Kwantitatieve versoepeling of vrijer vertaald kwantitatieve geldverruiming (Engels: quantitative easing, QE) is een vorm van directe geldschepping door een centrale bank waarbij de bank effecten (zoals staatsobligaties) aankoopt met geld dat daartoe gecreëerd wordt. Kwantitatieve versoepeling wordt beschouwd als een noodmaatregel om prijsstabiliteit te bewerkstelligen. In de nasleep van de kredietcrisis en de eurocrisis is ze door diverse centrale banken toegepast, alsmede in het kader van de coronacrisis.

Definitie Bij een (dreigende) recessie probeert de centrale bank de economie te stimuleren door renteverlaging. Leningen worden hierdoor goedkoper waardoor burgers en bedrijven meestal meer besteden. In geval van sterk oplopende werkloosheid en dalende prijzen werkt dat echter aanmerkelijk minder goed. Dat is ook het geval naarmate de officiële rentetarieven lager worden, tot nul dalen of zelfs op negatief gezet worden. Ongeacht de rentestand zullen dan geen (grote) leningen worden afgesloten en zullen dure aankopen worden uitgesteld. Verdere renteverlagingen of zelfs een rentestand van nul leiden dan niet tot toename van economische activiteiten en een afnemende vraag leidt tot verdere prijsdalingen (deflatie). De meeste burgers gaan juist meer sparen om hun pensioendoelstelling te halen die in gevaar komt met de kleinere vermogensrendementen en om een buffer te hebben in onzekere tijden.

De centrale bank kan in dat geval besluiten om op een andere manier de geldhoeveelheid te vergroten. Een grotere geldhoeveelheid leidt immers tot prijsverhogingen en doorbreking van de deflatoire spiraal. Vroeger zou hiertoe de geldpers worden aangezet maar nu koopt de centrale bank staatsobligaties, hypotheekobligaties of andere obligaties en financiert die transacties door de eigen balans te verhogen. Er worden dus geen fysieke bankbriefjes bijgedrukt. Het mechanisme werkt aldus dat centrale banken in de markt, of rechtstreeks van banken, obligaties kopen, hetgeen via banken wordt afgewikkeld. Banken worden voor het aankoopbedrag gecrediteerd in de rekeningen die zij bij de centrale bank aanhouden. Zo verkrijgen banken liquiditeiten. Tegenover die liquiditeiten kunnen banken dan nieuwe leningen verstrekken.

Kwantitatieve versoepeling kan leiden tot inflatie die uiteindelijk zal moeten worden beteugeld door bijvoorbeeld de rente te verhogen. Een andere mogelijke maatregel is dat de gekochte leningen te zijner tijd weer worden verkocht.Zie uitspraken van Fed-bestuurder Lacker, geciteerd in Fed's Lacker hopeful, warns don't ignore inflation en van Fed-voorzitter Bernanke in een speech op 14 april 2009, weergegeven in Chairman Ben S. Bernanke At the Morehouse College, Atlanta, Georgia, April 14, 2009. Gearchiveerd op 10 mei 2023.

Opmerking verdient dat kwantitatieve versoepeling slechts effect heeft voor zover de aan het bankwezen (via de omweg van het opkopen van staatsleningen) ter beschikking gestelde middelen ook daadwerkelijk door het bankwezen worden uitgeleend aan bedrijven en/of particulieren. Als het bankwezen geen andere bestemming voor zijn middelen heeft, dan kan men die bij de centrale bank stallen; zie hieronder.

In theorie dient sprake te zijn van een gelijke mate van liquiditeit en risico: de door de centrale bank gekochte obligaties zouden even liquide en risicovol moeten zijn als kasgeld. Dat is (meestal) slechts het geval bij staatsobligaties; alleen dergelijke beleggingen kunnen steeds, op korte termijn en zonder prijsconcessies, verkocht worden.Opgemerkt wordt dat aan dit vereiste in verstoorde kapitaalmarkten ook bij staatsobligaties niet steeds voldaan wordt. In de praktijk zal een dergelijke "onderlinge uitwisselbaarheid" niet altijd aanwezig zijn. Dit klemt temeer naarmate centrale banken ook andere typen obligaties zoals hypothecaire obligaties kopen: hiermede loopt de centrale bank een (in gradaties toenemend) liquiditeits- en kredietrisico. In dat verband heeft de Britse econoom Willem Buiter, met een zekere mate van ironie, voorgesteld om, naast de term "quantitative easing", de term "qualitative easing" te hanteren voor die situaties waarbij centrale banken, uiteindelijk voor risico van de samenleving als geheel, een toenemend liquiditeits- en kredietrisico accepteren. Quantitative easing and qualitative easing: a terminological and taxonomic proposal. Gearchiveerd op 15 augustus 2017.

