Philip David Charles (Phil) Collins (Chiswick (Londen), 30 januari 1951) is een Brits popmuzikant. Hij werd bekend als drummer en leadzanger van de progressieve-rockband Genesis, won als soloartiest verscheidene Grammy's en een Academy Award en had eveneens een succesvolle carrière als acteur.

Zijn singles, die vaak over verloren liefdes gaan, varieerden van het met drums beladen In the Air Tonight, tot het dance-popnummer Sussudio en de politieke opvattingen van zijn succesvolle nummer Another Day in Paradise. Zijn internationale populariteit veranderde Genesis van een progressieve-rockband met een relatief kleine groep fans tot een van de grootste rockbands aller tijden met een vertrouwde naam binnen de hitlijsten.

Bij Genesis begon hij in eerste instantie alleen met drummen en was hij achtergrondzanger voor leadzanger Peter Gabriel. Pas in 1975, toen Gabriel de band verliet, werd Collins hoofdzanger van Genesis. Tegen het einde van de jaren zeventig was met de hit Follow You Follow Me de drastische verandering ten opzichte van de vroege jaren duidelijk en bleek dat de band goed zonder Gabriel kon. Zijn solocarrière, die flink beïnvloed is door zijn privéleven, brachten hem en Genesis tot een commercieel succes. Volgens Atlantic Records was Collins' totale wereldwijde afzet als een soloartiest in 2002 meer dan 100 miljoen albums. Dat maakt Collins de derde artiest, die zowel met een band als solo meer dan 100 miljoen albums heeft verkocht. Michael Jackson en Paul McCartney hebben dat eerder bereikt.

Collins werkte met veel artiesten samen, onder wie The Four Tops, George Harrison, Paul McCartney, Robert Plant, Eric Clapton, Frida van ABBA, Mike Oldfield, Sting, Brian Eno, Peter Gabriel, Led Zeppelin, Ozzy Osbourne, Queen, Laura Pausini, Lil' Kim, Philip Bailey, John Martyn en The Who.

Jeugd Collins groeide op in West-Londen, samen met zijn ouders, broer en zus. Al op jonge leeftijd ging hij naar een theaterschool en verwierf hij rollen in onder andere de musical Oliver!. Collins' hart lag echter meer bij de muziek. Op zijn vijfde begon hij met drummen. Collins' beroepscarrière begon als drummer in de obscure rockband Flaming Youth. In deze tijd speelde hij ook mee als percussionist op All Things Must Pass, het derde soloalbum van Beatle George Harrison. Zijn percussiewerk werd echter tot grote teleurstelling van Collins niet op het album gebruikt.

Genesis In 1970 beantwoordde de 19-jarige Collins een advertentie in het Engelse muziekblad Melody Maker, waarin werd gevraagd om een drummer. De advertentie werd geplaatst door de toenmalige manager van Genesis, met de toen nog onbekende Peter Gabriel als leadzanger. Tijdens de auditie werden verscheidene drummers beluisterd, maar er was er niet één die zoveel indruk maakt als de jonge Collins. Collins baarde opzien door zijn technische manier van spelen, of zoals Tony Banks, Genesis' toetsenist, ooit in een interview zei: "Toen Phil bij de band kwam, was hij de beste muzikant in de band."

Behalve dat hij de drums speelde, was Collins ook de leadzanger bij enkele Genesis-nummers zoals For Absent Friends van het album Nursery Cryme en More Fool Me van het album Selling England by the Pound. In ieder geval was hij tot 1975 vaste achtergrondzanger.

In 1975, na de tournee van het album The Lamb Lies Down on Broadway, besloot zanger Gabriel Genesis te verlaten. Na een vruchteloze intensieve speurtocht naar een nieuwe zanger besloot Collins zelf de rol van leadzanger op zich te nemen. Op de albums bleef hij ook drummen, maar voor de liveshows werd een nieuwe drummer gezocht. In 1976/1977 was dit Bill Bruford (Yes, King Crimson). Vanaf 1977, toen Bruford zich op andere dingen wilde richten, werd de drumkruk tijdens de live optredens ingenomen door Chester Thompson (Frank Zappa, Weather Report).

