Een hippogrief is een fabeldier, half paard en half adelaar. Als nakomeling van een merrie en een griffioen wordt hij afgebeeld als een gevleugeld paard met de kop en de voorpoten van een adelaar.
De eerste die het wezen bij naam noemde, was Ludovico Ariosto in zijn in 1516 gepubliceerd episch gedicht Orlando Furioso. Daarin is de hippogrief onder andere het rijdier van Astolfo dat hem tot op de maan brengt. Ariosto werd waarschijnlijk geïnspireerd door enkele regels in Vergilius' Bucolica, Ecloge VIII. Vergilius heeft het over een tijd waarin griffioenen en merries zullen paren, als aanduiding van iets onmogelijks, en dit commentaar was voor Ariosto de inspiratie om zijn hippogrief te scheppen.
Als motief in de kunst is het wezen al veel eerder te vinden, zonder dat het als hippogrief benoemd wordt. Zo zou het wezen terug te voeren zijn op de Perzische simurgh, half vogel, half zoogdier, die een nest maakte in de Boom der Kennis.
De hippogrief is een motief in de heraldiek en wordt soms afgebeeld op wapenschilden. Net als vele andere legendarische wezens is hij ook te vinden in moderne fantasy-spellen, computerspellen en verhalen zoals de Harry Potter-saga.
Etymologie Het woord hippogrief is afgeleid van het door Ariosto gebruikte Italiaanse ippogrifo, zelf afkomstig uit het Oudgriekse ἵππος/ híppos, dat "paard" betekent, en het Italiaanse grifo dat griffioen betekent. Dit laatste verwijst naar een ander mythisch wezen, een soort arend met het lichaam van een leeuw, beschreven als de vader van de hippogrief.
Oorsprong van de mythe Zoals gezegd kwam de naam van dit fabeldier pas voor de eerste keer voor in Ludovico Ariosto's 16e-eeuws episch gedicht Orlando Furioso. Wezens met kenmerken van de hippogrief zijn echter al van veel vroeger bekend.
Perzische herkomst Onder de mythische dieren van de Perzen was er een met een gemeenschappelijke geschiedenis bij verschillende volken. Van het oude rijk van Elam tot aan de Safawiden (in het Boek der Koningen van de Perzische dichter Ferdowsi), via de Achaemeniden in Persepolis tot bij de Sassaniden was er een fabeldier bekend als simurgh, simorgh of homa. Dat wezen lag aan de basis van de mythe van de griffioenGeorge Willis Cooke, A Guidebook to the Poetic and Dramatic Works of Robert Browning, 2005 (wiens naam uit het Perzisch stamde) en dus ook aan die van de hippogrief.John Lockwood Kipling, Beast and Man in India, 2004 De simurgh is een enorm gevleugeld dier dat eveneens aan de basis lag van de vogel Roc van de Arabieren, waarvan gezegd werd dat hij moeiteloos een olifant in zijn klauwen kon wegvoeren. Hij wordt weleens omschreven als het oosterse equivalent van de hippogrief, maar in tegenstelling tot de hippogrief was hij van goddelijke oorsprong. Bovendien heeft de simurgh slechts twee klauwen, ook in voorstellingen van de Sjahnama, waarin de figuur van de held Rostam verschijnt. Simurgh is ook de naam die de islamitische wereld aan de feniks geeft.
Adaptatie door de Grieken in de cultus van Apollon thumb|left|Kapitelen van de zuilen in Persepolis, met voorstellingen van Homa's. Sommige 19e-eeuwse auteurs zijn van mening dat de hippogrief verbonden kan worden aan de uit het Oosten afkomstige cultus van Apollo.Zie Encyclopaedia Americana, p. 339 De mythe van de hippogrief zou Europa dus bereikt hebben via de Grieken. Het is echter verre van zeker dat dit mythische dier verwant is aan Apollo als de god van de zon of als god van de muzen.
Volgens Cassandra Eason worden hippogriefen en griffioenen in deze periode vaak met elkaar verward. Beide zijn immers van Perzische oorsprong en ontleend uit de mythologie van de simurgh.Cassandra Eason, Fabulous Creatures, Mythical Monsters, and Animal Power Symbols, 2007, p. 83 Er zou volgens dezelfde auteur wel een symbolisch verband bestaan tussen de griffioen en de Zon. Zo trekt hij volgens een Griekse mythe de wagen van Apollon.
