thumb|300 px|Buurtspoorwegen van de provincie Brabant, stand 1953 voor elektrische lijnen en stand 1950 voor de andere lijnen en de spoorwegen De Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen was georganiseerd in regionale groepen die een grote zelfstandigheid en eigen beleid hadden. Oorspronkelijk waren alle lijnen in de provincie geëxploiteerd door pachters die hun eigen lijnen, stelplaats en organisatie hadden. De NMVB heeft bij de overname van de concessies, de pachtorganisatie niet veranderd. Hierdoor kende de NMVB in de provincie 3 groepen: Leuven: oostelijke lijnen, met eindpunten in Brussel aan de Schaarbeeksepoort en het Sint-Joostplein. Oorspronkelijke uitbater: CFV (CAA pour l'Exploitation des Chemins de Fer Vicinaux).website trambelgium Brussel Noord: noordelijke lijnen en de lijnen naar Aalst en naar Ninove met eindpunten Brussel Noord en Ninoofsepoort. Brussel Zuid: lijnen naar het Zuiden tot Waver; eindpunt Rouppeplein en kleine eindpunten Frankrijkstraat en Loixplein. De lijnen van de twee Brusselse groepen waren verpacht aan de VFB (SA pour l'Exploitation des Voies Ferrées en Belgique)

Brussel thumb|300 px|Stand buurtspoorlijnen in Brussel rond 1958 In Brussel heeft de stadstram een andere spoorwijdte (normaalspoor) dan de buurtspoorwegen. In de weinige straten waar zowel de stadstram als de NMVB reed, hadden ze meestal gescheiden sporen. Als er te weinig ruimte was, werd drierailig spoor gebruikt. De tramtunnel bij Heizel en een stuk baanvak richting Strombeek is hergebruikt door de MIVB voor de tramlijnen 19 en 23 (tegenwoordig lijn 3).

In Brussel hebben de buurtspoorwegen veel eindpunten gekend: Noordstation (Rogierplein), Schaarbeeksepoort, Sint-Joostplein, Rouppeplein en Ninoofsepoort. Er waren een paar stadslijnen die aan de Westkant van Brussel de lijngroepen van de verschillende eindpunten met elkaar verbonden (lijnen F, M, V en S). Het vroegere Station Brussel-Noord, van voor de Noord-Zuidverbinding, was gelegen bij het Rogierplein. De Oostelijke lijnen (Haacht en Leuven) hadden geen verbinding met de rest van het elektrisch net rond Brussel. Op het westnet is men tot het einde met trolleystangen blijven rijden. Bij de Oostelijke lijnen was de bovenleiding vanaf het begin enkel geschikt voor pantografen.

De lijnen worden grofweg in wijzerzin rond Brussel weergegeven. De vermelde lijnletters zijn het laatst gebruikte lijnnummer voor het volledig traject. Dezelfde lijnletters komen meerdere keren voor maar zijn wel uniek voor elk Brussels eindpunt.

( ) = Gemeenschappelijk met andere lijnen.

Geëlektrificeerde lijnen rond Brussel Ni Brussel Ninoofsepoort – Itterbeek (Ninoofsesteenweg) – Dilbeek – Schepdaal – Eizeringen – Ninove (Denderkaai) Al Brussel Noord – Leopold II-laan – Ganshoren – Zellik – Asse – Hekelgem – Aalst (ten zuiden van Asse reed de tram langs de spoorweg zie: 23pxAsse) L (Brussel Noord – Leopold II-laan) – Laken (Clementinasquare) – Laken (Dikke Linde) – Meise – Wolvertem – Londerzeel (23pxLijn L). Oorspronkelijk was er tussen Brussel en Londerzeel (en verder naar Puurs) een ‘echte’ spoorweg voorzien via Zellik, Wemmel en Wolvertem. Dit plan werd definitief afgevoerd in 1890. Ten behoeve van de verbinding met de expoterreinen aan de Heizel waren er drie rails aangelegd tussen Londerzeel en Heizel zodat normaalsporige goederenwagens het terrein konden bereiken. Deze derde rail was er in dienst van april 1937 tot maart 1943. In 1957 werd een tunnel aangelegd onder het expoterrein voor de lijnen G, L, H en S. Lijn L had een eigen tunnelaansluiting naar het noorden. De tunnel is vanaf 1 september 1994Op de Rails 1994-9, blz. 315 in gebruik door de Brusselse stadstram. W (Brussel Noord – Laken (Clementinasquare)) – Wemmel(23pxNaar Wemmel) H (Brussel Noord – Laken (Dikke Linde)) – Strombeek – Grimbergen – Beigem – Humbeek (dorp en Vaart langs het kanaal, "Het Sas")(23pxLijn H) GM (Brussel Noord – Grimbergen) – Meise (23pxGrimbergen Meise) S (Brussel Noord – Strombeek) – Het Voor M Brussel Schaarbeeksepoort – Eenenstraat – Diegem (Lo) – Melsbroek – Kampenhout – Haacht – (Keerbergen – Mechelen) (NMVB provincie Antwerpen). De lijn van Haacht naar Keerbergen is pas op 1 juni 1949 in dienst gesteld. Hiermee ontstond een elektrische verbinding met het elektrisch net van de provincie Antwerpen. Negen jaar later, op 31 mei 1958, werd de lijn al opgeheven.