Het eerste album met Collins als leadzanger A Trick of the Tail was een groot succes. Van het album werden meer exemplaren verkocht dan van alle andere vroegere Genesis-albums samen. De band was commercieel het meest succesvol met Collins als zanger. In 1978 was daar dan ook de eerste wereldhit: Follow You Follow Me.

In de jaren zeventig speelde Collins ook drums bij jazzfusionband Brand X en speelde hij op albums van onder anderen Brian Eno, Robert Fripp en John Cale. In de jaren tachtig speelde Collins met onder meer Adam Ant, Eric Clapton, Howard Jones, Tears for Fears en Robert Plant.

Genesis in de jaren tachtig en negentig In de jaren tachtig veranderde Genesis van een progressieve-rockband naar een ruimer muzikaal georiënteerde band. Ze waren toen al lang niet meer in één muzikaal genre onder te brengen. Met Collins als leadzanger zorgde Genesis voor een lange rij van succesvolle albums en singles, zoals het album Invisible Touch uit 1986, dat voor Genesis het eerste nummer 1-album in Engeland was. De groep ontving datzelfde jaar ook een MTV Video of the Year-award voor de video van de hitsingle Land of Confusion.

Na een enorme wereldtournee in 1992 en 1993 als vervolg op het album We Can't Dance, zei Collins in 1993 Genesis vaarwel. Collins wilde zich meer richten op zijn solocarrière en vond dat hij dat niet langer kon combineren met zijn rol in Genesis.

Toch kwam Collins in 1999 nog een keer samen met zijn oude Genesis-bandleden Peter Gabriel, Tony Banks, Mike Rutherford en Steve Hackett om het nummer Carpet Crawlers opnieuw op te nemen voor de hitcompilatie: Turn It On Again...The Hits.

Solo Face Value en Hello, I Must Be Going! In 1981 startte Collins zijn solocarrière met het album Face Value, een album dat tot vijf jaar na verschijnen in de albumparades bleef opduiken. De nummers die later Face Value zouden worden vond Collins te persoonlijk om te gebruiken voor Genesis, veel gaan over de scheiding van zijn eerste vrouw in 1978, en ze verdwijnen aanvankelijk in de koelkast. Maar nadat Atlantic Records-baas Ahmet Ertegün de nummers heeft gehoord, biedt hij Collins meteen een contract aan. De eerste single van het album In the Air Tonight wordt een grote hit over de hele wereld en opeens is Collins behalve leadzanger van Genesis ook een succesvol soloartiest.

Collins gaat door met zowel Genesis als zijn solocarrière en brengt in 1982 zijn tweede soloalbum uit: Hello, I Must Be Going! De single van dit album, een cover van The Supremes-hit You Can't Hurry Love wordt een wereldwijd succes. Ook het album zelf wordt veel verkocht. In 1982 en 1983 gaat hij voor het eerst als soloartiest op wereldtournee. Zijn allereerste soloconcert vond plaats in het Congrescentrum in Den Haag.

In 1982 produceert, drumt en zingt hij mee op Something's Going On, het eerste soloalbum van Anni-Frid Lyngstad, beter bekend van de Zweedse popgroep ABBA. In 1984 wordt Collins gevraagd een nummer te schrijven voor de film Against All Odds. Collins heeft nog een ongebruikt nummer van de Face Value-sessies en besluit dit te gebruiken voor de film. Met Against All Odds (Take a Look at Me Now) heeft Collins een nieuwe wereldhit en een Oscarnominatie te pakken.

No Jacket Required In 1985 komt Collins' succesvolste soloalbum tot dan toe uit: No Jacket Required. Met een lange reeks top 10-singles, waaronder Sussudio, Don't Lose My Number, Take Me Home en One More Night, en verscheidene Grammy's is Collins een van de grootste wereldsterren van de jaren tachtig. Ook zijn duet met Earth, Wind & Fire-zanger Philip Bailey, Easy Lover, is wereldwijd een hit. In 1985 gaat Collins wederom op wereldtournee en speelt hij voor miljoenen fans tijdens de No Jacket Required World Tour....No Ticket Required!

