thumb|De Azteekse zonnegod Tonatiuh thumb|Een man toont zijn god (of voorouder) van aardewerk die spreekt, Bauchi, Nigeria, 1970-1973. thumb|Diagram met de namen van God uit de Oedipus Aegyptiacus, zeventiende eeuw thumb|Adonai thumb|God als architect, Weense Bible Moralisée, dertiende eeuw thumb|Godsbeeld, foto genomen tijdens Tibetexpeditie in 1938
Een god of godheid (geslachtsneutraal; vrouwelijk godin) is een hypothetische, bovennatuurlijke entiteit, die door gelovigen als machtig, bovenmenselijk wezen wordt aanbeden en verantwoordelijk wordt geacht voor (bepaalde aspecten van) de werkelijkheid. Goden kunnen geacht worden te leven op aarde, met name in de natuur, alsook in de hemel of in de onderwereld. Het geloof in een God, of in meerdere goden tegelijk, is wijd verbreid. De monotheïstische religies, met name het jodendom, christendom en de islam, erkennen slechts één god. In polytheïstische religies, zoals de Noordse of Germaanse mythologie en het hindoeïsme, zijn er vele (klassen van) goden (in India ook wel deva's genoemd, en in West- en Noordwest-Europa Asen, Alven en Wanen). Vaak zijn zulke goden verbonden door een mythologische genealogie. Het hindoeïsme is daarbij een voorbeeld waar goden als incarnaties van elkaar gelden, zodat een veelgodenverering samen kan gaan met één, universeel goddelijk principe dat zich in alle goden manifesteert. De empirische wetenschap houdt zich niet bezig met de vraag naar het bestaan van goden, omdat de metafysica buiten haar domein valt en het daarom niet-overlappende magisteria (NOMA) zouden zijnDe stelling dat wetenschap en religie verschillende levensterreinen bestrijken, en in feite niets met elkaar te maken hebben, werd geponeerd door Stephen Jay Gould, in zijn artikel Non-Overlapping Magisteria (1997) en in zijn boek Rocks of Ages (1999). Weerwoord kwam er van de radicaal-atheïstische Richard Dawkins in diens artikel When Religion Steps on Science's Turf (1998) en opnieuw in zijn boek God als misvatting (2006).. In de filosofie en de theologie wordt hierover wel gedebatteerd.
Binnen de christelijke theologie en filosofie put men zich doorgaans niet uit in definities van God, maar is het onderscheid tussen immanentie en transcendentie wel van elementair belang. Dat geldt ook voor het onderscheid tussen 'positieve theologie', die stellige ('positieve') uitspraken doet over wie en wat God is, en 'negatieve theologie', die uitgaat van de onkenbaarheid van God, en alleen uitspraken wil doen over wie en wat God niét is.
Een god van de gaten is een godsconcept dat slechts wordt toegepast ter verklaring van (nog) niet verklaarde verschijnselen. In dit verband wordt wel gesproken van een (niet-menselijke) intelligente ontwerper. Spinoza definieerde in de filosofie van zijn boek Ethica (1678) God radicaal anders, namelijk als het systeem van het heelal inclusief alle materie en bewustzijn.
Etymologie In etymologisch opzicht zijn het woord god en zijn cognaten in andere talen (in geschreven vorm identiek aan het Engels, Gott in het Duits enz. in andere Germaanse talen) naar alle waarschijnlijkheid terug te voeren op een Indo-Europese wortel *ghu-tó (= het aangeroepene). Ook wordt het wel in verband gebracht met een werkwoord dat gieten of offeren betekende.
Er is een parallel met het Oudperzische woord 'Khoda' ('God'); van belang is ook de achtergrond in het Sanskriet: het woord 'hu' betekent (onder meer) 'aanroepen'.
Geloofsopvattingen over het wezen van God en goden Theologie houdt zich o.a. bezig met de studie van het wezen van de godheid. Enerzijds trachten theologen die wezenskenmerken expliciet te maken, soms zelfs te systematiseren. Anderzijds probeert men soms een persoonlijke godservaring te vangen in een theologisch of filosofisch systeem. Over het algemeen echter hebben veel theologische systemen gemeen dat ze beginnen met de notie van 'God' of 'god(en)'.
