De anaconda (Eunectes murinus), is een slang uit de familie reuzenslangen (Boidae)., The Reptile Database

De anaconda heeft een groene tot bruine kleur en grote, ronde, donkere vlekken over het gehele lichaam. De slang is een bewoner van vochtige regenwouden in noordelijk Zuid-Amerika. Het is een waterminnende soort; vooral de oudere exemplaren bewegen zich voornamelijk zwemmend voort. De habitat bestaat uit de oevers van grote rivieren en rivierarmen en de soort heeft een duidelijke voorkeur voor moerassen. De slang komt in delen van het verspreidingsgebied nog algemeen voor.

Het voedsel bestaat uit allerlei dieren zoals zoogdieren, vogels en andere reptielen. De anaconda kan grote prooidieren aan zoals herten en krokodilachtigen. Volwassen exemplaren hebben geen natuurlijke vijanden meer. De soort wordt bedreigd door de mens: de huid en het vlees van de slang zijn veel geld waard.

De anaconda is de zwaarste slang ter wereld. Twee soorten pythons kunnen nog langer worden, maar ze worden nooit zo zwaar. De anaconda is levendbarend; als de jongen ter wereld komen, zijn ze al 70 centimeter tot een meter lang.

Naamgeving en taxonomie Er zijn verschillende Nederlandstalige namen voor de soort, zoals reuzenanaconda, gewone anaconda, groene anaconda, zuidelijke groene anaconda of waterboa. De naam anaconda is afgeleid van 'anaikolra', dat uit het Tamil komt en 'olifantendoder' betekent. Omdat Sri Lanka ver van Zuid-Amerika ligt, is deze naam waarschijnlijk ooit gegeven aan de netpython (Malayopython reticulatus) en wordt hij nu gebruikt voor deze soort, die ongeveer even lang wordt. In Suriname wordt de anaconda 'aboma' genoemd.

De wetenschappelijk naam van de soort werd in 1758 als Boa murina gepubliceerd door Carl Linnaeus. (1758). Systema naturae ed. 10: 215. Gearchiveerd op 24 juni 2021. Linnaeus gaf zelf geen enkele beschrijving, maar verwees naar Musei Ichthyologici van Laurens Theodorus Gronovius, (1756). Musei Ichthyologici 2: 70 die op zijn beurt verwees naar twee afbeeldingen uit het werk van Albertus Seba, en een afbeelding door Johann Jakob Scheuchzer, (1735). Physica sacra 4: pl. 606, fig. A. Gearchiveerd op 1 oktober 2020. en Linnaeus citeerde een daarvan ook zelf: plaat 29, figuur 1 van Seba. (1735). Locupletissimi rerum naturalium thesauri 2: pl. 29, fig. 1. Gearchiveerd op 1 oktober 2020. In 1802 gaf Pierre André Latreille onafhankelijk van Linnaeus een beschrijving van een soort op basis van de huid van een dier dat afkomstig was uit Cayenne, en noemde die Boa gigas, (1802). Histoire naturelle des reptiles 3: 136. Gearchiveerd op 1 oktober 2020. en in 1824 gaf Maximilian zu Wied-Neuwied een beschrijving van een soort uit Brazilië, die hij de naam Boa aquatica gaf, (1823). Abbildungen zur Naturgeschichte Brasiliens. Isis von Oken 13: 725 en (1824). Verzeichniss der Amphibien, welche im zweyten Bande der Naturgeschichte Brasiliens vom Prinz Max von Neuwied werden beschrieben werden. Isis von Oken 14: 664. Gearchiveerd op 1 oktober 2020. onder verwijzing naar een door hemzelf elders gepubliceerde afbeelding. (1823). Abbildungen zur Naturgeschichte Brasiliens pl. 55. Gearchiveerd op 1 oktober 2020. Beide namen worden nu als synoniemen van Boa murina beschouwd. In 1830 plaatste Johann Georg Wagler de soort in het geslacht Eunectes.

Populaties van dieren in het noordelijke deel van het areaal werden in 2024 aan een nieuwe soort toegekend; de noordelijke groene anaconda.

