240px|thumb|Angst (1895), Maria Yakunchikova Angst is een emotie veroorzaakt door een waargenomen of vermeende bedreiging en leidt tot vermijding of ontwijking van de oorzaak. Angst wordt beschouwd als een basaal overlevingsmechanisme, als reactie op een specifieke prikkel, zoals pijn of dreiging van gevaar. Dit laatste kan, bij een confrontatie met die prikkel of juist een ontwijking daarvan, een vecht-of-vluchtreactie tot gevolg hebben. Bij extreme angst kan verstarring en desoriëntatie optreden.

Algemeen Angst is een fysiologische toestand die gekenmerkt is door lichamelijke, cognitieve, emotionele en gedragscomponenten.; ; (2001): Abnormal Psychology, W.W. Norton & Company Angst kent verschillende gradaties. Voorbeelden van mildere vormen zijn ongemak, onrust en bezorgdheid. Voorbeelden van meer extreme vormen zijn paniek,; (1998): From normal fear to pathological anxiety in Psychological Review, Volume 105, p. 325-350 de paniekstoornis en de gegeneraliseerde angststoornis.

Angst is onaangenaam, en heeft ook een belangrijke functie: angst en vrees helpen dieren en mensen om gevaarlijke situaties te herkennen en is cruciaal om te overleven. De mechanismen in de hersenen die angst reguleren zijn evolutionair oud en verstoring van deze mechanismen ligt ten grondslag aan allerlei angststoornissen zoals posttraumatische stressstoornis en paniekstoornis. (1992): 'The Role of the Amygdala in Fear and Anxiety' in Annual Review of Neuroscience, Volume 15, p. 353-75

Symptomen Hevige angst gaat vaak gepaard met lichamelijke verschijnselen als een verhoogde hartslag en bloeddruk, hartkloppingen, duizeligheid, droge mond, pijn in de borst, misselijkheid, kortademigheid en hoofdpijn. Ook kan er sprake zijn van een bleke gelaatskleur, zweten, een verhoogde productie van adrenaline in het bloed en stoornissen in de spijsvertering. Psychologisch gezien gaat angst gepaard met een vaag gevoel van dreiging of gevaar. Soms kan angst een symptoom zijn van stress. De lichamelijke symptomen van angst worden wel gezien als een manier waarop het lichaam zich voorbereidt op bedreiging van buitenaf. Angst kan ook gepaard gaan met depressiviteit.; ; ; ; (2013): 'Negative and positive life events are associated with small but lasting change in neuroticism' in Psychological Medicine, Volume 43, Issue 11, p. 2403–15 Angst kan ook blijken uit gelaatsexpressies.

Medicamenten Anxiolytica zijn psychofarmaca die angst tegengaan. Met name benzodiazepinen (diazepam, alprozalam etc.) worden vaak gebruikt om symptomen van angst te bestrijden. Deze stoffen binden zich met de GABAA-receptoren van de inhiberende neurotransmitter GABA. Ook alcohol blijkt in lage doseringen via hetzelfde type receptoren een anxiolytische werking te hebben.

Antidepressiva, en dan met name de zogenaamde SSRIs (paroxetine, citalopram etc.) worden veelvuldig ingezet ter behandeling van verschillende soorten angst- en paniekstoornissen. Een recente ontwikkeling op het gebied van de medicinale behandeling van angst is de ontdekking dat sommige anti-epileptica ook een angst-verminderende werking hebben; bijvoorbeeld gabapentine en pregabaline. Deze anti-epileptica lijken op de lichaamseigen stof GABA. In tegenstelling tot de meeste anxiolytica beïnvloedt buspiron niet het GABA-systeem, maar gaat een interactie aan met de 5-HT1A serotoninereceptoren.; (2007): 'Angsterkrankungen' in Nervenarzt, Volume 7, p. 349-360

