Vicente Lleó Balbastre (Torrent (Valencia), 19 november 1870 – Madrid, 28 november 1922) was een Spaans componist en dirigent.
Levensloop Lleó Balbastre werd op 9-jarige leeftijd kooknaap van de "Capilla del Hábeas Christi de Valencia". Hij kreeg ook eerste lessen muziektheorie bij onder andere Juan Bautista Plasencia en Lamberto Alonso. In 1883 componeerde hij een Dixit Dominus voor het gebruik in de kerkdienst. Al tijdens zijn studie aan het Conservatorio Superior de Música "Joaquin Rodrigo" te Valencia onder andere bij Salvador Giner y Vidal schreef hij zijn eerst werk voor het muziektheater De Valencia al Grao. Als hij van Valencia naar Barcelona vertrok, om een carrière als dirigent te beginnen had hij al een groot aantal van werken voor het muziektheater geschreven. Hij was eveneens een medeoprichter van een gezelschap voor auteursrechten.
In 1896 ging hij naar Madrid en was er bezig met componeren, dirigeren en uitgeven van het politieke magazine La Noche. Hij was impresario aan het Teatro Eslava, maar het uitgeven van een magazine heeft veel geld gekost. Na de eeuwwisseling stelde hij de uitgeverij in en hij concentreerde zich aansluitend op het muziektheater samen met de actrice Juanita Manso. Met de productie van zarzuelas en revistas had hij veel meer succes en hij werkte ook soms samen met andere componisten zoals Rafael Calleja Gómez (El mozo crúo), Manuel Fernández Caballero (El pícaro mundo) en Amadeo Vives Roig (Episodios nacionales). In 1910 triomfeerde hij in het Teatro Eslave met zijn Bijbelse operette La corte de Faraón, een verwerking van het Bijbelse verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar op een uitstekend libretto van Miguel de Palcios Brugada en Guillermo Perrín y Vico. Het scandaleuze verhaal en een lange ban onder generalísimo Francisco Franco was de garantie voor een groot en lang aanhoudende populariteit van dit werk. Vele van zijn zarzuelas oogsten al met de première groot succes, maar tegenwoordig zijn Los tres maridos burlados en de door het Japanse geïnspireerde La Taza de thé, Apaga y vámonos en La capa encantada helemaal in vergetelheid geraakt.
Na het faillissement van het Teatro Eslava in 1918 vertrok Lleó naar Zuid-Amerika en hij keerde pas kort voor zijn overleden op 28 september 1922 naar Madrid terug. Zijn laatste zarzuela ¡Ave César! ging drie maanden na zijn overleden in première als eerbetoon aan een van de populairste componisten van de Spaanse hoofdstad.
Composities Werken voor orkest 1915 La pandereta, fantasie (samen met: Jerónimo Giménez y Bellido)
Werken voor banda (harmonieorkest) Gran fantasía de la zarzuela "¡Ave César!" Gran Marcha en Vals intermedio uit de Bijbelse operette "La corte del Faraón" Garrotín gitano, paso-doble uit de Bijbelse operette "La corte del Faraón" La corte del Faraón fantasie uit der Bijbelse operette Los niños cordobeses, paso-doble torero Paso-doble uit de zarzuela "Si las mujeres mandasen" (samen met: Luis Foglietti)
Missen en gewijde muziek 1883 Dixit Dominus, voor gemengd koor
Muziektheater Zarzuelas