Verspreiding en habitat De anaconda komt voor in delen van noordelijk en centraal Zuid-Amerika ten oosten van de Andes. Het verspreidingsgebied strekt zich uit van ongeveer 10 graden noorderbreedte tot 26 graden zuiderbreedte. Uit het verleden zijn er waarnemingen bekend tot 30 graden zuiderbreedte. In het noorden komt de slang voor in Venezuela en het zuidelijkste deel van het verspreidingsgebied is gelegen in Paraguay. Verder komt de anaconda voor in de landen Bolivia, Brazilië, Colombia, Ecuador, Frans-Guyana, Guyana, Peru, Suriname en Trinidad en Tobago.

Over de precieze verspreiding is wat discussie, onder andere over het voorkomen in Suriname. De Reptile Database, veel gebruikt als bron voor de verspreiding van reptielen, vermeldt Suriname niet als deel van het verspreidingsgebied, terwijl de anaconda daar zowel in 2002 als 2003 is aangetroffen als wijdverspreide bewoner van de rivierdelta's aan de kust. Van de exemplaren uit Suriname is bekend dat ze langs de kust in de zee kunnen worden aangetroffen, wat duidt op een zekere tolerantie voor zout water. Verder is er een beschrijving bekend van een exemplaar uit Argentinië, maar algemeen wordt aangenomen dat de anaconda daar niet voorkomt.

Het verspreidingsgebied kan ook beschreven worden als het geheel van de riviersystemen waarin de slang is aangetroffen. De anaconda komt voornamelijk voor in het stroomgebied van de rivieren de Amazone en de Orinoco, maar ook in veel rivieren die hierin uitmonden. In Bolivia is de anaconda voornamelijk te vinden langs de rivieren die noordwaarts stromen en uitmonden in de Amazone. In het rivierenrijke Brazilië is de anaconda vrijwel in alle deelgebieden van het land aan te treffen. In Colombia komt de soort voor in de rivieren die naar de Amazone leiden en hij komt niet voor in het noordwesten van het land. In Ecuador is de anaconda alleen bekend in de omgeving van de rivieren Napo en Tiputini, in het oostelijke deel van het land ten oosten van de Andes. In Trinidad en Tobago komt de anaconda alleen voor op Trinidad en alleen in laaggelegen, moerassige delen. In Guyana is de anaconda aangetroffen bij de rivieren Essequibo en Takatu.

Habitat Het deel van Zuid-Amerika waar de anaconda leeft, wordt het neotropisch gebied genoemd. De habitat van de slang bestaat uit vochtige, tropische loofbossen, maar alleen in de zeer vochtige delen van het bos in de nabijheid van water. Ook moerassen zijn een geschikt habitat en zelfs graslanden – mits deze een groot deel van het jaar onder water staan. De anaconda leeft altijd in de buurt van water; grotere exemplaren van meer dan enkele meters lang zijn simpelweg te zwaar om zich nog over grotere afstanden op het land te verplaatsen. Hierdoor is de slang alleen in laaggelegen gebieden te vinden en nooit in hogere delen zoals bergbossen. De slang wordt soms aangetroffen in de nabijheid van menselijke bewoning; bekend is dat de anaconda op pluimvee jaagt.

Uiterlijke kenmerken thumb|De anaconda heeft een variabele kleur met zwarte vlekken. thumb|Kop met bovenstaande ogen en duidelijke kopstreep. thumb|Skelet De anaconda heeft een bruingroene basiskleur met grote, ronde, zwarte vlekken. De vlekken aan de rugzijde van het lichaam zijn geheel donker, maar op de flanken hebben de vlekken in het midden vaak een gele kleur, zoals aan de buikzijde. De buikzijde is lichter tot witgeel van kleur en heeft vele donkere vlekjes die veel kleiner zijn dan de dorsale vlekken. Door het vlekkenpatroon heeft de anaconda een goede camouflage in het water maar ook als het dier op de oever ligt te zonnen. De Tsjechische herpetoloog Zdeněk Vogel omschreef een groot exemplaar eens als een bruingroene modderhoop met zwarte vlekken.

