Anolissen of anolisachtigen (Anolidae; voorheen Dactyloidaede Queiroz, K. (2022). The correct name for the taxon ranked as a family containing the genus Anolis under rank-based nomenclature and the author of the name Anolis loysiana. Herpetological Review 53(3), 418–420.) vormen een grote familie van hagedissen die behoren tot de leguaanachtigen (Iguania). De anolissen worden vertegenwoordigd door ongeveer 428 verschillende soorten, het is de op twee na grootste hagedissenfamilie. Alle soorten behoren tot een enkel geslacht; Anolis. De verschillende soorten werden lange tijd tot de familie Polychrotidae gerekend, maar dit wordt beschouwd als verouderd.
Anolissen komen voor in het zuiden van Noord-Amerika tot het centrale deel van Zuid-Amerika. Vooral in de Caraïben is de soortenrijkdom erg groot. Alle soorten leven in tropische, warme en vochtige omgevingen. De meeste soorten zijn bewoners van bomen en struiken, maar er zijn ook anolissen die voornamelijk op de bodem te vinden zijn. Anolissen eten grote hoeveelheden insecten en andere ongewervelde dieren en zijn zelf een bron van voedsel voor hogere roofdieren die hagedissen eten, zoals slangen en vogels. Van veel soorten is bekend dat ze ook vruchten eten of nectar uit bloemen likken.
Anolissen hebben kenmerken die vooral bekend zijn bij andere families van hagedissen. Kameleons bijvoorbeeld kunnen snel van kleur veranderen en de familie gekko's zijn bekend door de bekende hechtkussentjes onder hun poten. Agamen hebben een eenvoudige vorm van communicatie ontwikkeld door met de kop te knikken. De anolissen hebben deze eigenschappen allemaal; ze kunnen snel van kleur veranderen, hebben hechtkussentjes en kennen een vorm van communicatie. Ze hebben zich zelfs gespecialiseerd door gebruik te maken van een vaak bont gekleurde keelwam.
Mannetjes zijn territoriaal en vechten fel om een vrouwtje. Ook de paring lijkt op een gevecht omdat het mannetje zijn partner met de bek vasthoudt. Anolissen zijn eierleggend, per keer worden slechts één à twee eieren afgezet maar veel soorten zetten iedere zoveel weken een legsel af, vrijwel het gehele jaar door.
Anolissen zijn een wat bekendere groep van hagedissen omdat enkele soorten zeer algemeen voorkomen en over de gehele wereld worden geëxporteerd om als exotisch huisdier te worden gehouden. Er is veel bekend over bijvoorbeeld de levenswijze en de voortplanting van deze soorten.
Naam en indeling thumb|Soorten uit het geslacht Polychrus, hier Polychrus marmoratus, werden vroeger ook tot de anolissen gerekend. De wetenschappelijke naam van de familie werd voor het eerst voorgesteld door Jean-Théodore Cocteau in 1836. De Nederlandse naam anolis is afkomstig van de geslachtsnaam Anolis, waartoe alle soorten behoren. In andere talen, zoals het Engels, wordt de naam anoles gebruikt. De voormalige naam Dactyloidae betekent vingerachtig. De verouderde wetenschappelijke naam Polychrotidae verwijst naar de opmerkelijke kleurvariatie van een groot aantal soorten.
Indeling binnen de leguaanachtigen Anolissen behoren net als de leguanen tot de leguaanachtigen (Iguania). Andere groepen die tot de leguaanachtigen behoren zijn de agamen, de kameleons en de basilisken.Anolissen werden vroeger als deelgroep van de familie leguanen (Iguanidae) gezien en als onderfamilie Polychrotinae geclassificeerd. Later werden ze als aparte familie (Polychrotidae) ingedeeld. In het verleden waren er meerdere geslachten binnen deze familie, maar de meeste hiervan zijn afgesplitst en behoren tegenwoordig tot een andere hagedissenfamilie; de Leiosauridae. De soorten uit het geslacht Leiosaurus werden lange tijd als een aparte onderfamilie binnen de anolissen gezien (Leiosaurinae). Tegenwoordig wordt de groep als een aparte familie geclassificeerd. Alleen de 'echte' anolissen uit het geslacht Anolis worden tegenwoordig tot de Anolidae gerekend en de bonte leguanen uit het geslacht Polychrus worden aan de familie Polychrotidae toegekend.