Een beschrijving van een schepsel dat erg lijkt op een hippogrief is te vinden in Prometheus geboeid van Aeschylus, die hem hierin opvoert als een rijdier van de oceaan. Fantasiewezens als gevleugelde paarden waren ook in het Oude Griekenland bekend. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de mythe van Pegasus, het gevleugelde paard dat de bliksem met zich meedraagt en waarmee de middeleeuwse hippogrief veel morfologische en symbolische gelijkenissen vertoont. Daarnaast kenden de oude Grieken ook de hippalectryon, een wezen dat half paard en half haan is. De hippogrief wordt echter in deze periode niet expliciet genoemd, zoals dat bij de griffioen (met wie hij verward wordt) wel het geval is. Geen enkele legende wordt met zekerheid aan hem verbonden.
De hippogrief bij de Romeinen In de Latijnse literatuur vindt men een beschrijving van de oorsprong van de hippogrief van de hand van Vergilius in zijn Eclogues: "... als griffioenen paren met merries, zullen de schuchtere herten en honden samen drinken", waaruit blijkt dat hij dit als een onmogelijke verbinding zag die niets goeds kon opleveren. Maurus Servius Honoratus, een grammaticus uit de 4e eeuw die met In tria Virgilii Opera Expositio een aantal Latijnse commentaren schreef op Vergilius, voegt hieraan toe dat de griffioenen leven in de bergen van de Hyperborea. Zij zouden geduchte vijanden van de paarden zijn "(in hoc genus ferarum hyperboreis nascitur montibus [...] equis vehementer infesti." Het thema van gevechten tussen dieren wordt ook uitgebeeld op gouden sieraden van de Scythen, met griffioenen die paarden aanvallen.
De hippogrief zelf is beschreven (maar niet genoemd) door Plinius de Oudere in zijn Naturalis historia. De oudste voorstelling van een hippogrief zou gevonden zijn in de Balearen, door inwoners van Pisa die het na een veroveringstocht van de eilanden naar hun eigen stad terugbrachten omstreeks de tijd dat de koepel van de kathedraal werd gebouwd.Pierre Malrieu en Robert Bijiaoui, Le bestiaire insolite: l'animal dans la tradition, le mythe, le rêve, Éditions La Duraulié, 1987, p.213, zie ook Google Books
Middeleeuwen en renaissance Middeleeuwen De hippogrief verschijnt opnieuw in de middeleeuwen, dit keer in verband met Karel de Grote en zijn Paladijnen, wat Thomas Bulfinch later beschreef in zijn Legends of Charlemagne, or Romance of the Middle Ages (1863). Zich baserend op het Roelantslied en andere teksten uit de middeleeuwen zou Ariosto de hippogrief later introduceren in de literatuur. De hippogrief is een beetje te beschouwen als de Pegasus uit de middeleeuwen.
Volgens een folkloristische traditie werd in de middeleeuwen van dit dier verondersteld dat het leefde in de buurt van Céret in Roussillon. Men zou naar verluidt sporen van zijn klauwen kunnen vinden op een rots in de buurt van de Provençaalse buitenplaats Carol.Georges Dominique Bo i Montégut, Légendes populaires des villages du Roussillon, l'Horta del monastir, 1978, p. 236.
Orlando Furioso, van Ariosto thumb|left|upright=1.2|Illustratie van de Orlando Furioso, houtsnede, 1566, Montpellier, Médiathèque centrale d’agglomération Emile Zola.
Het is de Italiaanse schrijver en dichter Ludovico Ariosto (1474-1533) die als eerste de naam ippogrifo gebruikte en een beschrijving gaf van het dier in zijn beroemde Orlando Furioso ("Razende Roelant"). Ariosto's tekst gaf aanleiding tot vele interpretaties. Volgens de Orlando Furioso is de hippogrief de (onmogelijke) vrucht van de liefde tussen een merrie en een griffioen. De onmogelijkheid van een dergelijke vereniging wordt geïllustreerd door een gezegde uit de middeleeuwen Jungentur jam Gryp Equis, te vertalen als "griffioenen met paarden laten paren", wat ongeveer hetzelfde betekent als "met sint-juttemis, als de kalveren op het ijs dansen". Ariosto's hippogrief was dus een symbool van een onmogelijke liefde. Hierbij baseerde hij zich waarschijnlijk op Grieks-Romeinse teksten, hoewel dit moeilijk te bewijzen is.
