Het Bureau Inlichtingen (BI) was een Nederlandse militaire inlichtingendienst belast met de Nederlandse spionage tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het werkte nauw samen met de Britse Secret Intelligence Service (SIS). Na de bevrijding van Nederland werd het Bureau Inlichtingen ontbonden.
Geschiedenis In de periode voor november 1942 kwam het systematisch verzamelen van inlichtingen uit bezet Nederland bij de Nederlandse regering in Londen moeizaam van de grond. Verschillende inlichtingendiensten werden na elkaar opgericht en vervolgens weer wegens gebrek aan resultaten ontbonden.
Na de opheffing van de Centrale Inlichtingendienst (CID) werd bij Koninklijk Besluit van 28 november 1942 het Bureau Inlichtingen (BI) opgericht. Het BI ressorteerde onder de minister van Oorlog. Majoor H.G. Broekman werd tot hoofd van het 'nieuwe' Bureau Inlichtingen aangesteld. De taak van het BI was, aldus de tekst in het desbetreffende Koninklijk Besluit: "Het inwinnen, verzamelen en doorgeven ter bevoegder plaatse van alle inlichtingen, welke van belang zijn voor de handhaving van de rust en veiligheid van het koninkrijk, de oorlogvoering en de daaruit voortvloeiende deelneming aan de geallieerde oorlogvoering, alsmede voor de voorbereiding tot het heroveren van het Nederlands grondgebied en het herstel en het behoud van het wettig gezag daarover".
thumb|150px|Jan Marginus Somer In januari 1943 werd kapitein Jan Marginus Somer bij het BI belast met de opleiding en uitzending van de agenten naar bezet Nederland. Na een inventarisatie van de problemen besloot Somer om de opvang van Engelandvaarders in Madrid te verbeteren. Het BI opende in Madrid een dependance. Mr. Harry Linthorst Homan (1905-1989) kreeg de leiding over de Buitenpost Madrid.
Op 12 februari 1943 werd de tweede luitenant Gijs de Jong in de staf van het BI opgenomen. De Jong was een oud-leerling van Somer. De Jong werd verbindingsofficier en hij was belast met de werving en selectie van de agenten. Hij was de uitdenker van de te volgen tactiek en hij bedacht de codenamen van de agenten. Bovendien was hij een voortreffelijk codeur.
Berichtenwisseling met bezet Nederland In een instructie van 5 augustus 1943 van de minister van Oorlog, werd bepaald dat alleen het BI de geheime berichtenwisseling met bezet gebied mocht verzorgen. Door deze instructie kreeg het BI een zeer nauwe band met de Ordedienst (OD). Bij de OD lag de nadruk vanaf de oprichting op de voorbereiding van de situatie die bij het vertrek van de vijand zou ontstaan. Hoewel dit enigszins gewapend optreden uitsloot, betekende het wel dat het uitwisselen van gegevens met de Nederlandse regering een centrale plaats bij de leiding van de OD innam. Van het begin af aan was voor het BI de OD een organisatie met een duidelijke structuur en continuïteit waarmee zaken kon worden gedaan. De achtergrond van de goede samenwerking tussen de OD en het BI was van organisatorische aard en niet vanwege de affiniteit met de aan de OD toegeschreven antidemocratische ideeën. Na de April-meistakingen van 1943 was ook door de Raad van Verzet (RVV) in de loop van het jaar diverse malen telegrafisch om hulp van de Nederlandse regering in ballingschap in Londen verzocht. Reacties hierop waren uitgebleven, tot de afgevaardigde Andries Ausems van deze organisatie eind 1943 naar Londen reisde. Het gevolg van al die toenemende dringende verzoeken was dat minister-president Pieter Sjoerds Gerbrandy het BI opdroeg als intermediair tussen de Nederlandse regering in Londen en de RVV op te treden.
Op 26 juli 1943 werd de inmiddels tot majoor bevorderde Somer benoemd tot hoofd van het BI. Onder zijn leiding groeide het BI uit tot een goede inlichtingenorganisatie. Bij de werving van de agenten kreeg het BI de eerste keus uit de daarvoor in aanmerking komende Engelandvaarders. Het hoofdkwartier van het BI was gehuisvest in Lowndes Square in Knightsbridge, ten zuiden van Hyde Park, in Londen. Van hieruit werden de contacten onderhouden met de buitenposten in Stockholm, Bern, Genève, Madrid en Lissabon.
