI (1342-1352)