Angst en hersenen Vreesconditionering Het ontwikkelen van en de vermindering van angst zijn leerprocessen. Bij het onderzoek naar de mechanismen in de hersenen die een rol spelen bij angst, wordt vaak gebruikgemaakt van vreesconditionering. Hierbij wordt gebruikgemaakt van een onschuldige prikkel, de voorwaardelijke prikkel en een onplezierige, angstopwekkende prikkel, de onvoorwaardelijke prikkel. Een typische vreesconditioneringsprocedure: een proefdier wordt blootgesteld aan een onschuldige prikkel als een geluid, kort daarop gevolgd door een onplezierige prikkel zoals een stroomstootje. Deze procedure wordt een aantal malen herhaald. In de hersenen van het dier vinden aanpassingen plaats waardoor het dier het onschuldige geluid koppelt aan de vervelende stroomstoot: het dier is geconditioneerd. Het gevolg is dat als het dier slechts het onschuldige geluid hoort, het dier het angstige gedrag gaat vertonen alsof het een stroomstoot had gekregen.

De vreesconditionering kan worden doorbroken door de associatie van het onschuldige geluid met de onplezierige stroomstoot te doorbreken. Het proefdier wordt een aantal malen blootgesteld aan alleen het geluid. Het bemerkt dat het niet meer gepaard gaat met de stroomstoot en zodoende leert het dat het geluid onschuldig is en het zal geen angstreacties meer vertonen. (1927): Conditioned Reflexes. An Investigation of the Physiological Activity of the Cerebral Cortex, Oxford University Press De associatie is echter niet volledig uit het geheugen gewist. Als het proefdier in een gevaarlijke positie wordt geplaatst en kort daarna het geluid hoort, dan is de vreesconditionering weer tot stand gebracht.

Wat gebeurt er in de hersenen? Neuronale circuits Vele gebieden in de hersenen zijn betrokken bij angst, onder meer de amygdala, de mediale prefrontale cortex en de hippocampus. Met name de amygdala speelt een centrale rol: de amygdala werkt als een schildwacht. Alle binnenkomende prikkels worden eerst door de amygdala beoordeeld, op de vraag of deze prikkel gevaarlijk zou kunnen zijn. Zo ja, dan zet de amygdala, via de substantia grisea centalis het lichaam in de vecht/vluchttoestand. (1998): Affective Neuroscience, Oxford University Press, p. 196

Bij contra cognitieve psychotherapie, waar angst vooral als een foutieve gedachte wordt gezien, geldt dat de angstprikkel al werkzaam is voordat in de hersenschors ook maar bekend is wat de angstprikkel precies behelsde.

De amygdala bestaat uit twee delen: de pars basolateralis amygdalae die informatie ontvangt over de voorwaardelijke en onvoorwaardelijke prikkel; en de nucleus centralis amygdalae die informatie krijgt die eerder door de pars basolateralis amygdalae is verwerkt.

Bij het aanleren van angst komt informatie van zowel de voorwaardelijke als de onvoorwaardelijke prikkel samen in bepaalde angstneuronen in de pars basolateralis amygdalae. Dit leidt tot versterking van het geconditioneerde invoersignaal en activatie van neuronen in de nucleus centralis amygdalae. Vanuit de nucleus centralis amygdalae lopen zenuwen naar de hypothalamus en de hersenstam en ontstaat de angst met de bijbehorende gedrags- en lichamelijke veranderingen als angstgevoelens, snellere hartslag, snellere ademhaling, afname van bloedtoevoer naar de cortex en naar spijsvertering en het scherper maken van de zintuigen. et al. (2008): 'Switching on and off fear by distinct neuronal circuits' in Nature, Volume 454, p.600-6 et al. (2008): 'Amygdala intercalated neurons are required for expression of fear extinction' in Nature, Volume 454, p. 642-5 Bij het afleren van angst is er sprake van input vanuit de cortex praefrontalis medialis, die neuronen in de nucleus intercalatus amygdalae activeren. Dit kan rechtstreeks, of via uitdovingsneuronen in de pars basolateralis amygdalae. Gevolg is remming van de activiteit van angstneuronen in de nucleus centralis amygdalae; de angst verdwijnt. Van belang hierbij is, dat de angst niet traumatisch van aard is geweest. Bij traumatische angst wordt de cortex praefrontalis medialis weinig doorbloed en heeft nauwelijks invloed. Bij opnieuw ontstaan van de angst, is onder andere de hippocampus actief. Deze heeft de oude, pijnlijke informatie bewaard en combineert dit met de actuele situatie en activeert remmende interneuronen in de pars basolateralis amygdalae. De activiteit van de uitdovingsneuronen neemt hierdoor af en de angstreactie is hernieuwd.

