Amsterdam is sinds 1808 de hoofdstad van Nederland en vanaf 1815 de hoofdstad van het Koninkrijk der Nederlanden. De stad ligt aan het IJ, het Noordzeekanaal en de monding van de Amstel in de gelijknamige gemeente Amsterdam in de provincie Noord-Holland. De gemeente Amsterdam is in Nederland de gemeente met de meeste inwoners ( op ).

Amsterdam dankt zijn naam aan de ligging bij een in de 13e eeuw aangelegde dam in de Amstel. De stad wordt in het Amsterdams dialect ook Mokum genoemd, een bijnaam afkomstig uit het Jiddisch. De plaats kreeg kort na 1300 stadsrechten, werd in 1345 door het Mirakel van Amsterdam een pelgrimsoord en was in de Gouden Eeuw een van de belangrijkste haven- en handelssteden ter wereld. Een toestroom van buitenlanders uit vooral de Zuidelijke Nederlanden, Duitsland en de Scandinavische landen leidde vanaf het eind van de 16e eeuw tot stadsuitbreidingen, waaronder de laatste grachten van de fortificatie die bekendstaat als de grachtengordel en in 2010 werd toegevoegd aan de Werelderfgoedlijst.

Beroemde bezienswaardigheden in Amsterdam zijn de grachtengordel, het Rijksmuseum – bekend om de rijke collectie aan schilderkunst uit de Gouden Eeuw, het Van Gogh Museum en het Anne Frank Huis. Ook de Wallen en de coffeeshops zijn Amsterdamse trekpleisters. Amsterdam telt twee universiteiten en meerdere hogescholen.

Geschiedenis

De bewoningsgeschiedenis van de plek waar nu Amsterdam is begint ruim 4.600 jaar geleden, aan het eind van de Nieuwe Steentijd. Opgravingen uit de periode 2005-2009 onder Damrak en Rokin brachten gebruiksvoorwerpen en botten van gebruiksdieren uit die periode aan het licht.Amsterdam was al in de steentijd bewoond isgeschiedenis.nl

Omstreeks het jaar 1000 (ten tijde van de Grote Ontginning) werd het moerassige gebied, toen Aemestelle genoemd, vanuit de Utrechtse regio ontgonnen. Vanaf verschillende bestaande veenstromen werden aan weerszijden afwateringssloten gegraven en ontstond een boerengemeenschap van landontginners, zoals ook elders in het veengebied tussen het Gooi en de Hollandse duinen. Toen het veen als gevolg van ontwatering begon in te klinken, moesten dijken worden aangelegd om het inmiddels lager gelegen land tegen het water te beschermen.Amsterdam 200 jaar ouder dan aangenomen NU.nl, 22 oktober 2008

Na het ontstaan van de Zuiderzee na een reeks stormvloeden in de 11e en 12e eeuw ontstond de brede zeearm het IJ, waarin de Amstel uitmondde. Dit was een gunstige conditie voor het ontstaan en de groei van de latere stad Amsterdam. Door het opdringen van het zeewater kwamen er ook steeds meer overstromingen. In de 13e eeuw leidde dit tot aanleg van dijken langs de Zuiderzee en het IJ, zoals de Spaarndammerdijk en Diemerzeedijk. Nabij de monding van de Amstel werd waarschijnlijk tussen 1250 en 1275 een dam met sluizen aangelegd, waar Amsterdam zijn huidige naam aan ontleent.: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, blz. 18. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1994 Het deel van de rivier buitengaats, het Damrak, was het begin van de Amsterdamse haven. De rivier aan de andere kant van de Dam werd, deels drooggelegd, het Rokin. Begin 20e eeuw zijn restanten van die dam aangetroffen op de plek tussen het Nationaal Monument en het gebouw van De Bijenkorf.

links|miniatuur|De Oude Kerk is het oudste nog bestaande gebouw van de stad

De oudste vermelding van Amsterdam is in een document van 27 oktober 1275, waarin graaf Floris V de bewoners van 'Amstelredamme' tolvrijheid verleent. Over de precieze datum waarop Amsterdam stadsrechten verkreeg is onzekerheid. Een van de mogelijkheden is dat de Utrechtse bisschop Guy van Avesnes de plaats in 1300-1301 stadsrechten heeft verleend, dit omdat hij in een handvest uit die tijd spreekt over 'onsen poiteren van Aemstelredamme' (Onze poorters van Amsterdam). Hij noemt de burgers expliciet 'poorters', hetgeen erop wijst dat er stadsrechten waren vergeven. Doch over het exacte tijdstip van de toekenning is weinig meer te zeggen dan dat het tijdstip rond of kort na 1300 ligt.: Een kleine geschiedenis van Amsterdam, blz. 19 en 20. Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 1994