99 Heilig Kruisplein (Huidige Eugène Flageyplein) – Sint-Joostplein – Eenenstraat – Station Schaarbeek / Deze lijn werd omgebouwd naar normaalspoor en vanaf 6 maart 1935 uitgebaat door de Brusselse stadstram als tramlijn 99. Het traject van Sint-Joostplein tot Eenenstraat bleef door middel van drierailig spoor beschikbaar voor dienstritten tussen de B en H lijnen tot 1960.

B Brussel Sint-Joostplein (eenrichtingslusLeuvensesteenweg, Paviastraat, Grevelingenstraat, Willemsstraat, Sint-Joostplein, Verbiststraat en Thomas Vinçottestraat) – Schaarbeek (Daillyplein) – Evere (de Paduwa) – Kraainem – Sterrebeek – Moorsel – Vier Winden (Tervuren)Kruising Leuvensesteenweg en Sint-Pauluslaan. Tussen Vier Winden en het station Vossem had de tram een eigen route die vertrok vanaf de Sint-Pauluslaan. – Vossem (Station) – Bertem – Leuven. In de tijd dat de lijn tot Vossem nog niet volledig geëlektrificeerd was, vertrokken nog stoomtrams vanaf Daillyplein richting Bevekom en verder.Dienstregeling Belgisch spoorboek 1933 De eerste elektrificatie was in 1907 tot Paduwa en de volgende elektrificatie was tot Sterrebeek in 1930. Pas in 1937 is de hele lijn tot Vossem geëlektrificeerd, waarna de doorgaande elektrische dienst, lijn D, ingevoerd werd. De Lijn Leuven-Tervuren was drie jaar eerder, in 1934 elektrisch. De route tussen Sterrebeek en station Vossem is grotendeels op eigen baan en is een wandelroute geworden, behalve voor het deel Vier Winden tot het station Vossem. Zie voor route 23pxSterrebeek Vossem. Iets voorbij Vossem sluit het tracé aan bij de hoofdweg tussen Tervuren en Leuven. Alleen tussen Bertem en Vogelzang was er een eigen route ten zuiden van de weg om een te sterke helling in de weg te vermijden (zie oude kaart bij externe links). ? (Brussel Sint-Joostplein – Evere (de Paduwa)) – Kerkhof Brussel (Evere). In 1941 is de aftakking naar het kerkhof in Evere overgenomen door de Brusselse trammaatschappij, omgespoord naar normaalspoor en geïntegreerd in het Brusselse tramnet. 2 Tervuren (KMMA) – (Vossem (Vier Winden) – Leuven). Een stadslijn van Leuven, later een pendeldienst Tervuren - Vossem in aansluiting op lijn B. Sloot in Tervuren aan op de spoorlijn Brussel – Tervuren en de stadstram van Brussel. thumb|De stoomtramlijnen in 1905. De lijn van Waterloo dorp naar Waterloo station is in 1901 geopend en in 1916 opgebroken door de Duitsers. De lijn naar Brussel is pas in 1910 geopend en in 1923 vanuit Brussel geëlektrificeerd tot het monument. Ww Brussel Rouppeplein – St-Genesius-Rode – Waterloo (kerk) – Monument Gordon – Maransart – Lasne – Rixensart – Bierges – Waver (Het traject tussen Maransart en het station Rixensart is drierailig ten behoeve van het goederenvervoer op normaalspoor). Bij Rixensart reed de tram voor langs de hoofdspoorlijn tot "Rue des Bleuets" en daarna reed de tram grotendeels op een eigen baan door de velden tot Bierges. Zie route: 23pxWaterloo Waver Wb (Brussel Rouppeplein – Sint-Genesius-Rode (Midden hut) – Waterloo – Monument Gordon) – Eigenbrakel (Er is een aparte dienst Waver – Eigenbrakel)(Er is extra info voor Eigenbrakel) R (Brussel Rouppeplein – Ukkel (Diesdelle) – Ukkel (Kleine hut) – Sint-Genesius-Rode (Midden hut)) – Sint-Genesius-Rode (station). De eerste elektrische trams van de buurtspoorwegen reden vanaf 1 oktober 1894 tussen Rouppeplein en Kleine hut. V (Dilbeek, lijn Ni) – Scheut – (Kuregem – Brussel Zuid) – Sint-Gillis (Ma Campagne) – Ukkel (Diesdelle)) – Ukkel (Sint Job) O (Brussel Rouppeplein – Sint-Gillis (Ma Campagne)) – Ukkel (Sterrewacht) HL Brussel Rouppeplein – Zuid – Kuregem – Het Rad – Sint-Pieters-Leeuw (Zuun) – Halle – Elbeek – Pepingen – Leerbeek L (Brussel Rouppeplein) – (Zuid) – (Kuregem) – (Veeweide) – (Het Rad) – Sint-Kwintens-Lennik – Gooik – Leerbeek AD (Brussel Rouppeplein – Zuid – Kuregem – Veeweide) – Anderlecht (Goede lucht) – (Itterbeek (Ninoofsesteenweg)) – (Dilbeek) (Er is aansluiting op lijn Ni, maar alleen naar Brussel toe. De trams reden dan een korte afstand om de stelplaats in Dilbeek te bereiken) F (Brussel Noord – Leopold II-laan) – Weststation – (Ninoofsesteenweg, lijn Ni) – (Scheut) – (Het Rad, Lijn Hl & Ad)