De slang heeft een grote driehoekige kop die altijd een geprononceerde zwarte streep heeft aan de zijkant; van de achterzijde van het oog naar de achterzijde van de bek. De bek is zeer breed. De schubben aan de lip bevatten geen groeven met warmtereceptoren zoals die bij andere reuzenslangen voorkomen. De ogen zijn relatief klein en oranjebruin van kleur en hebben een verticale pupil. Om net zoals veel krokodilachtigen boven water te kunnen zien en ademen, terwijl de rest van het lichaam onder water kan worden gehouden, zijn de ogen duidelijk meer aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd in vergelijking met andere slangen en zijn de neusgaten aan de top van de snuitpunt gelegen. Hierdoor kan het reptiel ongezien zijn prooi besluipen en een verrassingsaanval uitvoeren.

De gemiddelde lengte van de anaconda is 3 tot 6 meter. De soort kent een sterke seksuele dimorfie waarbij het vrouwtje twee keer zo groot wordt als het mannetje; de mannetjes bereiken een lichaamslengte van ongeveer 3 meter, maar de vrouwtjes worden gemiddeld 5 tot 6 meter lang. Het lichaamsgewicht van mannetjes is aanzienlijk lager dan dat van vrouwtjes van eenzelfde leeftijd. Omdat slangen, net als andere reptielen, hun gehele leven blijven doorgroeien, is er naast de dimorfie ook een groot verschil tussen de gemiddelde lichaamslengte en de maximale lichaamslengte. De grootste exemplaren worden echter nooit langer dan 8 meter. (1999). Snake

Omdat de slang veel dikker wordt dan de netpython, een van de langste slangen ter wereld met lengtes tot boven de 9 meter, is de anaconda zonder meer de zwaarste slang ter wereld; een volwassen anaconda van 6 meter kan ongeveer 200 kilo zwaar worden, maar langere exemplaren kunnen nog veel zwaarder worden. De omtrek van een groot vrouwtje kan meer dan 100 centimeter bedragen. Over de afmetingen van de anaconda zijn veel fabels bekend, zie ook de sectie "In de cultuur". De enige slang die de anaconda benadert met dergelijke afmetingen en gewicht is de Centraal-Afrikaanse rotspython (Python sebae) die ook zeer groot kan worden en door het forser gebouwde lichaam ook veel zwaarder wordt dan een slang van een gelijkende lengte.

Het gehele lichaam is voorzien van gladde, niet gekielde schubben, uitgezonderd de cloaca. – Eunectes murinus De dorsale schubben zijn gegroepeerd in vele naast elkaar gelegen schubbenrijen in de lengterichting; de ventrale schubben bestaan, net als bij andere slangen, uit een enkele rij zeer brede buikschubben. De cloaca heeft twee zogenaamde 'sporen': restanten van de achterpoten die gebruikt worden tijdens de paring. De cloaca dient zowel als geslachts- als uitscheidingsorgaan en markeert tevens het einde van het lichaam en het begin van de staart. De staart heeft schubbenrijen aan zowel de boven- als onderzijde.

Van de andere soorten uit het geslacht Eunectes heeft de dwerganaconda (Eunectes notaeus) een gele basiskleur en blijft veel kleiner. Eunectes deschauenseei komt voor in Noordoost-Brazilië en Frans-Guyana. Eunectes beniensis, ten slotte, is endemisch in Bolivia.

Voedsel thumb|Anaconda eet een capibara.Object in Naturmuseum Senckenberg. De anaconda is een carnivoor die jaagt op andere dieren. De jongere slangen hebben door hun geringe lichaamslengte kleinere prooien op het menu staan dan de volwassen exemplaren. Ze leven van kleinere gewervelden zoals vogels, vissen en kikkers; van de boomkikker Cruziohyla craspedopus is bekend dat deze op het menu staat van de anaconda.

Volwassen anaconda's eten grotere prooien en ondanks het feit dat oudere exemplaren in het water leven, bepalen vissen slechts een klein deel van het menu. De anaconda leeft voornamelijk van vogels zoals watervogels, reptielen als schildpadden, andere slangen en krokodilachtigen en met name van zoogdieren die langs het water leven. Onder andere van de capibara (Hydrochaeris hydrochaeris) en de laaglandtapir (Tapirus terrestris) is beschreven dat ze worden gegeten. Ook pekari's en kleine herten staan op het menu van de slang.