Opsomming van theologische posities De verschillende theologische opvattingen zijn te groeperen en te classificeren naargelang hun positie betreffende drie fundamentele zaken: "bestaat God of bestaan goden? En zo ja, wat is hun belang of plaats in de religie?" "is God louter enkelvoudig of bestaan er meerdere goden?" "is God transcendent of immanent dan wel beide?" De antwoorden op deze drie vragen reflecteren en impliceren de verschillende posities aangaande de relatie tussen God/god(en) en de wereld enerzijds en tussen God/god(en) en de mensheid anderzijds.¨ Agnosticisme is de visie dat we nooit met zekerheid kunnen weten of er al of niet een God of goden bestaan. Animisme is het geloof dat er geesten bestaan, die dieren, planten, landobjecten en dergelijke bezielen. Dit geloof komt over de hele wereld voor, soms in combinatie met het praktiseren van een van de grote religies, waardoor een gesyncretiseerde vorm van oude animistische tradities en de nieuwere godsdienst ontstaat. Atheïsme is de opvatting dat er geen God of goden bestaan. Deze opvatting wordt op verschillende wijzen geformuleerd. Deïsme is het geloof dat God volkomen transcendent is: God bestaat, maar behalve voor wat nodig was om de schepping tot stand te brengen grijpt Hij niet in de wereld in. Dualisme (waaronder manicheïsme), is het geloof dat er zowel een volmaakt goede God is als een tegengestelde godheid van het kwaad met evenveel macht, of dat er een dergelijke tweedeling bestaat in de wereld als geheel of binnen de menselijke ziel. Henotheïsme is een variant op het polytheïsme. Het zegt dat er vele goden zijn, maar dat een daarvan de allerhoogste is, dat de andere slechts ondergeschikt zijn en niet hetzelfde niveau van 'god-zijn' hebben. Sommige vormen van het klassieke Griekse en Romeinse polytheïsme vallen onder deze categorie, zie Griekse mythologie en Romeinse mythologie. De Noordse mythologie, met haar oppergod Odin, waaraan alle andere goden ondergeschikt zijn, valt eveneens onder het henotheïsme. Bij de Azteken was er een henotheïstische stroming met Tloque Nahuaque. Ietsisme is de moderne overtuiging dat er 'íets' is, maar dat hoeft geen god te zijn. Logisch positivisme is de opvatting dat het woord 'god' op zichzelf betekenisloos is. Monolatrisme is een bepaalde vorm van henotheïsme. De aanhangers ervan geloven in het bestaan van vele goden, maar ook dat deze goden hun macht alleen kunnen uitoefenen bij of voor degenen die hen aanbidden. Een monolatrist zou dus kunnen geloven in zowel de Egyptische goden als in de God die in de joodse Thora, de christelijke Bijbel of de islamitische Koran beschreven wordt, maar zal zichzelf slechts tot een van deze religies rekenen. De god of goden die zij aanbidden hebben invloed op hun leven; de andere god of goden niet. Monotheïsme is het geloof in één godheid. Namen voor deze godheid in diverse religies en talen zijn JHWH, God, Gott, Deo, Allah, Jumala, Bog en Brahma. Men hoeft geen christen te zijn om deze godheid God te noemen. Het monotheïsme moet niet verward worden met het zogenaamde "klassiek monotheïsme" waarbij extra eisen gesteld worden, zoals de eis dat deze ene godheid maar op één manier aanbeden of gerealiseerd kan worden. Non-theïstische religies stellen het bestaan van een god of goden niet centraal in de religieuze beleving. Het taoïsme, het boeddhisme en Advaita Vedanta (een filosofische richting binnen het hindoeïsme) zijn voorbeelden van non-theïstische religies. Non-theïstische religies dienen niet verward te worden met het atheïsme. Non-theïstische religies zijn niet tegen goden en kunnen het bestaan van goden bevestigen. Goden nemen echter wel een minder dominante plaats in, in de leer; ze zijn ondergeschikt aan concepten als bijvoorbeeld de tao, verlichting of non-dualisme. Pantheïsme is het geloof dat God volkomen immanent is; kort gezegd: dat de kosmos, het universum zelf, God is. Panentheïsme is het geloof dat God het universum bevat (immanentie), maar