Kwantitatieve versoepeling in de VS

Deel 1 (QE 1) In het kader van de kredietcrisis begon de Federal Reserve januari 2009 met een aankoopprogramma van leningen ten laste van de (de facto door de Amerikaanse overheid overgenomen) hypotheekbanken Freddie Mac, Fannie Mae en Ginnie Mae, tot een bedrag van $500 miljard. De Bank of England kondigde in maart 2009 aan, voornemens te zijn voor £75 miljard aan Britse staatsobligaties te zullen kopen; Bank pumps £75bn into economy in mei 2009 werd dat uitgebreid tot £125 miljard. Bank to make more bond purchases Ook de Bank of Japan ging in maart 2009 over tot de aankoop van staatsleningen. Bank of Japan Expands Government Bond Buying to Stem Recession De Amerikaanse Federal Reserve kondigde op 18 maart 2009 aan $300 miljard aan staatsleningen te zullen kopen, en reeds bestaande aankoopprogramma's van andere typen vorderingen met $850 miljard uit te breiden tot $1250 miljard. Federal Reserve Press Release, 18 maart 2009. Gearchiveerd op 2 augustus 2017. Reeds de daarop volgende week werd een begin gemaakt met het kopen van staatsleningen. In augustus 2009 besloot de Bank of England tot verhoging van het programma tot £125 miljard. King outvoted on QE increase Op 5 november 2009 verhoogde de Bank of England het programma tot £200 miljard. Bank tries ‘last heave’ with £25bn boost

Deel 1.5 (QE 1.5, ook aangeduid als QE Lite) thumb|Gestileerde balans van de Federal Reserve; in donkergroen het verloop van de mortgage-backed securities Nadat het hierboven genoemde aankoopprogramma van $1250 miljard was voltooid, liet de Federal Reserve weten dat vrijkomende aflossingen zouden worden besteed aan het kopen van staatsleningen: het totaal van de stimuleringsmaatregelen (uit dezen hoofde) bleef daarmee gelijk. Vanaf oktober/november 2010 werd dat op de balans van de Federal Reserve zichtbaar; zie nevenstaande grafiek.

Deel 2 (QE 2) In de herfst van 2010 werden steeds meer signalen opgevangen dat de Federal Reserve vanaf november 2010 een nieuwe ronde van kwantitatieve versoepeling zou starten. Tevens wenste men de verwachtingen omtrent de toekomstige inflatie te laten stijgen: hierdoor zouden consumenten worden aangezet tot extra consumptie Fed Considers Raising Inflation Expectations to Boost Economy Minutes of the Federal Open Market Committee, 21 september 2010.

Bij deze stap, die in de daaraan voorafgaande weken voorwerp was van soms verhitte discussies in de financiële wereld, werd niet uitsluitend het verschaffen van extra liquiditeiten aan het bankwezen als redengevend genoemd, maar ook (en met name) het creëren van extra inflatie Naar "Noord-Europese" maatstaven was dit een opmerkelijke opstelling. Men dient hierbij echter in het oog te houden dat de ECB slechts één hoofdtaak heeft, te weten het voorkomen c.q. bestrijden van inflatie, terwijl de Federal Reserve twee hoofdtaken heeft, te weten die inflatiebestrijding, doch ook het bevorderen van de economische groei. Beide doelstellingen kunnen op gespannen voet met elkaar komen te staan..

