U Nu (Wakema (Ayeyarwady, Brits-Indië), 25 mei 1907 – Rangoon, 14 februari 1995) was de eerste premier van het onafhankelijke Birma (ook wel Myanmar). Deze post bekleedde hij met een korte tussenperiode van 1948-1958, en van 1960-1962.
Jeugd U Nu werd op 25 mei 1907 geboren als de eerste zoon van U San Htun en Daw Saw Khin in het dorp Wakema. Zijn geboorte voorspelde niet veel goeds. U Nu kwam namelijk ter wereld op een zaterdag, hetgeen volgens de Birmese tradities zou betekenen dat hij een twistziek of ruziezoekend karakter zou hebben. Om de geesten tevreden te stellen, besloten zijn ouders hem daarom ‘Nu’ te noemen, hetgeen ‘zachtaardig’ of ‘kalm’ betekent. U Nu's grootmoeder was hiermee echter niet gerustgesteld, omdat kinderen die op zaterdag geboren waren ook de mogelijke scheiding of zelfs de dood van hun ouders op hun geweten zouden hebben. Om de geesten te verwarren zorgde zij er daarom voor dat een tante van U Nu hem ‘kocht’ van zijn ouders. Dit had slechts een symbolische betekenis, omdat U Nu's tante en oom bij zijn ouders in huis woonden.Richard Butwell, U Nu of Burma (Stanford, 1969), p. 3-4 Tot zijn achttiende levensjaar leek het echter alsof de maatregelen die zijn familie had getroffen nutteloos waren. Al op zijn twaalfde stond hij in zijn omgeving bekend als een dronkaard. Meerdere malen zou hij laveloos door iemand naar huis worden gedragen. Gelukkig kwam hij rond de leeftijd van achttien tot bezinning.Richard Butwell, U Nu of Burma (Stanford, 1969), p. 5
Omdat zijn vader erg veel waarde hechtte aan een goede scholing, ging U Nu, na de middelbare school te hebben doorlopen, naar de Universiteit van Rangoon. Hier studeerde hij in 1929 af. In de vijf jaar die hierop volgden werkte hij als schoolhoofd en journalist. Vervolgens keerde hij in 1934 terug naar de Universiteit van Rangoon om Rechten te studeren.
Vrijheidsstrijd Tijdens zijn rechtenstudie ontwikkelde U Nu zich tot een politiek activist. Hij werd al snel na zijn terugkeer aan de Universiteit van Rangoon voorzitter van de Studentenunie. De secretaris van deze unie was Aung San, een van de belangrijkste leiders in de strijd tegen de koloniale overheerser Engeland. Na het plaatsen van een revolutionair getint artikel in het tijdschrift van de Studentenunie werden Nu en Aung San door de koloniale regering van de universiteit verwijderd. Dit leidde in 1936 tot massale studentenprotesten tegen Groot-Brittannië als kolonisator. Als leider van deze protesten verwierf Nu nationale bekendheid. Na zijn verwijdering van de universiteit bleef Nu actief in de politieke wereld. Hij sloot zich aan bij de nationalistische Dobama Asiayone, ofwel de We Burmans Association.Maung Htin Aung, A history of Burma (Columbia, 1967), p. 295 De leden van deze beweging lieten zich schertsend aanspreken met de titel Thakin hetgeen ‘meester’ betekent. Deze titel moest officieel gebruikt worden wanneer een Birmees een Brit aansprak. Door elkaar met deze titel aan te spreken probeerden de leden van de partij te laten zien dat de Britten niet de meesters van Birma waren, maar zijzelf.John F. Cady, A history of modern Burma (Ithaca, 1958), p. 376 Naast zijn lidmaatschap van de Dobama Asiayone stond Nu aan de basis van de ‘Rode Draak Boekenclub’. Binnen deze vereniging maakte hij gebruik van zijn schrijf- en vertaalkunsten om revolutionaire literatuur van o.a. Marx in omloop te brengen. Ook was hij een van de grondleggers van de People's Revolutionary Party (PRP) en de overkoepelende Anti-Fascist People’s Freedom League (AFPFL).John F. Cady, A history of modern Burma (Ithaca, 1958), p. 478 Door zijn revolutionaire uitingen en zijn deelname aan organisaties die streden voor de vrijheid van Birma, ontwikkelde Nu zich tot een luis in de pels van de Britten. