thumb|Een met witte en blauwe fondant afgewerkte taart Fondant is suikerstroop die tot een homogeen, glad en ondoorschijnend wit 'deeg' is verwerkt.

Traditioneel wordt fondant gemaakt door suikerstroop met glucose tot 'harde bal' te koken (118°C). Die wordt daarna uitgestort over een plaat en met de spatel bewerkt tot een homogene massa (tableren). Vervolgens kneedt men die verder met de hand tot een glad deeg. Industriële fondant bevat doorgaans ook glycerol en gelatine.

Fondant is zoet, maar weinig smaakvol en wat krijtachtig. Het wordt vooral gebruikt voor zijn uiterlijk, niet zozeer voor de smaak. In de banketbakkerij dient fondant voornamelijk als glazuur. Fondant lijkt op marsepein, wat ook gebruikt wordt om gebak te omhullen en versieren; de voornaamste verschillen zijn dat fondant spierwit is en dus makkelijker te kleuren, dat het fijner van structuur is en dus makkelijker uitrolt, en dat het niet vochtig blijft maar uitdroogt, waardoor de decoraties hun vorm beter behouden. Kant-en-klare fondant voor de decoratie van gebak wordt ook 'rolfondant' genoemd.

Gekleurde en op smaak gebrachte fondant wordt ook in de patisserie gebruikt als inhoud van bonbons. Het wordt ook gebruikt om marsepein, gedroogde vruchten of vruchten op likeur in te omhullen.

Zie ook Roze koek

Categorie:Gebak