De voor deze stap aangevoerde redenen waren de volgende: Door de aankoop van staatsleningen zou, indien die van Amerikaanse banken gekocht werden, die banken over liquiditeiten gaan beschikken, die gebruikt konden worden voor het verstrekken van leningen. Door de aankoop van staatsleningen zou de kapitaalmarktrente dalen, hetgeen zou doorwerken in de tarieven van leningen aan ondernemingen en particulieren. Door de aankoop van staatsleningen door de Fed zou de geldhoeveelheid toenemen ("monetizing the public debt") hetgeen op termijn zou leiden tot een toenemende inflatie; het vooruitzicht daarvan zou Amerikaanse particulieren moeten bewegen tot het aanspreken van hun spaargeld voor consumptieve doeleinden, hetgeen de conjunctuur zou stimuleren. Door datzelfde vooruitzicht van toenemende inflatie zou de koers van de Amerikaanse dollar dalen, hetgeen tot een versterking van de exportpositie van het Amerikaanse bedrijfsleven zou leiden.

Enkele dagen later noemde Fed-president Bernanke in een artikel in de Washington Post What the Fed did and why: supporting the recovery and sustaining price stability. Gearchiveerd op 18 augustus 2023.Het is zeer ongebruikelijk dat een centrale bank-president zijn beleid toelicht door middel van een krantenartikel: normaliter pleegt met en persbericht en eventueel een persconferentie te worden volstaan. een vijfde reden: Deze kwantitatieve versoepeling zou leiden tot hogere aandelenkoersen, welke toegenomen welstand consumptief zou worden aangewend, die uitgaven zouden leiden tot hogere inkomens en hogere winsten.

Met name het argument dat de inflatie (op dat moment) te laag was, hetgeen leidde tot een terughoudende opstelling van consumenten, werd door diverse bestuursleden van de Federal Reserve benadrukt, onder meer in een speech van Bernanke van 15 oktober 2010 Voorzitter Ben S. Bernanke, 15 oktober 2010, Monetary Policy Objectives and Tools in a Low-Inflation Environment. Gearchiveerd op 8 augustus 2023.:

Die mening werd niet door alle Fed-functionarissen gedeeldHoewel het geenszins ongebruikelijk is dat topfunctionarissen van centrale banken in het openbaar (via speeches en interviews) blijk geven van verschillen in beleidsopvattingen, was hier sprake van een wel zeer duidelijk neergezette diametrale tegenstelling.. Thomas M. Hoenig, president van de Federal Reserve Bank van Kansas City, liet zich in de volgende bewoordingen uit THE FEDERAL RESERVE'S MANDATE: LONG RUN, Thomas M. Hoenig, president van de Federal Reserve Bank van Kansas City, 12 oktober 2010:

en:

Reeds voor de feitelijke aankondiging van het programma van kwantitatieve versoepeling (voorzien op 3 november 2010) bleek dat een aantal marktpartijen vermoedden dat een dergelijk beleid zou gaan leiden tot een toekomstige inflatiestijging: de Amerikaans overheid plaatste op 25 oktober 2010 $10 miljard aan vijfjaars Treasury Inflation Protected Securities tegen een rendement van -0,55% Treasury Draws Negative Yield for First Time During TIPS Sale. Bij dat type leningen worden de hoofdsom vermenigvuldigd met de inflatie over de looptijd van de lening.

Op 3 november 2010 maakte de Federal Reserve bekend tot juni 2011 voor $600 miljard aan staatsleningen (met looptijden van vijf tot zes jaar) te gaan kopen, in maandelijkse bedragen van circa $75 miljard Fed to Buy Extra $600 Billion of Treasuries to Boost Growth. Gearchiveerd op 22 februari 2017..

Opmerkelijk was dat de reacties op deze stap van de Federal Reserve overwegend negatief waren, waarbij de motiveringen overigens zeer verschillend waren, variërend van "overbodig" en "schadelijk" tot "ontoereikend"De meest opmerkelijke uitspraak was van prof. Krugman, die meende dat de omvang van de kwantitatieve versoepeling tussen $8000 miljard en $10.000 miljard zou moeten zijn.. Uit een enkele dagen na de aankondiging door Bloomberg gehouden enquête onder 1030 beleggers, analisten en handelaren bleek dat 75% daarvan niet verwachtte dat door QE 2 de groei in de VS bevorderd zou worden Fed Easing Seen Ineffective by 75% in Global Poll Favoring ECB. Op 15 november 2010 schreven 22 economen, fund managers en anderen in een open brief in de WSJ dat van QE 2 moest worden afgezien Open Letter to Ben Bernanke: