thumb|Italiaanse vertaling van de Epistolae ad Lucilium uit 1494
Brieven aan Lucilius (Latijn: Epistulae Morales ad Lucilium) zijn de brieven die de Romeinse filosoof Lucius Annaeus Seneca aan het eind van zijn leven schreef aan zijn vriend Lucilius.
Al dan niet echte brieven Er zijn 124 brieven overgeleverd, maar we weten dat er meer brieven zijn geschreven: de overgeleverde verzameling breekt af bij het 20e boek, terwijl Aulus Gellius een brief uit de 22e boekrol citeert.
Pierre Grimal"Appendice I: Lettres à Lucilius. Chronologie. Nature." in Pierre Grimal: "Sénèque ou la conscience de l'empire", Parijs, 1978 komt tot de conclusie dat de ons behouden brieven tussen de zomer van 62 en eind 64 geschreven zijn. Hiertoe heeft hij niet alleen gebeurtenissen waaraan gerefereerd wordt in de brieven in beschouwing genomen, maar ook bv. hetgeen we weten omtrent de snelheid van de post in het Romeinse Rijk. Naar zijn mening is er een selectie gemaakt en zijn niet alle feitelijk uitgewisselde brieven gepubliceerd.
Paul Veyne"Sénèque, Entretiens, Lettres à Lucilius", collection Bouquins, 1993, p594 is van mening dat het aanvankelijk een gewone correspondentie betrof, waarvan Seneca pas na een tijd (rond brief 20) inzag dat ze geschikt zou kunnen zijn voor publicatie. Men is het er niet over eens of het wel of niet fictieve brieven zijn. De persoon aan wie ze gericht zijn, Lucilius, is verder niet bekend uit de geschiedenis. Het enige dat we van hem weten is de informatie uit Seneca zelf. Die zegt dat hij o.a. procurator van Sicilië was.
Duitse onderzoekersHildegard Cancik: "Untersuchungen zu Senecas epistulae morales", Hildesheim, 1967Gregor Maurach: "Der Bau von Senecas epistulae morales", Heidelberg, 1970E. Hachmann: "Die Führung des Lesers in Senecas Epistulae Morales, Münster, 1995 daarentegen gaan ervan uit dat publicatie van meet af aan Seneca's bedoeling is geweest, en dat de behandelde onderwerpen ook gepland zijn, in oplopende graad van moeilijkheid. Deze structuur is volgens hen zo zorgvuldig gecomponeerd, dat het uitgesloten is dat het hier een echt gevoerde briefwisseling betreft. De brieven zijn slechts literaire vormgeving.
Algemene inhoud In de brieven worden Seneca's stoïsche denkbeelden belicht aan de hand van concrete onderwerpen als slavernij, het standhouden te midden van verleidingen, het omgaan met pijn en tegenslagen, de voorbereiding op de dood. Maar hij staat open voor opvattingen van andere filosofen; zo citeert hij vooral in de eerste brieven regelmatig Epicurus. Daarnaast komen ook allerlei zaken uit het dagelijks leven te Rome aan bod, de decadentie van de rijken, de wrede spelen, het straatrumoer, zijn landhuis, etc. Het woord morales uit de titel slaat erop dat deze brieven vol staan met morele raadgevingen over hoe te leven, zonder dat erg veel wordt uitgeweid over de theoretische aspecten (natuurfilosofie en logica) van de stoa. Door hun pregnante stijl en de erin samengebalde levenservaring van de oud-politicus vormen deze brieven het hoogtepunt in Seneca's werk. Deze brieven vormen ook een van de meest persoonlijke documenten die wij hebben uit de oudheid.
De vorm van dit werk maakt dat het onmogelijk is om het 'samen te vatten'; daarom worden in het onderstaande enkele brieven eruit gelicht.
Enkele brieven Blijf bij jezelf (brief 2) Uit wat je schrijft maak ik op dat je progressie boekt. Je reist niet van hot naar her. Pas alleen wel op voor je gewoonte om van alles en nog wat te lezen. Op die manier beklijft er niets. Beperk je in je keuze, hou je bij beproefde auteurs en, als je het echt niet laten kunt over te springen op iets anders, herlees dan wat je eerder al gelezen hebt. En haal uit je lectuur iets waar je de rest van de dag over kunt nadenken. Het is het kenmerk van een gezonde geest dat hij kan blijven stilstaan bij zichzelfPrimum argumentum compositae mentis existimo posse consistere et secum morari; deze zinsnede wordt door Paul Hazard aangehaald op de eerste bladzijde van zijn La crise de la conscience européene als verwoording van de esprit classique..
