De Honderd Scholen (bǎi jiā 百家) staat voor het gedachtegoed van de verschillende meesters en filosofen uit de pre-Qin periode, dus van vóór 220 v.Chr. en dan vooral de Periode van de Strijdende Staten (Zhànguó 戰國, 479-221 v Chr.). In die periode werd onder anderen geworsteld met de vraag hoe het land te besturen en hoe een goed leven te leiden. Of zoals de Nederlandse filosoof Karel van der Leeuw het verwoordt: "er werd een oplossing gezocht voor de anarchie der tijden”Van der Leeuw in: Bor 2003 p358)

"Vanwege de originaliteit en de diversiteit van de in deze periode ontwikkelde ideeën geldt de periode van de Strijdende Staten [..] als de meest creatieve fase van de Chinese wijsbegeerte", aldus de sinoloog Erik Zürcher.Zürcher (1995) in Jan Bor red. De verbeelding van het denken, Contact, p102

In de 8e eeuw v.Chr raakte de Zhou-dynastie ernstig verzwakt. Het gezag van de Zhou koningen nam af en dat van de leenmannen en adellijke families nam toe. Regionale heersers begonnen elkaar te bevechten en van de honderden leenstaatjes bleven er uiteindelijk nog zeven over. De heersers van die staten noemden zich vervolgens ook koning en streden in grootschalige oorlogen om de hegemonie: de periode van de strijdende staten.

De verandering in de politieke orde zorgde ervoor dat het eens vanzelfsprekende kennis- en gedachtegoed en de bestaande rituele praktijken hun gezaghebbende karakter verloren. De grote veranderingen op politiek en sociaal gebied in China vanaf de zesde eeuw v.Chr. leidden tot een nieuwe bezinning op het functioneren van mens, maatschappij en kosmos.Idema en Haft 2005 p77

Moderne wetenschappers hebben de periode van Honderd Scholen doorgaans beschreven als "de gouden eeuw van de Chinese filosofie". De traditionele beoordeling was minder positief: het opkomen van concurrerende filosofieën werd gezien als een achteruitgang van een vreedzame politieke en culturele eenheid die naar verluidt bestond tijdens de Westelijke Zhou-dynastie (1122-771 v.Chr.).Durrant 1986 p336

De Zhuangzi geeft dat helder aan:

Of zoals Ban Gu het vele eeuwen later verwoordde:

Gelukkig bracht de Han dynastie weer eenheid en orde, aldus Bang Gu.

De Pre-Han-teksten Er zijn verschillende bronnen uit de periode van de Strijdende Staten waarin een soort overzicht wordt gegeven van de verschillende 'filosofische stromingen'. Karel van der Leeuw noemt het ‘de vroege samenvattingen van het Chinese denken’.Karel van der leeuw (2019) Chinese filosofie, Boom p21) Kidder Smith spreekt over ‘een classificatie van rivaliserende denkers’.Smith 2003 p 131 Er zijn ten minste vijf van die bronnen te vinden: fragmenten uit de Lüshi chunqiu, Hanfeizi, Xunzi, Mencius en de Zhuangzi. Hieronder worden enkele van die fragmenten, namelijk die van Xunzi en Zhuangzi besproken.zie voor een bespreking van de overige fragmenten klassieke chinese teksten: baijia

De rivaliteit tussen de verschillende Meesters begon evenwel met Mozi. Die wierp de eerste steen.Denecke 2010 p34

Mozi De Mohisten waren een strikt georganiseerde en dogmatisch goed gedefinieerde organisatie, met een quasi-militaire commando- en controlesysteem. De Mohisten vielen de confucianisten, die veel zwakker waren georganiseerd, op een zeer krachtige manier aan hetgeen een tegen reactie van Mencius en Xúnzǐ uitlokte. Het is plausibel om te stellen dat deze aanval van de Mohisten heeft geleid tot een grotere cohesie onder de confucianisten dan voor die aanval. En de ironie is dat de Mohisten met de komst van de Han-dynastie praktisch van het toneel verdwenen, in tegenstelling tot de confucianisten.Harbsmeier 2012 p17)

Carine Defoort en Nicolas Standaert schetsen in hun boek Tien stellingen tegen Confucius de context.