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, boden de Thakins aan de Britten te steunen, mits de Britten de onafhankelijkheid van Birma zouden erkennen. De Britten weigerden akkoord te gaan, waarna Birma zich achter de Japanners schaarde.The House on Stilts - TIME Hierop werd Nu, tezamen met een aantal andere Thakins, in de cel gegooid. Op 3 maart 1942 lukte het de Japanners om de Britse strijdkrachten te verdrijven uit Birma. De revolutionaire gevangenen, onder wie dus ook U Nu, werden bevrijd. De Birmezen, denkende dat er nu betere tijden zouden aanbreken, ontvingen de Japanners met vreugde, zang en dans. Deze vreugde was echter van korte duur. De Japanners onderdrukten iedere hoop op een zelfstandige Birmese staat. Er werd een pro-Japanse marionettenregering opgezet onder leiding van Ba Maw. In deze regering had Nu zitting als Minister van Buitenlandse Zaken, een positie die hij aanvankelijk geweigerd had. Ondanks zijn deelname aan deze regering was de periode van Japanse overheersing geen prettige tijd, zo sprak hij:
Tijdens zijn periode als Minister van Buitenlandse Zaken in de marionettenregering hield Nu zich bezig met het organiseren van een ondergrondse beweging om de Japanners uit Birma te verdrijven. Vanaf 1944 begon deze strijd vruchten af te werpen, tezamen met de geallieerden kwamen de Birmezen in opstand tegen de Japanners. In mei 1945 waren de Japanners vrijwel verdreven uit het land.
Onafhankelijkheid Nadat de Japanners verdreven waren en de regering ontbonden was, had U Nu besloten een teruggetrokken leven te gaan leiden, om zich te richten op het schrijven van toneelstukken. Het bleek echter al snel dat hem voorlopig geen rust gegund was. De Thakins besloten stakingen te organiseren tegen de Britse bezetters.Maung Htin Aung, A history of Burma (Columbia, 1967), p. 305 De nieuwe Britse Labourregering besloot een drastische wijziging in de Koloniale politiek door te voeren. In 1946 kwam het bericht dat Birma autonoom mocht worden.
In de regering die gevormd werd, nam Nu's oude vriend Aung San het voortouw. Hij werd voorzitter van het kabinet en onderhandelde met de Britten over de voorwaarden betreffende de onafhankelijkheid. In de maand januari van 1947 ondertekende Aung San een overeenkomst met de Britse premier Clement Attlee, waarin de Britse regering beloofde dat Birma over een jaar onafhankelijk zou zijn.E. Sarkisyanz, Buddhist Backgrounds of the Burmese Revolution (Den Haag, 1965)187 U Nu's periode van afzondering duurde niet lang. Hij was een graag gezien politicus en stond erom bekend dat hij de conflicterende fracties binnen de nationalistische beweging met elkaar kon verzoenen. Het was dan ook geen verrassing dat bijna iedereen hem graag terug wilde lokken naar de politiek. Op aandringen van veel mensen accepteerde hij de rol van vicevoorzitter van de AFPFL. Deze partij, veruit de grootste van het land, was door de Birmese bevolking gekozen om het land naar onafhankelijkheid te leiden. Rampspoed was echter op komst. Op 19 juli 1947 werd Aung San, tezamen met een groot deel van de raad van de AFPFL vermoord door een viertal aanhangers van een politieke tegenstander. U Nu was op het moment van de aanslag niet aanwezig en ontsnapte dus aan een zekere dood. De Britse ambassadeur, die nog in Birma was om de regering bij te staan in het proces naar autonomie, handelde snel en wist U Nu over te halen de regering te leiden. Een collega roemde de moed van Nu door te zeggen dat Nu als enige van allen de moed had gehad om "plaats te nemen op de leiderschapszetel, waarop het bloed dat uit het hart van Aung San had gestroomd nog nat was."Richard Butwell, U Nu of Burma (Stanford, 1969), p. 57 Onder leiding van U Nu ging de regering verder met het voorbereiden van de onafhankelijkheid. Op 4 januari 1948 was het dan zover, voor de eerste maal hees Birma haar vlag als officieel erkend, onafhankelijk land.