In 1342 kreeg Amsterdam een nieuw stadsrecht van de Hollandse graaf Willem IV.'Amsterdam, een geschiedenis', Amsterdam; 2011, pagina 29 - 'Geschiedenis van Amsterdam, Een stad uit het niets', Amsterdam; 2004, pagina 71. Spoedig daarna volgde de tol op bier. De contacten rond de bierhandel met Hamburg waren de springplank voor de Oostzeehandel en het begin van Amsterdam als handelsstad. In de 15e eeuw was Amsterdam uitgegroeid tot de belangrijkste handelsstad van Holland. Toen de stad verder uitbreidde werden ringvormige grachten gegraven, ter verdediging en voor de waterhuishouding. De huizen werden op een fundering van lange houten palen gebouwd die op de zandlaag onder de drassige bodemlaag steunden. Het gebruik van hout als bouwmateriaal maakte de stad gedurende de middeleeuwen kwetsbaar voor stadsbranden. In 1421 werd hierdoor een derde en in 1452 zelfs driekwart van de stad verwoest. In 1597 en 1679 woedden er in Amsterdam wat kleinere branden.Europeana.eu: Het blussen van de zware brand aan de Elandsgracht, 1679

De stad kreeg al snel een traditie van burgerlijk bestuur, met een belangrijke rol voor de vroedschap: een college van vooraanstaande burgers die de meeste bestuurders benoemden.

Het stadsbestuur sloot zich in 1578 aan bij de opstand tegen Spanje (Alteratie), vooral vanwege handelsbelangen. Na de inname van Antwerpen door de Spanjaarden in 1585 kwamen veel inwoners van de Zuidelijke Nederlanden, met hun handelsnetwerk, naar Amsterdam. Naast vele andere factoren speelden hun komst en die van Portugese Joden een belangrijke rol in wat de Gouden Eeuw van Amsterdam en Holland wordt genoemd.

De bevolking van Amsterdam nam in die periode snel toe door een explosieve toestroom van buitenlanders. Omstreeks 1570 telde Amsterdam minder dan 30.000 inwoners, in 1622 was hun aantal gegroeid tot ruim 100.000. Tegen het einde van de 17e eeuw overschreed het inwonertal de 200.000 en behoorde Amsterdam met Londen, Napels en Parijs tot de grootste steden in Europa. De bevolkingsgroei maakte een grootschalige uitbreiding van de stad noodzakelijk, waaraan de concentrische grachtengordel met zijn koopmanshuizen en pakhuizen te danken is.

Daarna zwakte de groei van de stad af en omstreeks 1680 kwam een einde aan de bouwactiviteiten. Aan de oostkant van de Amstel was een overvloed aan bouwrijpe grond beschikbaar. Kavels werden uitgegeven aan liefdadigheidsinstellingen en de Plantage werd bestemd als wandelpark. Vanaf halverwege de 18e eeuw daalde het inwoneraantal weer, om circa 1815 een dieptepunt te bereiken met circa 140.000 inwoners.

In de 19e eeuw was er een langzaam herstel en na 1850 begon Amsterdam zich uit te breiden buiten de 17e-eeuwse Singelgracht. In 1825 kwam met het nieuw-gegraven Noordhollandsch Kanaal de waterverbinding met Den Helder tot stand. In 1839 werd het traject Amsterdam – Haarlem geopend als eerste spoorweg van Nederland. Sinds 1876 is het Noordzeekanaal de rechtstreekse verbinding tussen de Amsterdamse haven en de sluizen bij IJmuiden die toegang geven tot de Noordzee.

miniatuur|links|Polygoonjournaal uit 1930 over de geboorte van de 750.000ste Amsterdammer. miniatuur|links|Plankaart van het Algemeen Uitbreidingsplan uit 1935.