thumb|Ruggiero bevrijdt Angelica, door Louis-Édouard Rioult, olieverf op doek, Parijs, Louvre. In deze Orlando Furioso staat dat er enkele hippogriefen werden waargenomen in de mythische bergen boven de ijzige zeeën van de Noordelijke IJszee. In het epos slaagt de magiër Atlante erin, dankzij zijn geduld en de beheersing van zijn kunst, om een hippogrief uit de kudde aan te trekken en te temmen. Het duurt een maand om de hippogrief te laten wennen aan zijn teugels en een ruiter toe te laten om hem te bestijgen. Daarna gehoorzaamt hij zijn meester en brengt hem waar hij het wenst. De magiër Atlante berijdt dit dier voor de ontvoering van jonge meisjes en om vijanden neer te schieten. Zo teisteren de raids van de tovenaar dag en nacht de streek. Later wordt Atlante verslagen door Bradamante en de hippogrief dwaalt verlaten rond. Niemand durft hem te benaderen, tot de ridder Ruggiero het waagt om hem te bestijgen. Het blijkt een val te zijn, opgezet door de magiër die Ruggiero weg wil uit Europa. De ridder laat zich wegvoeren, overgeleverd aan de grillen van het beest. Pas nadat hij veel later van een wijze man raad krijgt, slaagt hij erin om het paard te laten gehoorzamen. Door een strop aan zijn nek vast te maken kan hij het nu wenden en laten stoppen. Vliegend met de snelheid van de wind leiden zijn avonturen hem nu naar verschillende landen, en Ruggiero redt ook prinses Angelica van een zeemonster. Het dier wordt ook nog bereden door andere ridders. Zo brengt het Astolfo zelfs tot op de maan. Op het einde wordt hij vrijgelaten en vliegt hij hemelwaarts om nooit meer te worden teruggezien.
Ludovico Ariosto is ook de eerste die een complete fysieke beschrijving van het schepsel geeft. Hij noemt het verschillende keren een gevleugeld paard dat net als zijn vader, de griffioen, een adelaarskop heeft en beschikt over voorpoten, gewapend met krachtige, scherpe klauwen. De rest van zijn lichaam - de romp en de staart van een paard - heeft hij geërfd van zijn moeder, de merrie.
Fragment uit Orlando Furioso, Canto 4/XVIII:
Soms reageert hij uiterst onvoorspelbaar, maar toch vliegt hij op bevel van zijn verschillende ruiters van het ene land naar het andere. Deze beschrijving van de hippogrief als sterker, slimmer en behendiger vliegend dan de adelaar of de valk, sneller dan een pijl door de lucht of het lichten van een bliksemschicht, zou de norm worden voor latere auteurs die over de hippogrief schreven.
Verondersteld wordt dat de Orlando Furioso dat Ariosto zich zou hebben geïnspireerd op werken uit de klassieke oudheid. Zo vertonen Pegasus en Angelica veel gelijkenissen met Pegasus en prinses Andromeda uit de Griekse mythologie,Barbara Reynolds: Orlando Furioso: A Romantic Epic: Part 1, Penguin Classics, 1975 (vertaling), p.730 maar toch is de symboliek van Pegasus als rijdier van de dichters niet helemaal hetzelfde als de hippogrief, rijdier van strijdende ridders.
Werken na Ariosto De figuur van de hippogrief duikt in de renaissance opnieuw meerdere malen op in een aantal ridderromans. Auteurs die waren geïnspireerd door de Orlando Furioso maakten er net als Ariosto het rijdier van ridders van. De hippogrief werd tot een symbool van kracht, liefde en dierlijkheid, beschreven als een der grootste rijdieren en het strijdros par excellence. Vele kunstwerken werden dan ook aan hem gewijd.
Volgens de Schotse journalist Lewis Spence werd rond 1540 Agésilan de Colchos, een vervolg op de Amadisroman, geschreven door Cirféa, Koningin van de Aegiven. Het vertelt het verhaal van Agesilan, kleinzoon van Amadis, die in een storm geïsoleerd vast komt te zitten met zijn vriendin Diana. Een ridder op een hippogrief verschijnt om hen te redden en brengt hen beiden naar zijn verblijf op de Canarische Eilanden.Lewis Spence: Legends and Romances of Spain (1920), hoofdstuk "Agesilan of Colchos". Gearchiveerd op 17 maart 2023.