Politieke carrière Zo werd U Nu de eerste premier van het onafhankelijke Birma. Tijdens zijn heerschappij kreeg hij echter te maken met aanzienlijke problemen. Het land had namelijk zwaar geleden onder de oorlogen tegen Groot-Brittannië en Japan. Dit had tot gevolg dat meerdere bevolkingsgroepen, kort na het uitroepen van de onafhankelijkheid, in opstand kwamen.
De communisten kwamen als eerst in opstand tegen de nieuwe regering. U Nu had de onderhandelingen over de onafhankelijkheid met de Britten, die Aung San was begonnen, afgemaakt. De communisten in Birma zagen in de uitkomsten van die onderhandelingen nog altijd de koloniale intenties van Groot-Brittannië doorschemeren. De eerste maanden na het uitroepen van de onafhankelijkheid werden dan ook gekenmerkt door stakingen, die gesteund werden door de communisten. In de overtuiging dat de communisten een nieuwe opstand beraamden, gaf U Nu zijn troepen de opdracht het communistische hoofdkwartier binnen te vallen. Het bleek echter dat zij zich elders hadden gegroepeerd om een gewapende revolutie te beginnen.Bertil Lintner, The rise and fall of the Communist Party of Burma (Ithaca, 1990), p. 13-14
Communistische opstand De communistische opstand verspreidde zich snel. Binnen een jaar beschikten de communisten over 15.000 gewapende guerrillastrijders, die zich hadden verenigd in het People’s Liberation Army of Burma.Bertil Lintner, The rise and fall of the Communist Party of Burma (Ithaca, 1990), p. 14 Om de communisten terug in het gareel te krijgen bood U Nu meerdere malen aan om ze te laten plaatsnemen in de regering. Op die manier zouden ze hun doelen op een vreedzame en democratische manier kunnen verwezenlijken. De situatie leek echter hopeloos. Op het hoogtepunt van hun macht waren de communisten slechts kilometers verwijderd van Rangoon, de enige stad die nog in handen was van de regering. Nu's socialistische ministers boden de communisten aan om de regering over te nemen, mits zijzelf in leven gelaten zouden worden.E. Sarkisyanz, Buddhist Backgrounds of the Burmese Revolution (Den Haag, 1965)188 U Nu bleef echter standvastig en organiseerde een tegenoffensief. Begin 1949 begonnen de rollen om te draaien. De regeringstroepen dreven de communisten steeds verder terug en na een zware strijd wisten de regeringstroepen de communisten te verslaan.
Karen-opstand De Karen zijn een etnische minderheid in Birma. Ten tijde van de overeenkomsten tussen Aung San en de Britse premier Attlee, probeerden de Karen de Britten ertoe te bewegen hen een eigen staat te gunnen, onafhankelijk van Birma. De Britten gingen hier echter niet op in.John F. Cady, A history of modern Burma, (Ithaca, 1958) 552-553 Ook de nieuw opgerichte Birmese regering wilde hier niets van weten. Om de Karen enigszins tevreden te stellen, benoemde U Nu Generaal Smith Dun, een Karen, als opperbevelhebber van de Birmese strijdkrachten tegen de communisten. De Karen richtten een eigen leger op om hun veiligheid te waarborgen, de Karen National Defense Organization (KNDO). Ondanks meerdere pogingen van Nu om de Karen en hun leger bij de regering te betrekken kwam de KNDO in opstand, begin 1949. Ze wilden strijden voor een eigen staat, onafhankelijk van Birma. Generaal Smith-Dun gaf zijn positie op en werd opgevolgd door Generaal Ne Win. De KNDO sloot zich vervolgens aan bij de communisten in Mandalay. Samengevoegd leek deze groep onstuitbaar. Dit duurde echter niet lang. Binnen de groep ontstonden namelijk kleine conflicten, die het moreel van de groepen niet ten goede kwam. Daarnaast moet ook vermeld worden dat de reeds genoemde standvastigheid van U Nu en Ne Win een belangrijke rol hebben gespeeld in de strijd tegen de rebellerende groepen. Maung Htin Aung schrijft:
John Cady is nog positiever over de rol van U Nu:
Chinese nationalisten