Indeling binnen de hagedissen Niet alleen de positie van de anolissen binnen de hagedissen maar ook de indeling van de verschillende soorten is al lange tijd aan verandering onderhevig. Het geslacht Anolis is in het verleden opgesplitst in verschillende deelgeslachten, waarvan Norops het bekendste is. Deze splitsing bleek op den duur niet houdbaar en wordt niet meer aanvaard. Het geslacht Anolis is met 435 vertegenwoordigers van alle reptielen het soortenrijkste geslacht.
Zie voor een lijst van alle soorten ook de Lijst van anolissen.
Uiterlijke kenmerken De meeste anolissen blijven klein en bereiken een totale lichaamslengte tussen 10 en 25 centimeter. Een beperkt aantal soorten kan echter groter worden en een lengte tot 55 cm bereiken. Vrijwel alle grote soorten komen voor op en rond het eiland Cuba.
Mannetjes zijn meestal van de vrouwtjes te onderscheiden doordat de man iets groter wordt en ook wat grover is gebouwd. Het geslachtsonderscheid is echter niet bij alle anolissen even duidelijk te zien. Bij een aantal soorten wordt het vrouwtje juist groter dan het mannetje, zoals voorkomt bij de soorten Anolis chrysolepis en Anolis bombiceps. Bij veel soorten uit het Caraïbisch gebied is van een koppeltje goed te bepalen wie de man is omdat ze bij deze soorten duidelijk groter worden en in de regel een grotere en bonter gekleurde keelwam hebben evenals een dikkere staartbasis. Bij een aantal soorten hebben mannetjes ook een duidelijke nek- en rugkam, welke bij een vrouwelijk exemplaar van dezelfde soort aanzienlijk minder geprononceerd is. Voorbeelden van dergelijke anolissen zijn Anolis garmani en Anolis cristatellus. Andere verschillen zijn de vergrote schubben achter de cloaca van het mannetje, deze worden de postcloacale schubben genoemd.
Van enkele soorten is bekend dat ze extremiteiten vertonen. Een voorbeeld is Anolis punctatus, die een duidelijke uitstulping aan de voorzijde van de kop heeft. Deze structuur is niet verhoornd maar vlezig en doet denken aan een neus. Bij de soort Anolis proboscis is dit uitsteeksel bij mannetjes zeer sterk verlengd en doet meer denken aan een slurf. Dergelijke aanpassingen vervullen een functie als secundair geslachtskenmerk.
Huid thumb|Anolis heterodermus is een van de soorten met grove schubben. De soort is er zelfs naar vernoemd, want hetero-dermus betekent vrij vertaald ongelijke huid. De meeste anolissen hebben een groene tot bruine basiskleur en kunnen vrij sterk van kleur veranderen, net als hagedissen die behoren tot de familie kameleons. Er is hierbij echter wel wat variatie, sommige soorten zijn meestal groen van kleur en kunnen bij opwinding geheel donkerbruin kleuren. Soorten die een bruine kleur hebben kunnen niet altijd omkleuren naar groen, zoals Sagra's anolis (Anolis sagrei). Bij een aantal soorten komen ook heel bonte kleuren voor, zoals geel, blauw en rood. Een voorbeeld van een dergelijke soort is Anolis bartschi uit Cuba. De buikzijde van vrijwel alle soorten is lichter tot wit van kleur.
Het lichaam is vaak altijd voorzien van een kleurpatroon, de meeste soorten hebben een patroon bestaande uit lichtere of donkere lengtestrepen, zodat ze minder opvallen in de omgeving. Enkele soorten hebben een luipaardtekening bestaande uit donkere, ronde vlekken. Een voorbeeld van een dergelijke tekening komt voor bij de soort Anolis sabanus.
De huid van anolissen is weinig bepantserd in vergelijking met andere hagedissen. Slechts enkele soorten hebben een dikkere beschubbing van de huid, zoals Anolis barbatus. Enkele soorten hebben kleine stekelachtige uitstulpingen op de huid, die het lichaam sterk op een pluk mos of een stuk boomschors doet denken, zoals bij de soort Anolis loysianus. De schubben zijn bij de meeste andere soorten zeer klein en moeilijk zichtbaar, de huid doet denken aan die van gekko's. De huid raakt gemakkelijk beschadigd als een exemplaar wordt opgepakt en zich los probeert te kronkelen. Alleen de grote kop is bij alle anolissen voorzien van dikke hoornplaten.