Geëlektrificeerde stadsnet Leuven en de lijn naar Diest thumb|Tram in de Leuvense stationsstraat thumb|Kaart van de stads- en streektrams in Leuven 1940-1952

De eerste stoomtrams van de streeklijnen reden niet door het centrum maar langs de vesten, de latere lijn 4 (Tervuurse Poort, Naamse Poort, Tiense Poort en het station). Pas in 1912 is het stadsnet geopend met lijnen door de binnenstad. Het lijnennet bij maximale uitbreiding (sommige lijnen zijn niet tegelijk open): 1 Heverlee – Leuven – Kessel-Lo – Linden (Op de hoofdlijn naar Diest) 2 Leuven – Bertem – Tervuren (museum) – Tervuren (dorp) (zie hoofdlijn B Brussel Leuven. Bij Tervuren (museum) is er aansluiting op de stadstram naar Brussel) 3 Beneden Kessel – Leuven – Lovenjoel 4 Ringlijn langs de vesten in Leuven 5 Leuven – Herent D Leuven – Tielt – Diest (Hoofdlijn)

Niet geëlektrificeerde lijnen (lijnnummers uit het spoorboekBelgische spoorboek zomer 1933) De lijnen zijn grofweg de wijzerzin volgorde rond Brussel. 291 Leerbeek – Kester – Herfelingen – Edingen. Gaf in Edingen aansluiting op de Henegouwse lijn 405 die een verbinding geeft met de Borinage streek. Tijdens de wereldoorlogen hebben er rechtstreekse trams gereden tussen Brussel en Bergen. 287 Leerbeek – Oetingen – Denderwindeke – Ninove (Denderkaai) 305 Haacht – Werchter – Betekom – Aarschot – Rillaar – Tielt – Meensel-Kiezegem – Kapellen – Glabbeek – Bunsbeek (Boeslinter, station) – Tienen (Gladbeeksche Poort, spoorstation)(voor Aarschot zie: 23pxlijnen in Aarschot) (voor Rillaar - Gladbeek zie: 23pxex route 296 Vossem – Duisburg (station) – Hoeve Tersaart (geen halte) – Loonbeek – Neerijse – Sint-Joris-Weert – Nethen (station, Wez) – Hamme-Mille – Deurne – Bevekom – La Bruyère – Geldenaken. Voor een gedeelte van de route zie kaart: 23pxVossem Hamme-Mille 311 (Leuven – Heverlee) – Blanden – (Hamme-Mille – Geldenaken) 297 Bevekom – Les Burettes – Sluizen (station) – Meldert (station) – Sint-Katrien Houte – Oorbeek (station, dorpstraat (nu Begijnenstraat))– Tienen (route 1933: Hoegaardsche Poort, stelplaats, Withuisstraat, spoorstation) 315 Geldenaken – Piétrain – Neerheylissem – Ezemaal – (Orsmaal – Sint-Truiden) 315 Tienen (spoorstation, Gladbeeksche Poort, Aandorenstraat) – Grimde – Orsmaal – Dormaal – Wilderen – Sint-Truiden 313 Waver – Longueville – Roux-Miroir – Incourt – Dongelberg – Geldenaken 324 (GosseliesIn 1932 is de tramlijn Gosselies – Mellet geëlektrificeerd. Vanaf dan vertrokken bijna alle reizigerstrams vanaf Mellet, maar voor sommige ritten vertrokken de trams vanaf de Jumet stelplaats. Uit Dienstregeling 1933.) – Mellet – Wagnelée – Marbais – Tilly – Mellery – Gentinnes – Villeroux – Chastre – Korbeek – Gistoux – Sart-Risbart – Incourt (Chaussée de Namur) – Dongelberg – Geldenaken). Voor Villeroux – Chastre zie kaart: 23pxChastre-Villeroux. Voor Mellery Gentinnes zie: 23pxWalhain Opprebrais In Mellet was er aansluiting op de elektrische tram 60 naar Charleroi van het Henegouwse tramnet. De aansluiting op de lijn 313 is in Dongelberg station. De exploitatie voor reizigers was opgesplitst in twee lijnen: Mellet - Chastre en Chastre - Geldenaken (spoortabel 325Volgens de dienstregeling van 1933 moesten bijna alle reizigers overstappen in Sart-Risbart en Dongelberg. Er was geen doorgaande tram van Chastre tot Geldenaken.). In Chastre was aansluiting op de hoofdspoorlijn Brussel - Namen.