Radiocontact met spionage- en verzetsgroepen Vanaf maart 1943 stond het BI vanuit Londen in vast radiocontact met spionage- en verzetsgroepen in bezet Nederland. De voornaamste hiervan waren Groep Kees, Groep Blaauw-Rinus (B-R), de Geheime Dienst Nederland (GND), Groep Harry, Groep Peggy en Groep Rolls Royce. Na de parachutering van de agenten Henk de Jonge (11 maart 1943) en Louis d’Aulnis (11 juni 1943) werkten deze spionagegroepen nauw samen met Groep Albrecht en Groep Packard. Door hun grote militaire en maatschappelijke netwerken bouwden de beide agenten binnen bezet Nederland een spionagenetwerk op dat de basis legde voor de latere werkzaamheden van het BI.
Koerierslijnen De parachutering van de agent Piet Gerbrands (23 maart 1943) had tot gevolg dat het BI een sterke band kreeg met de organisaties die gespecialiseerd waren in het onderhouden van koerierslijnen naar Zwitserland zoals: De Weg A, Fiat Libertas, de Witte Brigade, en de verzetsgroep van Allard Oosterhuis (1902-1967) De Zweedse Weg.Evenzo ging het BI, door bevordering van de onderlinge samenwerking, ook coöperatief te werk met onder meer het College van Vertrouwensmannen, Vrij Nederland, het Nationaal Steun Fonds en de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO).
Zendgroepen Om de radioverbindingen tussen de spionage- en verzetsgroepen in bezet Nederland te optimaliseren stelde het BI zendgroepen samen. De zendgroepen werden samengesteld uit radiotelegrafisten die door het BI boven bezet Nederland werden geparachuteerd. Voorbeelden hiervan waren; de Zendgroep Barbara, de Zendgroep BI-Radiodienst, de Zendgroep Vuurtoren en de Zendgroep Oost. De radiotelegrafisten van de zendgroepen verzorgden het radiocontact tussen de spionage- en verzetsgroepen en het BI en de Nederlandse regering in Londen. De Zendgroep Barbara verzorgde het radiocontact ten behoeve van de Ordedienst. De Zendgroep BI-Radiodienst verzorgde het radiocontact ten behoeve van de Raad van Verzet. De lokale radiotelegrafisten van de Radiodienst van de Raad van Verzet waren hen hierbij behulpzaam. De Zendgroep Vuurtoren verzorgde het radiocontact ten behoeve van de spionagegroep Albrecht en de Groep Packard. De Zendgroep Oost verzorgde het radiocontact ten behoeve van de Raad van Verzet en de samenwerkende verzetsgroepen in Twente en Overijssel. De Zendgroep Oost was samengesteld uit medewerkers van de Radiodienst van de Raad van Verzet.
De radioverbindingen met Londen en Eindhoven Het radiocontact met het BI in Londen geschiedde via de operator van het BI. De operator zat in een verkenningsvliegtuig van de RAF dat boven de Biesbosch en de Noordzee cirkelde. Na de bevrijding van Eindhoven vestigde luitenant-kolonel Somer zich op 19 september 1944, met majoor Charles van Houten en een gedeelte van de staf van het BI, in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Zodoende werden de contacten met Prins Bernhard, het Militair Gezag (1944-1946) en de OD geïntensiveerd. Majoor C.Fock bleef met het overgebleven gedeelte van de staf in Londen achter. Vanaf dat moment waren er binnen het BI twee soorten verbindingen. Er was sprake van een binnenlands communicatienet ten behoeve van de militaire berichtgeving naar het BI in Eindhoven, en er bestond een mogelijkheid om telegrammen, de zogenaamde economische en politieke berichtgeving, in de richting van het BI en de Nederlandse regering in Londen te verzenden. Het verkenningsvliegtuig van de RAF met de operator van het BI cirkelde vanaf dat moment ook boven het zuiden van Nederland. Als dienstdoende operators traden op; kapitein Gijs de Jong en eerste luitenant Piet Gerbrands.