Vriendschap (brief 6) Deze brief is opmerkelijk om twee redenen. Ten eerste omdat Seneca meteen aan het begin zegt dat hij bezig is een ander mens te wordenHij gebruikt de zware term transfigurari.. Hij geeft aan plotseling grote vooruitgang te hebben geboekt op de weg naar wijsheid. En dit voor iemand die zich sinds zijn jeugd had ingelaten met de filosofie, en al vele filosofische geschriften op zijn naam had staan. Men relateert dit wel aan het feit dat Seneca zich recentelijk uit het publieke leven had teruggetrokken, en daar kennelijk nu pas voldoende afstand van had kunnen nemen om de stoïsche filosofie serieus tot zich door te laten dringen, en het niet bij theoretische kennis te laten.
De tweede opmerkelijke uitspraak is dat hij met zoveel woorden zegt dat als hij hetgeen hij heeft geleerd, niet met anderen zou mogen delen, hij er niet in geïnteresseerd zou zijn, al betrof het de wijsheid zelf. Dit kan haast geen retorische overdrijving zijn in deze brief over de vriendschap, zo expliciet verwoordt Seneca het, maar het komt wel vreemd over. Diderot, die deze brieven becommentarieerd heeft in zijn Essai sur les règnes de Claude et de Néron, protesteert hier ook tegen. Men zou ter verklaring Paul Veyne's opmerking kunnen aanvoeren, dat 'geluk' in de oudheid niet een innerlijk gevoel was, maar dat het anderen zijn die iemand 'gelukkig' kunnen verklarenPaul Veyne, Préface, p. XL, in: Sénèque, Entretiens, Lettres à Lucilius.. Men kan dus niet stilletjes in een hoekje gelukkig zitten wezen; maar als dat al waar isEn dit is dubieus; men ziet juist bij Seneca de overgang naar een meer innerlijke beleving. Zie bijvoorbeeld brief 9, waar gevraagd wordt of iemand die beweert gelukkig (beatus) te zijn het daarmee ook is: Niet wat hij zegt doet ertoe, maar wat hij voelt. Of het einde van brief 110: Je zult dit doen om gelukkig (felix) te worden, niet om het te schijnen; dat wil zeggen opdat het jou zelf zo schijnt te zijn, niet anderen., zou dat dan ook voor wijsheid gelden?
De verderfelijke invloed van de massa (brief 7) Omgang met de massa is verderfelijk: er is niemand die ons niet één of andere fout of aanbeveelt of inprent of aanwrijft, zonder dat wij het in de gaten hebben. We lopen des te meer gevaar naarmate we in een grotere volksmassa verkeren. Vooral erg zijn de spelen waar onder toejuichingen gruweldaad op gruweldaad wordt gestapeld. Het risico bestaat dat je het gedrag van de massa gaat imiteren, of dat je hen juist gaat haten. Geen van beide is goed. Trek je zo veel mogelijk terug in jezelf, en laat verder alleen hen toe die je een beter mens maken. Hier heb je drie passende citaten: Democritus: Eén weegt voor mij op tegen de massa, en de massa weegt op tegen een. Onbekende auteur: Voldoende zijn voor mij enkelen, voldoende is er één, voldoende is er geen een. Epicurus aan een van zijn filosofische getrouwen: Dit schrijf ik niet voor de massa, maar voor jou: want wij zijn voor elkaar een voldoende groot publiek.
De mens is goddelijk (brief 41) Is onderstaande brief, een van de bekendste uit de verzameling, een amalgaam van niet te rijmen opvattingen, of is het een overstijging van de kloof tussen humanisme en religie?
Een goede geest verkrijg je niet door de handen ten hemel te heffen of door te bidden: een goede geest kun je uit jezelf halen, want een God huist in ons. Het verheven pneumaDe goddelijke adem of vuur, dat alles doordringt. Volgens de Stoa bestaat onze ziel ook uit dit pneuma. Seneca gebruikt als Latijnse vertaling spiritus sacer, voor latere Christelijke lezers makkelijk te interpreteren als Heilige Geest, en daarmee Seneca als een halve Christen te zien. in ons geeft raad en houdt ons in de gaten. Geen mens wordt goed zonder hulp van God.