Met het aanbreken van de industriële revolutie begon een nieuwe periode van expansie. Vernieuwing van de handel, nieuwe industrie en een bevolkingsexplosie die opgevangen werd in de 19e-eeuwse gordel. De bevolking verdubbelde van circa 250.000 omstreeks 1850 tot 510.000 in 1900.

De sociale misstanden waar de industriële revolutie mee gepaard ging maakten Amsterdam tot een centrum van de Nederlandse sociaaldemocratie en leidden tot grootschalige stadsuitbreidingen (Plan Zuid, Plan West en AUP). Tijdens de Grote Depressie in de jaren dertig werd het Amsterdamse Bos (Boschplan) aangelegd door werklozen. De verlaging van de steunuitkeringen van werklozen in 1934 leidde tot het Jordaanoproer, waarbij vijf doden vielen.

De Tweede Wereldoorlog kostte aan ongeveer 110.000 Amsterdammers het leven. Van de omvangrijke Joodse gemeenschap overleefde het merendeel, ongeveer 75.000 Joden, de bezettingstijd niet. De verzetsbeweging was in Amsterdam omvangrijk, en bracht groepen voort als Vrij Nederland en het kunstenaarsverzet met Gerrit van der Veen. Anne Frank dook in de stad onder en schreef er haar wereldberoemde dagboek. Ook de Hongerwinter eiste, zoals in heel West-Nederland, een hoge tol in de stad. De fysieke oorlogsschade bleef uiteindelijk beperkt in vergelijking met steden als Rotterdam en Den Haag. De meeste schade werd veroorzaakt in 1943 door de geallieerde bombardementen op Amsterdam-Noord, waarbij ruim 200 mensen omkwamen.

Na de oorlog werd het Algemeen Uitbreidingsplan grotendeels uitgevoerd, zo verrezen de Westelijke Tuinsteden en Buitenveldert. Ook Amsterdam-Noord onderging een grote uitbreiding. Ook werd als onderdeel van het AUP het Westelijk Havengebied aangelegd. Ook de bestaande stad veranderde: cityvormingsplannen in de jaren zestig en zeventig zorgden onder andere voor de aanleg van een metrolijn en de afbraak van grote delen van de oude Jodenbuurten en nieuwbouw. In 1966 heide burgemeester Ivo Samkalden in de polder Bijlmermeer de eerste paal voor de bouw van 5.000 woningen de grond in.

Ook het maatschappelijke gezicht van de stad veranderde in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig had een liberale houding van het stadsbestuur een vroege opkomst van homo-uitgaansgelegenheden mogelijk gemaakt, die later gevolgd werd door de maatschappelijke emancipatie van homoseksuelen, waardoor Amsterdam enkele decennia lang als de homohoofdstad van Europa gold.

links|thumb|Protesten van de bevolking tegen de metro-aanleg van de Oostlijn mondden in 1975 uit in de Nieuwmarktrellen. De grote hoeveelheid protesten en sociale bewegingen in de stad zorgde regelmatig voor rellen en opstanden. In het kielzog van de Parijse studenten-opstanden in de jaren zestig, ontstond in Amsterdam de kunstzinnige anarchistische Provobeweging, die tegen de autoriteiten streden met ludieke acties, zoals happenings rond Het Lieverdje (Spui), maar ook met het afsteken van een rookbom tijdens het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus in maart 1966. In juni van datzelfde jaar vond een bouwvakkersopstand plaats. Bij deze zogenoemde Telegraafrellen vielen een dode en tientallen gewonden, waarop de burgemeester en de hoofdcommissaris van politie moesten aftreden. Rellen braken ook uit op 25 augustus 1970 toen het slaapverbod bij het Nationaal Monument op de Dam inging. Drie dagen lang was het onrustig in de stad met her en der opstootjes, gewonden en vernielingen, waarbij een groep mariniers illegaal optrad tegen vooral alternatieve, langharige jongeren. Later zouden de jongeren en hippies niet meer op de Dam maar in het Vondelpark overnachten. Burgers en buurtbewoners kwamen grootschalig in verzet tegen gemeentelijke plannen voor afbraak van de voormalige Jodenbuurten met vervangende nieuwbouw boven de nieuw te bouwen metrolijn. Een grote demonstratie in 1975 mondde uit in de Nieuwmarktrellen.