Binnenlands radionet Vanaf Eindhoven was rechtstreeks radiocontact met het hoofdkwartier van de OD in Amsterdam. Het BI in Eindhoven maakte gebruik van de oude radioverbindingen van het binnenlands radionet van de OD. Het BI was evenzo in staat om vanuit Eindhoven een verbinding te onderhouden via de binnenlandse radionetten van de Radiodienst van de Raad van Verzet, de OD en in mindere mate met de Landelijke Knokploegen (LKP). Aan het einde van de oorlog werden de verbindingsmogelijkheden uitgebreid met het telefoonnet van de Provinciale Elektriciteitscentrales en het telefoonnet van de Nederlandse Spoorwegen (NS). Het telefoonnet van de NS was vooral belangrijk voor het uitschakelen van het Duitse militaire spoorwegvervoer.
Vanaf het moment dat de bevrijding van Eindhoven een feit was werden de binnenlandse radionetten van de OD en van de Radiodienst van de Raad van Verzet uitgebreid. Nieuwe of gerepareerde zenders werden naar het noorden van Nederland getransporteerd. Daarnaast werden vanuit Engeland zenders boven bezet Nederland gedropt. De bediening van de radio zendontvangers vond plaats door radiotelegrafisten van de diverse verzetsorganisaties. Het waren meestal marconisten die voor de oorlog bij de KLM en de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd hadden gewerkt. Alle binnenkomende gegevens bij het BI in Eindhoven werden door militaire koeriers naar de staf van het Britse 2e Leger, in Brussel gebracht. In Eindhoven was bij het BI de inlichtingendienst van het Canadese 1e Leger gehuisvest. De Canadezen verwerkten zelf de militaire berichten voor hun leger. Als gevolg van de gewijzigde situatie kregen de agenten die voor het BI, in bezet Nederland werkzaam waren, de opdracht om seinposten in te richten ten noorden van de IJssellinie om het Nederlands verzet te coördineren en van radioverbindingen te voorzien.
Opleiding van de agenten Zoals alle Engelandvaarders die in Londen aankwamen, werden de aspirant-agenten in de Royal Victoria Patriotic School door de Britse Security Service (MI-5) gescreend. Daarna volgde een verhoor bij een Nederlandse dienst; aanvankelijk bij de Centrale Inlichtingendienst (CID) en na de reorganisatie van deze dienst, in de loop van 1942, bij de Politie-Buitendienst (PBD). Na vrijgave door de MI-5 en de PBD verbleven de agenten tijdelijk op de Oranjehaven.Hyde Park Place 23, London WI De agenten die de agenten-opleiding volgden verbleven in Huize Anna, dat was ondergebracht in het Engelse buitenhuis Glenlea, in Dulwich. Kapitein Gijs de Jong was als verbindingsofficier verantwoordelijk voor de begeleiding van de aspirant-agenten.
Staf Bureau Inlichtingen De staf van het Bureau Inlichtingen bestond uit: majoor Somer (hoofd BI), kapitein Gijs de Jong (verbindingsofficier), Lydia de Jong-van den Broek (secretaresse), kapitein R.E. Sanders (administratie), mevrouw Robinson (archief), Vera Barber (telefoniste/typiste) en mevrouw Willar (Hoofd Huishoudelijke Dienst). De overige stafleden zoals: majoor H.G.Broekman, majoor C.Fock, majoor Charles van Houten en kapitein Leen Pot waren de verbindingsofficieren tussen het BI, de Nederlandse regering in Londen, het Bureau Bijzondere Opdrachten (BBO), de Britse Special Operations Executive (SOE) en de Britse Secret Intelligence Service (SIS).
De kaderleden tijdens de opleiding waren: captain Charles Seymour (chef Dutch section), commander D.W. Child (training agenten-opleiding), captain Dulling, eerste luitenant Dixon (liaison-officer) en eerste luitenant Henry Druce (para-instructeur).
Opleiding radiotelegrafie