thumb|300px|Mercury Rev tijdens een optreden in Kopenhagen, Denemarken, in 2008. thumb|300px|Mercury Rev in 2004. Mercury Rev is een Amerikaanse psychedelische rockband die constant in ontwikkeling is en veel invloeden bundelt. De band werd opgericht aan de universiteit van Buffalo en heeft als thuisbasis de Catskill Mountains in New York. De twee overgebleven originele leden, Jonathan Donahue en Sean "Grasshopper" Mackowiak, vormen de kern van een groep met veel personeelswisselingen door de jaren heen. Mercury Rev staat bekend om hun filmische, neo-psychedelische muziek met een geluidspalet dat sporen bevat van psychedelische muziek van de jaren 60 tot de jaren 80, alternatieve rock, jazz, klassiek, minimalistische muziek, noise, pop, ambient, soundtracks en vele andere genres.
Mercury Rev ontstond in 1989 in Buffalo, New York uit een andere groep, Shady Crady. Pas eind jaren negentig brak de groep door, net zoals het aan hun stijl verwante The Flaming Lips, waarvan Jonathan Donahue ook kort lid was. De definitieve internationale doorbraak kwam met het album "Deserter's Songs" dat uitkwam in 1998.Mercury Rev op festivalinfo.nl
Geschiedenis De kinderjaren van Jonathan Donahue en Sean Mackowiak Jonathan Donahue werd geboren en groeide op in het nabij Woodstock gelegen Kingston (in de Catskill Mountains). Sean Mackowiak werd geboren in Dunkirk, New York. Als kind studeerde Mackowiac clarinet. Hij maakte op jonge leeftijd kennis met muziek door zijn oom, een werknemer van Atlantic Records, die hem een doos platen schonk die van grote invloed zou blijken te zijn. Zo werd hij geintroduceerd aan invloedrijke jazzmuzikanten als John Coltrane, Ornette Coleman, Miles Davis en Pharoah Sanders maar ook aan The Velvet Underground en Suicide. Verder gaf Mackowiak's nabijheid tot Canada hem ook toegang tot een divers scala aan radiostations, wat zijn muzikale opvoeding verrijkte. Jonathan Donahue groeide op met kinderplaten en luisterboeken, zoals De kleine prins, gelezen door Richard Burton, en Tales of Witches, Ghosts And Goblins, gelezen door Vincent Price. Verder luisterde hij naar de muziek die op dat moment op de radiostations in de Catskills werd gedraaid, waaronder de eerste nummers van Bobbie Gentry. Jonathan Donahue en Sean Mackowiak werden al in hun kindertijd vrienden. De muziek die ze op dat moment in hun leven hoorden en de films die ze op dat moment zagen, had een enorme invloed op de nummers die ze samen als Mercury Rev zouden gaan maken. Een van de interesses die hen samenbracht was Blade Runner, zowel de film als de soundtrack van Vangelis. Ook de dynamiek van muziek uit Disneyfilms als Pinokkio, met een nummer als “When You Wish Upon a Star”, en de platen die hun ouders beluisterden, zoals Sketches of Spain van Miles Davis, musicalmuziek van Broadway en platen van Chet Baker en Modest Moessorgski, zouden van invloed zijn. Als tiener hield Jonathan erg van The Chameleons. Toen Mackowiak rond zijn 18de gitaar begon te spelen, ging zijn interesse al snel uit naar de open stemmingen van heel wat oude bluesmuzikanten alsook die van avant-garde gitarist Glenn Branca en Sonic Youth.
Evolutie uit Shady Crady Midden jaren 80 studeerden Donahue en Mackowiak samen film en media aan de SUNY universiteit in Buffalo, New York. Rond 1986/1987 starten ze samen met een groep bevriende mediastudenten de groep Shady Crady. De oorspronkelijke bezetting was Dave Baker (zang), Jonathan Donahue (gitaar), Suzanne (Sue) Thorpe (fluit), Sean Mackowiak (bas) en Mike Huber (drums). Baker, Mackowiak en Donahue woonden samen en samen met de van hen onafscheidelijke Suzanne Thorpe groepeerden ze rond het radiostation van de campus, WRUB, waar Baker de leiding had.