Confucius kwam op voor een herstel van de traditie. In de woelige situatie van zijn tijd vond Confucius noch in zijn eigen staat, noch bij anderen gehoor met zijn pleidooi voor traditionele waarden. Maar de politieke desinteresse van de effectieve machthebbers was niet de enige opdoffer: hij kreeg ook tegenwind van andere denkers die geen heil zagen in een heropleving van de traditie. De eerste machtige tegenstem kwam van Mozi en diens volgelingen. Zij waren het oorlogsgeweld grondig beu en beschouwden de aristocratische cultuur, zowel de strijdende ridders als de zachtzinnige ritualisten, als oorzaak van alle ellende, en zeker niet als een oplossing ervoor. De mohisten vonden de confucianisten huichelachtig, inefficiënt, fatalistisch, wreed, onredelijk en immoreel. Ze klaagden de verspilling aan waarmee aristocratische rituelen gepaard gingen, de hypocrisie van traditionele gebruiken, de nefaste gevolgen van fatalisme, het nepotisme van de machthebbers, contradicties in de traditionele moraal, en de ellende van oorlogen. In de ogen van de mohistische ijverige ‘mieren’ zijn de confucianisten (ru) luie en spilzieke ‘krekels’: ze leven er maar op los, zonder te werken, tenzij om de schone schijn. Het is dan ook geen wonder dat ze ten slotte aan lagere wal geraken.

De Mozi verwoordt het aldus:

Xunzi In het hoofdstuk "Contra de twaalf meesters" (hoofdstuk 6, Fei shier zi 非十二子) bekritiseert Xunzi die meesters van wie hij de leer en invloed als gevaarlijk voor de samenleving beschouwde. Hiermee biedt hij een zeldzaam overzicht van stromingen in het denken van die tijd.Knoblock 1988 Xunzi vol 1 p212 Het zou het vroegste omvangrijke overzicht zijn van concurrerende ideologieën die bewaard is gebleven in het Chinese corpus.Smith 2003 p 134

Xunzi verdeelt de twaalf meesters in zes paren. Hij stelt dat hun theorieën de wereld verwarren met valse begrippen van goed en kwaad en van wat orde en wat anarchie veroorzaakt. De Chinese termen voor "goed" en "kwaad" (shi en fei) omvatten niet alleen het morele onderscheid, maar ook het epistemologische onderscheid tussen "wat het geval is" en "wat niet het geval is".

De twaalf meesters en de zes 'doctrines' zijn: Wei Mou en Tuo Xia Chen Zhong (Tian Zhong) en Shi Q Mo Di (Mozi) en Song Xing Shen Dao en Tian Pia Hui Shi en Deng X Zisi en Mencius

Na de gebreken van elk paar te hebben aangewezen, sluit Xunzi zijn analyse van elk paar af met een identieke waarschuwing:

Die waarschuwing geldt niet voor het laatste paar Zisi en Mencius. Daar waar de vorige posities besproken werden aan de hand van een vaste repititieve structuur, valt dat patroon hier plots weg. Zisi en Mengzi behoren net als Xunzi tot dezelfde groep, de Ru (confucianisten). We geven Xunzi's kritiek weer:

Aan het einde van het hoofdstuk heeft Xunzi het over drie groepen 'verachtelijke confucianisten': de confucianisten van de Zizhang-fractie, die van de Zixia-fractie en die van de Ziyou-fractie. Tegenover deze 'verachtelijke confucianisten' stelt hij elders Zhongni (Confucius) en Zigong - en niet Zisi en Mencius- als voorbeelden van 'grote confucianisten'.Dereu in Defoort 2003 p 26).

Eenheid in het denken en bestuur zal volgens Xunzi alleen worden bereikt wanneer ware confucianisten de leerstellingen van de twaalf heterodoxieën hebben buitengesloten. Net als bij Han Fei, geeft diversiteit alleen maar verval aan. Xunzi is niet geïnteresseerd in het samenbrengen van de verschillende inzichten ('a harmony of views').Smith 2003 p135

In hoofdstuk 21 Undoing Fixation (Jiebi 解蔽篇) kritiseert Xunzi opnieuw de verschillende scholen: Ze hebben allen een beperkte blik, ze zijn gefocust op maar één kant van de Weg (dao). Het is Confucius zelf die het geheel overziet.

Zhuangzi In een dialoog tussen Zhuang Zi en Hui Zi worden vijf scholen (jia) benoemd. Zhuang Zi stelt Hui Zi de volgende retorische vraag: "welke van de vier scholen, de confucianisten, de mohisten, de yangisten en de bingisten — en met uzelf, meester, erbij, zijn het er vijf — heeft nu uiteindelijk gelijk?Schipper 2007 hst 24-V p318 In diverse andere hoofdstukken benoemt hij de disputen tussen de confucianisten (ru) en de mohisten (mo). Disputen die hij zinloos acht. Uiteindelijk kan niemand door te bekvechten bepalen wie er gelijk heeft.