Als we een machtig bos, een overweldigende rotspartij of een dergelijk natuurfenomeen zien, zijn we onder de indruk, maar helemaal wanneer we een mens zien, zo'n mens die boven al het menselijke verheven is. Dan worden we vervuld van een religieus ontzag. Zo´n mens wordt door een hemelse macht bewogen, zijn geest staat in contact met het hogere.
Wat is dat voor geest? Die mens is zoals de mens van nature is; hij steunt alleen op eigen goed. Zoals we ook een paard niet meer waarderen wanneer het een gouden bit krijgt, zo prijzen we een mens niet om zijn rijkdom, maar wanneer hij zijn menselijke natuur heeft vervolmaaktHet traditionele stoïsche beginsel Leef volgens de natuur (secundum naturam vivere), wordt door Seneca iets bijgesteld: Leef volgens je eigen natuur (secundum naturam suam vivere).. Dat betekent: leven in overeenstemming met de rede, de mens is immers een redelijk wezen. Alleen werken onze medemensen ons hierbij veelal tegen.
Astma-aanval: voorbereiding op de dood (brief 54) Laatst had ik weer zo'n aanval van kortademigheid, datgene wat onze artsen een voorbereiding op de dood noemen: ooit zal de adem slagen in wat hij nu al zo vaak geprobeerd heeft. Tijdens die aanval zei ik bij mezelf: de dood beproeft mij, maar ik heb de dood al lang beproefd. Wanneer dan? vraag je. Vóór mijn geboorte. 'Dood' is niets anders dan er niet zijnIn brief 1 ziet Seneca de dood iets anders: daar wordt 'dood' genoemd datgene van ons leven wat achter ons is.. Vergelijk een lamp vóórdat hij wordt aangestoken, en nadat hij wordt uitgedoofd: het is dezelfde situatie. Zo worden ook wij aangestoken en uitgedoofd, en in de tussentijd ondergaan we het een en ander.
Het ergste is inmiddels voorbij, maar helemaal normaal is mijn ademhaling nog niet. Ach wat: zolang mijn geest maar niet bezwijkt onder de aanval. Ik ben gereed voor het einde, en ben er niet bang voor.
Doel in het leven (brief 71) We zitten op grote afstand van elkaar, Lucilius, en dat maakt het moeilijk te antwoorden telkens als je mij om raad vraagt; ik ken je omstandigheden niet. Maar je kunt altijd het volgende aanhouden: alleen het honestum (moreel hoogstaande) is goed. Pas met dit absolute richtsnoer voor ogen kun je de juiste beslissingen nemen; zonder dit hangen we alleen maar wat rond in dit leven.
Ons hoogste goed is het honestum, daar zijn verder geen filosofische spitsvondigheden voor nodig. Als je je daarop richt maakt het ook voor je geluk niet meer uit of je gefolterd wordt of niet, want in dit opzicht is gefolterd worden niet slechter dan folteren: het honestum is gekoppeld aan de virtus (morele voortreffelijkheid, 'deugd'), en deze bepaalt ons geluk. Waaruit bestaat nu die virtus? Uit een juist en standvastig oordeel, dat is alles. Bezit je deze virtus, dan sta je overal boven. Mensen geloven dit veelal niet, omdat ze alleen naar ons lichaam kijken, niet naar onze geestSeneca voegt toe dat dit voor de wijze geldt; voor de proficiens (hij die op weg is naar de wijsheid, iemand als hijzelf bijvoorbeeld) geldt dit nog niet.. We zien het gewoon verkeerd; onze situatie is te vergelijken met de velen voor wie het al een kwelling is een dag zonder wijn te zitten: ook dat is geen objectieve waarneming van de situatie.
Omdat je overal boven staat, maakt het behalen van de overwinning voor je vaderland op zich niet gelukkiger dan de nederlaag lijden, en maakt in leven blijven niet gelukkiger dan sterven. Wat maakt het uit of wij iets eerder of later dit leven verlaten, als we weten dat alles onderworpen is aan de wet van opkomst en ondergang? Het gaat er om dat te doen wat het honestum verlangt. Dit honestum laat geen meer of minder toe, net zomin als de virtus. Je mag dus niet zeggen dat Socrates 'iets minder gelukkig' was toen hij in de cel op zijn dood wachtteSocrates werd na zijn dood door de meest uiteenlopende filosofen als de wijze bij uitstek gezien..
Om misverstanden te voorkomen: je moet niet denken dat de wijze de pijn niet voelt; hij heeft ook een lichaam en is mens als wij. Maar zijn geest blijft ongebroken, en daar gaat het om.
Het leven een strijd (brief 96)