De groep begon als een bron om soundtracks te creëren voor de persoonlijke studentenfilms van de leden. Ze werden geïnspireerd en aangemoedigd om hun talenten verder te verkennen door de minimalistische componist en experimentele cinematograaf Tony Conrad, die sinds 1976 op de afdeling Mediastudies aan de universiteit les gaf, alsook door Paul Sharits, een andere sterke figuur in de experimentele cinema, die er ook doceerde. Hun benadering van het medium film bracht Mackowiac en Donahue er toe om bizarre kortfilms te maken en deze te voorzien van een even bizarre soundtrack. Conrad, die zich in theorie had moeten beperken tot het praten over media en film, bracht hen ook in contact met het werk van o.a John Cage, Edgar Varèse, Erik Satie en Henry Cowell. Ook een andere professor aan de SUNY in Buffalo, beatgeneration schrijver Robert Creeley, die er poëzie en humane wetenschappen gaf, zou een grote invloed op hen uitoefenen en wordt later herhaaldelijk als een mentor genoemd. In deze periode ging Donahue verder met Mackowiak en Thorpe naar een concert van de Indische sarod-speler Amjad Ali Khan, waarbij de drone van de begeleidende tanpura zijn eerste live-ervaring met dronemuziek was. Die ervaring veranderde van de ene op de andere dag zijn manier van muziek schrijven. Het ontdekken van de hypnotiserende, zeer mantra-achtig muziek van Terry Riley was vervolgens ook nog keerpunt.
Shady Crady evolueerde van een luide noiseband tot een experimenteel improviserend orkest dat live soundtracks speelde. Hierin leek het op wat Mercury Rev later, in de vroege jaren 90, werd, maar met wat meer rockinvloeden, vooral van Sonic Youth, voor wie de band ook het voorprogramma verzorgde tijdens een optreden in Buffalo.
Rond 1987/1988 speelde de band verschillende shows in Buffalo en op verschillende plaatsen aan de Oostkust, meestal in alternatieve concertzalen en kunstgalerijen. Uiteindelijk werd Baker eruit gegooid vanwege persoonlijkheidsconflicten, voornamelijk met Mike Huber. Jonathan en Sean deelden vervolgens de zang. Eén van Sean's nummers, “Ice Flow,” zou later worden opgenomen (met Jonathan op zang) door Mercury Rev en uitgebracht op hun eerste album onder de titel “Sweet Oddysee of a Cancer Cell t‘ th’ Center of Yer Heart”. Enkele andere Shady Crady songtitels waren “Narnia Top Speed”, “Clamor”, en “Full Bloom”. ("Clamor" verscheen later op de rarities disc van The Essential Mercury Rev : Stillness Breathes 1991-2006.)
De band nam 8 à 9 nummers op in de 16-sporen studio van het college in Fredonia, New York. Mike Huber zorgde voor het geld voor de opname. Sean Mackowiak's jeugdvriend en tevens mede-universtiteitsstudent Dave Fridmann was geluidstechnicus en produceerde de nummers, als onderdeel van zijn thesis als muziekproductiestudent. Hahn Rowe van de New Yorkse band Hugo Largo hielp met de geluidstechniek en het mixen.
Ze verzonden her en der de demotape en kregen enkel wat interesse van een label uit het Verenigd Koninkrijk genaamd Jungle Records. Ze bleven nummers schrijven en om de paar maanden werd er steevast wel wat opgenomen met Fridmann aan de knoppen. Grasshopper werkte in een plasticfabriek en Jonathan gaf bloed en deed constructiewerk om studiotijd te kunnen bekostigen. Ook door als proefpersonen geneesmiddelen te testen werd er geld voor opnames verzameld. Een release kwam er echter niet van de opnames en de leden van de band ging dan ook vervolgens hun eigen weg.
Jonathan, die als hobyy concerten boekte, was bij een door hem georganisserd optreden van Butthole Surfers bevriend geraakt met de leden van het voorprogramma, The Flaming Lips. Kort erna ging hij bij hen aan de slag als bediener van hun bellenmachine en stroboscoop. Wat later werd hij zelfs ook even lid van hen als hoofdgitarist en vervoegde hij hen in Oklahoma. Hij introduceerde Dave Fridmann, hun latere vaste producer, aan hen en regelde ook studiotijd voor ze in Fredonia. Suzanne werkte ondertussen als verslaggeefster voor het College Media Journal (CMJ), Grasshopper werkte op de audio/video afdeling van een advocatenkantoor en Mike ging studeren in Minneapolis.
Jonathan Donahue verzond opnames van nummers als Syringe mouth en Chasing a Bee naar Sean Mackowiak die er wat boven op nam en de opname vervolgens terugstuurde. Zo gingen de tapes ook langs de andere leden en vormden zich stilaan nieuwe nummers.