niet identiek is aan dat universum en het ook overstijgt (transcendentie). De kabbala, de joodse mystiek, geeft een panentheïstische kijk op het wezen van God; deze visie wordt in het chassidische jodendom vrij algemeen geaccepteerd. Ook christelijke en islamitische mystieke stromingen zijn vaak onder deze noemer te scharen. Verder is het de visie van de procestheologie en van de christelijke beweging die in de VS bekend is als de 'Creation Spirituality'. Ook de hindoegodsdiensten hebben grotendeels een panentheïstische visie op het wezen van God. Polytheïsme is het geloof in het bestaan van vele goden. Men noemt het daarom ook wel 'veelgodendom'. Polytheïsme wordt vooral aangetroffen bij natuurgodsdiensten. Theïsme is het geloof dat God zowel transcendent als immanent is; God is dus tegelijkertijd oneindig en ver boven de mensen verheven, maar tegelijkertijd in zekere zin aanwezig in de wereld en in het wereldgebeuren. Sommige mensen gebruiken het woord 'monotheïsme' om te refereren aan het geloof in een enkele God/god en gebruiken 'theïsme' om elk geloof in God/god(en) aan te duiden, dus zowel monotheïsme als polytheïsme. Veel theïsten en monotheïsten geloven behalve in God als Opperwezen ook in het bestaan van andere, minder machtige onsterfelijke wezens, maar geven hen andere namen, zoals engelen, demonen of halfgoden.
Mannelijke, vrouwelijke en hermafrodiete goden Door de geschiedenis heen is er een schommelend aantal mannelijke dan wel vrouwelijke goden, sommige zijn zelfs tweeslachtig of onzijdig. De Romeinen waren ook op dat punt uiterst tolerant, zolang de openbare orde maar niet werd geschaad.
Uit de mythologische verhalen en afbeeldingen van de oudste religies kan men nagaan dat machtige goden en zelfs het opperwezen als tweeslachtig of hermafrodiet werden beschouwd. Zo zijn er beelden van Indische goden met een uiterlijk dat zowel mannelijk als vrouwelijk kan worden gezien. Er is zelfs een shivabeeld waar de god letterlijk een vrouwelijke en een mannelijke helft vertoont, maar in het hindoeïsme zijn alle goden uiteindelijk incarnatie van één universele godheid. Sinds de Klassieke Oudheid is het dominante model in het echte veelgodendom dat goden 'trias'-groepen vormen: een ouderpaar met kroost.
Ook de oude religie die in het noordwesten van Europa voor de kerstening gold, spreekt van hermafrodiete entiteiten die aan de schepping voorafgingen en heeft goden die hetzij zowel mannelijk als vrouwelijk zijn, hetzij in paarvorm voorkomen. Zo is er bijvoorbeeld de oude cultus van de vruchtbaarheidsgod Freyr, wiens vrouwelijke kant Freya heet.
Dierlijke, menselijke, abstracte en gelijkgestelde godsbeelden Wanneer godheden worden voorgesteld als en/of gelijkgesteld met bepaalde diersoorten, waarmee ze geacht worden eigenschappen te delen, spreekt men van zoömorfisme. Wanneer goden voorgesteld worden als (super)mensen spreekt men van antropomorfisme. Beide zijn courant in het polytheïsme, en kunnen gecombineerd worden, zoals oud-Egyptische goden vaak een mensenlichaam met dierenhoofd hadden.
Binnen het pantheon van één religie kunnen godheden meerdere gedaanten hebben, niet enkel door zich te 'vermommen' als mens of dier, maar zelfs doordat de ene als incarnatie van de andere geldt. In het hindoeïsme zijn zelfs alle godheden uiteindelijk incarnaties van de originele godheid.
Verder kwam het vaak voor dat al dan niet verwante culturen met een vergelijkbaar polytheïsme eigen godheden gelijkschakelden met min of meer overeenkomstige uit ander pantheons. Dat gebeurde op grote schaal in de culturen van het hellenisme, vooral tussen Grieken en Romeinen, die voor de meeste goden equivalenties kenden.
Godsbegrip in verschillende culturen Doorheen de tijd en verspreid over de hele wereld zijn min of meer van elkaar verschillende godsbegrippen opgedoken. Tegelijk dragen die een overeenkomstige kern in zich, het geloof in bovennatuurlijke wezens, anders dan mens en dier.
Hindoeïstisch godsbegrip