Kop thumb|Video van een kop-knikkende en flashende Anolis aquaticus. De kop van de meeste soorten is erg driehoekig van de bovenzijde bezien en heeft een spitse snuit. De tanden van anolissen zijn in het kaakbeen gelegen, wat pleurodont wordt genoemd. Dit is een onderscheid met de leguaanachtigen waartoe de anolissen behoren, die een acrodont gebitstype hebben.
Anolissen hebben opvallende ogen die enigszins uitsteken en alle kanten op kunnen worden bewogen. De ogen zijn duidelijk zichtbaar en de zeer beweeglijke oogleden doen enigszins denken aan kameleons. In tegenstelling tot kameleons kunnen anolissen nooit een stereoscopisch beeld vormen, omdat de ogen niet tegelijkertijd op hetzelfde object kunnen worden gericht.
Net als kameleons, waaraan anolissen sterk verwant zijn, komen er een aantal soorten voor met unieke aanpassingen. De soort Anolis capito heeft in vergelijking met andere anolissen een zeer korte kop en doet denken aan een aardleguaan uit de onderfamilie Liolaeminae. Sommige soorten hebben een kam op de rug en de kop, zoals Anolis cristatellus. De soort Anolis barbatus heeft een stekeltjeskam aan de onderzijde van de kop.
Anolissen zijn met name bekend om hun opmerkelijke manier van communiceren. Vrijwel alle anolissen zijn in het bezit van een uitklapbare keelwam, deze structuur wordt ook wel keelvlag genoemd. De eigenlijke wam bestaat uit een uitrekbaar deel van de huid dat felgekleurd is, maar de kleuren worden pas zichtbaar als een botje bestaande uit kraakbeen omlaag wordt gebracht. Met name bij de mannetjes is de keelwam duidelijk zichtbaar, en heeft felle rode tot gele kleuren die pas zichtbaar worden in uitgeklapte toestand.
Poten Anolissen hebben altijd relatief lange poten in vergelijking met andere hagedissen. Dit komt door hun vaak boombewonende levenswijze, hagedissen die veel graven hebben altijd korte poten. De poten zijn gespierd en hebben altijd vijf duidelijke tenen. De tenen zijn aan de onderkant voorzien van zogenaamde hechtlamellen, zoals ook voorkomt bij de vertegenwoordigers uit de familie gekko's. Dankzij deze kussentjes kan een anolis zich overal aan hechten en zelfs loodrecht omhoog over glas lopen. Een lamel bevat vele miljoenen zeer kleine, borstelachtige haartjes, die het pootoppervlak en de wrijving zeer sterk vergroten, zodat de hagedis blijft 'plakken'. De haartjes zijn niet vertakt zoals bij de gekko's het geval is. Niet alle anolissen hebben hechtlamellen onder de tenen, bij enkele soorten zijn deze weer verdwenen. Bij de bodembewonende soort Anolis onca bijvoorbeeld ontbreken deze structuren.
Anolissen hebben -op één uitzondering na- nooit femorale poriën; dit zijn klieropeningen aan de onderzijde van de achterpootdijen die geurstoffen afgeven.
Staart De staart van anolissen is relatief lang en vervult een functie als balans tijdens het rennen en het springen. De staart heeft altijd dezelfde kleur als het lichaam, en heeft geen felle kleuren zoals bij een aantal andere hagedissen voorkomt, zoals skinken en echte hagedissen. De staart van een aantal soorten kan echter worden gebruikt als grijporgaan, zoals bij de soort Anolis garridoi. Van deze pas in 1996 beschreven soort is waargenomen dat de staart als verankering om een takje wordt gebogen bij het voortbewegen zoals het benaderen van een prooi. Een staart die dient als vijfde 'poot' is vooral bekend van kameleons, maar komt ook voor bij sommige gekko's en echte hagedissen.
Naam LL TL SL (%) Anolis gemmosus 6 23 74% Anolis rejectus 14 37 63% Anolis equestris 19 55 66% Bij de meeste hagedissen is de staart ongeveer even lang als het lichaam maar anolissen hebben een relatief lange staart die vaak minstens zo lang is als het lichaam. In de tabel links wordt de kop-romp ofwel lichaamslengte (LL) weergegeven evenals de totale lengte inclusief staart (TL) en ten slotte de relatieve staartlengte (SL) in procenten van enkele soorten. De relatieve staartlengte is vrijwel altijd groter dan 50 procent.
Voortplanting en ontwikkeling