Receptoren Neurotransmitters zijn stofjes die in de hersenen boodschappen kunnen overbrengen door aan te grijpen op een receptor. Een drietal neurotransmittersystemen, te weten die voor gamma-aminoboterzuur (GABA), serotonine (5-HT) en glutamaat (Glu), spelen een belangrijke rol bij de regulatie van angst. (2003): 'New molecular targets for antianxiety interventions' in The Journal of Clinical Psychiatry, Volume 64, Supplement 3, p. 28-35 Deze systemen zijn complex: ze hebben een direct effect, ze beïnvloeden elkaar en ook nog andere neurotransmittersystemen.

Benzodiazepinen, de meest gebruikte angstdempende middelen, versterken de werking van het van nature aanwezige GABA, doordat zij aangrijpen op de GABA-A-receptor. GABA-A-receptoren komen zeer veel voor in de hersenen, onder andere in de amygdala. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat activatie van de GABA-B-receptor eveneens een angstdempend effect geeft.; (2005): 'Don't worry 'B' happy!: a role for GABA(B) receptors in anxiety and depression' in Trends in Pharmacological Sciences, Volume 26, Issue 1, p. 36-43De 5-HT-1A receptor, een bepaalde serotoninereceptor, speelt ook een rol bij het verminderen van angst,zoals blijkt uit interactie van het middel buspiron met deze receptor.Dierproeven tonen aan dat groep II metabotrope glutamaat receptor agonisten en groep I metabotrope glutamaatreceptor antagonisten een angstdempend effect hebben. Er wordt gewerkt aan geneesmiddelen die werken via deze glutamaatreceptoren. et al. (2005): 'Metabotropic glutamate receptors as novel targets for anxiety and stress disorders' in Nature Reviews Drug Discovery, Volume 4, p. 131-44

Vormen van angst Er bestaan diverse vormen van angst, waarbij sommige vormen aan elkaar zijn gerelateerd of in combinatie voorkomen. Andere vormen, zoals fobieën en paniekstoornissen, lijken min of meer op zichzelf te staan.

Gericht of niet-gericht Vrees is angst voor korte tijd gericht op een bepaald object of situatie. Als de oorzaak, bijvoorbeeld een onweersbui voorbij is, is de vrees ook verdwenen. Angst kan ook ongericht zijn. In dat geval is er sprake van vrijzwevende of vrij flotterende angst (Duits: freischwebende/frei flottierende Angst).

Paniek Paniek is een plotselinge hevige schrik of angst die gepaard gaat met zweten, het stokken van de ademhaling, een onregelmatige hartslag, duizeligheid en gevoel van onwerkelijkheid. Een paniekstoornis is het regelmatig terugkeren van paniekaanvallen.

Obsessieve-compulsieve stoornis Bij een obsessieve-compulsieve stoornis staan obsessies (gedachten die ons niet willen verlaten) en dwanggedrag (het gevoel bepaalde handelingen steeds te moeten herhalen) centraal.

Fobie Een specifieke en vaak hevige vorm van vrees is fobie (Grieks φόβος, vrees). Hierbij is vrees gericht op specifieke objecten zoals bepaalde dieren als spinnen of situaties, zoals kleine ruimtes, grote hoogtes of ruimtes, optreden in het openbaar, sociale contacten, etc.

Sociale angst Een sociale fobie heeft betrekking op sociale contacten. Ook faalangst, de angst om in de ogen van anderen te kort te schieten, is een vorm van sociale angst.

Schrikken Schrikken is een reflexmatige lichamelijke reactie op onverwachte en intense prikkels, zoals een hard geluid. Een toestand van angstigheid kan de schrikreactie verhevigen, zie versterkte schrikreactie.

Chronische angst Chronische hevige angst kan leiden tot een ernstige verstoring van het normale gedrag, een gegeneraliseerde angststoornis.

Angst in groepen Paniek en angst komen niet alleen bij individuen voor, maar treden soms ook op in groepen. Denk aan situaties als: brand in een bioscoop of een motorstoring in een passagiersvliegtuig.

Toestand of karaktertrek