Live Aid In datzelfde jaar treedt Collins tijdens Live Aid niet alleen op in het Wembley stadion in Engeland, maar ook in Philadelphia met Led Zeppelin en Eric Clapton. Hij was per Concorde naar Philadelphia gevlogen, zodat hij dezelfde dag nogmaals het podium op kon.

In de periode van 1986 tot en met 1989 maakte Collins samen met toetsenist Greg Phillinganes en bassist Nathan East tijdens enkele tournees deel uit van de tourband van Eric Clapton.

In 1988 pakt Collins het acteren weer op, als hij de hoofdrol speelt in de film Buster, een film over Buster Edwards, een van de overvallers tijdens de grote treinroof in Londen begin jaren zestig. Zijn muziek voor de film, de cover A Groovy Kind of Love en Two Hearts, dat Collins samen met Motown-schrijver Lamont Dozier schreef, worden wereldhits. Ook speelde Collins in de serie Miami Vice.

...But Seriously In 1989 kwam ...But Seriously uit, een album vol nummers over de problemen in de wereld. Van honger en racisme tot oorlog, maar ook enkele zeer persoonlijke nummers over de band met zijn vader, zijn eigen zoon en zijn mislukte huwelijk. Ook dit album breekt weer alle verkooprecords. De single Another Day in Paradise wordt al gauw door vele daklozenorganisaties over de hele wereld gebruikt. Collins vraagt daklozen te helpen door tijdens elk concert geld op te halen voor een plaatselijke daklozenorganisatie. Het geld dat wordt opgehaald verdubbelt hij.

Collins maakte zich in die periode niet geliefd bij de merchandisingbedrijven, door bij ieder concert aan het publiek te vertellen vooral geen Phil Collins-T-shirts of andere merchandising te kopen omdat hij toch al "enough fucking money" heeft. Het geld is beter bestemd in de collectebussen voor de daklozen.

Het album ...But Seriously won een Grammy Award voor Record of the Year en in 1990 begon Collins' derde solotournee, de Serious Tour met als resultaat de cd Serious Hits... Live! en de video/dvd Serious Hits Live in Berlin!

Both Sides In 1993, toen Collins Genesis inmiddels had verlaten en de hoofdrol had gespeeld in Frauds, kwam Collins' vijfde soloalbum uit: Both Sides. Dit keer geen upbeatnummers met veel blazers, maar juist rustige zeer persoonlijke en vaak hartverscheurende nummers. Het album was geïnspireerd op zijn slechte huwelijk, Collins heeft het hele album zelf opgenomen. Hij schreef alle nummers alleen, speelde alle instrumenten en produceerde het zelf. Het is een van zijn meest persoonlijke albums.

Alhoewel het album wereldwijd de nummer 1-positie in de albumlijsten behaalde, werden er niet zo veel van verkocht als van de albums daarvoor. Collins zei in interviews, dat hij niet meer echt thuishoorde in de muziekwereld, maar toch ging hij met de muziek van dit album en van het album daarvoor op tournee. Het werd de grootste tournee tot dat moment.

In 1994 en 1995 speelde Collins met de Both Sides World Tour op alle continenten. In twee jaar tijd speelde Collins voor miljoenen mensen over de hele wereld.

Dance into the Light In 1996 kwam Dance into the Light uit. Collins heeft het geluk hervonden in de liefde en dat is te horen. Met onder andere een cover van Bob Dylans The Times They Are a-Changin' en het vrolijke Wear My Hat, met in de videoclip een gastoptreden van Danny DeVito, doet dit album weer denken aan de lichte muziek van Collins rond de tijd van No Jacket Required. Het succes is niet hetzelfde.

In 1997 toerde Collins met de Dance into the Light... A Trip into the Light World Tour over de wereld. Voor het eerst speelde Collins niet vanaf een normaal podium, maar op een rond podium geplaatst in het midden van de zaal. Dit houdt in dat de gehele band gedurende het concert in beweging moest blijven om voor iedereen even goed zichtbaar te kunnen zijn.

The Phil Collins Big Band