Hoofdstuk 33 van de Zhuangzi 'Alles onder de hemel' geeft een uitgebreid overzicht van de verschillende scholen (baijia). Paragraaf 33-IV geeft de volgende inleiding:

Vervolgens worden in de volgende zes paragrafen steeds enkele meesters besproken. Hun ideeën worden in het kort uiteengezet waarna de beperking wordt aangegeven. Uitzondering hierop is het koppel Laozi/Yin de grenswachter: "Grenswachter Yin! Oude Langoor! Jullie waren de allergrootste ware mensen uit de oudheid". En natuurlijk Zhuang Zi zelf: "In zijn creatieve werk en in zijn studie van de schepping heeft hij voor altijd geldige principes naar voren gebracht, en zijn benadering zal niet worden verworpen. Duister! Mysterieus! Niemand heeft hem nog volledig doorgrond".

De zes 'groepen' meesters zijn: Mo Di en Qin Huali [later gerekend tot de mohisten] Song Xing en Yin Wen Peng Meng, Tian Pian en Shen Dao [legalisten] Yin de Wachter van de Bergpas en Oude Langoor [Laozi] [taoisten] Zhuang Zi [taoisten] Hui Shi, Huan Duan en Gongsun Long [logici/sofisten]

De inleiding bij het koppel Mo Di en Qin Huali gaat als volgt:

We zien een belangrijke verschuiving in perspectief ten opzichte van die van Han Feizi en Xunzi. De Zhuangzi veronderstelt dat ieder van de scholen sterke punten heeft. Alleen zijn ze niet volledig en universeel (op Zhuang Zi zelf na dan, alleen is die voor ons te duister om volledig te kunnen begrijpen).

De teksten uit de Han-dynastie Huainanzi De Huainanzi, een tekst van de vroege Han-dynastietekst uit de 2e eeuw v.Chr. neemt het perspectief van de Zhuangzi over. In hoofdstuk 2.7 lezen we dat de bijdragen van de verschillende scholen te beschouwen zijn als de benodigde spaken van een wiel.

In hoofdstuk 11-3 staat het volgende:

Hoofdstuk 13.12 concludeert in een kort aforisme:

De zes scholen van Sima Tan In het nawoord van de Shiji uit de 1e eeuw v.Chr. is een essay opgenomen, 'De essentiële punten van de zes scholen' (Lun liujia zhi yaozhi 論六家之要指), afgekort Yaozhi (要指), dat is geschreven door Sima Tan 司馬談 (overleden 110 v.Chr). Hij is de vader van Sima Qian, die de Shiji heeft opgesteld. Hierin worden zes 'scholen' (liujia 六家) benoemd: 陰陽 Yīn-Yáng naturalisme儒者 Rú zhě confucianisme墨者 Mò zhě mohisme法家 Fǎ jiā legalisme名家 Míng jiā sofisme道家 Dào jiā daoisme Sima Tan geeft de volgende typering van de zes scholen:

Vervolgens schrijft Sima Tan zes korte essays over elk van de zes jia. Daarna volgt een (zelf)commentaar op dat materiaal, dat twee of drie keer zo lang is.

In bovenstaand fragment horen we een echo van het hoofdstuk Alles onder de hemel (hoofdstuk 33) van de Zhuangzi. In de pre Qin teksten werd de eenheid gezocht in vroegere tijden (van de Weg van de koningen). Sima Tan vindt die in de eigentijdse Han-dynastie, waarin het rijk nu eindelijk is verenigd. Verschil is ook dat er niet langer over personen, de meesters, wordt gesproken maar over meer abstracte scholen.

Anders dan in de eerder genoemde opsommingen creëert Sima Tan zes ideale typen op basis van de inhoud van de meesterliteratuur uit de periode van de Strijdende Staten. De namen voor de eerste drie typen - Yinyang, Ru en Mo - bestonden al vóór Sima Tan. De andere namen - Fajia, Mingjia en Daojia - waren zijn eigen uitvinding. Alle zes groepen zijn in zekere zin synthetisch. Hoewel ze putten uit op dat moment bestaande kennis (bijv. yinyang kosmische cycli, de zuinigheid van de Mo), was elk in verschillende mate een nieuw samengestelde combinatie, vervaardigd voor het nut ervan in het besturen van het Han-rijk.Smith 2003 p129 Sima Tan koppelt geen namen of teksten aan de zes jia. Het blijft bij abstracties.