Rond 1989 kwam het grootste deel van de band weer bij elkaar in New York. Mike Huber koos ervoor om in Minneapolis te blijven en werd op drums vervangen door Jimy Chambers, een actieve muzikant uit de Buffalo scene. Toen Huber weg was, kwam David Baker terug in de band. Sean stapte over op gitaar en Dave Fridmann voegde zich bij de band (die zich nu Mercury Rev noemde) en nam de bas over. Op tour met The Flaming Lips, waarbij Dave Fridman het geluid deed, had Jonathan de naam Mercury Rev voor de band bedacht.
Het eerste werk van de omgedoopte band bestond uit het maken van soundtracks voor natuurshows die ze van TV hadden opgenomen. Deze nieuw opgenomen video's deden de ronde en bezorgden de band werk voor soundtracks voor onafhankelijke films, waaronder Lite-Brite van Howard Nelson en twee films van Marco Fogg, Sugardaddy Sea en Big Bird Watcher. Niet lang daarna nam de groep een demo op met de nieuwe nummers op een rolletje 35mm-film. Jungle Records bleef contact houden en tekende de band uiteindelijk bij hun nieuwe imprint, Mint Films. David Baker werd op basis van de nieuwe demo benaderd door Rough Trade voor een Amerikaans platencontract voor de band, hetgeen ze vervolgens ook tekenden.
Rond deze tijd begon Sean zich “Grasshopper” te noemen, een bijnaam uit zijn jeugd. Jonathan, die bij The Flaming Lips onder het pseudoniem “Dingus” speelde, koos ervoor om zijn echte naam te gebruiken bij Mercury Rev. David Baker verwees vaak naar zichzelf als “Shady”, vermoedelijk een eerbetoon aan de vroege band, en hij zou die bijnaam jaren later ook gebruiken als naam voor zijn soloproject.
Yerself Is Steam Gezien het feit dat beide muziekprojecten van Donahue ongeveer tegelijkertijd in Fredonia werden opgenomen, zijn er bepaalde gedeelde kenmerken, zoals een wervelende tornado van noise en melodie, die The Flaming Lips en Mercury Rev toen deelden. Sommige nummers op Yerself Is Steam werden opgenomen wanneer Jonathan en Dave even vrij hadden van de opnames van In a Priest Driven Ambulance van The Flaming Lips. Nummers als “Frittering' en 'Coney Island Cyclone' werden opgenomen met precies dezelfde opstellingen, met letterlijk dezelfde microfoon op precies dezelfde kickdrum. Dikwijls vond dit 's nachts plaats. Het grootste deel van Yerself Is Steam werd opgenomen van middernacht tot 8 uur 's ochtends.
De wispelturige kant van Mercury Rev was toen al duidelijk aanwezig. Baker was een paar keer uit de band gestapt vanwege onenigheid en er weer bijgekomen. De groep had een eindeloze parade van drummers die door de gelederen stroomden en Fridmann viel regelmatig in op bas. “Het maken van de plaat was zo gefragmenteerd en opgesplitst over zo'n lange periode; alles veranderde bij elke sessie,” zegt Fridmann. “Iedereen speelt verschillende instrumenten, er is geen vast idee van wat je moet doen, geen vaste zanger, geen echte leider. Ik leerde om op te nemen terwijl zij leerden om op te treden en te schrijven.”
Dat gevoel van een losjes samengestelde groep werd alleen maar versterkt door het duidelijke gebrek aan interesse van de muziekindustrie voor de nummers toen ze klaar waren. “We werden afgewezen door elk label waar ik onze opnames naartoe had gestuurd: Homestead, SST. Niemand was geïnteresseerd,” zegt Donahue. “We kregen niet eens afwijzingsbrieven; niemand nam ooit de moeite om terug te bellen. Eén klein label, Jungle in Groot-Brittannië, zei: 'We vinden het goed wat jullie doen, maar we weten niet wat het is' en gaf ons $1.000 om de plaat af te maken”
De plaat afmaken betekende de laatste paar nummers afmaken. Jimy Chambers was de laatste van de zes oorspronkelijke leden die op de plaat verscheen en een vriend van Donahue en Baker uit Buffalo, toen het duo zijn tienerpopband The Moment had gemanaged. Chambers was net afgestudeerd toen een telefoontje van Donahue hem naar Fredonia bracht voor de laatste sessies.